Posts tonen met het label trein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label trein. Alle posts tonen

zondag 12 februari 2023

Reisverslag 2023/3 Per trein over de Jungle Railway (Maleisie) en door Sultanaat Pattani (Thailand)

The Jungle Train


De spoorlijn van Singapore naar Bangkok loopt in Maleisië langs de westkust. Maar er is een aftakking die meer door het midden en oosten loopt. Bij Gemas takt die af en in Hat Yai (in het zuiden van Thailand) komen ze weer bij elkaar. Ten tijde van de aanleg was dit nog grotendeels jungle, vandaar de bijnaam. Het midden en oosten is nog steeds het minder ontwikkelde en meer conservatieve deel van het Maleisische schiereiland.

Gemas

Gemas is een klein provinciestadje met drie x drie blokken met winkels. Daar rijden voortdurend auto's rond, lopen doet hier bijna niemand. Toch was er een heel redelijk hotel en een vegetarisch restaurantje - eigenlijk alleen voor de lunch maar ze wilden wel wat voor ons koken. Het meest bijzondere zagen we toen we 's avonds een blokje om liepen: duizenden, duizenden zwaluwen waren neergestreken op iedere telefoon- en elektriciteitskabel die boven de weg hing, en ook op heel veel randjes aan gevels. Steeds op precies 15 cm afstand van elkaar. In de schemer zag je al die kleine zwarte bolletjes met een witte buik naast elkaar zitten. Fascinerend.

De eerste etappe was naar Kuala Lipis, zo'n 275 km in 5 uur. Deze spoorlijn was recentelijk opgeknapt, en er reden nieuwe a/c treinen. Nog wel diesel, nog wel enkelspoor.

Met zo'n 60 km/u reden we al snel door het groen. Veel rubber en palmolie plantages, sommige verwaarloosd. Tussendoor stukjes waar de natuur meteen opbloeide. Beekjes met kolkend bruin water, en stukken land die onder stonden. Het regenseizoen was net voorbij. ...schier eindeloze palmplantages... Soms aan weerszijden zo dicht langs het spoor dat de takken de trein toucheerden. Het leek alsof je ín de plantage was, alsof je onder de palmbomen liep.

Kuala Lipis

Kuala Lipis was ooit een goudmijn-stadje. En het oude centrum heeft nog steeds een wild-west gevoel. De Britten maakten het rond 1900 hoofdstad van de deelstaat. Toen er in 1922 een spoorlijn kwam, maakte de ontwikkeling een sprong en werden er een handvol koloniale gebouwen neergezet: station, residentie en state mosque. En een rijtje stenen huizen in de hoofdstraat tussen station en rivier - toch zie je de cowboys en huifkarren er zo nog doorheen rijden.

Na de onafhankelijkheid verhuisde de hoofdstad naar de kust en werd Kuala Lipis minder belangrijk. Stadsuitbreidingen ogen erg ongepland: losse stukken waar een mall en woningen gebouwd werden, op flinke afstand van elkaar.

We wandelden wat rond. Langs sommige wegen lag een smal randje jungle. Een stap in de jungle en het is donker, oneffen, de bodem vol rottend organisch materiaal, dat ruik je, en het lawaai van duizenden insecten. Twee stappen in de jungle en je loopt het risico te verdwalen.

De tweede etappe was naar Gua Musang, zo'n 75 km in 2 uur.

Onderweg nog steeds plantages maar steeds meer verwilderd groen ertussen.

Het laatste stuk verschenen kaarsrechte Karst gebergten in het landschap, met kale rotsige zijkanten, soms iets voorover hellend, struiken en bomen in scheuren en bovenop.

Gua Musang

Gua Musang heeft bijna dezelfde layout als Kuala Lipis. Drie oude straatjes tussen station en rivier, en nieuwe wijken op flinke afstand van elkaar, en alles gericht op autoverkeer. Alleen de koloniale gebouwen ontbreken. In plaats daarvan heb je dan de Karst bergen die loodrecht omhoog rijzen, onder andere pal achter het station.

Op het perron van het oude station sloegen we rechtsaf, in zuidelijke richting. Aan het eind van het perron het trapje af en het spoor oversteken. Een pad liep een hele kleine kampong in, van armoedige houten huisjes. Het leek bijna uitgestorven, maar er scharrelden wat kinderen rond, die ons voorzichtig bekeken. Het pad tussen de huisjes door, ook in zuidelijke richting. Bij een beekje oversteken over een smal betonnen dammetje. Vlak daarna naar links en over een iets grotere betonnen dam weer oversteken. Ik vond het eigenlijk te smal, tot ik een stok vond om mijn balans te houden. Je stond nu 10 meter van de rotswand, met een kartelrandje jungle ervoor. Er liep een soort pad omhoog, tussen de gigantische bomen. Met behulp van touwen kon je verder omhoog. Meteen omgeven door grote bladeren en afvallende takken. Ik moest na het tweede touw passen, maar E ging nog iets verder. Daar stond een ladder, waarlangs je omhoog kon naar een grot. Dat deden we dus niet. Dit was al een prachtig stukje jungle walk, hoe klein en kort ook.

Voor de derde etappe van de Jungle Railway stapten we 's ochtends vroeg in de nachttrein die de avond tevoren vanaf de grens met Singapore vertrokken was. Dit was een oudere trein die meer wiebelde en rammelde. We wilden ontbijten in de restauratiewagen, maar de toast was al op. Voor gebakken rijst was het nog te vroeg, bovendien was die niet veg. Dan maar met een kopje koffie genieten van het geweldige uitzicht: Het landschap met opkomende zon en optrekkende ochtendmist was prachtig.

We reden de bergen uit en de vlakke delta in. Ineens reden we tussen groene rijstvelden. Na 5 uur en 200 km bereikten we Kota Bharu, een echte grote stad. Hart van het conservatief-islamitische noordoosten. Je zag veel gevels geïnspireerd op Arabische motieven. Maleis, Chinees en Arabisch waren de meest gebruikte talen op gevels en richting-aanwijsborden. Engels en Tamil waren behoorlijk naar de achtergrond gedrongen.

Het duurde een dagje voor de stad haar charmes aan ons prijsgaf. Tussen lelijke hoogbouw lagen nog stukken oude kampong. Sommige huisjes waren oud en vervallen, andere zagen er nog goed onderhouden uit. Het was er meteen heerlijk stil en vredig. Een paar huizen moeten in hun tijd waren villa's geweest zijn: groot, fraai ontworpen, met zeshoekige uitbouw en veranda. Nu helaas wat verwaarloosd. Ze zouden nog net te redden zijn als iemand er nu aandacht aan zou geven. Maar iets verderop stond hun lot al aangekondigd: nieuwbouwhuizen.

Pattani, het diepe zuiden van Thailand

Vanuit Kota Bharu moesten we Thailand in. Op dit stukje spoorlijn rijden geen treinen meer, dus moesten we een uurtje met de bus. De grens was een klassieker: eerst de formaliteiten om Maleisie uit te gaan. Dan over een stuk niemandsland met een brug de grensrivier over lopen, parallel aan de ongebruikte spoorbrug. Dan de formulieren en stempels halen om Thailand in te kunnen.

In Sungai Kolok konden we weer op de trein naar Yala stappen (120 km in 2 uur).



Eeuwenlang was Pattani een van de Maleise sultanaten. De hoogtijdagen waren in de 16de eeuw. In de 18de eeuw werd het veroverd door Thailand. Lang bleef het in naam Thai maar feitelijk zelfstandig. Begin 20ste eeuw werd het door Engeland en Thailand opgedeeld in een Thais en een Maleis stuk. Aan de westkant kreeg Thailand ook nog Satun, en het gaf zijn claims op andere sultanaten op - die werden onderdeel van Brits bezet gebied en later Maleisië. Dit was een verdrag tussen Engeland en Thailand, de Maleisische sultanaten over wie het ging, hadden niets te zeggen.

Thailand voerde in het aan hen toegewezen deel Thaiificatie-programma's in, wat niet goed viel en er ontstonden verzetsbewegingen die autonomie wilden, m.n. in het voormalige Pattani. Begin 21ste eeuw werden die overgenomen door IS-achtige groepen, die een Islamitisch Kalifaat willen vestigen, gewelddadiger zijn geworden en uit zijn op chaos en wetteloosheid, waarin hun criminele activiteiten floreren. Ze keren zich nu ook tegen de lokale bevolking omdat die niet streng genoeg in de leer zou zijn. Vooral politieagenten en -posten, monniken en kloosters, docenten en scholen, en treinen en spoorlijnen zijn doelwit van aanslagen.

Ondanks dat is het dagelijks leven over het algemeen rustig. Het is jammer dat het officiële reisadvies van het ministerie van buitenlandse zaken "rood" is, waarmee het gebied alleen maar verder geïsoleerd wordt. Rood hier is niet te vergelijken met het rood voor bv Syrië of Afghanistan. Als buitenstaander vallen alleen de zwaarbewapende militairen op die met de trein meereizen. (*)

Wij hadden de afgelopen tijd het lokale nieuws goed gevolgd. Momenteel leek het relatief rustig en voor buitenlanders veilig om door Pattani te reizen. We maakten twee treinreizen met een tussenstop in Yala.

Yala

Yala is een uitgestrekte, rustige, groene stad. Er is een grote wijk met alle provinciale instellingen, gebouwd in cirkels om de city pillar. De wegen zijn er rustig en breed en omlijnd met bomen. De ruime opzet betekent wel dat je soms een flink stuk moet lopen om ergens te komen.

De city pillar staat in een tempeltje midden in een rond park met visvijvers. Vissen voeren is populair, en de vissen komen op je af zwemmen zo gauw je aan de oever stilstaat. Honderden mondjes happen boven het water. De achterste vissen dringen zo aan dat de voorste boven het water getild worden.

Aan het tempeltje hangen belletjes die zachtjes in de wind tingelen. Binnen doen een paar mensen puja. Aan het beeld van een monnik wapperen stukjes bladgoud.

Zo op het oog is alles pais en vree. Moslims voeren ook de vissen, ook al is het een Boeddhistische traditie. En van onder een hoofddoekje komt ook de brede, warme Thaise glimlach.

Van Yala namen we de trein naar Hat Yai  (120 km in 2 uur), waar de oostelijke aftakking weer bij de hoofdlijn van Singapore naar Bangkok komt.

Meer

(*) 6 weken nadat we er waren, veranderde het reisadvies voor zuid Thailand van "rood" naar "oranje". Maar in de loop van 2023 volgden nog veel aanslagen op politieposten e.d.

Lees hoe het verder ging: Satun (TH) - Kuala Lumpur (MY)
Lees over de praktische kant van deze reis: Lily's Mini Travel Guide


























donderdag 12 januari 2023

Reisverslag 2023/2, Per trein langs de kust van Noord Kerala (India)

Reizen in India

"Niets gaat vanzelf in India. Altijd zijn er onverwachte complicaties. En zelfs de kortste wandeling op straat wordt een avontuur."

Ondanks de enorme modernisering in India, zijn die kenmerken de afgelopen 30 jaar hetzelfde gebleven. Soms is het dan ook wel vermoeiend dat je steeds attent moet zijn, je steeds moet aanpassen aan een nieuwe situatie, steeds nieuwe indrukken moet verwerken, steeds moet filteren uit het lawaai wat je wel en niet wilt horen, steeds wordt aangesproken (hoe vriendelijk ook). Maar je krijgt er ook veel voor terug, je ziet fantastische dingen, maakt de raarste dingen mee, spreekt bijzondere mensen.

In ruim twee weken zakten we af langs de kust van Noord Kerala. Meest per trein, meest vrij korte verplaatsingen. We hadden regionale stoptreinen, soms met een zitplaats, soms samengeperst staand in het halletje. De open ramen zorgeden voor broodnodige ventilatie. Onze treinen reden op tijd of hadden tot een half uur vertraging.


Arabische invloeden

Al meer dan 2000 jaar zijn er handelsroutes tussen Arabië en de Malabar kust. Daardoor waren de eerste Christenen hier al in het jaar 50 en de eerste Moslims in het jaar 10. De kleinere kustplaatsen zijn nog steeds overwegend Islamitisch - vegetarisch eten is hier minder vanzelfsprekend dan in andere delen van India. Of het komt door die oude handelsgeest weet ik niet, maar de mensen zijn opener dan ik in India gewend ben. Ze lachen je spontaan toe en heten je welkom.

Behalve die oude invloeden uit het Midden-Oosten, zijn er ook nieuwere. Tegenwoordig werken honderdduizenden Indiërs in de Golf. Met het geld dat daar verdiend wordt, bouwen ze grote moderne huizen. Ieder dorp, ieder stadje heeft uitgestrekte buitenwijken met prachtige villa's. En je zag het terug in de vele shoarma-zaken, de mint-drankjes, de goudwinkels.

Zo spraken we bij een theestalletje een paar jongemannen die voortdurend heen en weer reisden tussen verschillende Golfstaten, handelden in dure auto's, goud en wat dies meer zei. Echte sjacheraars. In een garden restaurant spraken we een man die 20 jaar in Dubai op management-nivo gewerkt had, nu met vervroegd pensioen ging en van het verdiende geld een stuk land in het binnenland van Kerala gekocht had waar hij ging hobby-boeren. In allebei de gevallen betaalden ze ons drankje.

Forten, backwater en strand

De Portugezen, de Nederlanders, de Engelsen, de Fransen en verschillende regionale krijgsheren vochten eeuwenlang om invloed over de welvarende kuststrook. Daarvan zie je nog steeds culturele invloeden en als meest tastbare een aantal forten. We bezochten er een vijftal. Dat varieerde tussen een zoektocht naar wat overwoekerde resten van een muur, en een groot gerestaureerd complex met wandelpaden, bastions en uitzichttorens.

De meeste forten hadden stepwells, waar je kon afdalen tot het grondwater-nivo. Ze waren minder fraai bewerkt dan in Noord India, maar functioneel als je fort omsingeld werd. Sommige hadden (geheime?) tunnels om bij zee uit te komen.

Kasargod 

Kasargod was een grotere plaats dan verwacht. We vestigden ons aan de rand van de stad, bij het nieuwe busstation. Daar waren hotels en restaurants, en heel verrassend een groepje stalletjes met eten en drinken waar na schooltijd jongeren samenschoolden. Zelfs jongens en meisjes mengden met elkaar.

De doorgaande wegen waren overvol vies en lawaaierig verkeer. Maar zo gauw we een zijstraatje insloegen liepen we door landelijk gebied. Van eindeloos geraas en getoeter naar bijna serene stilte. Uiteindelijk kwamen we op de plek die we zochten, waar de ruïnes van Kasargod Fort zouden moeten zijn. Alles was overwoekerd en met moeite herkenden we de resten van een bastion en een uitkijktoren.

5 km buiten de stad lag het goed onderhouden Fort Chandragiri. De omtrek van het fort was nog helemaal intact of gerestaureerd. Dikke hoge muren rondom een veld ter grootte van twee voetbalvelden. Er was een voetpad langs de binnenkant van de buitenmuren, met een aantal bastions. Je had goed zicht over de rivier, de monding en het binnenland - een goede plek voor een fort. 

We waren er met een riksja “buitenom” naartoe gegaan, maar we liepen terug, net als de locals, over de spoorbrug over de brede rivier het stadje in. Het was ver lopen, en intussen was het behoorlijk warm geworden en waren we door ons water heen. Toen we bij de bijna 1400 jaar oude Malik Deenar Juma moskee aankwamen, was het daar een immense drukte. Vandaag was de laatste dag van een festival ter ere van Deenar (die ook de Moskee die we in Mangalore hadden bezocht, had gesticht), en van heinde en verre waren mensen er op afgekomen. We werden hartelijk welkom geheten en een vriendelijke meneer haalde een paar flessen water voor ons.

Bekal 

In Bekal woonden we in een soort mini-resort, letterlijk in de schaduw van het fort. Tussen de kokosbomen liepen de pauwen. Dichtbij was een strand waar je mee kon deinen in de golven van de Arabische Zee. En op loopafstand was een lunch-restaurantje waar ze speciaal voor ons twee keer een avondmaaltijd kookten. Sublieme home cooked maaltijden. De mevrouw kwam uit Bangalore en voelde zich allesbehalve thuis in dit kleine gehucht, waar ze woonden omdat haar man de familie-tempel moest onderhouden.

Payyanur 



In Payyanur maakten we een lange tocht over de backwaters. Dat zijn rivierarmen en lagunes die door een smalle strook land van de zee zijn afgescheiden. Eromheen zijn kleine gemeenschappen en kokosplantages. Toen we bij de steiger informatie zochten over vertrektijden, werden we door de buren getrakteerd op verse kokosnoten. Normaal drink je die met een rietje leeg, bij gebrek daaraan werd het een enorme kliederboel. Een filmpje daarvan zagen we de volgende dag op de telefoon van een van de bemanningsleden!

We zaten op een veerboot die heen en weer zigzagde tussen verschillende steigers. De meeste mensen lieten zich alleen overzetten, maar wij overbrugden uiteindelijk hemelsbreed zo'n 10 km. Sommige stukken voeren we alleen met de vijfkoppige bemanning. De uitzichten, de watervogels, de vissersbootjes, de met palmen gezoomde kustlijn: mooier dan dat kon het eigenlijk niet worden.

Kannur 

In Kannur Fort kregen we een persoonlijke rondleiding van een lokale politieagente. Ze kwam op ons af toen E over een hekje leunde. In plaats van haar terug te fluiten, klommen de twee dames samen over de muren en kantelen van het fort. Ze wist best wat van de geschiedenis, en met z'n drieën bestudeerden we de grafsteen van Susanna, de jong overleden echtgenote van de toenmalige Nederlandse bevelhebber. De tekst was in verweerd oud-Nederlands. De agente had nog een oude foto waarop de tekst minder verweerd was. Uiteindelijk lukte het alles te ontcijferen. We beloofden haar het in te spreken en op te sturen.

Kozhikode 


Kozhikode was met afstand de grootste stad van Noord Kerala. Druk maar ook met een meer grootstedelijke sfeer, zoals aan de tafeltjes op het gazon van ons hotel en in de mall. In het oudste deel van de stad vond je 14de-eeuwse houten moskeeën met prachtig houtsnijwerk. Net als in Mangalore waren de oude wijken langs de kust het oudst en het armst. Verder bezochten we een oude mali tempel en het archeologisch museum.



Kozhikode was de laatste kuststad de die we deze reis aandeden. Vanaf hier gingen we landinwaarts, via Palghat en Dindigul (nog twee forten!) naar Trichy.
Lees over de praktische kant van deze reis: Lily's Mini Travel Guide

woensdag 29 juni 2022

Europa per trein (4) Noord Spanje

Met de trein naar Spanje vergt wat plannen, maar het is goed te doen. Je bent er binnen een dag.

En ook binnenlandse treinreizen in Spanje zijn gemakkelijk, comfortabel en leuk: in dit artikel vind je sfeerimpressie en praktische tips.

Kaart treinreis
Noord-Spanje (groen) en
Zuid-West Spanje (paars)

Treinreis naar Spanje plannen, tickets kopen

Voor de meeste keuze en de beste prijzen plan je je internationale treinreis liefst drie maanden voor vertrek. De belangrijkste bestemmingen en verbindingen vind je op NS-international, maar op de SNCF website heb je méér bestemmingen en méér tijden.

Als je wilt vermijden dat je in Parijs met de metro naar een ander station moet, kun je zoeken op verbindingen vanaf Brussel. Soms moet je het deel Amsterdam-Brussel er dan nog los bijkopen.

Wij wilden naar Baskenland, dus we kochten bij NS een ticket Amsterdam-Parijs-Hendaye, de grensplaats bij San Sebastian aan de Golf van Biskaje. Het ticket is digitaal, dus er hoeft niets opgestuurd te worden.

In de zomermaanden is er ook een nachttrein van Parijs naar Hendaye, maar wij kozen de dag-verbinding.

Renfe MD spoorkaart Spanje

Tickets voor binnenlands treinreizen in Spanje koop je op het station terplekke, of vooraf op Renfe.com. Per type trein verschilt het nogal hoe lang van te voren het online te koop is, hoe lang de reis duurt, en hoe duur het is. Spanje heeft eigenlijk twee spoornetwerken: het oude met de eigen spoorbreedte en het nieuwe voor hogesnelheidstreinen. Op veel trajecten zijn er maar één of twee verbindingen per dag, dus weer een kwestie van goed plannen.

De treinreis door Frankrijk


We hadden de vroege Thalys uit Amsterdam. Meteen tussen Schiphol en Rotterdam lagen we al op snelheid – voor dat traject hadden we maar twee minuten meer nodig dan voor Amsterdam – Schiphol! Tussen Antwerpen en Brussel schoot het niet op, maar we hadden slechts een paar minuten vertraging. Dan de grauwe lege glooiende vlaktes van Noord Frankrijk.

In Parijs namen we de metro van Gare du Nord naar Montparnasse. Druk en flink wat stops, maar heel gemakkelijk. De vooraf besproken tunnel tussen het metrostation en het treinstation met moving walkways misten we, we moesten buitenom lopen door de plassen van een recente regenbui. Station Montparnasse was erg lelijk. Er voor was nog wel een modern stuk met winkels gebouwd, waar we een take away poké bowl meenamen voor onderweg. De hal voor de kil aandoende donkere perrons was druk met veel meer mensen dan bankjes.

De TGV naar Hendaye was een dubbeldekker en goed gevuld. We raasden door de glooiende vlaktes van midden Frankrijk. Eindeloze gele velden. Topsnelheid 316 km/u. Na Bordeaux was het even wat bewoonder. Dan bossen en houtverwerkende industrie. We waren nu geen TGV meer en deden nog een paar uur over het laatste stuk tot Hendaye. Maar al met al was het allemaal heel soepel gegaan, zonder vertraging.

Tot voor kort kon je op het Franse station in Hendaye het perron oversteken naar een Spaanse trein met andere spoorbreedte en direct door naar Madrid. Die verbinding is er niet meer. Maar er is aan de Franse kant wel een stationnetje van de Baskische Euskotren. Een soort stoptreintje naar San Sebastian en Bilbao. Met dat treintje ga je de grensrivier over.

Thalys, TGV, Station Euskotren, Grensrivier en oude spoorbrug
Drie weken later werd dit nieuwe stationnetje officieel geopend als Internationaal Multimodaal Knooppunt. Terwijl het eigenlijk symbool stond voor het ontbreken van een echte doorgaande verbinding.

We wilden die dag naar Hondarribia, het grensstadje aan de Spaanse kant. Daarvoor moesten we uitstappen op halte Irun. Op het perron stonden naambordjes met Irun-Colon. Er waren vier haltes in Irun, dus we dachten dat Irun dan nog zou komen. Dat was niet zo. Voor we het wisten waren we te ver. Bij de volgende halte stapten we uit en bekeken de verschillende mogelijkheden. We hadden geluk: er kwam al snel een trein terug de andere kant op.

Treinen door Baskenland en naar Zaragoza

Van Irun naar Vitoria, +- 140km in 2¾u



Behalve het stationnetje van Euskotren was er -op een andere plek- het grote station van Renfe/Adif. Hier vertrekken normaal de doorgaande treinen naar Madrid. Maar wegens werkzaamheden nu niet. Dus we moesten eerst met de Circanía, een soort Stadtbahn of stoptrein, naar San Sebastian en daar overstappen. Het leek op de MD zoals we in Extremadura hadden, maar nu wel geëlektrificeerd en we hadden overal dubbelspoor. Toch ging het langzaam door de talloze stops op kleine haltes. Urenlang uitzicht op Baskenland dus veel groene bergen, kleine stadjes met wat halfhoogbouw, industriële zones en landbouw. Wij stapten in Vitoria Gasteiz uit.

Van Vitoria naar Zaragoza, +-275km in 3½u


Op het station was het ongekend druk met mensen die naar San Sebastian gingen. Toen die trein eenmaal weg was, werd het rustiger. Maar zondag namiddag is beslist de drukste tijd met mensen die van hun thuisstad naar hun woonstad gaan.

We hadden een Regional Express zonder stoelnummers, maar met veel comfortabelere zachte stoelen dan de bankjes die we eerder hadden

We reden eerst een half uur terug over het spoor waar we eerder over waren aangekomen. Toen door naar Pamplona. Onderweg weer veel groen en uitzicht op verschillende bergtoppen die kale rotsen waren. Veel wuivend graan en dan ineens een paar natte rijstvelden. We reden een stukje langs de rivier de Aragón tot die samenvloeide met de Ebro. Verder langs de Ebro tot Zaragoza.

Zaragoza-Delicias is een heel groot ondergronds treinstation, waarschijnlijk gebouwd samen met de Madrid - Barcelona AVE. Ons treintje reed nog een paar haltes door. We stapten uit bij Zaragoza-Goya, meer een halte met een bovengrondse kiosk, op loopafstand van het centrum.

Lokaal vervoer per tram

Tram Zaragoza

Tram Vitoria

Zowel Vitoria als Zaragoza hebben een (1) tramlijn door het centrum. De tramstellen zijn gebouwd door CAF in Zaragoza, net als de nieuwste trams in Amsterdam.

De mooiste treinreis: naar Canfranc

Een eeuw geleden werd er een tunnel door de Pyreneeën gegraven en een spoorlijn aangelegd van Pau naar Huesca en Zaragoza. Aan de Spaanse kant werd een reusachtig station gebouwd om over te stappen van de Europese op de Spaanse spoorbreedte. Het gebouw was enorm groot en bijzonder indrukwekkend, klassiek, protserig. Eromheen werd een dorpje gebouwd, Canfranc, aan de rivier de Aragón die hier nog heel klein is – maar waar wel een Spaanse autonome regio naar genoemd is.

Een halve eeuw geleden stortte aan de Franse kant een viaduct in en sindsdien is er geen grensoverschrijdend treinverkeer meer. Maar twee keer dag rijdt er een stoptrein van Zaragoza naar Canfranc. Je doet er vier uur over. Enkele reis. En wij deden het. Een lange rit over slecht spoor, dus we schudden heel wat af. Het dieseltje steeds harder bonzen en wiebelen, zowel zijwaarts als op en neer. Er waren stukken waar de spoordijk zo slecht was dat we maar 20km/u mochten. En we stopten voor een onbewaakte overweg. Hoog in de bergen was er een heuse lus in de lijn, waar we in twee grote halve cirkels reden om minder steil omhoog te moeten.

Het uitzicht in de bergen is fantastisch, vooral op de stukken waar de spoorlijn niet de weg volgt. We keken omlaag naar een woeste bergbeek diep onder ons. We keken omhoog naar machtige kale rotsen ver boven ons. De rit eindigde op 1200 meter hoogte op een gloednieuw station, náast het oude gebouw. Na jaren van verwaarlozing werd dat nu opgeknapt en omgebouwd tot hotel.


Tunnel naar Frankrijk en het oude station Canfranc

We maakten een wandeling door de bossen in een flinke kring om het station, net waar de bergen omhoog rezen. We zagen bunkers die Franco had aan laten leggen uit angst voor een Franse inval, en we konden een stukje de oorspronkelijke treintunnel in. Daar was het koud en muf en je verwachtte ieder moment een vleermuis in je haren.

Spoorlijn komt uit de tunnel vlak voor Canfranc
’s Avonds namen we de trein terug naar Zaragoza. Naar beneden reed die heel wat sneller, maar toch liepen we weer een half uur vertraging op omdat we moesten wachten op de tegemoetkomende trein  (enkel spoor) eerst in zo’n bergstadje maar notabene ook in de spoortunnel onder Zaragoza door!? De tweede tunnelbuis lag er, maar er lag geen rails in…

Meer

Europa per trein (3) Zuid-West Spanje 

Europa per trein (2) Zuid-Oost Spanje 

Waterlily blogs over treinreizen

Waterlily blogs over Spanje

dinsdag 22 februari 2022

Europa per trein (3) Zuid-West Spanje


De Spaanse spoorwegen zijn al even divers als het land zelf. Van enkelspoor dieseltreintjes tot moderne hogesnelheidslijnen, je ziet het allemaal. Ik neem je mee op een langzame reis van Madrid, door Extremadura, tot aan de Middellandse Zee-kust bij Malaga.

Met de trein door Spanje reizen is gemakkelijk, comfortabel en leuk: sfeerimpressie en praktische tips!

Startpunt Madrid

Als je in Madrid aankomt op de nieuwe Terminal 4 van vliegveld Barajas, kun je meteen beginnen met je treinreis. Met de regionale stoptrein Cercanía kun je de stad in naar o.a. de stations Chamartin, Sol of Atocha. Je koopt je kaartje in een automaat. Het lijkt een wegwerpkaartje, “Renfe y tú”, maar je kunt er steeds weer een nieuwe reis op laden bij de automaat.

Atocha is het belangrijkste treinstation van Madrid. De oorspronkelijk stationshal, een enorme monumentale  overkapping, is nu een grote botanische tuin met tropische planten. Daarnaast liggen bóven de terminals van de AVE verbindingen naar heel Spanje, en beneden de regionale Cercanía  en de Media Distancia treinen naar steden die (nog) niet zijn aangesloten op het AVE-netwerk. Op het tussenniveau zijn loketten waar je ouderwets papieren kaartjes kunt kopen. Daarvoor heeft de loketist wel je naam, paspoortnummer en telefoonnummer nodig – handig om die vooraf op een paiertje te schrijven.

Madrid Atocha

De dag dat we vertrokken konden we onze trein niet vinden op de vertrekborden. Alle grote opvallende borden bleken voor de AVE en Avant te zijn, de hogesnelheidstreinen. Er was nog maar een handjevol Media Distancia en Larga Distancia treinen over, op een ander deel van het station. Welk perron precies bleef onduidelijk. Ik ging maar eens vragen bij een mevrouw die aan een mini informatie balie zat. Weet u waar deze trein vertrekt? Ja, hier. Hier?  Achter haar bleek een schuifdeur en daarachter een roltrap naar beneden. Daar was een koude  hal waar je moest wachten tot het perron werd omgeroepen. Maar een vriendelijke medewerkster kwam ons dat spontaan uitleggen, en toen het was omgeroepen kwam ze ons ook speciaal waarschuwen. Dat was niet echt nodig want iedereen wachtte op dezelfde trein. Nog een roltrap af en daar waren de perrons.

Madrid Atocha

Langzaam reden we de stad uit, door een wirwar van sporen, tunnels, viaducten, wegen, goederenemplacementen, HSL-lijnen, etc etc. Zo zag je hoe uitgestrekt Madrid was. Buitenwijken wereden voorsteden, en voorsteden werden platteland.

Autonome Regio Extremadura

Van Madrid naar Cáceres, MD, ruim 300km naar het zuidwesten in 4 uur

Glooiende akkers en al meteen olijfbomen. Hier en daar een kasteeltje op een heuvel. Kleine stadjes en grote snelwegen. Rommelige schuurtjes en grote haciendas. Het kwam allemaal voorbij en wij genoten van het uitzicht.

Ons treintje had drie wagons. Een dieseltje, want Extremadura is nog niet geelectrificeerd. Evengoed zouden we soms 155 km/u halen. Meestal reden we goed door. Één keer moesten we wachten op een tegemoetkomende trein. Enkel spoor!

Vóór Plasencia ging het wat langzamer en daar maakten we kop. Het landschap werd steeds leger, hele gebieden waren ongecultiveerd. We zagen grote roofvogels, arenden of gieren? Onderweg hadden we een paar keer werkzaamheden gezien aan wat spoorbeddingen zouden kunnen zijn. De laatste 50km was de HSL lijn zo te zien al klaar. En het station van Cáceres was spiksplinternieuw gebouwd.

Station Caceres

Van Cáceres naar Merida, MD, 75km zuidwaarts in 50 minuten

Het station van Caceres was duidelijk nog in aanbouw. Er hing een poster over de aanleg van een “tram” door Extremadura. Die volgde ongeveer dezelfde route als bestaand spoor, Badajoz-Merida-Caceres- Plasencia. Dat is meer dan 200 km, dat zou je toch eerder een regionale trein dan een “tram” noemen? Vanuit onze trein zagen we ook weer allerlei nieuw spoor. Maar was dat nu voor de tram of voor de HSL?

Het landschap was glooiend en dun bevolkt. We zagen kurkeiken waarvan de bast geoogst was, we zagen bruine varkens rondrennen in een grote groene wei, we zagen kraanvogels en roofvogels.

Het station van Merida was ook vernieuwd en al iets verder af dan dat van Cáceres.

Knooppunt Merida

We maken een dagtocht vanuit Merida naar Badajoz, aan de Portugese grens. Een retourtje met de trein, soms wordt die als Regional Express aangeduid, soms gewoon als Media Distancia.

Zoals steeds gaan er maar weinig treinen per dag, meestal is er maar één die in aanmerking komt, omdat de andere heel vroeg of heel laat gaan. Daar staat tegenover dat ze behoorlijk goed op tijd rijden.

Station Merida

Als we vertrekken zijn alledrie de perrons van het stationnetje in gebruik! Merida is hét spoorweg-knooppunt van Extremadura. Je kunt hier vier kanten op: Cáceres-Madrid, Badajoz-Portugal, Zafra-Sevilla en Puertollano-Acvazar de San Juan (op die laatste hadden we 10j geleden “kop gemaakt” en route van Almeria naar Taragona). Twee keer per dag komen en gaan de treinen in allevier de richtingen tegelijk op Merida, zodat je allerlei overstap-mogelijkheden hebt. Steeds zijn het dezelfde diesel-treinen, een combinatie van drie treinstellen.

Onderweg zien we dat hier volop gewerkt wordt aan de HSL. Er is sprake van verschillende projecten: een vrachtcorridor van Portugese havens, via Badajoz helemaal tot Valencia; en een HSL van Madrid naar Extremadura, die al dan niet doorrijdt naar Lissabon.

In Badajoz staat nu een groen stoptreintje naar Portugal klaar. Nog kleiner dan onze trein, het bestaat slechts uit een wagon. Als we in de middag terugreizen naar Merida, hebben we de eerstvolgende trein sinds we ’s ochtends zijn aangekomen. Zo weinig treinen rijden hier.

Van Merida naar Zafra, MD, 70km zuidwaards in 1 uur

We vertrokken in het donker, om 7u55. Vanuit de trein zagen we het licht worden. Dit was de enige keer dat we wat vertraging hadden: een kwartier.

Zafra Feria is een hele kleine halte achter wat grote gebouwen. Het ligt wat dichter bij het centrum dan Zafra, daarom stapten we hier al uit. Er was geen enkele voorziening, zelfs geen kaartjes-automaat.

Tot nu toe hadden we onze treinkaartjes steeds een dag van tevoren op het station gekocht. Op de RENFE-website zouden buitenlandse credit cards soms problemen geven, dus dat hebben we nooit geprobeerd. Maar nu wilden we toch treinkaartjes te kopen voor het volgende traject. Daarvoor wandelden we naar het hoofdstation van Zafra, dat wat verder van het centrum ligt dan Zafra Feria. De lange toegangsweg was een mengsel van grote winkels, oudere appartementen, groothandels en braakliggend terrein. De weg eindigde op het oorspronkelijke station uit 1917, wat een kopstation geweest moet zijn. Het nieuwe station lag er naast. De toegangsdeur was op slot, met een briefje of je de andere deur wilde gebruiken. Ook aan de perronzijde was de deur dicht. Tsja, hoe moesten we nu een kaartje kopen? In het ernaast gelegen barretje wisten ze het ook niet, maar twee dames die daar net naar buiten kwamen gebaarden nog eens: omlopen naar de andere kant. Ja, verdorie, die deur klemde alleen, hij kon toch open. Het loket was echter dicht met een briefje dat het om technische redenen niet open kon. En de kaartjesautomaat stond uit. Dan werd het toch kaartjes in de trein kopen. En passant zagen we dat er tóch een dagelijkse trein naar Huelva ging. In mijn vooronderzoek had ik die niet gevonden. Als we dat eerder geweten hadden, had dat misschien onze route beïnvloed?

Het oude station Zafra (1917)

Van Zafra naar Sevilla, MD, 160km zuidwaards in 3 uur

Omdat in weekeinden de ochtendtreinen een uur later gingen, hoefden we niet speciaal vroeg op te staan. Wandeling naar station Zafra Feria. Het verlaten perronnetje in de net door de heiigheid heenbrekende zon.

Ons treintje kwam op tijd en we konden inderdaad kaartjes kopen bij de conducteur (alleen contant betalen!). We reden langs kleine witte historische stadjes, die ieder voor zich een bezoek waard waren. Door een prachtig landschap, weilanden met schapen, akkers met olijven en eiken, heuvels, beekjes. Dwars door de verlaten Sierra Norte. Het laatste stuk reden we langs de HSL Cordoba-Sevilla en haalden nog even 160km/u. We kwamen 4 minuten te vroeg aan op Sevilla Santa Justa.

Santa Justa is ook het eindpunt van de lijn Madrid – Sevilla met de MD, die we in vier etappes hebben afgelegd. Met de AVE is Madrid – Sevilla uiteraard heel wat sneller te doen.

Provincie Malaga

Van Sevilla naar Malaga, MD, 200 km zuidoost in 3 uur

Ons treintje was het model wat we tot nu toe steeds gehad hadden: drie wagons, diesel. Maar voor het eerst goed gevuld, wel ¾ vol. Eerst reden we door de tunnel naar station San Bernardo, dan door de buitenwijken van Sevilla met modernere flats. We passeerden overstapstation Dos Hermanas, waarna de geelectrificeerde dubbele spoorlijn naar Cadiz afboog en wij naar het oosten gingen. Glooiend landschap met veel olijfbomen en soms een groot veld zonnepanelen. Zo nu en dan een klein stadje met witte huisjes en grote kerken. We zagen werkzaamheden voor de lijn Sevilla - Granada - Almeria, maar er leek niet veel te gebeuren.

Ruim over de helft was in the middle of nowhere het grote en nieuwe station Antequera-Santa-Ana, een knooppunt van oude en nieuwe spoorlijnen en beddingen nood-zuid en oost-west. Andere treinen of overstappende passagiers waren er niet. Daarna een heel stuk waar we veel door tunnels gingen en door een smalle kloof, canyon, beroemd om een tegen de bergwand geplakt voetpad, Caminito del Rey.

Het laatste stuk Malaga in reden we parallel aan de HSL. Station Maria Zambrano was in verband met die HSL geheel herbouwd en leek meer op een vliegveldterminal.

Dit is het eind van de lijn. Verder kom je niet, of je moet met een veerboot de Middellandse Zee over.

Station Malaga

Van Malaga naar Fuengirola, Cercanía, 25km zuidwest in 40 minuten

Of toch? Ruim 100 jaar geleden is er een lijntje langs de kust gebouwd tot Fuengirola. In de tweede helft van de vorige eeuw heeft die kuststrook zich ontwikkeld tot een lange, aaneengesloten badplaats en daarmee de spoorlijn een nieuwe functie gegeven. Zelfs dit drukke lijntje is enkelspoor, maar tenminste wel geelectrificeerd.

We reden dan weer dicht langs de kust, dan weer iets verder er vanaf. Overal de hoogbouw om de badgasten onder te brengen. Sommige stations waren ondergronds, zoals Torremolinos en Fuengirola – toch écht het eindpunt.

Met dezelfde trein konden we terug en uitstappen op het vliegveld van Malaga.

Met de trein door Spanje reizen is gemakkelijk, comfortabel en leuk! En misschien zijn de reizen met de ouderwetse treinen nog wel leuker dan met de HSL. Ik zou zeggen: die het, voordat ze allemaal vervangen zijn.

Lokaal vervoer

In de kleine steden van Extremadura is alles te belopen en heb je geen lokaal vervoer nodig.

Madrid, Sevilla en Malaga hebben een prima metro- en/of busnetwerk. Iedere plaats in Spanje heeft haar eigen ov-chipkaart, wat erg onhandig is. Toch is het al snel de moeite waard er een  kopen: het is gemakkelijker met instappen, de ritprijs is lager, en je hebt maar één kaart nodig voor meerdere personen.


Internationale verbindingen

Van Amsterdam naar Madrid of terug uit Malaga kan niet in één dag met de trein. Afhankelijk van de dienstregeling (die nogal aan verandering onderhevig is) moet je overnachten in Parijs of Barcelona. Met een directe Malaga-Barcelona AVE ga je buiten Madrid om. Om het betaalbaar te houden (m.n. de TGV Amsterdam-Parijs-Barcelona met SNCF) moet je vroeg boeken, liefst vier maanden voor vertrek. Voor Barcelona-Madrid zijn (beperkt) budget tickets beschikbaar met SNCF/OUI en RENFE/AVLO.

Alternatief is een nachttrein uit Parijs naar Latour de Carol (Enveitg) en de volgende ochtend met een lokale trein naar Barcelona, en dan met de AVE verder. Er is ook sprake van dat de nachttrein van Parijs naar Hendaye (bij San Sebastian) terug komt.

Meer

Europa per trein (1) Zuid Duitsland 
Europa per trein (2) Zuid-Oost Spanje 

Nuttige websites en apps:
https://www.seat61.com/train-travel-in-spain.htm algemene informatie
https://renfe.com/es/en om de dienstregeling tussen grotere plaatsen te zien
https://www.adif.es/inicio of de Adif App, om de locatie van je trein te zien
https://positren.nebulacodex.com/ trainspotting, om de locatie van je trein te zien

 

(spoorkaart: @marcjm84)

donderdag 16 september 2021

Spanje 2021: Bilbao


Tien dagen naar Bilbao, de eerste reis in anderhalf jaar. Bilbao is een prachtige stad, middelgroot, rustig, makkelijk te belopen. En wie moeite heeft de steile hellingen of de vele trappen te beklimmen, vindt meestal wel een openbare lift!


Rondom het Guggenheim

Bilbao is wereldberoemd door, en bijna synoniem met het Guggenheim museum. Toch is Frank Gehry niet de enige bekende architect die door de stad in de arm genomen is. Eerder al ontwierp Calatrava het vliegveld, dat ook een blikvanger is, en later Norman Foster de metro. Wat werd ingeleverd op mijnbouw en industrie, werd gewonnen op design. En het lijkt te werken, zowel kwa naamsbekendheid als kwa toeristen.

Het Guggenheim is een absolute blikvanger. Een groot golvend gebouw bedekt met titanium, speciaal gekozen om de bewolkte hemel van Bilbao te reflecteren, en onder iedere hoek, op ieder moment, ziet het er weer anders uit. We hadden het geluk dat ons verblijf zo lag, dat we op weg naar de stad of naar de tramhalte het steeds weer zagen liggen. Bilbao is misschien méér dan het Guggenheim, maar het lijkt wel in een orbit om het Guggenheim te draaien.

Het oude stadscentrum heeft een paar middeleeuwse kerken en kloosters, maar het merendeel van de bebouwing stamt uit de 18de eeuw. Geen kronkelsteegjes dus. Toch waren het sfeervolle straatjes met veel kleine winkeltjes. Het was een gezellige drukte op straat, waarbij de locals en de niet-toeristische winkels ver in de meerderheid waren. Koffie op de plaza barria, een mooi plein omgeven door een omloop achter pilaren met bogen. We winkelden wat en liepen een rondje om de kathedraal.

Het nieuwe stadscentrum is veel uitgestrekter. Brede straten en veelal statige 19de en 20ste eeuwse bebouwing. Soms klassiek, soms art nouveau, soms jaren-60-lelijk. Hier vind je de bekende winkelketens en Il Corte Ingles.

Het klimaat van Bilbao is dichter bij het Nederlandse dan bij het Middellandse Zeegebied. Wisselvalligheid neemt hier nieuwe dimensies aan, en bewolkt is het nieuwe normaal. We zagen geregeld een weerkaartje waarop precies die ene kuststrook hier achter een wolkendek verscholen ging, terwijl de rest van Spanje zonnig en warm was. Zelfs de drie heel warme dagen die we hadden, vielen samen met warmere dagen in Nederland. Dat was het goede nieuws: zelfs achter de wolken was het hier steeds een paar graden warmer, en daarmee aangenaam. Anders dan in Nederland, kwam zelfs op de mooiste dagen hier eind van de middag bewolking opzetten. De mooiste illustratie van het regenachtige klimaat was dat de wasrekjes die aan de buitenkant van de flatgebouwen hingen, ingebouwde regenschermen hadden!

De stad uit

Funicular

De eerste echt heldere ochtend besloten we om met de funicular de berg op te gaan, ruim 650m boven ons. Zowiezo een leuk ritje met een bergtreintje. Boven was het bossig en helder. Beneden lag de stad aan je voeten, en we herkenden al verschillende plekken waar we de afgelopen dagen geweest waren.
Daarna wandelden we verder de heuvel op. Tussen bossen en alpenhuizen door. Tot je aan de andere kant van de heuvel uitzicht had op het vliegveld, ver beneden ons. Al met al een heel landelijke ervaring, met stilte en rust. Pas terug in de buurt van het funicular station werd het wat drukker.

Haven en strand

De tweede warme dag begon betrokken. Wij kozen voor een stranddag met een omweg. Met de stoptrein reden we langs de westelijke oever van de rivier richting kust. Portugalete is nu een voorstad van Bilbao maar was een zelfstandig stadje waar veel geld van de mijnbouw zat. De meneer van de plaatselijke VVV, gevestigd in het voormalige stationsgebouw, ging helemaal los in het opnoemen van de bezienswaardigheden. Een mooie basiliek, statige panden langs de rivier, en een unieke oeververbinding naar Las Arenas, het stadje aan de overkant. Eind 19de eeuw werd hier een enorme stalen overspanning gebouwd, op grote hoogte zodat de grote schepen er onderdoor konden. Aan lange kabels hing een gondel die de rivier over getrokken werd. Een soort zwevende pont, waar ook auto’s op konden.
In Las Arenas wandelden we een stukje langs de rivier tot een klein stadsstrand, Areetako. Ooit had je hier vrij uitzicht op zee, maar in de riviermonding waren havens en strekdammen gebouwd, en je zag industrie en zeeschepen. Toch had het strandje wat.
Wij namen de bus naar het vólgende strand, Ereaga. Dat was een stuk groter en had tenminste een klein beetje uitzicht op zee, als je langs al die havenactiviteiten keek. Het was hier veel koeler dan in de stad, ruim 20 graden en bewolkt, en het was er rustig. Wat badgasten, wat zonnebaders, wat zwemmers, wat flanerende mensen op de boulevard. Ik installeerde me op een terrasje met koffie en een tortilla, terwijl E ging zwemmen. Je zat hier echt heel prettig.

Mundaka en Gernika

Vandaag gingen we wat vroeger van huis. We reden met Euskotren de stad uit langs heel veel industrie, woonwijken, bossen, heuvels, een beetje landbouw. Later reden we langs een rivier, een natuurgebied met wetlands.
Mundaka is een oud havenstadje aan de riviermonding. Tegenwoordig liggen er honderden plezierbootjes rij aan rij in de havens. Afhankelijk van het tij en seizoen zijn er zandbanken, stranden, stromingen en golven. In het juiste seizoen is het een surf-paradijs. We dronken koffie in een klein café aan de haven. We wandelden naar een kapelletje op een uitzichtpunt en keken over de zee. We liepen naar een strand in een baai. Het was laag water en het strand was vele keren langer dan het breed was. Een paar mensen maakten stevige wandelingen heen en weer. E ging het water in maar de stroming was te sterk om echt te zwemmen.
Daarna namen we de trein naar Gernika. Beladen historie ivm het bombardement tijdens de Spaanse burgeroorlog. Toch waren er nog een aantal historische panden te zien. Er was een replica van het schilderij van Picasso uitgevoerd in tegels. We zagen het parlementsgebouw naast de stomp van de eeuwenoude eikenboom waaronder vroeger de vergaderingen gehouden werden. We liepen een paar honderd meter op de route van de camino naar Santiago de Compostela.

Treintjes

Liefhebbers van treintjes kunnen hun hart ophalen. Er ligt een tramlijn die de kronkelingen van de rivier volgt en langs ongeveer ieder interessant punt komt. De tramstellen komen van CAF, net als de niewe trams in Amsterdam, maar ze rijden heel wat soepeler.

Er zijn twee metrolijnen die langs weerszijden van de rivier richting de monding aan de Golf van Biskaje gaan – meer dan 10 km.
Er zijn regionale stoptreinen van Renfe die de stad met voorsteden verbinden. En er is een smalspoorstelsel van Euskotren. Daarvan is recent de terminal verhuisd van het het prachtige
Estacion de Santander naar het steriele Matiko – wat dan weer het voordeel had dat het op 100 meter van ons verblijf lag. Euskotren verbindt de steden binnen Baskenland met elkaar, langs de kust tot San Sebastian en tot de Franse grens. Dat is ook de route naar Amsterdam. Je kunt in een lange treindag met twee keer overstappen van Amsterdam naar Bilbao – dat houden we tegoed voor de volgende keer.
Bilbao is nog niet aangesloten op het Spaanse hoge snelheidsnet, maar er zijn de langafstandstreinen naar oa Madrid en Barcelona. Die vertrekken van
Estacion de Abando. De stationshal had al grandeur, en aan de kopse kant van de sporen was een indrukwekkend glas-in-lood raam.

Al die ritjes kun je spotgoedkoop maken met de Baskische OV-chipkaart. Zelfs in de funicular en een lift bij het strand is de kaart te gebruiken. En die heeft een paar mogelijkheden waar we in Nederland nog wat van kunnen leren. Met één anonieme ov-chipkaart kun je met meerdere personen reizen. Gewoon 2x achter elkaar inchecken. Op je eigen telefoon kun je de kaart direct uitlezen: ritjes en saldo. In principe kun je zo ook opladen, maar daar ging iets mis met de betaling. Bij de automaten was dat geen probleem.

Het allerleukste van de ov-chipkaart was misschien wel de aanschaf. Op het vliegveld was een kantoortje van Biskaibus, de busmaatschappij. Daar verbaasde ik vooral mezelf enorm door een heuse conversatie in het Spaans te hebben met de mevrouw over de ov-chipkaart, hoe die werkte, hoeveel saldo ik erbij wilde kopen, etc. Met vragen en antwoorden. Het rolde er allemaal vanzelf uit.

Eten en drinken

Het zijn niet alleen de bezienswaardigheden en de leuke stadjes die de reis zo aangenaam maken. Er is ook iets speciaals aan de sfeer op straat in Spanje. De mensen, terrassen, de pleintjes met spelende kinderen, het heeft een ongrijpbare magie die als een smeuïg sausje over het geheel ligt. Een van de mooiste dingen die je kunt doen is dan ook een kopje echte Spaanse koffie op een terrasje op een pleintje. Iedere dag begonnen we daarmee, iedere middag herhaalden we dat.

Vegetarisch eten is niet altijd gemakkelijk in Spanje. Er waren een paar veganistische restaurants in het nieuwe centrum. Maar die gingen pas om half twee open voor la comida, de belangrijkste maaltijd van de dag. Je moest dus wel op de juiste tijd op de juiste plek zijn. Het eerste van de vegan restaurants vonden we niet geweldig; het tweede was wat pretentieus en hoewel alles prachtig geserveerd werd, was het kwa smaak niet erg spannend; het derde was het beste.

Dankzij de keuken die bij ons verblijf hoorde, konden we ons uitstekend redden. Als je eens wat eerder wilde eten dan half twee of half acht, of ’s avonds uitgebreid wilde eten, of ’s avonds juist alleen nog een broodje met wat lekkers wilde – wij konden het allemaal regelen zoals we wilden.

Tenslotte

Gewend als we zijn iedere winter rond oudejaarsdag te vertrekken en een lange Azië-reis te maken, had ik alsmaar het gevoel dat het nog steeds 2020 was. Na deze geslaagde korte reis kan 2021 dan eindelijk echt beginnen.

Meer