Posts tonen met het label Satun. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Satun. Alle posts tonen

zaterdag 1 februari 2025

Thailand Reisverslag 2025/2 Tien jaar Satun

 

Tien jaar Satun

Het was heerlijk en meteen helemaal vertrouwd om weer in Satun te zijn, in hetzelfde mini-resort als altijd. We komen hier nu tien jaar en het is nog geen jaar te veel. Hoewel we niet veel bijzonders deden, vlogen de dagen voorbij. Hier een kopje koffie, daar een lunch, een paar boodschappen doen, even naar het zwembad. De night market of een food festival zorgden voor de nodige gezelligheid.

Inmiddels hebben we er zoveel favoriete cafés en restaurants, dat we de hele eerste week nodig hadden om bekende gelegenheden te bezoeken.
De tweede week was het soms jongleren met afspraken met kennissen. Als we op straat een bekende tegenkwamen, maakten we een praatje. Diegene vroeg dan of we de volgende dag iets hadden? Nee, zullen we dan samen koffie drinken, of een ijsje eten, of wat dan ook. Leuk, zeiden wij, wanneer ongeveer? Dan was het antwoord: ik stuur je wel een berichtje als ik onderweg ben. Maar ja, wij wilden natuurlijk niet de hele dag zitten wachten. En als we dan op pad waren en het berichtje kwam, moesten we zeggen: nu komt het niet uit.

Intussen werd de fiets bezorgd. Die hadden we een paar dagen eerder in Bangkok bij de Decathlon besteld. Eén dag later dan gepland, dus dat viel alles mee. Er was al aangekondigd dat de bezorger zou bellen. We namen aan om te horen hoe laat er iemand thuis was. Dus ik had het Thaise zinnetje voor "je kunt ieder moment komen" al uit mijn hoofd geleerd. Maar daar waren ze niet tevreden mee. Na de nodige onbegrepen uitwisselingen hoorde ik op de achtergrond iemand in langzaam en verstaanbaar Thai vragen "waar is je huis?". Hoewel we natuurlijk een bezorgadres hadden opgegeven, moesten we dat toch een paar keer herhalen. Toen was iedereen blij. Een uur later werd de fiets bezorgd. Het uitpakken en in elkaar zetten ging gemakkelijk met de hulp van de tuinman / klusjesman van ons resort.

Bij de motor cycle repair shop hadden ze fietsmandjes. Eerst werd nog even een motor met zijspan gerepareerd terwijl de boodschappen en een kind er nog in zaten. Een oudere man kon het mandje er op zetten, wat nog met de nodige schroeven en bouten gepaard ging. Hij deed ze netjes steeds iets vaster, dan weer stellen, dan weer ietsje vaster, dan alles helemaal vastdraaien. Nog even de banden wat harder oppompen. Nog even de remkabels checken. Klaar. Ondanks de montage service werd de rekening naar beneden afgerond.

Na tien jaar kan ik er nog steeds gelukkig van worden: de mensen in Satun lijken oprecht blij om bezoekers aan hun stad te zien. We worden gegroet, toegelachen, geholpen waar nodig, en al onze culturele onhandigheden en verkeerd uitgesproken Thaise zinnetjes worden vergeven. Sterker nog, mijn falende pogingen om iets in het Thai te zeggen worden met groot enthousiasme ontvangen. Als ze niet helpen in de communicatie, dan toch wel in het contact maken.

Contact onderhouden doe je hier door eten te geven. Van iedereen die we wat beter kennen krijgen we voortdurend eten toegestopt. Van een toetje in het lunchrestaurant tot snoepjes van de receptioniste, van vruchten-ijsjes van de eigenaresse tot fruit uit Patthalung van haar vriendin.

 

Ter ere van children's day was er een evenement op het plein voor het museum. Er trad een dansgroep op in traditionele kostuums - al vraag ik me af of de hoofddoek onder het kroontje traditioneel is. Eerst een klassiek nummer en dan een bewerking van een pop liedje, dat met luid gejuich werd ontvangen. Dan een groepje hele kleine kinderen die een dansje deden. Het publiek zat deels op rijen plastic stoelen voor het podium, en deels picknickend op de grond daaromheen. Ik vond een stoel om op te zitten bij een stalletje dat door twee meisjes van 13 gerund werd. Ze gingen enthousiast met de vertaal app in de weer om met ons te kunnen praten. Zo druk dat ze vergaten de klanten van hun stalletje te bedienen. Ze wezen er op dat het museum vanavond gratis toegankelijk was. Gingen we toch ook maar even kijken. Ook daar veel mensen en veel foto momenten.

 

Het blijft koel voor de tijd van het jaar, vaak is het onder de 30 graden. Sommige dagen zijn mooi en zonnig, andere bewolkt. We hebben zelfs een paar flinke regenbuien gehad. De paraplu die we kochten als parasol, gebruiken we vaker tegen de regen.

We zijn gewend dat in de schemering, zowel ochtend als avond, de vogels, insecten en reptielen een kakofonie van geluiden voortbrengen. Maar met dit weer is het nog veel meer. Als het koeler is zijn de vogels overdag actiever. Als er een donkere wolk overdrijft denken de dieren dat de schemering komt. En na een regenbui slaan de krekels op dubbele kracht aan. Zelfs midden in de nacht.

Per saldo is dit wisselvallige weer wel beter uit te houden dan de schroeiende hitte van vorig jaar.


Intussen brak in Bangkok de jaarlijkse paniek uit toen de altijd aanwezige luchtvervuiling heftiger en zichtbaarder werd, omdat het seizoen aanbrak dat akkers afgebrand worden. De regering beloofde allerlei twijfelachtige maatregelen. Tot de wind draaide en het probleem naar volgend jaar doorgeschoven kon worden.

 

Ik had al een keer een middelgrote varaan onder onze heg zien verdwijnen. Ik zag 'm maar half, en die helft was een halve meter lang. De volgende dag zag Evelyn 'm ook. Maar waar was-ie nou zo snel gebleven? Evelyn keek nog eens goed en zag dat er een holletje ónder ons huisje was, waar nog net een stukje staart uit stak. We hadden benedenburen! We dachten dat al dat geritsel en getrippel van vogels en eekhoorns kwam, maar er was nog een mogelijkheid...

De volgende dag zagen we 'm zitten op het grasveldje voor ons huisje. Stokstijf, alsof-ie was opgezet, met zijn kop aandachtig in de lucht. Waarschijnlijk had hij mij een seconde eerder gezien dan ik hem, en dacht hij, als ik niet beweeg zien ze me niet. Hij was zeker 1m lang, maar meer dan de helft daarvan was staart. Een prachtig dier dat uit een ander tijdperk leek geteletransporteerd. We adopteerden hem onmiddellijk als ons huisdier. Waarschijnlijk is het een clouded monitor, een alles-eter.

 


Eerder schreef ik dat mijn pogingen wat Thais te praten goed ontvangen worden. Maar sommige interacties gaan ook prima zonder woorden. We waren in een 7-eleven buurtwinkel voor yoghurt en drankjes. De kassière vroeg, zonder een woord te zeggen, maar met een expressieve vragende blik, of we een lepeltje bij de yoghurt wilden, door een lepeltje omhoog te houden en haar grote donkerbruine ogen nog iets verder open te sperren. Idem met een plastic tasje, zich bewust van haar beste feature: die ogen. Toen werd de magie doorbroken met een luide schreeuw – E had per ongeluk de sojamelk in haar tas gedaan voordat die was afgerekend. De kassière schrok er zelf nog het meeste van.

Satun Geopark

We maakten één "grote" excursie, naar Mu Ko Phetra National Park, onderdeel van "Satun Geopark". (Daartoe horen onder andere grotten, en karstgebergten die als eilanden loodrecht uit zee en uit het vlakke land oprijzen. Maar dat is een ander verhaal.)

Om te beginnen reden we via een landelijke achteraf-route. Hier nog enorme plantages van rubberbomen, die vroeger héél zuid Thailand bedekten. Nog vroeger was het allemaal tropisch regenwoud en op deze vlakke stukken laaglandbossen.

Eerst reden we naar het strand van Pakbara, een klein plaatsje dat bekend is omdat er boten naar veel van de populaire Thaise eilanden vertrekken. Het strand is een smalle strip met visrestaurants er langs. Want we begonnen de dag met een flinke lunch. Een paar goed doorvoede katten liepen wat te bedelen bij de tafels, eentje liep zelfs het strand op om te bedelen bij een visser, die tot zijn schouders in zee staand een net uitwierp en kleine kreeftjes ving. Het was de zonnigste dag tot nu toe in Satun, wat maakte dat strand, zee en de rotsige eilanden in de verte op hun best uitkwamen.

Daarna reden we naar de ingang van het NP, een berg/rots die als een schiereiland in zee uitstak. Er was een haven met vissersbootjes, en onder de schaduw van de bomen lagen de NP gebouwen. Een paar agenten van de toeristenpolitie maakten een praatje met ons. Er was een wandelpad gebouwd om de rots heen, op pijlers in zee. Zo had je een origineel perspectief op de kustlijn, die hier verticaal omhoog ging. Op waterniveau uitgesleten grotten, wat hoger dichte begroeiing.



Door verschuivingen in de aardkorst bestond de berg uit gesteente van verschillende geologische tijdperken. Op één punt zag je overgang heel duidelijk: je stapte van het witte Ordovician in het rode Cambrian tijdperk (respectievelijk 450 en 500 miljoen jaar oud). Na 1½ km was de steiger afgelopen en kon je nog een stuk over een weg op het schiereiland lopen. Hier en daar een klein strandje onder je, een eenzame boom die in zee stond, een overhangende palm, het was allemaal even mooi.

Als laatste reden we nog een stukje om om een Batik werkplaats / winkel te bekijken. Hier zag je nog eens goed dat dit deel van Thailand oorspronkelijk Maleis was. Binnen hingen kleding en tasjes en hoedjes en grote zijden lappen stof, sommige met populaire opdrukken, andere met klassieke natuurlijke kleurstoffen bewerkt. Buiten waren een oude man en een jonge vrouw textiel aan het bewerken met was en verf (?).


Meer

maandag 20 februari 2023

Reisverslag 2023/4 Satun (TH) - Kuala Lumpur (MY)

Satun

We bleven twee weken in Satun, dat kleine stadje in een uithoek van Zuid Thailand. Dit keer begon het minder stil en stoffig dan we gewend waren. De 27ste veteranen atletiek spelen werden hier gehouden, met deelnemers uit 13 landen - vooral Thailand, Maleisië, Indonesië en Iran. Daarvoor was een grootse night market opgezet met talloze eetstalletjes -gezellig- en een podium met harde muziek die tot 's avonds laat door de hele stad schalde - minder gezellig.

Ons resort deelden we de eerste week met 22 ambtenaren die uit Bangkok waren aangerukt om paspoorten uit te geven. Onze receptioniste had met moeite een huisje voor ons vrij weten te spelen. Het was een jonge groep die 's avonds heel rustig wat zat te babbelen voor ze vroeg naar bed gingen.

Er waren ook veel meer buitenlandse toeristen in Satun dan eerdere jaren. Tot wel 10 per dag. Omdat de boot naar Langkawi nog maar een keer per dag ging, moesten mensen vanuit bv Krabi hier overnachten i.p.v. dezelfde dag nog door te kunnen reizen.

Voor ons maakte het allemaal niet uit, wij hadden heerlijke dagen, waarbij onze grootste zorg was waar koffie te drinken en waar te eten.

Uitslapen was er niet bij, vanaf half zeven was er een concert van vogels die elkaar probeerden te overstemmen. De een met felle melodieën, de ander met gekrijs.

We maakten ochtendwandelingen door een sprookjesachtig mangrove bos, waar krabbetjes en mudskippers bewogen door de modder van droogvallende stroompjes als het eb werd. We wandelden door het buitengebied met plantages van rubberbomen en oliepalmbomen. We kwamen langs Karst-rotsformaties waar aapjes tussen de bomen slingerden.

Andere ochtenden hadden we keuze uit verschillende leuke coffee shops. Alleen waren de openingstijden nogal onregelmatig dus meer dan eens stonden we voor een dichte deur.


Voor de lunch gingen we meestal naar een van de twee veganistische lunch restaurantjes: Chinees buffet met veel tofu en seitan gerechten.

's Middags zaten we op onze veranda of bij het zwembad. Ook daar aan dieren geen gebrek. Behalve de verschillende huispoezen waren er eekhoorns, leguanen, roofvogels, kievieten, mussen en vlinders. Iets verderop zat een grote knalblauwe vogel, geen ijsvogel, maar wat het wel was?

Om half zeven ging de zon onder en uit de verte klonk het geluid van verschillende moskeeën, net niet synchroon. Het leek alsof ze een quadrafonische canon zongen. Even later begon het geluid van duizenden krekels en een paar kikkers met diepe basstem.

Avondeten hebben we een paar keer thuis gekookt, in de keuken van ons resort. Maar mijn favoriete restaurant is een curry restaurant waar de serveerster ons na drie jaar nog herkende, en zelfs wist wat mijn lievelings-gerecht was.

Dat was typerend voor de vele hartverwarmende vriendelijke goedlachse Thai die we ontmoetten.


Van Satun naar KL

In de afgelopen 8 jaar zijn we 6 keer de Thais-Maleisische grens overgestoken. Iedere keer op een andere plek of met een andere vervoers-modus. Dus er kon nog wel een nieuwe grensovergang bij.

De eerste etappe was een hele korte (zoals we ook in Kerala met korte etappes begonnen) van 40 km naar het Thale Ban National Park. Daar logeerden we op een prachtig plekje in de schaduw van de enorme muur van een Karst-berg. Door de tuin liep een beekje met wat watervalletjes. In de tuin stonden koffieplanten die tot boom waren doorgeschoten en daarna geknot. De bloemen roken heerlijk zoet.

De eigenaresse had voor de volgende dag een auto geregeld om ons de grens over te brengen. De auto had zowel een Thais als een Maleisisch nummerbord; de chauffeur sprak zowel Thai als Maleis, en hij kende zo'n beetje iedere grensbeambte en politieagent die we onderweg tegenkwamen (en dat waren er best veel, maar allemaal waren ze even vrolijk en vriendelijk).

We gingen de grens over bij Wang Prachan, en lieten ons 20 km verderop afzetten bij het station van Padang Besar. Daar namen we een stoptrein in zuidelijke richting. De stoptreinen rijden hier ook best hard, tot 120 km/u. Maar na een kwartiertje hoorden we een paar harde knallen en even vielen verlichting en airconditioning uit. Daarna sukkelden we nauwelijks meer dan stapvoets door het mooie landschap. We misten onze overstap en kwamen uiteindelijk met twee uur vertraging in Taiping. Daar was net een tropische stortbui losgebarsten. Meer dan ons hotel opzoeken (dat we nog kenden van 8 jaar geleden, en gelukkig hadden ze nog plaats) en een hapje eten zat er niet meer in.

De volgende dag waren alle treinen richting Kuala Lumpur al volgeboekt, dus we moesten met de bus. In tegenstelling tot de treinstations, liggen de busstations ver buiten de stad dus we waren veel tijd kwijt met voor- en natransport. De bus zelf was wel ruim en comfortabel en nam een mooie route door de bergen.

Al met al waren het zo een paar lange en vermoeiende reisdagen geworden. Maar gelukkig hadden we nog vier dagen in Kuala Lumpur om bij te komen. De prettige hotelkamer met een rooftop swimming pool hielpen daarbij. We hadden dus volop gelegenheid om te genieten van de lekkere koffie en het uitstekende eten in de grote stad. Tussendoor struinden we door achterafstraatjes en bekeken we eigenaardigheden van deze mega-stad.


Meer

zondag 17 februari 2019

Thailand Reisverslag 2019/3 Bestemming bereikt: Satun

De laatste treinrit in zuidelijke richting was naar Hat Yai, de grootste Thaise stad ten zuiden van Bangkok en een belangrijke transport hub. Voor Maleisië is Hat Yai wat Amsterdam voor Engeland is: waar je een weekend naar toe gaat voor alles wat god en je eigen land verboden hebben.

Wij bleven er dit keer alleen voor de lunch. Met een minibusje staken we door naar de westkant van Thailand, de Andaman kust. Hier was het warmer en zonniger.

In Satun werden we hartelijk ontvangen in het inmiddels vertrouwde guesthouse/resort. De receptioniste en de tuinman waren ieder 10 kg aangekomen -een groot gezondheidsprobleem in Thailand- maar verder was alles hetzelfde.

Huisje boompje beestje



We waren nu voor de vierde keer in vijf jaar in Satun. En we vonden het er nog steeds heerlijk. Waar 'm dat in zat? Een combinatie van van alles.
Het resort waar we zitten is prachtig. De huisjes smaakvol ontworpen en redelijk onderhouden. Comfortabel bed en volop ruimte. Een eigen veranda die uitkijkt op de zorgvuldig onderhouden tuin. Belangrijk is natuurlijk het zwembad waar je 's middags kunt afkoelen. Het is hier meestal niet druk, door de week zijn er vaak maar een paar huisjes bezet, in het weekend meer. De bezoekers zijn een mix van westerlingen die op Langkawi wonen en Maleise en Thaise gezinnen. Bijna altijd rustige mensen. De staf is altijd aardig en behulpzaam.
Het resort ligt aan de rand van de stad, tussen koeienweides en hoge palm- en tamarinde-bomen. Als de zon opkomt is het eventjes een hels kabaal van vogels en insecten, die precies gelijk met de moskee in de verte beginnen.


De stad is een kwartier lopen. Satun is een kleine stad, met toch wel wat restaurantjes waar we lekker kunnen eten. Rijke, romige Thaise curry bij de één, pittige Maleise noodles bij de ander, Engelse pizza bij een van de schaarse expats die hier woont.
Bijna iedere wandeling de stad in beleven we wel wat nieuws of onverwachts. We ontdekken een nieuw straatje of een nieuwe winkel, we proberen koffie in een nieuw koffiestalletje, we zien poezen op de vreemdste plekken liggen slapen, we zien een slang kronkelend de weg oversteken, we zien een nieuwbouwproject of juist een vervallen hoekje.

Buiten de stad kun je de mooiste wandelingen maken. Tussen rubberplantages en visvijvers, of door de mangrovebossen. In een rubberplantage zagen we voor het eerst een paar bomen met de bakjes gevuld met verse rubber. Normaal worden die al ‘s ochtends vroeg geleegd, óf je ziet oude verwaarloosde bomen. Wandelend door de mangrove kwamen we tot 8½km van de Maleise grens. Hemelsbreed. Met ondoordringbare mangrove, moeras, delta en jungle ertussen. Over de weg zou het 80km zijn.


We maakten twee trips wat verder de stad uit. De jongedame bij wie we 5j geleden onze allereerste iced coffee kochten, en die zo’n indruk maakte met de aandacht en zorgvuldigheid waarmee ze die maakte, was inmiddels een paar keer verhuisd en had nu een koffiestalletje 30km verderop. Het was heel leuk haar weer te zien.


Onze receptioniste nodigde ons uit voor een tochtje naar een vissersdorpje dat tot voor kort alleen over het water bereikbaar was. Nu reed je 10km door mangrovebossen over een brede weg. Het gehuchtje was een andere kant van Thailand: eenvoudige houten huisjes op palen, het leven was hier zwaar en armoedig.
We spraken een paar vrijwilligsters die een jaar in een vergelijkbaar dorpje werkten. Dat is pas pittig: niemand die goed Engels kan, nooit eens echt lekker eten, helemaal op jezelf aangewezen.

Red Bull


De temperaturen lopen steeds verder op, tot zo'n 36 à 36 graden.
Het enige wat je in de drukkende hitte nog wel een energie-boost kan geven is een iced coffee. En dan zo een met condensed milk, koffiemelk én melkpoeder. Het is verkoelend en oppeppend tegelijk. De combinatie van cafeïne, suiker en melkvetten doet blijkbaar iets met je - nog uren later ben je klaarwakker. Het recept voor Red Bull is hiervan afgeleid.
Je denkt misschien dat Red Bull uit Oostenrijk komt. Nee, het is een Thaise uitvinding, maar de ontdekker had een Oostenrijker in de arm genomen voor de marketing. En dat die succesvol is gebleken, mag je wel zeggen. De familie Yoovidhya is één van de rijkste van Thailand.
Doe mij maar de “originele versie” – soms met melk en soms zwart - maar altijd met minder suiker dan de Thai gewend zijn.

Chinese New Year


Sommige Thaise steden, zoals Ayutthaya en Trang, hebben zo’n prominente Chinese bevolking dat CNY daar wekenlang het openbare leven beheerst. Er zijn een soort jaarmarkten, braderieën, podia met muziek en voorstellingen, optochten met draken en trommels, iedereen heeft nieuwe rode kleding aan, en er worden maaltijd op tafel gezet voor de voorouders.
In Satun is dat allemaal veel minder. Het is al heel wat dat door de hele stad rode lampionnen hangen. Vuurwerk doet het ook goed. En veel zaken gaan een paar dagen of een weekje dicht, dus de toch al stille stad lijkt bijna uitgestorven.
Dat ze het hier allemaal wat ruimer zien, merk je ook aan dat je bv kleine moslimaatjes in rode CNY jurkjes ziet lopen.

Honden en katten


In het algemeen kun je zeggen dat steden poezen-territoria zijn, en het platteland honden-territorium. Daarom heb je in Azië, als je een wandeling de stad uit maakt, altijd een stok nodig. Van fietser hoor je verhalen dat ze recht op hun kuiten af gaan. Als je hier gaat fietsen, wordt dan ook een rabiës vaccinatie aangeraden. Dan heb je 48u i.p.v. 24u de tijd om het levensreddende serum te vinden, mocht je gebeten worden.
Satun is (ook) volgens deze indeling maar net een stad. Overdag wel, dan zie je de poezen rondlopen, of voor het huis / de winkel waar ze thuishoren op de stoep liggen slapen. Ze geven kopjes en laten zich onder hun kin aaien.

Maar na 8u 's avonds, als het donker is en het buiten wat rustiger wordt, nemen de honden de straten over. Groepjes honden zwerven rond, en waar je overdag rustig een slapende hond kon passeren, blaffen ze je nu na. De een steekt de ander aan, en voor je het weet heb je een heel concert. Ze zijn niet helemaal verwilderd: als ze te dichtbij komen is het meestal genoeg om een waarschuwende vinger op te steken (letterlijk) en dan druipen ze af. 
De poezen hebben zich wat verder teruggetrokken, je ziet ze nog wel her en der liggen slapen, maar ze houden zich stilletjes.

woensdag 7 februari 2018

Maleisie-Thailand Reisverslag 2018/3 Op bekend terrein (Penang & Satun)

Penang, Maleisië



We bleven 6 dagen op Penang, Maleisië. Hier waren we al vaker geweest en ook dit keer genoten we van de goede voorzieningen en de grote verscheidenheid aan culturen. We vereerden alle drie de bevolkingsgroepen met een bezoek.
We bezochten een grote Chinese tempel in de bergen, die een kruising tussen een bouwplaats en een pretpark was. We bezochten de floating mosque, een moskee gebouwd op palen boven het water. Het was er stil en sereen. We bezochten iedere dag Little India. Daar snoven we de sfeer op van India. De sari- en stoffenwinkels. De Bollywood muziek die keihard uit de dvd-winkels schalt. De levensmiddelenzaken met alle Indiase ingrediënten en kruiden. De restaurants waar het eten beter is dan waar dan ook in India. Dames in sari en spijkerbroek hand in hand.

Geen bevolkingsgroep maar wel onlosmakelijk verbonden met de  geschiedenis van Penang is het koloniale verleden. In het kader daarvan bezochten we de protestantse begraafplaats. Daar werd een rondleiding gegeven. Met een groepje van zo’n 15 mensen volgden we de gids, die erg veel wist en dat leuk vertelde. Veel historische weetjes over de geschiedenis van Penang en haar bewoners. Zo lag hier de Schotse advocaat James Richardson Logan, die de naam “Indonesië” heeft bedacht. Hij vond dat het land recht had op een eigen naam, analoog aan bv Polynesië, ipv een Nederlandse naam (gebruikelijk was toen Nederlands-Indië, Malesische Archipel, Nederlandsch Oost Indië, Indië, de Oost, Insulinde). Het zou tot begin 20ste eeuw duren voor de naam Indonesië werd opgepikt door de onafhankelijkheidsbeweging. En zo blijft ook Indonesië terugkomen, deze reis, net als India.


Op Penang was het al even bewolkt als op Sumatra, maar wel een stuk warmer, zo net boven de 30 graden. Twee en drie jaar geleden troffen we hier steeds een strakblauwe hemel.

Satun, Thailand



Dit was de vijfde keer dat ik van Penang naar Thailand ging. En weer was het via een andere route met andere modi van vervoer. Dit keer de super fast ferry via Langkawi. Ondanks de lange wachttijd op Langkawi was het een hele gemakkelijke en ontspannen modus van vervoer.

Al meteen bij aankomst in Satun, terwijl we naar ons hotel wandelden, keken we naar dingen die we herkenden, dingen die nieuw waren, dingen die veranderd waren of verdwenen waren. Voor zo’n stoffig stadje waar nooit iets gebeurt, was er eigenlijk best veel veranderd. Maar gelukkig niet bij ons hotel. Dat is nog even aangenaam, rustig en comfortabel als altijd.

De Qatari, Indonesiërs en Maleisiërs zijn bijna altijd allemaal heel vriendelijk, aardig en behulpzaam tegen ons geweest. Maar de stralende hartelijkheid van de Thai overtreft alles. De spreekwoordelijke Thaise glimlach is nog steeds hartverwarmend.

We werden geregeld nageroepen, toegeroepen en gegroet door voorbijgangers. Ook als die op de brommer zaten. Zo waren er drie jongelui op de brommer die wat riepen. Wij zwaaiden vrolijk terug. De twee meisjes achterop maakten het Thaise gebaar van de handen voor de borst vouwen en een lichte buiging voorover. En ze deden dat precies synchroon. Achterop de rijdende brommer.

Qua begrijpelijkheid is het andersom, er zijn nauwelijks Engelse opschriften en er wordt nauwelijks Engels gesproken. Er komt heel wat gebarentaal bij kijken.

Ons favoriete lunchrestaurant was er niet meer. Een zoektocht rond het nieuwe marktgebouw leverde niets op. Maar toen we informeerden bij buren van de loods waar het in gevestigd was – door een foto van de uitbaatster te tonen en te wijzen naar haar loods en vragend te kijken – was er koortsachtig overleg. Het ons uitleggen lukte ook niet vanwege de taalbarrière. Dus werden we samen achterop een brommer gezet en naar de nieuwe locatie van het restaurant gebracht!

Onze “vrienden” hier, de eigenaresse van het hotel, de uitbaatster van het lunchrestaurant, het meisje van het koffiestalletje, waren allemaal blij ons weer te zien en stopten ons allemaal eten toe.

En zo genieten we van een kopje koffie op onze veranda, een wandeling door de landelijke buitengebieden of een mangrove-bos, verkoeling bij het zwembad, een boekje lezen, een overheerlijke Thaise curry.

Voor het eerst deze reis in Zuid Oost Azië hadden we overwegend zon en serieus hoge temperaturen. En het geluk van een heldere avond met de maansverduistering, waardoor we langzaam de schaduw van de aarde over de maan zagen trekken. De maan werd roder, leek bolvormiger, iets doorschijnend, een melkglazen ei waar het konijn in zat.

zondag 31 januari 2016

India Nieuwsbrief, Jaargang 2016, Aflevering 3: het Diepe Zuiden van Thailand

Het Diepe Zuiden

Het Diepe Zuiden van Thailand is een andere wereld dan het “Zuid Thailand” waar mensen op vakantie gaan en genieten van eilanden, strand en zon. Het Diepe Zuiden was tot 100 jaar geleden samen met het noorden van Maleisië een semi-onafhankelijk sultanaat, dat toen door de Britten en Thai onderling opgedeeld is. Door de andere taal, cultuur, godsdienst en geschiedenis is het nooit helemaal hetzelfde geworden, alle Thaise assimilatie-pogingen ten spijt. Bij vlagen laait ook een onafhankelijkheidsstrijd op die gepaard gaat met aanslagen. De kern van dat gebied mijden we dan ook, maar de lijn Songkhla – Hat Yai – Satun is als het ware de bufferzone. Er komen nauwelijks westerse toeristen, al zijn er wel expats.

In Hat Yai en Songkhla is het straatbeeld Thais / Chinees, terwijl Satun er juist weer meer Maleis uitziet.

Het weer deed wat je mocht verwachten. In Hat Yai en Songkhla hadden we nog een enkele stortbui. In Satun was het droog en warmer, de ene dag drukkend, de andere dag stormachtig, steeds tussen de 30 en 35 graden. Alleen trok de noordoost moesson een paar dagen sterk aan, waardoor we veel bewolking en een mals regenbuitje kregen, en de temperatuur even onder de 30 zakte. Brr.

Hat Yai

Hat Yai is de grootste stad van Zuid Thailand en als transport hub nauwelijks te vermijden. We komen er dan ook drie keer. Eigenlijk een heel aangename stad, met per straat een steeds weer verschillend beeld. Het absolute landmark is het 40 verdiepingen hoge Lee Garden Plaza Hotel. Verder zijn er verschillende grote moderne malls. Dan heb je typische Thaise winkelstraten met banken, opticiens, schoenenzaken, kledingzaken, Seven-Elevens, etc. En daartussen de nog iets kleinere straten waar nog houten huizen staan, ambachtelijke werkplaatsen open aan de weg liggen, poezen voor de deur op de stoep slapen, oude mannetjes bij elkaar zitten te roken, de was buiten hangt.

We bekeken een Thaise tempel waar het geld voor de nieuwbouw blijkbaar op was. Door drie verdiepingen ruwbouw met resten cement en afval, kwam je bij de gouden stupa op het dak – de marmeren tegels daaromheen waren ook slechts gedeeltelijk gelegd.

We namen een kijkje bij het treinstation, met treinen naar Kuala Lumpur, Penang, het nog diepere zuiden en naar Bangkok. De klok sloeg zes uur. Over de luidsprekers werd het volkslied gespeeld. Iedereen staakte waar hij mee bezig was, en geüniformeerd personeel ging in de houding staan.

Songkhla

Over Songkhla hadden we nauwelijks praktische informatie gevonden. De eerste schreden op zoek naar eten waren dan ook ouderwets moeizaam. De Thai doen buiten de toeristische gebieden werkelijk óveral dieren door, dus je kunt nooit gewoon wat aanwijzen en opeten. De receptioniste van ons hotel sprak geen woord Engels, geen enkel opschrift was in Latijns schrift en we wisten niet waar het centrum was.

In de eerste buurt die we doorliepen, was helemaal niets wat ook maar in de buurt van eten kwam. Vervolgens kwamen we bij een warenhuis of kleine mall. Daar zou toch een food court moeten zijn? De vraag naar het food court werd door een verkoopster beantwoord door drie vingers op te steken. En op de derde verdieping was inderdaad een hoek met de mini food loft. Een mooi concept, maar er was maar één stalletje open en dat had maar één gerecht in de display dat geen dier leek te bevatten. Tot we er mee aan tafel zaten – bah, toch niet OK.  Hmm, we twijfelden er niet aan dat er in deze stad iets te vinden moest zijn, maar of het voor deze lunch nog zou lukken?

Rondom het warenhuis waren een heleboel winkeltjes met uitstallingen en waren en luifels die het zicht blokkeerden. Zodoende zag ik pas vlak voor ik er was de binnenkant van een luifel waar - in spiegelschrift dus – vegetarian food op stond. Het was een Chinees vegetarisch lunchbuffet, dat in iedere stad van enige omvang bestaat maar niet altijd te vinden is, omdat alleen mensen die er daadwerkelijk eten ermee bekend zijn. Vandaag was het onze redding, ook al was het niet de beste in z’n soort.

Later zouden we nog lekker eten in een café waar de serveerster heel behulpzaam was en een beetje Engels begreep – communicatie is de sleutel tot succes.

Songkhla is een oude havenstad met invloeden uit China, Portugal, Maleisië, India. Dat zie je terug in de verschillende bouwstijlen, en er is ook een Chinees wijkje en een Islamitisch wijkje. De ligging is prachtig, op een landtong tussen een grote baai en de Golf van Thailand. Er zijn heuvels en stranden. Voor bezoekers uit de regio is de grootste attractie de bronzen zeemeermin op het strand – ze werd voortdurend beklommen voor fotomomenten. Maar het blijft toch vooral een rommelig en te druk stadje.

Satun

Van Songkhla naar Satun is van de oostkust naar de westkust, over de bergketen die de ruggengraat vormt van de slurf die onder Thailand hangt. De kortste weg zou door Maleisië geweest zijn, maar ons visum stond geen re-entry toe en op die route was het ov zo mogelijk nog  minder dan op de noordelijke route die wij namen.

Het straatbeeld in Satun is islamitisch met de grote moskee naast de clocktower, de meeste dames met hoofddoekje, Maleise en Arabische opschriften, restaurants met een “halal” certificaat en vijf keer per dag de sfeervolle oproep tot het gebed uit verschillende richtingen op verschillende afstanden met verschillende gezangen. Daar staat overigens uren per dag Thaise propaganda tegenover door openbare luidsprekers en vanaf schoolpleinen.


Satun heeft nog dezelfde ontspannen end-of-the-road sfeer van vorig jaar. Er lijken iets meer buitenlanders (ofwel op doorreis naar een tropisch eiland, ofwel visa-runnende Langkawi overwinteraars, ofwel yaughties die hun boot op de goedkope werf hebben) maar die hebben het stadje nog niet aangetast. Datzelfde Satun nog een keer zien was ook de reden dat we al zo snel weer een reis naar dezelfde bestemming hadden gepland. Té vaak heb ik bij terugkomst op mooie plekjes jaren later moeten constateren dat het niet meer hetzelfde was…

We logeerden weer in hetzelfde “resort” als vorig jaar, een heerlijk plekje iets buiten het centrum.

We genoten enorm van ons huisje, zaten op de veranda of bij het zwembad, lazen of schreven reisverslagen of toetsboeken, maakten kopjes koffie of thee en schilden tropisch fruit, waarvan de smaak een andere dimensie heeft dan wanneer het in Nederland is aangekomen. Twee keer per dag wandelden we het stadje in voor lunch en diner.

De koffieshop-explosie in Satun deed niet onder voor die in Amsterdam. Er waren flink wat nieuwe cafeetjes en stalletjes. Maar wij gingen naar ons favoriete stalletje van vorig jaar. De barista van toen werkte er niet meer, drie maanden geleden had ze een baby gekregen en nu wijdde ze zich aan het gezinsleven. Haar opvolgster was vast ook aardig, maar ze miste de toewijding, aandacht en liefde waarmee Mah ieder kopje koffie klaarmaakte.

Happy cow

Na boodschappen gedaan te hebben bij de Big C, wandelden we nog even langs de grote weg om de sfeer te proeven. Daar was een leuk zitje bij een melk-bar. Lachende koeien en alles fris groen. Kom, we doen een drankje. De drankjes waren wel erg… melkerig. Maar ja, wat verwacht je in een melk-bar?

Het was hier zo gezellig dat we besloten ook een hapje te eten: rijst met een gefrituurd ei en roti met gecondenseerde melk. Weer melk… Aan de grote weg, tussen de Thai, met het goedlachse personeel. Het is moeilijk uit te leggen, maar dat was zo’n moment dat je je helemaal thuis voelt en  waar je de lange reis voor maakt.

Verlegen meisjes

We maakten een wandeling door de mangrove die tot aan de stad komt. In de berm van het dijkje waar we overheen liepen kleine en grote gaten van krabbetjes. Mudskippers gleden door de modder. Het bos zelf stond tussen sprookjesachtig en spookachtig met de kale stammen en vreemd vertakkende wortels.

Verderop kwamen we langs een bocht in de rivier waar wat houten huisjes stonden en kreeften-kweekvijvers uitgegraven waren. Nog iets verder een stenen huis waar wat kinderen aan het joelen waren en dames in sarong aan het mandiën waren. Is Satun al een wereld verwijderd van Bangkok, ook hier is het alweer totaal anders dan in het stadje. We liepen door tot een houten brug over de grote rivier. Ze waren bezig de planken van het wegdek te vernieuwen, maar de draagbalken en pilaren waarop de nieuwe hardhouten latten vastgetimmerd werden, leken allerminst stabiel.
 

We pauzeerden even op het erf van een huis, een oude man nodigde ons uit onder de veranda te komen zitten. Hij rookte flinterdunne sigaretjes en zijn (klein?)dochtertjes bekeken ons van binnen door het raam – te verlegen om iets te zeggen of buiten te komen.











Minaret

We bezochten de centrale moskee. De goudkleurige gewelfde koepel had een fraaie moderne uitstraling – uit de jaren ’70 betontijd. De hal zelf was opvallend kaal. De muren waren  opengewerkt waardoor het er heerlijk luchtig en koel was. De wasruimte was ook knap minimalitisch uitgevoerd – stijlvol zonder enige franje. We wilden net weg gaan toen een oud mannetje gebaarde of we niet naar boven wilden? Ja hoor. Hij verdween in een soort kelderhok en kwam terug met eeen sleutel. Daarmee opende hij een hek op de eerste verdieping en de deur onderin de minaret. We beklommen de betonnen trap met ook een minimalistisch uitgevoerde trapleuning – een misstap en je zou er onderdoor verdwijnen. Het was een hele klim, en op de omloop boven had je dan ook een schitterend uitzicht. Satun lag aan onze voeten. Je zag nog eens goed wat een klein stadje het was, omringd door groene vlaktes en iets verderop de bergen.

We stonden een tijdje te genieten. Misschien was dit wel de eerste keer dat ik boven op een minaret stond? Terug beneden was het mannetjes het wachten blijkbaar beu geworden. Hij was verdwenen. De deur had hij weer met een ijzerdraadje dicht gedaan, dat kon je van binnen gemakkelijk open maken. Maar op het hek zat het hangslot ook dicht. Hmm, daar klom je niet zomaar over. Nee, er was geen andere trap. Nee, we zagen hem ook niet beneden zitten. Nee, het slot kreeg ik echt niet open. Een ander oud mannetje zag ons staan. Zonder iets te zeggen of te gebaren verdween hij. Maar hij kwam een paar minuten later wel terug met de sleutel.


Lees verder in aflevering 4.    
Thailand, 14-31 Januari 

Terug naar aflevering 1.

woensdag 6 mei 2015

Tien memorabele restaurants (6/10) Bang Rak - Satun

Thaise curry hoort romig en zacht in de mond te voelen, maar ook vol en pittig te smaken. De groente die er het beste in past, zijn kleine ronde aubergines. Zo klein en zacht dat je denkt dat het grote doperwten zijn. 

In Satun komen zo weinig toeristen dat er geen vegetarische gerechten op de kaart staan en dat de serveersters nauwelijks Engels spreken. Maar nadat, na wat uitproberen, eenmaal duidelijk was hoe we onze curry het liefst hadden, werd die alle volgende keren feilloos geserveerd. Variërend van heerlijk tot onvoorstelbaar lekker. De eerste paar jaar noemden we het "het curry restaurant", tot we er achter kwamen dat het "Bang Rak" heette. Als excuus daarvoor gold dat dat alleen in het Thai wordt aangegeven.


Uit mijn dagboek in februari 2015:

"(...) Dit was een wat klein half-open restaurant, waar het een gezellige drukte was met gemengd Thai publiek. We namen een papaya salade en een gele curry met tofu en stukjes omelet er in. Ze waren allebei behoorlijk pittig, maar als je ze door elkaar at spuwde je pas echt vuur! De schaal met stukjes watermeloen en ananas kwam als geroepen."



Uit mijn dagboek in januari 2016:  

"We wandelden naar het curry restaurant. Het zag er als altijd gezellig uit, redelijk gevuld, een paar gezinnen, een paar groepjes mannen met wiskey, allemaal onder een afdak dat tussen bomen hing. Een van de goedlachse serveersters begreep wat Engels. "Niet te heet." Hun not-so-spicy was voor ons op het randje van nog net eetbaar.  We bestelden groene curry met tofu -die lekker soeperig uitviel, alleen wat weinig groente- een aubergine-ei-salade, rijst en een biertje. De curry was onwaarschijnlijk lekker. Misschien wel een van de allerbeste ooit! En dat wil wat zeggen…"

Uit mijn dagboek in januari-februari 2018:
"We gingen eten bij het curry restaurant. Onder golfplaten onder een boom, op houten vloerdelen. Het was rustig toen we binnenkwamen. De serveersters en de eigenaar waren heel vriendelijk, een en al glimlach, en deden hun best onze bestelling op te nemen. Dat pakte goed uit: geen vlees of vis door de curry en salade, wel groente en tofu in de curry, en waanzinnig lekker. De verse curry met extra kruiden was heerlijk, vol, met diverse “lagen”  smaak. Woorden schieten te kort om de smaak te beschrijven. Met te volle buik naar huis gewandeld."

"Voor de laatste avond konden we natuurlijk nergens anders gaan eten dan bij het curry restaurant. En het was nog open ook. De baas groette ons weer hartelijk. Dit keer lukte het wel om de gele curry te bestellen. Tikje zurig en ongelooflijk scherp. De tweede ronde schepte ik geen extra saus over m’n rijst, want dan was het eigenlijk niet te doen. Maar lekker was het wel. We hadden er ook nog loempiaatjes bij en zoals altijd het fruithapje toe."
"(...) Toen een stel aan een andere tafel afrekende, ging het Chiang-meisje uitgebreid poseren met de man en zijn lege fles Chiang. Ik zei, wil je ook met mij op de foto? No, only chiang. Dus omdat ik een cola drink kun je niet met mij op de foto? Big smile maar geen foto! "

Uit mijn dagboek in januari-februari 2019: 
"We gingen naar Bang Rak, ons favoriete curry restaurant. En die reputatie maakten ze helemaal waar. De afgelopen 3 weken hadden we al een aantal keren (elders) curry gehad, en meestal was die prima, maar dit was gewoon de allerbeste. Een rijk smakenpalet, pittig maar niet tè, vol groente en tofu en groene kruiden, een romige structuur. Perfect. De eigenaar van de zaak herkende ons en we kregen een extra welkomsgroet. De serveersters groetten natuurlijk ook enthousiast en er was er eentje die een beetje engels sprak en ook nog van vorig jaar wist wat onze lievelings gerechten waren."

Uit mijn dagboek in januari-februari 2020:
"Nog half op Maleisische tijd gingen we bijtijds eten. Waar anders dan in Bang Rak, het beste curry-restaurant. De eigenaar begroette ons en de meisjes – grotendeels dezelfde staf, en dat na 5j – wisten nog hoe we onze curry wilden. De curry was creamy, pittig en vol van smaak. De mangosalade was fris en lekker. Ik dronk er een grote fles ijskoud bier bij, waar mijn favoriete biermeisje extra ijs bij deed. Alles was perfect. Ineens leek het alsof we hier gister nog waren. Dat hele bewogen jaar leek verdwenen."

"Bij Bang Rak was het weer aardig gevuld, de meisjes hadden het er maar druk mee, en de curry was weer heerlijk. Nu hadden we een salade van aubergine en eieren erbij, de aubergine was boterzacht."
"We aten bij Bang Rak. Gelukkig waren er weer vier meisjes in de bediening, al was het iets minder druk dan 3d geleden. De meisjes hadden nieuwe rode t-shirts met in drie talen de opdruk “welkom”. Het eten was weer verrukkelijk. Toen we weggingen wees de eigenaar er op dat ze vanaf morgen voor een dag of 4 à 5 dicht zouden gaan (vanwege Chinese New Year). Dat hadden we goed voorspeld."
"De voorlopig laatste wandeling naar Bang Rak. Even slikken. Ik zat nauwelijks toen de eigenaar naar me toe kwam: hé, je hebt vandaag koffie gedronken bij Chia. Hij belde om het me te vertellen. De curry was verrukkelijk. De senior serveerster begreep precies wat ik nodig had. De tweede cola kwam als vanzelf en een derde stelde ze niet eens voor. "

De openingswoorden van de laatste alinea hierboven, "voorlopig laatste", dreigen nu langer waar te blijven dan ik had kunnen vermoeden toen ik ze opschreef...

Meer:

Hier vind je meer Waterlily foodblogs