Posts tonen met het label 40 jaar later. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 40 jaar later. Alle posts tonen

dinsdag 1 mei 2018

Londen, zomer 1978 (deel 2/2) Hippie tussen de punkers

De punkers zagen er vervaarlijk uit, maar de meesten waren aardige jochies. Op het toilet vroeg een jongen in zwart kleer, kettingen en met een enorme hanenkam die voor de spiegel stond: "heb jij misschien een kammetje voor me?"


Media

Politiek en economisch ging het niet goed met Engeland. Een zwakke minderheidsregering onder premier James Callaghan. Veel geweld in Noord Ierland door het Britse leger en een veroordeling van Engeland voor schendingen van de mensenrechten daar. 

Jaren van enorme inflatie die werd bestreden met een loonstop. Vakbonden die hun radicale leden niet in de hand hadden. Het was de voorbode van de algemene stakingen in de winter van 1978-1979 en dan de komst van Margaret Thatcher, die de stad Londen (de GLC), de vakbonden en de banken-regulering ophief, daarmee de kiem leggend voor de crisis van 2008. 

Zover was het nog niet in 1978, maar er was wel een hoge jeugdwerkeloosheid en het gevoel van een verloren generatie. Begrijpelijkerwijs was er veel aanhang voor bekende punk quotes als "No future", "Destroy" (Sex Pistols), "White riot, I wanna riot" (Clash), "Something better change" (Stranglers).

Stiff Little Fingers was de meest politieke Noord Ierse band, hun eerste single was Suspect Device:
"Their solutions are our problems, They put up the wall
On each side, time and prime us, Make sure we get fuck all
They take away our freedom, In the name of liberty
Why can't they all just clear off, Why can't they let us be
"

Sex Pistol-zanger Johnny Rotten was ook van Ierse afkomst. Anders dan Bob Geldof en Bono, koketteerde hij daar niet mee. Toch zou hij later zeggen dat o.a. anti-Ierse disciminatie en James Joyce zijn inspiratiebronnen waren.
"Is this the M.P.L.A. or Is this the U.D.A. or
Is this the I.R.A.?
I thought it was the U.K."

De belangrijkste media van de punk-scene waren NME, een weekblad waarin alle belangrijke ontwikkelingen besproken werden, en John Peel, een DJ op Radio One die punk een kans gaf. Maar wat nog veel opvallender was, was hoe vaak punk de voorpagina haalde van de "gewone" kranten.

Bijna iedere vinger die Sex Pistol-bassist Sid Vicious bewoog was voorpagina­nieuws. De hit God Save The Queen zal langer met koningin Elizabeth verbonden blijven dan de Jubilee Line, de nieuwe metro­lijn die ter ere van het zilveren jubileum naar haar vernoemd werd. Het uitkomen van de elpee van de Sex Pistols, nadat ze twee keer "ontslagen" waren door een platenmaatschappij, was een nationale gebeurtenis. Het uiteenvallen van de groep een nationale ramp. Sid en Nancy werden in New York ieder uur van de dag op de voet gevolgd.

Concerten

De Sex Pistols, de Clash en de Stranglers konden in 1978 al geen optredens meer geven. Ze waren té populair voor de kleine zalen uit het circuit en de mensenmassa die daar op af kwam was onbeheersbaar. Tegelijk waren ze nog niet gesettled genoeg om in grote zalen of stadions te spelen. De Sex Pistols hebben in 1976-1977 zo'n 75 optredens gegeven. Allemaal in kleine zalen. De schatting is dat zo'n 40.000 mensen ooit een optreden van hen gezien hebben. Alles bij elkaar. Dat is een middelgroot voetbalstadion vol. Toch was hun invloed op de music scene onmetelijk groot. Bijna iedereen die ze gezien heeft, richtte daarna zijn/haar eigen band op.


Eind april was er een groot festival dat een protest of demonstratie tegen rasicme was: Carnival against the Nazis. Het was een optocht van Trafalgar Square naar Victoria Park, een groot park in noordoost Londen. Met 80.000 deelnemers was de opkomst voor die tijd ongekend. In het park waren optredens van o.a. Tom Robbinson, X-Ray Spex, Elvis Costello en The Clash. De geluidsinstallaties waren toen nog niet goed genoeg voor zulk een omvang, dus ik heb er niet veel van gehoord of gezien.

The Clash was muzikaal gezien de meest interessante punk-band. Ze mengden punk met reggae en jazz en waren uitgesproken links in hun politieke opvattingen. Jammer genoeg heb ik nooit een herkansing gehad om ze beter te zien.

Die zomer bezocht ik zo'n 30 concerten, meest in kleinere zalen. Soms ging ik met Sean en vrienden van hem, een enkele keer met bezoek dat overgekomen was, maar meestal alleen. Van een concert met Pinpoint en de Lurkers in de Marquee was ik zo onder de indruk, dat ik de volgende avond gewoon nog een keer ging.

De punkers zagen er vervaarlijk uit, maar de meesten waren aardige jochies. Op het toilet vroeg een jongen in zwart kleer, kettingen en met een enorme hanenkam die voor de spiegel stond aan me: "heb jij misschien een kammetje voor me?"
Verschillende bekende punk-rockers hadden een verleden als hippie

Eén keer was een groepje minder aardig en waren ze me in de rij voor de kassa een beetje aan het sarren omdat ik er anders uitzag. Met een spijkerjasje en lang haar leek ik in niets op de gemiddelde punker. Er werd wat gescholden en geduwd en m'n badge met "Never mind ... the Sex Pistols" (iedereen had toen allerlei badges op) werd afgepakt. De volgende dag op het NPL -waar ik ook een buitenbeentje was- viel het mijn collega's op dat mijn badge weg was. Metaalbewerkers aan de draaibank maakten snel een nieuwe voor me - nu met de tekst "Sex Problems".

Stranglers in The Nashville
Via Sean hoorde ik dat Pinpoint zou spelen in het voorprogramma van een geheim optreden van The Stranglers. Het was een repetitie voor een groot openlucht optreden in Battersea Park, dat ze hadden aangekondigd omdat alle club-optredens verboden waren door de GLC. De warm-up-show was in The Nashville, meer een café met een podium acherin. Het was geweldig om zo'n grote band te zien in zo'n kleine zaal. Er waren misschien 100 bezoekers maar de Stranglers gaven zich volledig. Ze hadden toen al een hele serie hits en klassiekers op hun naam staan. 
Stranglers in Battersea Park

Twee weken later was dan het openlucht optreden, met o.a. Peter Gabriel in het voorprogramma. Ze hadden groots uitgepakt. Tijdens Nice 'n' sleazy verscheen een rij go-go-girls op het podium die een soort van striptease uitvoerden. Genoeg voor de kranten om dagenlang schande van te spreken. Tijdens de toegift speelden ze het nummer Tank en werden rookbommen afgeschoten door een heuse tank die naast het podium opdook.

Einde

Als ik langer dan 6 maanden had willen blijven, had ik een verblijfvergunning moeten aanvragen. Heel veel langer zou ik niet willen, dus tegen het eind van die termijn zei ik mijn werk en kamer op, en ging eind september terug naar Nederland.


november 2017-april 2018

Lees hoe het begon in deel een - punk achterna

Londen, zomer 1978 (deel 1/2) Punk achterna

"Bij de meest populaire nummers werd de pogo ingezet, een dans die bestond uit en masse op en neer springen. Desondanks was het allemaal heel gemoedelijk, en na afloop zaten de vermoeide jongeren op een rijtje op de grond, in de gang, met hun rug tegen de muur."


Londen is de happening place

Begin jaren '70 waren de belangrijkste stromingen in de popmuziek de "glitterpop", waarbij het meer om het uiterlijk dan de inhoud leek te gaan, en de trend naar "symphonische rock", waarbij muziek steeds meer uitgesponnen werd.

Als reactie daarop ontstond een tegenbeweging die teruggreep naar de kern, uiterst eenvoudige en korte liedjes waarvoor je geen muzikale aanleg nodig had. Tegelijk was dit in het Engeland van toen een protest tegen de economische uitzichtloosheid voor een jonge generatie. Punk werd geboren.

Mijn eigen muzikale ontwikkeling in de eerste helft van diezelfde jaren '70 ging via pop en luistermuziek naar de "betere" rock van Who en Led Zeppelin. Maar die nieuwe muziek was ook heel interessant.

Na mijn reis in de winter van 1977-1978 zei ik wel eens "het enige wat ik onderweg gemist heb, is muziek". Al die dingen samen waren dus genoeg reden om in de zomer van '78 naar Londen te gaan: daar gebeurde het, wat de muziek betrof.

King's road en Wardour street

Met slechts een tas bagage trok ik half april naar Londen. Als eerste naar het enige bekende punt, het adres van Gill en Sean dat ik in Marokko gekregen had. King's Road, de verbindingsweg van Chelsea naar Fullham was meteen een landmark in de Punk scene, want daar was ook de kledingwinkel waar Malcolm McLaren de Sex Pistols had verzameld en opgericht.

Mijn doel was verderop in de straat, na de knik, waar het niet meer zo hip was. Het bleek een basement apartment te zijn, vrij klein en donker. Meteen die eerste avond gingen we naar een punk-concert in The Marquee in Wardour Street. Een vriend van Sean, Dave, speelde in de band Pinpoint die in het voorprogramma stond. Het hoofdprogramma was Adam and the Ants, waarvan Adam Ant als solo-artiest later nog vrij populair werd - overigens meer dankzij zijn imago dan dankzij zijn muziek.
Adam and the Ants in The Marquee, 1978

De Marquee was een kleine zaal met zwartgeverfde muren en plafonds. Het was er behoorlijk druk met jonge punkers: bleke kinderen in zwart-leren jasjes met glimmende ritssluitingen, en zwart haar, soms opgespoten in de klassieke hanenkam. De muziek was eenvoudig en hard. Ik vond al meteen dat Pinpoint beter was dan Adam Ant. Bij de scene hoorde dat je onverstoorbaar doorspeelde als er bekers bier naar het podium gegooid werden. Bij de meest populaire nummers werd de pogo ingezet, een dans die bestond uit en masse op en neer springen. De meer agressieve types maakten daarbij een zijwaartse beweging, tegen anderen aanduwend. Desondanks was het allemaal heel gemoedelijk, en na afloop zaten de vermoeide jongeren op een rijtje op de grond, in de gang, met hun rug tegen de muur.


Kingston en Teddington

Het basement apartment was alleen van Gill. Sean woonde met een paar vrienden in een huis in Kingston upon Thames. Daar kon ik wel een tijdje logeren. Het was een twee onder een kap met een statige zijingang. Binnen was het nogal een kale bedoening. Iedere bewoner had een kamer en er was een gedeelde keuken met een toaster en een elekrische fluitketel.

Eten bestond nogal eens uit toast met witte bonen in tomatensaus. Soms haalden we fish and chips bij de lokale snackbar, die dan in een oude krant meegegeven werden. Alsof de drukinkt nog wat aan het aroma toevoegde. En we gingen wel eens naar de pub om een pint of lager te drinken.

Een van de medebewoners was Dave, die speelde in de band Pinpoint. De zanger van Pinpoint, Arthuro,  was eerder lid geweest van de Lurkers, een band van naam. In die tijd had je "de grote vier" van de punk-scene: Sex Pistols, The Clash, de Stranglers en The Damned; twee dozijn bands van naam (Adverts - Lurkers - Adam Ant - Siouxsie and the Banshees - Generation X (Billy Idol) - Elvis Costello - X Ray Spex - Sham 69 - The Tourists (Ann Lennox en Dave Stuart) - Stiff Little Fingers - The Buzzcocks (Pete Shelley en Howard Devoto) - Boomtown Rats (Bob Geldoff) - The Jam (Paul Weller) - ... ), en oneindig veel bandjes die al blij waren met een enkel optreden hier en daar, of als ze een singletje konden uitbrengen.

Ik had de voorafgaande winter vier maanden rondgereisd en nauwelijks spaargeld meer. Dus ik moest een baantje zoeken. Het Job Centre was een nieuw en toegankelijk instituut, waar je terecht kon. Engeland zat sinds 5 jaar in de EEG, een werkvergunning kreeg je automatisch.

Ondanks de hoge werkeloosheid hadden ze meteen een invalsbaantje voor me. De National Physical Laboratory (NPL) in Teddington was een soort TNO, een onderzoeksinstelling cq standaarden-bewaker (The National Measurements and Regulations Office hoorde er bij). Het was een vrij groot complex met verschillende afdelingen in verschillende gebouwen. Als iemand iets had laten uitrekenen door de computer, werd de uitkomst geprint op grote vellen zigzag gevouwen papier, met gaatjes aan de zijkant om het door de printer te leiden. Die stapels papier moesten vanuit het computer-gebouw rondgebracht worden naar de diverse andere gebouwen. Degene die dat deed was een paar weken met ziekteverlof. Nu kon ik dat mooi doen.

Ik reed rond in een blauw miniatuur-vrachtautootje en bezorgde de post bij de lobby / receptionist / portier van de verschillende gebouwen. Soms moest ik ook een envelop mee terugnemen. Het was heel eenvoudig werk, met volop gelegenheid met deze en gene een praatje te maken.

Zo kon ik ook iedereen laten weten dat ik woonruimte zocht. Woonruimte vinden in Londen was een stuk moeilijker dan werk vinden. Ik bleef wekenlang te gast bij Sean. Via via kwam het bericht terecht bij Mrs Allen. Een jonge weduwe met drie kinderen van rond de tien jaar oud. Ze had een kamer over en kon wel wat extra geld gebruiken. Ik betaalde 10 pond huur per week, ongeveer een kwart van mijn salaris. Het was een beetje een saaie, degelijk gemeubileerde kamer in een rijtjeshuis in een straatje op maar 200 meter van de rivier de Thames. Bloemetjesbehang. Ik had niet veel met het gezin te maken; soms zat ik in de tuin als zij daar ook zaten; soms kreeg ik 's avonds een beker "cocoa" als de kinderen die ook kregen.

Na een maand keerde de originele computer-output-bezorger terug van verlof. Het was een beetje een norse man waar ik verder geen contact mee had. Personeelszaken kon me aan een andere functie binnen NPL helpen. "Casual Experimental Worker V", daarmee verdiende ik 38 pond netto per week, inclusief Londen-toeslag. Wat het betekende was schoonmaker bij de afdeling metaalbewerking/draaibanken. Hier was de sfeer heel anders. Mannen in blauwe overalls die, hoewel ze geen fabrieks-productie draaiden, wel de uitstraling hadden van de arbeidersklasse. Ik moest een beetje de vloer aanvegen, waar metaalkrullen onder de werkbanken vielen. Ook dit was geen zwaar werk. En als ik eens iets extra's wilde doen, zoals de bijna ondoorzichtige ramen wassen, werd ik meteen tot de orde geroepen. Dat zou problemen geven met de vakbond van glazenwassers.

Hampton Wick Station, net over de Thames voorbij Kingston, was de halte voor mijn kamer bij mrs Allen. Teddington Station, eentje verder, was voor mijn werk, de NPL. Surbiton Station was aan de zuidkant van Kingston upon Thames, de halte voor het huis van Sean. Al deze stations hadden forensentreinen naar Waterloo station, maar vaak gebruikte ik de trein tot Wimbledon en daarvandaan de metro.


Lees verder in deel tweeeen hippie tussen de punkers

Links


Deel twee van Londen, zomer 1978 - een hippie tussen de punkers - media en concerten
Spotify playlist Londen 1978
Meer van 40 jaar geleden


zondag 19 november 2017

Reisblog 40 jaar later (4/4) Marokko, in je eigen wereldje

2017-2018. Deze winter is het 40 jaar geleden dat ik mijn eerste grote reis maakte. Wat is er veel veranderd. In hoe ik zelf reis. En in hoe jonge mensen reizen.
We waren weken onbereikbaar. Poste restante betekende dat iemand een brief stuurde naar een postkantoor, waar je dan ging kijken of er wat voor je lag. Naar huis bellen deed je een keer per reis vanuit de internationale telefooncentrale, achter het hoofdpostkantoor, herkenbaar aan de zendmasten op het dak. 
Zelfs Email en Internetcafés bestonden nog niet. Laat staan dat je een laptop, tablet of smartphone meeneemt en er van uit gaat dat er wifi in het hotel is. Je had je eigen mini-wereld, zonder veel afleiding door het thuisfront.


Essaouira 

Intussen reisde ik samen met Ewin, een Canadese jongen. We namen de bus van Marrakesh naar Essaouira, een klein stadje aan de kust. Daar sliepen we eerst in een hotel, maar de volgende dag gingen we plas­tic zeil en een watercontainer kopen, om ons in te richten op een kampeer­partij aan het stra­nd. Een stukje buiten de stad vonden we een mooi plekje in de duinen. Daar gezellig thee en een soepje gebrouwen, en vroeg onder de wol.
Tja, en toen we de volgende ochtend wakker werden... waren al onze spullen verdwenen! Een duidelijk geval van beroofd zijn. Ik had m'n paspoort en het meeste geld in m'n slaapzak, dus dat was er nog. Ewin had ook een deel van z'n geld daar. Zijn paspoort en mijn bril lagen iets verderop. Maar behalve de kleren die we aanhadden, was alles weg - zelfs onze schoenen!

Dat werd dus een trieste (af)gang, terug naar Essaouira. Eerst dronken we even wat op een terrasje om van de schrik te beko­men. Toen naar de politie om aangifte te doen. Daar liepen ze al niet hard voor ons, maar toen ze hoorden dat we onze pas­poorten nog hadden, waren ze helemaal niet meer geïnteres­seerd - dat was ongetwijfeld de reden dat ze Ewin's paspoort hadden achtergelaten. En mijn bril uit een soort compassie. Jammer dat ze m'n contactlenzen waarschijnlijk niet herkend hadden en er het­zelfde mee gedaan. Daar had zéker niemand anders wat aan.

Vervolgens gingen we maar uitgebreid inkopen doen - schoenen, sokken, toiletspullen, pennen, etc. En toen namen we maar weer onze intrek in een hotel.
We bleven nog ruim twee weken in Essaouira, en ondanks het idee dat degenen die ons bestolen hadden, hier waarschijnlijk gewoon rondliepen en het van ons wisten, was het een zeer genoeglijke tijd. De 'locals' vielen je hier ook veel minder lastig dan in Marrakesh - of was dat omdat ze wisten dat alles ons al ontstolen was?

We zaten veel op terrasjes in de zon, pratend met toeristen die kwamen en gingen, en dronken thee met zoetigheid; 's avonds werd er geregeld wijn gedronken; soms was er ergens popmuziek te beluisteren; er waren een aantal leuke restau­rantjes en cafés; in ons hotel voelden we ons prima thuis.
Onder de komende toeristen waren ook Sean en Gill, een stel uit Londen waar we veel mee optrokken, en die ik later dat jaar nog zou 'gebrui­ken' als eerste ingang om een plek in Londen de vinden.


De stad had een fort-achtige versterking naar de zee, vanwaar het een mooi uitzicht was op de vaak spectacu­lair uit elkaar slaande golven. Er was een sfeervol haventje, waar 's ochtends de vissersvloot binnenliep, en je verse, op houtskool ge­grilde vis kon krij­gen met brood en een schijfje citroen. Het centrum bestond uit smalle steegjes langs de wat grotere straat waar de meeste winkeltjes en marktkraampjes waren. 
haventje waar je verse vis kon krij­gen 
De meisjes/vrou­wen in Marokko waren erg mooi. Eerst dacht ik nog dat ik dat vond omdat je er in Tunesië en Alge­rije zo weinig van zag, maar ook andere reizigers viel het op. Zelfs de vrouwen met sluier, waarvan alleen de ogen zichtbaar waren, mochten er wezen. Op de markt werd ik eens door zo een paar ogen bijna verslonden. Maar natuurlijk kon er nooit iets gebeuren. Zelfs buitenlan­ders ónderling moesten zich netjes gedragen: ik zag een paar­tje dat in het openbaar zoende een keer de huid vol gescholden worden.
vrouw met sluier, alleen de ogen zichtbaar 
Een paar heerlijke weken. Je zou zo vergeten nog ooit te vertrekken, zo in je eigen wereld. Maar het moest er toch een keer van komen. Samen met Sean en Gill had ik een datum geprikt, 16 februari.

De laatste dag hing er een weemoedige sfeer, maar werden we nog eens getrakteerd op een extra mooie zonsonder­gang en extra mooie golven. Op het dak van het hotel vierden we een klein afscheidsfeestje. 
1978, 1994, 1997, 2017


Meer van 40 jaar geleden

Reisblog 40 jaar geleden (1 t/m 4)

dinsdag 14 november 2017

Reisblog 40 jaar later (3/4) In Algerije is het veilig

2017-2018. Deze winter is het 40 jaar geleden dat ik mijn eerste grote reis maakte. Wat is er veel veranderd. Landen die ooit ontoegankelijk waren, liggen nu aan je voeten. Landen die ooit veilig waren, zijn nu ontoegankelijk. Libië en Algerije veranderen wat dat betreft voortdurend van status. In Tunis kwam ik terecht tussen opstootjes en politie-charges die de aller-eerste voorlopers waren, van wat veel later de Arabische lente zou worden genoemd.

Om een beetje het wereldnieuws te volgen probeerde je zo nu en dan een krant te lezen. CNN bestond nog niet, waar we veel later in Thailand van afhankelijk waren om te zien dat de er twee straten verderop een opstand uitbrak, en dat het vliegveld nog voor één dag kerosine had. Dank zij die informatie konden we net op tijd het land uit.

Europa zuchtte onder de terreur van de IRA, de RAF, de ETA en de Brigrate Rosse en er vielen in die jaren véél meer doden dan er sinds "9/11" in Europa gevallen zijn. Het lijkt wel eens of we dat vergeten zijn...


Tunis

Ik zat er aan te denken om via Libië naar Egypte te gaan. Ik ging maar eens bij de Nederlandse ambassade/consulaat informeren naar de grensdocu­menten. Daar waren ze vooral erg boos dat mijn paspoort er zo slecht uitzag: verkreukeld, nat en gescheurd. 'Dat heb je in bruikleen van de Neder­landse staat! Daar moet je heel zuinig op zijn!'
De grens tussen Libië en Egypte was dicht na wat schermutselingen, dus dat leek niet zo'n goede keus. Dan maar westwaarts in plaats van oostwaarts! Een visum voor Alge­rije geregeld, waarvoor zowaar pasfoto's gemaakt moesten worden.
Mijn laatste dag in Tunis waren er relletjes en poli­tie-charges in de stad, in verband met de gestegen broodprij­zen of zo iets, maar het ging toch een beetje langs me heen. Ik stond er op een straathoek naar te kijken. Veel later zou ik lezen dat er een algemene staking was en dat bij het neerslaan daarvan tenminste 42 doden zijn gevallen.

Algerije

Algerije werd in die tijd niet door toeristen bezocht, en de enige buitenlanders waren Fransen die er om zakelijke of ontwikke­lingshulp-redenen waren. Dus ik trok heel wat bekijks, en had wel eens groepen kinderen om me heen of achter me aan. De Islamitische gast­vrijheid heerste echter volop. Lifters meenemen was een plicht, en ook in alle andere opzichten waren de mensen erg vriendelijk, behulpzaam en betrouwbaar. Taalpro­blemen waren er hier (in heel Noord-Afrika) nauwelijks: niet alleen sprak bijna iedereen Frans, maar omdat het voor henzelf ook niet de eerste taal was, ook nog eens heel wat langzamer en verstaanbaarder dan in Frankrijk.

Het eerste stuk vanaf de grenspost ging ik met een soort taxi, en daarna liftte ik verder naar Constantine. Dat was een vrij grote stad, waar ik een hotelletje vond. Het was een echte studentenstad, en de studenten vonden mij ook wel interessant. In een café sprak ik een jongen aan die me wel aardig leek, ene Messaoud. Daar trok ik verder mee op en ik kreeg zelfs onderdak bij hem­. Water was er in Constantine maar twee uur per dag. Zelfs het toilet was buiten die tijd niet te gebruiken, en het schoonma­ken en dragen van contactlenzen moest ik tijde­lijk opge­ven. Ook het wassen van kleding en mezelf gebeurde minder en minder.

Na twee dagen ging ik verder naar Algiers, de hoofdstad. Erg groot en druk. De zoektocht naar een hotel leverde hier niets op. Wel liep ik een Franse jongen tegen het lijf die een adres in een stad verderop had. Dus wij naar het station en met de trein. Die was niet alleen afgeladen vol, we stonden klem in het gangpad, maar had ook nogal wat zwartrij­ders. Toen de controle kwam, klom iemand uit het raam en ging buiten de trein hangen! Maar ja, zijn vingertoppen waren natuurlijk toch zichtbaar, en op het volgende station werd hij aan de politie overgeleverd. In Khemis-Milliana had een stel Fransen een flat, waar ik wel een dagje kon blijven. Daar kon ik luxe douchen en eten.

Verder ging het. Onder Oran langs, en daarmee wat afgedwaald van de doorgaande weg, kwam ik in een bergdorpje. Het sneeuwde er, en er was geen stroom en geen hotel. Dus ik ging maar eens op het politiebureau informeren, en kon daar gelukkig onderdak krijgen. Niet in een cel, maar in de wachtkamer op de bank. Een veiligere plek was er niet te bedenken. 

De volgende dag liftte ik verder, en nam een bus het laatste stukje tot de grens met Marokko. En daarmee had ik in een kleine week Algerije van oost naar west doorgestoken.
1977-1978, 1994, 1997, 2017

Meer van 40 jaar geleden


Reisblog 40 jaar geleden (1 t/m 4)

donderdag 9 november 2017

Reisblog 40 jaar later (2/4) No-budget in Tunesië

2017-2018. Deze winter is het 40 jaar geleden dat ik mijn eerste grote reis maakte. Wat is er veel veranderd. In hoe ik zelf reis. En in hoe jonge mensen reizen. 

Waar ik me over verbaas is wat een riant budget veel backpackers  hebben, tegenover het low-budget van toen. We zijn met z'n allen véél rijker geworden.

In Mysore keek ik een paar jaar geleden in de lobby van wat 20 jaar eerder mijn low-budget backpacker-hotelletje was. Inmiddels een geheel gerenoveerd luxe boutique hotel ruim boven mijn budget. Komen er twee jonge meiden met een grote rugzak binnen. Zegt de een tegen de ander: "Is dit niet te duur?". "Nee hoor, dit is het hotel waar mijn moeder vroeger ook geweest is, ze zei dat we hier moesten logeren."

Zelf reisde ik 40 jaar geleden no-budget. Of bijna dan toch: gemiddeld gaf ik 5 US-dollar per dag uit. Zelfs een hotel kon je uitsparen - soms omdat er eenvoudigweg geen wás.


Op de boot van Sicilië naar Tunesië had ik Peter en Erik ontmoet, een Duitse en een Franse jongen. We trokken een tijdje samen op. Liftend in zuidelijke richting strandden we in een dorpje vlak voor Mahdia. We brachten de avond met wat 'locals' door, en de nacht in een garage op een grote berg olijven. De volgende dag hebben we zo'n olijven-boomgaard bekeken. Onder de bomen spreidden ze zeilen uit, waarop ze de olijven opvingen.

Djerba


Verder, naar het eiland Djerba. Djerba was toen al een toeris­ten-nederzetting aan het worden. Er waren luxe-hotels waar heel veel Duitsers de kerstdagen doorbrachten. In zo'n hotel had je letterlijk alles: postkantoor, bank, discotheek, nacht­club met buikdanseres, restaurants, cafés, bars, winkels. Alleen te duur voor ons budget, dus we gingen op het strand slapen - nog steeds met z'n drieën. Ruim een week kampeerden we daar in een primi­tief soort hut van takken en bladeren op het strand. 's Nachts was het wel koel, en vooral vochtig, overdag was het zonnig en warm. We maakten soms mooie kampvu­ren, een keer met een com­plete boomstam. We bezochten 's avonds zo'n verderop gele­gen sjiek hotel, waarna je terug door het donker over een meter-brede greppel moest. We wasten onze kleren in de middellandse zee - het is geen goed idee dat met een spijkerbroek te doen. Met de kerstda­gen zwommen we in zee.  Zo nu en dan liftten we naar de stad (20km) of het dorp (6km) ver­derop, inko­pen doen op de markt, vooral om soep van te brouwen. Het was heel relaxed allemaal. De grootste wens was een douche.
Na een week ging ik met Matma­ta, een dorpje meer land­inwaarts. De huizen waren daar uitgegraven in de grond, rondom een soort diepe ronde kuil die als dorpsplein dienst deed. Daar veel in een café geze­ten (en geslapen, bij gebrek aan een hotel); thee gedron­ken; oud en nieuw laten passeren.

Grensplaats

Ik bracht een week door in Tunis-stad (waar ik wel in een hotelletje sliep) voor ik weer verder reisde. De stad uit gelift. Met het vallen van de avond werd dat moeilijker. Ik was in een dorpje beland waar wat opge­schoten jongeren zich om me 'ontfermd' hadden, en ik voelde me er niet zo prettig bij. Ze wezen me als onderdak een in aan­bouw zijnd huis, maar tegelijk zaten ze achter m'n rug de zijzakjes van de rugzak te onderzoeken. Uiteindelijk wilde een 'taxi' me wel weer meenemen naar het volgende dorp, maar tegen betaling, en het Tunesische geld was op... Maar voor een pakje thee deed hij het ook wel. In dat dorp was op straat intussen niets en niemand meer te zien, en ik installeerde me ergens op een veranda, een beetje uit het zicht, voor de nacht.
De volgende ochtend bleek ik in een soort schooltje te liggen. En samen met de kinderen kreeg ik ontbijt: een soort liga-koeken en melk gemaakt van Nederlandse melkpoeder.
Dit was al het grensdorp, maar ik zat wat zuidelijker dan de doorgaande weg, en er was hier dus erg weinig verkeer. Vol goede moed begon ik de wandeling op de weg die ze wezen, naar de grens. Slingerend door de heuvels was het een kilometer of drie naar de Tunesische grenspost. Dat was al even doorzetten, zo met de rugzak. Maar, oh schrik, daarachter begon een nie­mandsland van 13 kilometer naar de Algerijnse grenspost! Er zat weinig anders op dan door te wandelen. Een klein stukje kon ik nog meerijden op een of andere landbouwmachine, maar het was toch voornamelijk een héle lange wandeling...

De Algerijnse grenswachters keken ze wel een beetje op van zo'n vreemde snuiter, en vroegen zich af of mijn lenzen-spullen echt geen drugs waren. Maar ik mocht er in...
1977-1978, 1994,1997, 2017

Meer van 40 jaar geleden

zaterdag 4 november 2017

Reisblog 40 jaar later (1/4) Liften in Italie

November 2017. Deze maand is het 40 jaar geleden dat ik aan mijn eerste grote reis begon. Veertig jaar, eigenlijk niet te bevatten. Wat is er veel veranderd. In hoe ik zelf reis. En in hoe jonge mensen reizen. Het woord "tussenjaar" bestond nog niet. Het woord "liften" lijkt uit het reis-vocabulaire verdwenen. Een fenomeen uit een ver verleden.


Naar Florence - zoals de waard is, wordt hij vertrouwd door zijn gasten.

Die ochtend scheen de zon nog. Maar na Chur moesten we om­hoog, een heuse Alpen-pas over. En hoe hoger we kwamen hoe harder het ging sneeuwen. Al gauw ging al het verkeer op een slakke­gangetje. Zo nu en dan slipte er een auto, maar nog niet erg. Uiteindelijk stonden er steeds meer auto's verlaten op of langs de weg. Tergend langzaam ging het verder, of soms een kwartiertje helemaal niet. En door de dichte sneeuwbuien zag je werkelijk nog geen tien meter. Maar dat maakte niets uit, want als je zo nu en dan wel wat verder kon kijken, was toch allemaal wit, en zag je bijna niet hoe hoog de bergen en hoe diep de afgronden waren. Na een hele tijd ging het weer om­laag, en het ging zowaar wat beter en sneller. Tot zo'n 40 km voor de grens, waar de laatste bergpas begon. Alle auto's zonder sneeuwkettingen werden door de politie teruggestuurd. En dus ook die waarin ik zat. Uitgestapt dan maar. Maar geluk­kig alweer vrij vlot meegenomen door een Itali­aans echtpaar met een grote bestel­auto, dat tot Como, de grensplaats ging. Die laatste berg was inderdaad heel verschrikkelijk. Zonder zichtbare aanleiding gingen auto's zo nu en dan volle­dig om hun eigen as. Maar ook dat hebben we overleefd.
Bij de grens was ik al bijna uitgestapt, toen ik er achter kwam dat het echtpaar hier alleen een half uurtje zou blijven, en dan verder gaan naar Florence. Ik had nog geen idee wat ik in Italië wilde doen, maar van Florence had ik veel goeds gehoord. Dus ter plekke viel het besluit dat dat mijn eerst­volgen­de bestem­ming zou worden, en spraken we af dat ik verder mee zou gaan. Terwijl zij wat zaken gingen regelen, kon ik mooi geld wisse­len, en liet daarbij mijn bagage in de auto achter. Bij terug­keer een ernstige vermaning van het echtpaar, dat je zoiets in Italië nooit moest doen, en dat ze er gemak­kelijk met al mijn spullen vandoor hadden kunnen gaan. Mijn verweer was, dat ze al bij een eerdere stop mij alleen in de auto hadden gelaten, met de sleu­tel­tjes er nog in, en dat mensen die dat doen geen slechte gedachten konden hebben. Verbijste­ring en hilariteit.
Vanaf de grens naar Florence was het nóg 5 uur rijden. Vanaf daar ging de rit door het donker, en al was de sneeuw hier al van de weg geruimd, het bleef slecht weer om te rij­den. Door de Po-vlakte lang­s Milaan, en voorbij Bologne een nieuwe bergketen over. Daar geen sneeuw meer, maar toen begon het te misten!
Al met al een behoorlijk opwindende tocht door de elementen, van Zwitserland naar Italië. Maar in Florence was het tenmin­ste niet koud.


Naar Catania

Maar ja, ook in Florence kwam de winter steeds dichterbij, dus na twee weken ging toch verder. Van de Italianen die op Ponte Vecchio rondhingen kwamen er veel uit Sicilië, en ik kreeg een adres in Cata­nia, dus werd dat mijn volgende bestemming.

Liften deed je in Italië niet door je duim omhoog te steken, maar door de bestuurders aan te spreken bij benzine-stations of bij de toegang tot de tolwegen. Het duurde een paar uur voor ik dat door had, maar toen vond ik meteen een auto die tot Rome ging. Daarvan zag ik alleen de randweg. De volgen­de rit ging meteen tot Napels - alleen iets te ver de stad in, zodat ik weer een stuk terug moest. Op een gegeven moment, eigenlijk al op weg naar een hotelletje voor de nacht, zat ik bij mensen in de auto die zeiden: 'kijk, een vrachtau­to met Cataniaans nummer­bord!' Dus bij de volgende tol zorgden ze dat we daarnaast stopten, en kon ik 'overstappen'. Dan was het nóg 12 uur, over steeds smallere wegen. Al met al een monster-etap­pe, maar in zo'n 24 uur was ik van Noord- in Zuid-Italië gekomen.

1977, 1994, 1997, 2017

Meer van 40 jaar geleden

Reisblog 40 jaar geleden (1 t/m 4)

zondag 25 oktober 2015

Patti Smith in Paradiso

Na haar bandleden loopt Patti het podium op. Een subtiel ironisch heupwiegje, en ze heeft de halve zaal plat. Ze loopt naar de microfoon, zet haar leesbril op, en draagt de hoestekst voor van Horses, de elpee die 40 jaar geleden uitkwam.

Deze maand bezocht ik twee concerten van grootheden uit de midden-70's. PIL (John Lydon alias Johnny Rotten) en Patti Smith. Allebei revolutionair zowel muzikaal als maatschappelijk. London vs New York. Voorpaginanieuws vs underground. Arbeidersklasse vs intellectuelen. 59 jaar vs 68 jaar. (*)
Het publiek bij Patti Smith was gevarieerder. Ook duidelijk maatschappelijk geslaagder. Hoewel de 50'ers en 60'ers in de meerderheid waren, was er een flink aandeel jongeren. De hippy-spirit zat er ook in: toen de stoelen op de galerij allemaal bezet bleken, ging menigeen in kleermakerszit op de grond.

De toetsenist zette de eerste noten in van Gloria, het begin van de integrale uitvoering van Horses. In de stevigere nummers ontpopte Patti zich als een ware rock chick, met ritme in de stem en swing in het lichaam, van links naar rechts over het podium bewegend, leunend over de monitoren, handjes gevend aan het publiek op de eerste rij, zwaaiend naar de bovengalerijen.
In de meer poëtische nummers schreeuwde ze, krijste ze het publiek toe als een ontketende messias, vloekend en tierend als Jezus in de tempel. De lange grijze haren wapperend, de armen breed uitgestrekt, het publiek bezwerend.

Haar stem was bepaald niet meer van fluweel, maar dat maakt ze goed met een intensiteit en energie waar John "Anger is an energy" Lydon niet van terug zou hebben.
In aanmerking genomen dat Horses 40 jaar oud is, bleef de uitvoering dicht bij het origineel. Alleen kregen we een extra stuk Gloria na het titelnummer, en werd Elegie een aangrijpende klaagzang voor een lange lijst te vroeg overleden musici. Bekenden als Jim Morrison, Jimi Hendrix, Kurt Corbain en Amy Winehouse, waar ze allemaal songs ter nagedachtenis voor geschreven heeft, en minder bekenden als Johnny Thunders, Johnny Winter en natuurlijk haar eigen man Freddy "Sonic" Smith.

Na Horses werd een song opgedragen aan het publiek van Paradiso. Toen de Patti Smith Group midden jaren '70 begon met touren, vond Patti het zo jammer dat het publiek nooit meezong. Pas na drie jaar, in Paradiso, werd ineens uit volle borst van begin tot eind meegezongen met Dancing Barefoot. Nu weer.
Daarna was er soort pauze, een intermezzo waarbij de band een medley van Velvet Underground nummers speelde. Toen Patti terugkwam op het podium, zei ze dat ze een costume change had ingepland om als hedendaagse rock star mee te kunnen. Alleen was ze vergeten zich om te kleden en deed dat alsnog on stage.

In het volgende blok van drie nummers zaten die andere grote hit, Because The Night, en twee nummers van de latere albums Dream of Life en Gone Again. De bandleden wisselden eens van instrument, Patti praatte wat meer en gaf opmerkingen uit het publike steeds een gevat weerwoord. Ze kwam bijna niet meer uit haar woorden van het lachen, omdat ze zo blij, zo gelukkig was. Na een onderonsje met de bassist volgde een vertederend ...my boy... Het was haar zoon.
Als toegift kregen we, hoe kon het ook anders, My Generation. In een concert dat in het teken stond van leven en dood, hoop en vrijheid, was de tekst toepasselijk veranderd in "hope I live untill I get old".  Wellicht met het idee "de jeugd heeft de toekomst" werden twee tiener-rasta-meisjes uit het publiek het podium opgehesen, om een dansje te doen. Ze waren te verbijsterd van geluk en versteenden bij vlagen. Patti deed een gitaar om om de feedback effecten uit dit lied te bewerkstelligen. De gitaar in de versterkers kapotslaan zoals Pete Townshend in 1965 deed, ging misschien te ver, maar wel werd de ene na de andere snaar geknapt. Onder een nagalmende feedback verliet de band het podium. De zaallichten gingen aan en Jimi Hendix' Freedom klonk. De roadies deelden set-lists, bloemen en prullaria uit onder het publiek.

Het was een memorabele avond.

Meer concerten 

Lees hier meer concert-reviews