Posts tonen met het label Bangkok. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bangkok. Alle posts tonen

zaterdag 4 oktober 2025

Hoe ik op Siam Square verzeilde en er ben gebleven

Mijn favoriete buurt in Bangkok is Siam Square. Ik kom nu al zo lang in deze buurt dat ik ieder straatje en zaakje ken, en zelfs een aantal van de vaste bewoners: de mannen die het verkeer regelen bij uitritten, de mannen die tourtjes door de stad in hun tuktuk aanbieden, de fruitverkoper, de kokkin van het straatstalletje aan het kanaal. Niemand probeert me nog iets te verkopen. Het is een soort opwaartse spiraal: ik ken het, voel me vertrouwd, ga er daarom weer heen, leer het nog beter kennen, etc.

Ik beweeg me gemakkelijk door mijn buurtje, ken alle routes: door mijn Soi naar het skytrain station, of langs het kanaal. Ik weet waar het handig oversteken is, waar je een roltrap of lift kunt nemen om juist hier of juist daar uit te komen.

De allereerste keer in Bangkok was in 1992 met M. We deden bijna alles op de bonnefooi. Vanaf het vliegveld wilden we geen taxi nemen – dat was niet onze reisstijl - en de eerste stadsbus die we zagen was toevallig lijn 15 naar Siam Square. Een hele lange rit. In de Lonely Planet lazen we dat in Soi Kasem San One (Soi 1), een klein zijstraatje van Siam Square, een paar budget hotelletjes zaten. Daar namen we een kamer.

In de loop der jaren verschenen er meer upmarket hotels in het steegje, en mijn behoefte aan comfort groeide mee. De laatste jaren verblijf ik in een hotel waar de kamers op de hogere verdiepingen fantastisch uitzicht hebben over de klassieke houten villa direct naast ons, over het kanaal met de snelle boten, over het moslim-wijkje met alleen laagbouw, en dan heel ver de verte in. Er gaat niets boven 's ochtends de gordijnen opendoen en de stad aan je voeten hebben liggen.

Uitzicht

Een metropool als Bangkok heeft niet één centrum, maar een aantal gebieden die voor verschillende aspecten het centrum zijn. Zakenwijken, uitgaanswijken, toeristenwijken, prostitutiewijken. Siam Square is een landmark dat iedere inwoner van Bangkok kent, de winkelwijk met grote malls. Dat is op zich niet de reden dat ik er graag zit, maar het draagt er wel toe bij dat het er 's avonds relatief rustig is. Geen sports bars of feestende backpackers. 's Nachts kan het zo stil zijn dat je alleen nog vogels en krekels hoort. Het helpt wel dat het hotel in een steegje ligt en niet aan de doorgaande en altijd drukke Rama I weg.

Op straat en in de food courts is het altijd een gezellige mix van locals die op kantoor werken of komen winkelen, bewoners in de woonblokken, en toeristen die winkelen of op weg zijn naar de bezienswaardigheden.

In de buurt zijn twee uitstekende veg lunchgelegenheden. Voor het diner is er wat minder keus, maar na een kort ritje met de skytrain naar Sukhumvit rd kan ik kiezen uit een royaal aanbod van restaurants.

Skytrains met op de achtergrond station Siam

Behalve het uitzicht zijn het kanaal en Wang Mai café doorslaggevende redenen om steeds terug te komen.

Het Saen Saep kanaal biedt visueel ruimte en een koele bries. Er kunnen geen auto's langs rijden, ondanks de hard varende passagiersboten zijn de wandelpaden erlangs ware oases. Ze worden wel "ontdekt": tien jaar geleden zag je er nooit een toerist lopen, tegenwoordig wel. Aan het voetpad zijn een paar mini-winkeltjes, waar altijd een paar buurtbewoners voor staan te praten. Het wijkje aan de noordkant is een traditioneel moslim-wijkje. Eenvoudig, maar niet armoedig. Vijf keer per dag hoor je de moskee als een geruststellend achtergrondgeluid. De smalle steegjes worden bewoond door talloze katten.

Saen Saep kanaal 

Wang Mai café is een vreemde eend tussen alle hoogbouw van de winkelcentra, op het voorplein van een rijtje sportfaciliteiten, waaronder het "National Stadium". In een klein gebouwtje wordt koffie en wat eenvoudige snacks geserveerd. De bediening is super-vriendelijk en de koffie uitstekend. Er is een klein terras, en ondanks het verkeerslawaai van Rama I rd, voel ik me beschut achter de planten heel vredig. Het is misschien wel de plek waar ik me het meest thuis voel.

Wang mai café

Naast Wang Mai café is het MBK winkelcentrum. De enige mall die niet steeds exclusiever probeert te zijn, zodat je er nog koopjes kunt vinden en locals die er wat komen kopen.

Tussen MBK, het station, het cultuurcentrum en de luxere malls, ligt een soort verhoogde voetgangersrotonde, bóven een van de drukkere kruisingen. Ik sta er wel eens te kijken naar de eindeloze rij lampjes, terwijl de skytrain boven me langs raast...

Auto's onder je, skytrain boven je

Co-Co walk
Voor gezelligheid is er Siam Walking Street, een voetgangersgebied dat 's avonds verrassend levendig is. Er zijn vaak optredens op straat van beginnende bandjes. Een koud biertje op een zwoele avond neem ik bij Cat on the Roof in de plint van MBK. In de Co-Co-walk net over de Hua Chang brug, is een bruisend uitgaanscentrum met veel restaurants, veel muziek, veel bier en veel locals. Grandmother’s restaurant puilt er uit van groepjes Thai die er na hun werk ’s avonds gaan eten. Echt “uit” kun je in de jazz-club / cocktail bar in de kelder van de villa naast het hotel, waar in het weekend live-muziek is.


Bangkok is een grote stad, en om ergens te komen moet je al gauw een uur uittrekken. Soi 1  is geen slechte uitvalsbasis. Je stapt zo BTS station National Stadium in, één halte naar het knooppunt van de BTS, Siam, waar je drie richtingen op kunt met de hoogfrequente skytrain.

Kanaalboot
Het oude treinstation, Hua Lamphong, is een half uur lopen. Ook een half uurtje lopen is Phaya Thai, het eindpunt van de ARL. Van daar ben je in 25 minuten op SuvarnaBhumi airport.

Dan is er nog de kanaalboot, een kruising tussen efficiënt vervoer en een dollemansrit. Je kunt ermee richting de oude stad of richting Sukhumvit/Nana


Zo ligt heel Bangkok aan je voeten. Voeten die stevig staan in Siam Square.


Siam Square is een landmark dat iedere inwoner van Bangkok kent. Het is eigenlijk slechts een wijk in Pathumwan, één van 50 districten waarin de provincie Bangkok is onderverdeeld. Soi 1 en de vergelijkbare Soi 3 liggen aan de noordkant van subdistrict Wang Mai, tussen National Stadium en het Saen Saep kanaal.

meer

Praktische informatie over Siam Square en omgeving in Lily's Mini Travel Guide (engelstalig).

Lees meer Bangkok blogs.















vrijdag 11 juli 2025

De wereldwijde vegetariër (2) Thailand

Thailand

Als je Thais eten kent van de Thaise restaurants in Nederland, of van de toeristische restaurants in Thailand, zou je kunnen denken dat er volop keus is voor vegetariërs. Maar zo gauw je in Thailand van de gebaande paden afwijkt, valt dat vies tegen. Door werkelijk íeder gerecht zit vlees, soms kleine stukjes die de Thai ook niet als vlees benoemt, als je er naar vraagt. Als je al kunt communiceren, want ook dat is buiten de toeristische plekken meestal erg moeilijk. De soep is vaak van vlees getrokken, de curry is gemaakt van gefermenteerde garnalen, en als sluitstuk wordt bijna overal vissaus op gedaan.

lunch

Nee, vegetarisch eten is niet gemakkelijk in Thailand. Maar het goede nieuws is dat er in iedere middelgrote stad een spotgoedkoop veganistisch Chinees lunch-buffet is. Ja, íedere stad heeft ze, de kunst is om ze te vinden. Ze zitten vaak in zijstraatjes en hebben geen leesbaar bord, maar er is altijd een poster of vlag van rode Thaise tekens op een gele achtergrond. Met wat verbeelding lijken de tekens op "17" of "1F" met de "F" in spiegelbeeld.
Je kiest een aantal gerechten uit, soms schep je zelf op. Als je hier je hoofdmaaltijd van maakt, heb je in ieder geval een goede basis gelegd. Kom wel op tijd, sommige zijn rond twaalf uur - half een al uitverkocht.


Vegetarisch lunch buffet

diner

Voor je avondeten kun je soms egg fried rice nemen (de kans dat daar stukjes vlees door zitten is kleiner dan bij veg fried rice), soms sweet and sour veg met witte rijst. 
Een curry is vaak wel met tofu te krijgen, ook als dat niet op het menu staat (tofu heet ta-'hóuw, soms krijg je soja-tofu, soms eier-tofu), maar let op: veel curry paste bevat gefermenteerde garnaal. Per regio is het verschillend welke curry paste vegetarisch is. In Zuid-Thailand is de gele curry ok; masaman curry zou overal ok moeten zijn. Soms kan de kok de garnalen en de vissaus op jouw verzoek weglaten.
Curry

Je vraagt naar een vegetarisch restaurant door "ráhn ah·hăhn mang·sà·wí·rát " te zeggen.  "Mung-sa-vi-rat" betekent vegetarisch - en nee, daar zit geen rat in :)
Pas op met het gebruiken van de uitdrukking "kin jay", dit betekent zeer streng vegetarisch volgens specifieke Boeddhistische richtlijnen, en geen enkel gewoon of zelfs vegetarisch restaurant denkt van zichzelf dat ze dat kunnen klaarmaken.

Iedere stad heeft een night market waar vanaf 6u een verzameling kraampjes wordt opgezet voor kleding, plastic Chinese import spulletjes en eten. In kleinere steden is de night market niet iedere avond, dus vraag er even naar. Het is altijd gezellig er even rond te kijken, maar mijn ervaring is dat er bijzonder weinig vegetarische hapjes te krijgen zijn. Soms roti's of pannenkoeken met zoetigheid. Soms wordt op bestelling pad thai gemaakt en dan kun je aanwijzen dat ze garnalen of kip overslaan als ze de ingedienten pakken.

Iedere wat grotere stad heeft een Mall met een foodcourt. Een verzameling stalletjes rond gezamelijke tafels en stoelen. Soms vind je hier een vegetarisch stalletje. Hoe groter de stad, hoe groter de kans hier wat vegetarisch te vinden. Je koopt bij een centrale kassa coupons, waarmee je aan het stalletje betaald. Na afloop wissel je de overgebleven coupons weer in.

Heb je een keer geen zin om uit eten te gaan? De wat grotere 7-Eleven's hebben vaak vegetarische kant-en-klaar maaltijden en/of rijst, edamame-boontjes en vegetarische balletjes. Als je hotel geen magnetron heeft, kun je het zelfs in de winkel laten opwarmen ("weeb daj maj?").

koffie en ontbijt

Koffie stalletje in de middle of nowhere
In de afgelopen tien jaar is een Thailand een ware koffiecultuur ontstaan. Er zijn talloze koffietentjes geopend waar ze verschillende soorten koffie van prima kwaliteit hebben. Vaak uit een echt espressoapparaat. 
Veel 7-Eleven vestigingen hebben verrasend goede koffie.
De Thaise ijskoffie is ook van superieure kwaliteit, echt iets om eens te proberen op een warme dag.

Om je eigen ontbijt te verzorgen, zul je zo nu en dan de buitenwijken van een grote stad moeten opzoeken. Havervlokken en filterkoffie zijn vaak alleen te krijgen in de mega-supermarkten Big C of Lotus's. Recentelijk hebben we ook havermout gevonden in een Mini Big C en een Lotus's Go Fresh. 
Fruit is meestal gemakkelijk op straat te koop. Kleine bakjes yoghurt kun je krijgen bij een van de talloze 7-Eleven mini-winkeltjes.
IJSkoffie, iced coffee
extra eiwit
Proteïne supplementen zijn ruimschoots aanwezig in bv de 7. Het zijn melk-achtige drankjes met zo'n 30 gr eiwit per portie. Plantea is het a-merk, vegan van 5 verschillende plantaardige bronnen. Er zijn nog wat plantaardige drankjes en Lactasoy soja-melk. En er zijn verschillende merken gebaseerd op melk-eiwitten, maar wel lactose-vrij. Ze komen allemaal met verschillende smaakjes en met suikervrije varianten.

Vegetarisch eten in Bangkok 

(tag id=bangkok)
Bangkok heeft een ruim aanbod aan vegetarisch en vegan eten. We noemen hier ook een aantal restaurants die niet vega zijn maar wel vega gerechten aanbieden. 

Foodcourts
De hierboven genoemde foodcourts zijn een goede plek om te beginnen, vooral voor de lunch maar ook als diner. Aanraders zijn
  • MBK mall, foodcourt op de 6de etage, stal nr 7 is een absolute aanrader voor de lunch. BTS National Stadium.
  • Siam Paragon mall, foodcourt op de begane grond (zuidwest hoek), het veganistische stalletje heet Talalaks. BTS Siam.
  • Terminal 21 mall, foodcourt op de 5de etage, stal nr 15. BTS Asok.
  • EMsphere mall, foodcourt op de begande grond, V-Street heeft een uitgebreid vegan fusion menu. BTS Phrom Phong.
Siam Square
Aan de zuidkant van Siam BTS zijn wat winkelstraatjes met veel restaurants. O.a. Inter (in Soi 9) en Koko (in Soi 3) hebben een sectie met vegetarische gerechten op het menu staan. Dit zijn eenvoudige local restaurants.
Iets groter is Ohkajhu (op de hoek van Soi 2), met 
verschillende veg opties, vooral soep en salades. Ze serveren grote porties. Ook voor poke bowl of wrap als lunch of als take-away.

Petchaburi 
Aan de noordkant van Hua Chang brug, bij Petchaburi BTS, is Co-Co walk, een levendige uitgaans-strip, met o.a. het heerlijke Grandmother's restaurant.
Aan de andere kant van Phayathai road, achter Hotel Asia, is een vestiging van de Veganerie.
Iets noordelijker, op Pethcaburi rd, zit Jasmine Siam Kitchen, dat wat meer op toeristen gericht is.

Sukhumvit
Veganerie Nana
In de levendige Sukhumvit Soi 11 (BTS Nana) zit het wat meer upmarket Veganerie Nana met een leuk terrasje en uitstekend eten. 
Achterin de Soi, nadat je linksaf slaat, zit The Vegan Table.
May Veggie is een diner-style restaurant boven in een mini-mall in Sukhumvit Soi 23, bij Asoke BTS.
In Prasan Mit, een sub-soi van soi 23, zit Mercy Republic, waar je muziek en een alcoholisch drankje bij je vegan maaltijd kunt krijgen. De sfeer is meer van een club dan een restaurant - ga niet te vroeg.
Kaek Kao Kua voelt alsof je bij iemand thuis op de veranda / in de huiskamer mee-eet, Sukhumvit Soi 25, tien minuten lopen van Asoke BTS.

Verder op Sukhumvit, bij Soi 49 zit Brocolli Revolution. Dit is een kruising tussen een expat-café en een goed restaurant.
In Soi 51 het vegan Nature’s Charm Cafe, meer een lunch-café. Ze hebben een uitgebreid menu met moderne gerechten, en traditioneel Koreaans en Thai veganised.
Onder Ekemai BTS zit Khun Churn.

Rama IV, VI en IX
In de buurt van Rama IV road zitten drie authentieke vegetarische restaurants. Het uitstekende Ruyi is niet ver van het treinstation, bij MRT Hua Lamphong exit 3. Iets naar het oosten, dichter bij MRT Samyan, zit Vegie House, maar dit is 's avonds gesloten.
Tussen die twee in zit een vestiging van Talalaks in Block 28X.

Bijna onder Rama VI, net ten zuiden van de kruising met Rama I, is het uitstekende vegetarische lunch-buffet restaurant Sumalee.

Bij de Rama IX brug zit een vestiging van de wereldwijde Taiwanese keten Loving Hut. Je kunt er komen met de BRT.

Centrum (rondom het paleis)
Hier vind je twee vestigingen van de kleine keten Kem-Kon, een bij Khaosan rd en een op Phahurat rd. Bij die laatste hebben we heerlijke "saugages" met bananan-bloemen gegeten.

Veggie J
Westoever (van noord naar zuid)
Op de westoever, tussen Wat Arun en Thonburi treinstation is Vegan Mahanakhon.
Tussen de nieuwe IconSiam mall en het oude WongWian Yai treinstation in, zit Veggie J, een erg leuk restaurantje voor overdag: Itsaraphap road, soi 8.
Iets meer naar het zuiden, een mooie wandeling vanaf WongWian Jay BTS vind je Kem-Kon Charoennakhon, en vlak daarbij Sutunthip Vegan, een authentiek en lokaal restaurant met een uitgebreid menu.
Nog verder naar het zuiden, aan/onder Rama II, is het uitstekende Tammang Thai-Issan Vegetarian Vegan restaurant.



meer

Meer afleveringen van de wereldwijde vegetariër.
Meer over eten in Bangkok Vegetarian Food near Siam Square. (Engelstalig)
Meer reistips voor o.a. Thailand in Lily's Mini Travel Guide. (Engelstalig)
Meer over het verband tussen Thai iced coffee en Red Bull.










donderdag 2 januari 2025

Thailand Reisverslag 2025/1 Nieuwe plekken in Bangkok

 

Aankomst

We kwamen op Nieuwjaarsdag aan in Bangkok. Nog een beetje gaar van het tijdverschil en de doorwaakte nacht liepen we rond. Vanwege Nieuwjaar waren veel winkels en restaurants dicht, en de straten waren rustig ipv vol met het gebruikelijke chaotische verkeer. Veel Thai gaan met de feestdagen de stad uit, naar het dorp of stad waar hun familie woont. Omdat er minder Thai waren, leken er in verhouding nóg meer toeristen. Zelfs op plekken waar die tien jaar geleden nauwelijks kwamen. Zodoende gaan wij steeds weer op zoek naar nieuwe "onbekende" plekjes.

Ochtend in Pratunam

De volgende ochtend, onze eerste ochtend, was een bijna perfecte ochtend in Bangkok.
We wandelden naar mijn stamcafé, Wang Mai Café, op het voorplein van het National Stadion. De baristo had een feestelijke zonnebril op met geïntegreerd hertengewei en kerstballen. Hij wist nog wat ik wilde drinken. Met een americano en een cappuccino nestelden we ons op de schommelbank. En net als eerdere keren was dit de plaats en de tijd dat een totaal gelukzalig gevoel me overspoelde, het geluk hier te mogen zijn. Ondanks het verkeerslawaai op de achtergrond, had dit plekje iets sereens.

Met een kleine omweg wandelden we naar het Saen Saep kanaal. Een smal voetpad tegenover het paleis van de prinses liep langs de achterkant van huizenblokken. Anders dan ter hoogte van ons hotel waren deze huizen niet op het voetpad georiënteerd, dus het was er vrijwel uitgestorven. Iets verderop staken we de woonwijk in, Pratunam. Een mengelmoes van houten huisjes en villa's in een groene tuin tussen nieuwere betonnen huizen. Een mevrouw die in haar deuropening zat groette ons vriendelijk. Hier een Chinees opschrift, daar een Thais tempeltje. Dat alles letterlijk in de schaduw van de moderne wolkenkrabbers van Phayathai.

Zigzaggend kwamen we uit bij de spoorlijn naar oost-Thailand, de oude lijn onder de hoge betonnen pilaren van de trein naar het vliegveld. Over wiebelende betonnen platen kon je er langs lopen - en motorrijden, wat ook veel gedaan werd. Plantenbakken stonden tot dicht op het spoor, en waar er ruimte was zelfs tussen de twee spoorlijnen in. Eenvoudige huisjes hadden hun voordeur aan dat pad. Soms was er een winkeltje, en ook een cafeetje, Jack's Rails Slow Bar. Daar gingen we zitten voor nog een drankje. Het was een prachtig plekje. Behalve de motor-taxis was er geen verkeer, alle voorbijgangers waren even vriendelijk, Jack bereidde de koffie en thee met volle aandacht. Toen er een trein langskwam, realiseerde je je pas hoe dicht je op het spoor zat, en hoe groot een trein is. Gelukkig reed die niet erg hard.

Vlak naast dit verborgen plekje bleek een wijk te zijn die zich had ontwikkeld tot een heus Little India. Een aaneenschakeling van Indiase winkels en restaurants met alle mogelijke typisch Indiase artikelen en gerechten en clientèle. Je vroeg je af waar ze allemaal vandaan kwamen. Deels Indiase toeristen, maar gezien de aard van de winkels moesten hier ook wel veel Indiërs wonen. We gingen lunchen in een veg restaurant waar je een heuse Gujarati thali hadden. OK, het was niet zo subliem als je ze in Gujarat krijgt, maar een aantal gerechten hadden wel een bijzondere twist.

Terug naar huis namen we een stukje de kanaalboot. Een populaire vorm van OV , grote boten met honderden passagiers die door het kanaal stoven. Bij de haltes wordt niet echt aangelegd, de boot wordt alleen kortstondig met een touw tegen een drijvende steiger getrokken.

Terug

Aan het eind van onze reis kwamen we terug in Bangkok. Na 5 weken weg geweest te zijn voelde het ongelooflijk kosmopolitisch. Een groot verschil met de provinciesteden die we aangedaan hebben. De heerlijke verscheidenheid aan mensen, aan culturen, aan leeftijden, aan kleding, aan uiterlijk. Iedere keer als we voet buiten de deur zetten, was er weer wat verrassends te zien.

Zoals een populaire popgroep die op straat staat te spelen met een drom mensen eromheen.

Zoals een futsal toernooi compleet met officiële scheidsrechters.

Zoals de duizenden studenten die kwamen kijken naar de 75ste jaarlijkse voetbalwedstrijd tussen hun universiteiten. Speciale shirts, bonte uitdossingen, cheerleaders, eetstalletjes, een reclame-dorp - het ontbrak nergens aan.

Zoals een competitie, met jury en punten, waar een kruising tussen een dans en een geensceneerde Muay Thai boxwedstrijd werd opgevoerd.

 

Meer

vrijdag 15 maart 2024

Thailand Reisverslag 2024/1 De groene kant van Bangkok

Bangkok is een heerlijke stad, levendig en afwisselend. Ik kom er graag en vaak. Midden tussen de chaos en drukte vind je de echte hidden gems, de mooiste plekjes, de aardigste mensen, de verrassendste straatjes, de best verzorgde poezen. Maar soms wil je even ontsnappen aan de drukte, het lawaai, de warmte en de viezigheid.

Ik beschrijf hier drie uitstapjes in Bangkok waarvan twee in het groen en een op het water.

Wandeling door Bang Krachou, Samut Prakan

Vandaag maakten we een excursie naar de "groene long" van Bangkok, een groot gebied ingesloten door een lus in de rivier. Eerst namen we de bus (47 vanaf National Stadium), een heel oud barrel, door de gaten in de houten vloer zag je de weg. Tegelijk hadden we een scherm dat de haltes aangaf. Het verkeer reed redelijk door, behalve een keer waar we rechtsaf moesten slaan en de rijbaan die we over moesten steken maar niet vrijkwam omdat ook daar het verkeer stokte. Een andere bus forceerde een doorbraak. Na 40 minuten waren we bij het eindpunt.


Eerst een kopje koffie bij Amazon. De twee (!) dames achter de toonbank begeleiden ons naar de toiletten, die een beetje verstopt lagen in een lege markt ernaast. We sloegen proviand in bij een van de twee 7-Eleven's die aan weerszijden van het Amazon Café lagen. Dan een korte wandeling naar de pier. De Chao Phraya was hier al een stuk breder. Links zag je de haven en zeeschepen liggen. Met een klein bootje werden we overgezet.

Eerst was er nog een stuk vol huurfietsen en geparkeerde motoren, maar al snel liepen we door het groen, tussen kleine huisjes en akkers. Het voetpad dat we een paar km volgden, was een verhoogde betonnen loopbrug. Prachtig. Je hoorde allerlei vogels zingen in de bomen en dieren ritselen in de bladeren, maar je zag ze meestal niet.


Na een dik uur kwamen we bij de botanische tuin, een aangelegd park. We wandelden door het achterste deel waar geprobeerd werd de drie soorten oorspronkelijk bos terug te laten groeien, waaronder appel-mangrove, gekenmerkt door de kleine luchtwortels die uit de grond schieten. Het was groen en luchtig en rustig, en daarom was de hitte goed uit te houden. Aan de rand van het park was een doorgang gemaakt naar een klein cafeetje net buiten het park. Daar konden we een welkom koel drankje nemen.

Al met al zeker 2½ u gelopen voor we terug waren bij de jetty. Met de busreis erbij was het een dag-vullende excursie.

Phi Suea Samut Fort, Paknam, Samut Prakan

Nog een keer een flinke excursie. Het begon met 40 minuten in een koude BTS naar Pak Nam. Het werd al snel minder druk, terwijl je op de perrons aan de overkant, de stad in, wel veel mensen stonden.

Vanaf Paknam BTS wandelden we de stad in. Het voelde meteen anders: de lucht was helderder, minder benzinedampen en meer zeelucht. En het voelde wat minder mondain en wat meer provinciaal. We stopten bij Inthanin, een coffeeshop voor een prima kopje koffie.
De coffeeshop had geen toilet. Maar wijs geworden door eerdere ervaringen begreep ik het meisje toen ze gebaarde: naar buiten, naar links, naar links. Daar was inderdaad een smal gangetje. En achterin was een draaihek waar je 5 baht in kon gooien. Daarachter waren toiletten.

We wandelden door naar de markt, door de markt, aan de achterkant was een pier. Een middenmaat houten boot kwam al snel aanvaren. Het was een hele drukte de rivier over. Tussen grote vrachtschepen en marineschepen door staken we over en legden aan ácher Phi Suea Samut eiland.

We waren vlak bij de monding van de Chao Phraya in zee, dus dit was brak en getijde gevoelig. In de modder onder de loopbrug van de ponton naar de wal, was een mudskipper festijn gaande. Zulke grote hadden we nog nooit gezien, tot wel 20cm lang. Die zagen er eng uit. Meestal zaten ze stil, maar soms kropen ze met hun vinnen over de modder of zwommen ze weg. Kleinere, van zo'n 10 cm, hadden mooie groene kleuren en een rugvin die ze soms opzetten. Dan kwam er soms nog een krab uit een gat in de modder gekropen, met een angstaanjagend grote schaar.


We liepen door een iets kleinere markt naar de straat. Rechtsaf, langs een rijtje winkels waarvan de meeste gesloten waren, richting de tempel. Door een vreemd soort half vervallen gebouw kon je de trap op naar de hangbrug over de zijarm van de rivier die langs deze kant van het eiland liep. Dat kleine eiland was grotendeels een natuurreservaat met mangrove, slangen, vleermuizen en grote witte vogels. Via een betonnen pad op palen kon je naar de zuidpunt waar een fort lag. Om de riviermonding te bewaken. Er waren ruimtes voor manschappen, munitie, kanonnen en periscopen. Er was een standbeeld voor een admiraal en een tentoonstelling met posters over een incident met de Fransen.


Tot dan toe was het een redelijk koele ochtend geweest, maar de wandeling terug was toch wel warm. Terug aan de Paknam kant liepen we naar het OK restaurant, dat via social media een beetje aan de weg timmerde. Het was ook leuk ingericht en de eigenaar was een enthousiaste man. Hoewel ze ook veg opties aanprezen, hielden die niet over.

We liepen naar de grote uitkijktoren. Die paste in de traditie dat hier werd uitgekeken naar schepen die over zee aankwamen. Hoewel het vandaag niet helder was, had je toch een prachtig uitzicht helemaal van de rivier tot de zee. De eerste kilometers waren goed te zien, de hoogbouw van downtown Bangkok was te vaag.

Er was een elevated walkway van de toren naar het BTS station. Maar de juiste verdieping en deur vinden in de toren viel niet mee. En toen bleek de walkway gesloten. Waarom was niet duidelijk. Dus liepen we toch langs drukke wegen naar de BTS.

Ook dit was bijna een dag-vullende excursie.

Drie-boten-tocht

Net als Amsterdam is Bangkok een stad met veel kanalen. Ik had een rondje door de stad bedacht waarbij je drie verschillende boten neemt. We begonnen bij de Hua Chang pier, net ten zuiden van Rachathewi BTS, maar je kunt ook opstappen aan het noordeinde van diverse Sukhumvit sois: bv 3 15, 21, of zelfs helemaal bij de Bang Kapi pier waar de Yellow Line komt.


Door het Saen Saep kanaal varen grote boten met hoge snelheid, wilde golfslag en blauwe rookwolken achterlatend. Ze zijn erg populair voor woon-werk-verkeer. Bij de pieren worden ze niet echt vastgelegd maar met een touw even tegen de steiger getrokken. Snel in- en uitstappen en weer weg. Kleine huisjes zijn tot dicht langs het kanaal gebouwd, je keek er zo naar binnen.

We stapten uit bij de Bo Bae pier, die midden in een kleding markt ligt. Net als bij de metro, skytrain, monorail en trein zijn overstappunten niet erg gecoördineerd. Het was dus een flinke wandeling naar de volgende steiger: Yek Lan Luang aan Krung Kasem road. Deze boot vaart niet zo vaak: in het weekeinde een keer per uur, en door de week alleen in de ochtend- en avondspits. Een kleine elektrische boot kwam langzaam aanvaren, met maar een handjevol passagiers. Kalm voeren we het Krung Kasem kanaal af. Dit was breder, de oevers waren mooier, er lagen drukke wegen langs.


Bij het eindpunt moesten we weer een stuk lopen, langs sluizen en een pompstation, waar het kanaal uitkomt op de Chao Praya rivier. Hier is de Thewes pier. Hier leggen de boten aan, door ahw achteruit tegen de drijvende steiger te varen. Over de rivier varen tientallen grote boten die een belangrijke OV functie hebben. Er waren ook volop andere boten, toeristenboten, ferry’s, vrachtschepen - dus het was een hele drukte, een heel gemanoeuvreer voor de kapitein, en soms wild schommelen in de golven. We voeren een half uurtje mee. We kwamen langs allerlei bezienswaardigheden zoals het koninklijk paleis en Wat Arun. Daar kun je uitstappen, of nog even blijven zitten. Vanaf de Marine Department pier kun je door het zuidelijke stuk van China Town wandelen. Of vanaf Sathorn pier kun je BTS terug naar het centrum nemen.

Meer

zondag 6 januari 2019

Thailand Reisverslag 2019/1 Oud en Nieuw in Bangkok

Ik dacht dat oud- en nieuw in Bangkok zoals in zoveel Aziatische landen een non-event was. Wat een vergissing.

Een groot deel van Siam Square was afgezet voor verkeer – en dat wil wat zeggen in deze autostad. Zo waren enkele 6-baans wegen omgetoverd in voetgangersgebied en feestlocaties. De versiering en verlichting was indrukwekkend: zo vrolijk en kleurrijk. De mensenmassa die om 21u al op de been was, zo mogelijk nog overweldigender. Dikke massa's mensen stroomden voor de countdown naar pleinen met muziek en show, veelal uitgedost met verlichte hoofddeksels. Ondanks de drukte en het lawaai was de sfeer ontspannen.


We kwamen langs een grote tempel waar gezang vandaan klonk. Over het hele terrein zaten rijen mensen, vele honderden, te prevelen en te zingen. Een groep monniken leidde het chanten. Bijna iedereen was in het wit gekleed en had een touwtje om het hoofd geknoopt, dat opgehangen was aan een netwerk van touwten die boven het hele terrein waren gespannen. Zo was iedereen met elkaar verbonden.

Om middernacht knalde er heel wat vuurwerk van vuurwerk-shows. Eigenlijk werd het vrij snel alweer rustig.

Wandeling van park naar park


Iedere grijs-grauwe herfstdag, iedere ijskoude winterdag heb ik vooruitgekeken naar dit moment: aan het eind van de nachtelijke vluchten en de lange wandelingen door airconditioned terminals, na de trein en stationsgebouw, de vaste grond en warme buitenlucht van Bangkok te voelen en te proeven.
Bangkok is bruisend, levendig, kleurrijk, vrolijk. Maar ook druk en lawaaierig. Daarom is het zo fijn om ook de rustige, verborgen hoekjes te ontdekken.
Nieuwjaarsdag was Lumphini Park levendig maar niet overvol. Er werd gewandeld, gejogd, gefietst en gepicknickt. Het was zonnig met een licht briesje, net aangenaam.

We gingen even bij een van de grote vijvers zitten. Een paar kraaien waren om een vis aan het vechten. En toen we opzij keken zagen we een varaan die ook met een grote vis bezig was. Eerst leek de varaan nogal klein maar al met al toch een meter lang. Hij had nogal moeite met de vis. Scheurde hem doormidden om dan een helft naar binnen te slokken. De vis bleef steken en een hele tijd staken er twee staartvinnen uit de bek van de varaan. Een tamelijk koddig gezicht. Uiteindelijk lukte het ‘m door te slikken. Daarna werd de andere helft van de vis opgegeten, zeg maar verscheurd. Het was een bloederig tafereel. Later zagen we een nog wat grotere varaan vrediger in het zonnetje op een oever zitten.


Er loopt een verhoogd fietspad van Lamphini Park naar Benchakiti Park, deels boven, deels naast een kanaal. Het is een prachtige wandelroute langs de achterkanten van oude buurten, ver van drukke wegen. Je keek op houten huizen, kleine tuinen, bananenbomen. Vogels floten, poezen sliepen in de zon. Het was dorps rommelig, en alleen de nieuwe wolkenkrabbers verderop herinnerden je eraan dat je in de grote stad was.

De India connectie

Ieder jaar zien we onderweg een stukje India, wat onze bestemming ook is. We hadden gelezen over een wijk Little India die naast Chinatown zou liggen. Maar na de gezellige drukke smalle straatjes van Chinatown belandden we in een wat ongedefinieerder deel, waar we met veel moeite een Indian Sweet shop vonden, en een blauw Hindoe standbeeld. 

Gezien de invloed van het Hindoeïsme op het Thaise Boeddhisme, was dat laatste nauwelijks bijzonder. Ieder gebouw heeft een huistempeltje naast de deur staan, en daar wordt menig Hindoe-god vereerd. Sommige huistempels zijn waanzinnig populair geworden, zoals de Erawan shrine waar het een continu gekrioel is van mensen die offers brengen.

Rondom Bangkok


We maakten twee uitstapjes naar buitenwijken of voorsteden van Bangkok die officieel in een andere provincie liggen. Een groot contrast in vervoermiddelen. Naar Paknam namen we de gloednieuwe net geopende verlenging van de hypermoderne Skytrain. Naar Samut Songkhram namen we een stoptreintje over een oeroud smal enkelspoor…





Het Erawan museum in Paknam is een bizarre collectie kitscherige olifantenbeelden en historische Boeddhabeelden in en om een gigantische driekoppige olifant. De olifant reikt 47 meter hoog en is van grote afstand boven alles uit te zien. Er omheen tuinen en vijvers en tempels en olifantenbeelden. Er in een waanzinnig versierd trappenhuis, waar Aziatische dames zich graag in bevallige poses laten fotograferen. Boven, in de buik van de olifant, is een blauw uitgelichte zaal met kostbare eeuwenoude Boeddhabeelden. Heel apart allemaal.

Verstopt achter een markt in een buitenwijk ligt een klein treinstation, Wong Wian Yai. Daar vertrekt een stoptreintje naar het zuidwesten. We reden vlak langs kleine huisjes en de achterkanten van gebouwen. Rakelings langs bananenbomen en marktstalletjes. Langzaam werd de stedelijke bebouwing minder dicht. 
Na een uurtje, ruim dertig km verder, was het eindstation in een grote vismarkt.
Vandaar was het een paar minuten lopen tot de rivier, die je met een veerpontje overstak.

Dan nog een keer tien minuten lopen naar het volgende stationnetje, waar een vergelijkbaar stoptreintje over enkelspoor reed, weer 30 km tot de volgende rivier. Dit stuk was landelijker, met veel grote visvijvers en zoutbekkens. Ook hier eindigde de lijn op een markt. Als er een trein binnenkwam moesten de waren van de rails gehaald worden en de luifels opzij geklapt worden. Dit was in recente jaren een ware attractie geworden die door duizenden toeristen als dagtocht vanuit Bangkok bezocht werd. Zodoende werd ons treintje onthaald door een gigantische menigte die ons aan het fotograferen en toezwaaien was.

De volgende ochtend bekeken we het tafereel van de andere kant. Sommige stalhouders hadden hun kisten met waren op een rijdende stellage gezet, die over kleine dwarsliggende rails opzij schoof om precies genoeg ruimte te maken voor de trein. Anderen hadden hun groente zo laag gestapeld dat de trein er bovenlangs reed. Wat opviel was hoe nauw de ruimte tussen de marktstallen en de trein was. Echt maar 2à3 cm speling. En een trein is héél groot als hij op een paar cm van je langsrijdt…

zaterdag 27 februari 2016

India Nieuwsbrief, Jaargang 2016, Aflevering 4: Omhoog door de slurf

De communicatie met de Thai gaat vaak moeizaam vanwege het taalverschil, maar ik wil wel benadrukken hoe vriendelijk en behulpzaam ze bijna altijd zijn. En zoals altijd en overal: hoe minder toeristen er zijn, hoe meer dat op gaat. De befaamde Thaise glimlach kan je dag in een keer helemaal goed maken.

Trang

Mijn eerst stop was Trang, aan de westkant. Een middel-grote stad met enkele tientallen toeristen, meest op doorreis naar stranden of eilanden.

De noordoost moesson had een paar zeer heftige dagen, waardoor regen en wind over de bergen heen ook aan onze kant van het schiereiland viel. Erg ongebruikelijk. Bewolking, gemiezer, regen en tropische stortbuien wisselden elkaar af. Maar koud was het nooit.

Met een grote Chinese bevolking werd het Chinese Nieuwjaar uitgebreid gevierd in Trang. Een paar avonden er aan voorafgaand was er een festival met heel veel etenskraampjes en een groot podium met optredens. Daar was het steeds een gezellige drukte. Zo was Trang ook een geschikte plaats het Chinees Nieuwjaar af te wachten – vorig jaar hadden we immers slechte ervaringen gehad met het reizen op die dag.

Deze tekening heb ik gemaakt in een Chinees theehuis (Sino Chai, Chinees thee) waar ik verschillende lekkere kopje koffie gedronken heb. De theehuizen zijn een van de  kenmerken voor de Chinese bevolking van Trang. Maleise invloeden zie je weer terug in de naam, afgeleid van Terang, wat “licht” betekend.

Chaiya

Per trein reisde ik verder, 230 km naar het noorden. Langs rubberbossen, bananenbomen, verwilderde stukken, huizen en hutjes, heuvels. Omdat de slurf van Thailand slingert, ging ik met een rechte lijn naar het noorden toch van de west- naar de oostkant.

Chaiya is een heel klein stadje, met maar twee straten, waar bijna alle huizen nog van hout zijn. Om 7u ’s avonds is bijna alles dicht en donker.

Chaiya komt van het sanskriet woord “yaja” dat overwinning betekent. Meer dan 1000 jaar geleden was het een belangrijke stad in het Sri Viyaja rijk, dat Sumatra, Java en het Maleisisch schiereiland tot Chumphon besloeg. De Javaanse invoed zie je terug in de stijl van de tempel.

Chumphon

Het ging verder met de trein naar het noorden, 130km. Chumphon is de eerste plek waar je niet meer van een westkant en een oostkant van Thailand  kunt spreken. De westkant is namelijk Myanmar (Burma).

Chumphon zou komen van “Chumnumporn”, wat “verzamelplaats van strijders” betekent. Dat zou dan kloppen met dat het een grensstad was van het Sri Viyaja rijk. Een andere uitleg is “verzamelplaats van vriendelijke mensen”… Het is een middegrote stad die tegelijk stads en landelijk aandoet.

De meeste toeristen hier zijn, net als in Trang, op doorreis naar eilanden. Maar er bleek ook een strandje op het vaste land te zijn…

Stranddag

Het was dat ik zeker wist dat ik aan de goede weg stond, anders was ik gaan twijfelen. De songthaew liet lang op zich wachten, en om in de schaduw te kunnen schuilen van een parasol van een straatkraampje, moest ik blijven staan. Maar uiteindelijk doemde hij toch op: de gele songthaew naar het strand. Hij zat vol met dames die op de markt verse inkopen gedaan hadden. Die stapten voor en na uit. De rit was 15km, 20minuten, toen draaiden we een weg op die parallel aan het strand liep. Tussen de weg en het strand strandtenten, meest palen met een rieten dak, aan de andere kant huisjes en hotelletjes. Het bleek een flinke strip te zijn, een heuse strandgemeenschap met tientallen westerse toeristen.  Meer dan in Chumphon zelf. Veel van de strandtenten waren nog dicht, op een terrasje zaten toeristen te ontbijten of met hun rugzak te wachten tot mijn songthaew terug zou gaan. Vroege jaren 70 pop… Ik nam er een colaatje bij.


Ik maakte een strandwandeling. Hoewel het strand recht liep, zou je het een baai kunnen noemen: zowel aan de noord- als aan de zuidkant stak een beboste heuvel de zee in. Het water was frisser dan je zou verwachten, misschien vanwege de stormen van de afgelopen week. Die hadden ook voor flink wat drijfhout, grote kwallen en zelfs een vissers-lamp gezorgd. Er was een handjevol mensen op het strand. Het was er ook al erg heet in de zon, en niemand ging ver het water in. Waarschijnlijk stond er een krachtige stroming. Ik liep op blote voeten een stuk door de uitlopers van de golven, en een stuk over de weg terug. Veel plaatsen zagen er gesloten, te leeg of te seafood uit. Zo kwam ik toch weer bij het cafeetje waar ik eerder ook al gezeten had. Het was gewoon het gezelligste van de strip. Ik bestelde een path thai die heel aardig smaakte.

De afgelopen twee ochtenden had ik bij het ontbijt al een paar keer vriendelijk geknikt naar een medegast, een veertiger. Die liep nu voorbij. Reden genoeg om even aan te schuiven en een pratje te maken. Hij was eergisteren in Thailand aangkomen, voor zes weken, om zichzelf te vinden. Hij hoopte aan dit strandje een onderkomen te vinden en zou proberen tot rust te komen. Oh nee, corrigeerde hij zich tot twee maal toe, hij moest het niet probéren, het moest vanzelf komen. Na een praatje ging hij verder, zijn onderkomen regelen. Dat kwam zeker niet vanzelf…

Ik nam nog een iced coffee (americano met echte koffie smaak) en wandelde nog een klein stukje langs de weg tot de songthaew er aan kwam. Terug naar Chumphon.

Prachuap Khiri Khan

165 km met de trein van Chumphon naar het noorden. Prachuap Khiri Khan betekent “stad bij de bergen”. Opmerkelijk voor een stad aan de kust. Maar inderdaad, in haar rug ligt de bergketen die de grens met Myanmar vormt – hier is Thailand op z’n smalst, slechts 10km breed.

Eerder deze reis schreef ik dat we al na een jaar naar Satun waren teruggekeerd om het nog een keer te zien zoals we het vorig jaar hadden achtergelaten. Het gelijk van deze benadering werd jammer genoeg bewezen in Pachuap. Vier jaar geleden was ik een week in een stil stoffig stadje. Er waren wel wat buitenlanders maar die vielen weg tegen de achtergrond van het trage dagelijks leven van de Thai, de houten huizen, de vissers, en de baai die tegen de boulevard klotst. En ik ontmoette leuke mensen waar ik mee optrok.

Nu kon ik er drie dagen lang niet over uit hoe zeer alles veranderd was. Er waren talloze hotels en restaurants bijgekomen, en in een flink deel van de stad overheersten de toeristen het straatbeeld. Geen idee wat ze hier deden, want de charme was toch dat er niets doen was!? Waarschijnlijk was het voor iemand die voor het eerst kwam nog steeds een rustig, gemoedelijk stadje, met visrestaurants die uitkeken over een sprookjesachtige baai.

Nachon Pathom

255 km naar het noorden met een langzame trein die ook nog eens een uur vertraging had. Met de trein is leuk en comfortabel en gemakkelijk – je begint en eindigt in het stadscentrum – maar snel is het niet. Na die 6 uur was ik door een warme föhn uitgedroogd en door en door gaar. En de treinverbinding was de aanleiding voor een overnachting in Nachon Pathom. Een aangename, door en door Thaise stad, die als enig nadeel had dat er in de buurt van het station geen fatsoenlijk hotel was.

De naam komt uit het Pali waarin "Nagara Pathama" "eerste stad" betekent, en het wordt beschouwt als Thailand's oudste stad. Vroeger lag het aan zee, en zo'n 1500 jaar geleden had het al contact met Indiase culturen. Er zijn geschriften gevonden in een Zuid Indiase taal uit de 7de eeuw. Het is ook de plek waar het Buddhisme het eerst Thailand bereikt zou hebben, en de plek van de oudste Chedi. De Chedi is een aantal keren verwoest, herbouwd en uitgebreid, en zou nu de grootste ter wereld zijn. Met mijn timmermansoog had ik daar wel mijn twijfels bij.

Kanchanaburi

Kanchana betekent “gouden” in het Sanskrit en Hindi. De stad is oorspronkelijk gebouwd als vestiging tegen Burmese invasies. Des te ironischer dat het nu vooral bekend is vanwege de Burma spoorlijn, aangelegd door dwangarbeiders en krijgsgevangenen in de tweede wereldoorlog, om het Japanse leger in Burma te bevoorraden.


Een van de sleutel trajecten was de brug over de rivier de Kwai, tot icoon gemaakt in de legendarische film “Bridge over the River Kwai”. Nu bezoeken duizenden mensen per dag de brug. Het lijkt meer een foto-moment dan een geschiedenis-les. Misschien zijn daarvoor de oorlogsbegraafplaatsen en de locatie van de Hell Fire Pass meer geschikt.

Na Songkhla en Prachuap Khiri Khan, waar Japan Thailand binnenviel, was het zo de derde plaats op deze reis met een nadrukkelijk WWII verleden.

Vanuit Kanchanaburi is ook veel natuur te bezoeken, watervallen, grotten, olifantenkampen en tijger tuinen. Er is zo een toeristisch wijkje ontstaan waar backpackers mengen met mensen die Bangkok ontvluchten voor het weekend. Ik zat een aantal dagen in een prettig guesthouse, direct aan de rivier, met een paar goede restaurants binnen handbereik.

Ook binnen handbereik nog een stukje wildlife: naast en op de bamboe takken, die tussen de raft en de wal voor mijn veranda lagen, zat een varaan. Eerst stak alleen een kopje uit het water. Toen een bovenlijf. Toen klom-ie langzaam op de takken. Modderig zwart-donkergele vlekken. Hij keek even rond en gleed langzaam terug het water in.  Het lijf was zo’n halve meter lang.

Bangkok

De naam Bangkok is misschien een samenstelling van “Ban” (Thai voor "dorp aan een riviertje") en “Makok” (Spondias dulcis, ambarella, kedondong, golden apple, golden plum - een plant die hier voorkomt). Wat Arun, een van de belangrijkste tempels in de stad, heette vroeger ook Wat Makok. De officiële Thaise naam voor de stad  is Krung Thep, wat “stad der engelen” betekent.

24 jaar geleden ontdekt: dat kleine steegje, Kasem San Soi 1, bij Siam Square als alternatieve verblijfplaats, ver van backpackers getto Ko San Road en van de beruchte uitgaanscentra als Patpong. Inmiddels is Siam Square het knooppunt van de Skytrain en zijn de meeste eenvoudige guesthouses in Soi 1 vervangen door middenklasse hotels. Maar het is nog steeds een perfect gelegen en relatief rustig stukje Bangkok. Er aan komen lopen voelt als thuiskomen.

Ik ontdek nog wat nieuwe plekjes in de buurt, en geniet van de voetpad langs het kanaal, waar Bangkok nog een dorp is, in de schaduw van de wolkenkrabbers.

Ik breng een bezoek aan de Erewan Shrine, het tempeltje op de hoek van het Erewan gebouw was in de loop der jaren uitgegroeid tot een van de populairste van de stad. Ook bij Chinese toeristen. Daarom was er vorig jaar augustus een bomaanslag op gepleegd. Daar was niets meer van te zien, en het was er zo mogelijk nog drukker dan vroeger. Talloze bezoekers verdringen zich, bloemen worden over de ballustrade gehangen, offerandes gedaan, zoveel wierrook aangestoken dat je ogen er van gingen tranen, en het gamelan orkest met dansgroep dat je een lied kon laten spelen voor extra voorspoed. Dat alles rondom een klein gouden beeldje met vier gezichten, meer Hindoeïstisch dan Buddhistisch. Het was een fascinerend plekje, onder de skytrain, aan een drukke kruising, tegelijk toeristische attractie en heiligdom, tegelijk hectisch en devoot.

Iedere grote stad heeft tegenstellingen tussen arm en rijk, mooi en lelijk, oud en nieuw. Maar het meest bijzondere aan Bangkok is misschien wel dat temidden van drukte, ruimtegebrek, lawaai, luchtvervuiling en chaos de sfeer gemoedelijk, ontspannen en vriendelijk is.


---
Zuid Thailand, 4-27 februari
Terug naar aflevering 1.