Posts tonen met het label Maleisie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Maleisie. Alle posts tonen

dinsdag 21 maart 2023

De wereldwijde vegetariër (5) Maleisie


Maleisie

In de grote steden van Maleisie, met name Kuala Lumpur en Georgetown (Penang), kun je heel lekker en heel gevarieerd eten. De drie bevolkingsgroepen, Chinees, Maleis en Indiaas, hebben ieder hun eigen eetcultuur. Samen geeft dat een ongelooflijk breed aanbod. Bovendien ligt het kwaliteitsnivo erg hoog. Of het nu komt door de betere ingredienten, de betere hygiene, de betere keukens of de betere koks - je kunt in Maleisie lekkerder Indiaas eten dan in India!

In de kleinere steden buiten de toeristische route, met name in het midden en oosten, waar minder Indiers wonen en er geen Chinese lunch restaurants zijn, wordt het allemaal wat moeilijker.

lunch

In de middelgrote en grote steden zijn vegetarische Chinese lunchrestaurants, soms buffet-achtig, soms met een menu. Hier kun je uitstekend en goedkoop eten.
Sayur-Sayuran: vegetarisch restaurant in Maleisie
De Chinezen zijn meesters in het maken van mock meat. Met tofu en andere ingrediënten maken ze allerlei soorten vlees en vis na. Ik heb me laten vertellen dat het soms verrassend goed smaakt naar "echt" vlees. Iets waar ik zelf nu niet bepaald naar op zoek ben. Maar als je er benieuwd naar bent, is hier je kans.

Een fraai staaltje fusion is dat je soms ook bij een Indiër mock meat ziet liggen

diner

In de grotere steden zijn vegetarische restaurants te vinden. In de food courts is meestal ook wel wat vegetarisch te vinden. Chinese en Indiase restaurants hebben eigenlijk altijd wel vegetarische gerechten op het menu staan. Maleise iets minder, maar meestal is er toch wel wat te krijgen. De termen die je kent uit de Nederlanse Chinees-Indische restaurants komen van pas!
Chinees namaakvlees

Indiaas
Rendang gemaakt van tofu


koffie en ontbijt

Kopitiams zijn traditionele Maleise koffiehuizen. Ze zijn vaak levendig en het is leuk om er te zitten. Maleise koffie wordt gebrand met een beetje boter. Dat geeft een aparte smaak, waar je aan moet wennen. 
Kopitiam


In de steden zijn volop hippe plekken om een goede americano of cappuccino te drinken. Die kunnen wel verrassend duur zijn. Als alternatief kun je bij... de McDonalds een uitstekende filterkoffie vinden zoals we die in het westen gewend zijn. De Family Mart, 7-Eleven of MyNews hebben vaak ook prima take-away koffie.


Om je eigen ontbijt te verzorgen, moet je naar een hele grote supermarkt, bv de Big-C. Daar vind je havervlokken, yoghurt en filterkoffie-zonder-botersmaak. Fruit is meestal gemakkelijk op straat te koop. Kleine bakjes yoghurt kun je soms ook krijgen bij een van de talloze mini-winkeltjes.

meer


Meer afleveringen van de wereldwijde vegetariër. (India, Thailand, Spanje, Iran)

maandag 20 februari 2023

Reisverslag 2023/4 Satun (TH) - Kuala Lumpur (MY)

Satun

We bleven twee weken in Satun, dat kleine stadje in een uithoek van Zuid Thailand. Dit keer begon het minder stil en stoffig dan we gewend waren. De 27ste veteranen atletiek spelen werden hier gehouden, met deelnemers uit 13 landen - vooral Thailand, Maleisië, Indonesië en Iran. Daarvoor was een grootse night market opgezet met talloze eetstalletjes -gezellig- en een podium met harde muziek die tot 's avonds laat door de hele stad schalde - minder gezellig.

Ons resort deelden we de eerste week met 22 ambtenaren die uit Bangkok waren aangerukt om paspoorten uit te geven. Onze receptioniste had met moeite een huisje voor ons vrij weten te spelen. Het was een jonge groep die 's avonds heel rustig wat zat te babbelen voor ze vroeg naar bed gingen.

Er waren ook veel meer buitenlandse toeristen in Satun dan eerdere jaren. Tot wel 10 per dag. Omdat de boot naar Langkawi nog maar een keer per dag ging, moesten mensen vanuit bv Krabi hier overnachten i.p.v. dezelfde dag nog door te kunnen reizen.

Voor ons maakte het allemaal niet uit, wij hadden heerlijke dagen, waarbij onze grootste zorg was waar koffie te drinken en waar te eten.

Uitslapen was er niet bij, vanaf half zeven was er een concert van vogels die elkaar probeerden te overstemmen. De een met felle melodieën, de ander met gekrijs.

We maakten ochtendwandelingen door een sprookjesachtig mangrove bos, waar krabbetjes en mudskippers bewogen door de modder van droogvallende stroompjes als het eb werd. We wandelden door het buitengebied met plantages van rubberbomen en oliepalmbomen. We kwamen langs Karst-rotsformaties waar aapjes tussen de bomen slingerden.

Andere ochtenden hadden we keuze uit verschillende leuke coffee shops. Alleen waren de openingstijden nogal onregelmatig dus meer dan eens stonden we voor een dichte deur.


Voor de lunch gingen we meestal naar een van de twee veganistische lunch restaurantjes: Chinees buffet met veel tofu en seitan gerechten.

's Middags zaten we op onze veranda of bij het zwembad. Ook daar aan dieren geen gebrek. Behalve de verschillende huispoezen waren er eekhoorns, leguanen, roofvogels, kievieten, mussen en vlinders. Iets verderop zat een grote knalblauwe vogel, geen ijsvogel, maar wat het wel was?

Om half zeven ging de zon onder en uit de verte klonk het geluid van verschillende moskeeën, net niet synchroon. Het leek alsof ze een quadrafonische canon zongen. Even later begon het geluid van duizenden krekels en een paar kikkers met diepe basstem.

Avondeten hebben we een paar keer thuis gekookt, in de keuken van ons resort. Maar mijn favoriete restaurant is een curry restaurant waar de serveerster ons na drie jaar nog herkende, en zelfs wist wat mijn lievelings-gerecht was.

Dat was typerend voor de vele hartverwarmende vriendelijke goedlachse Thai die we ontmoetten.


Van Satun naar KL

In de afgelopen 8 jaar zijn we 6 keer de Thais-Maleisische grens overgestoken. Iedere keer op een andere plek of met een andere vervoers-modus. Dus er kon nog wel een nieuwe grensovergang bij.

De eerste etappe was een hele korte (zoals we ook in Kerala met korte etappes begonnen) van 40 km naar het Thale Ban National Park. Daar logeerden we op een prachtig plekje in de schaduw van de enorme muur van een Karst-berg. Door de tuin liep een beekje met wat watervalletjes. In de tuin stonden koffieplanten die tot boom waren doorgeschoten en daarna geknot. De bloemen roken heerlijk zoet.

De eigenaresse had voor de volgende dag een auto geregeld om ons de grens over te brengen. De auto had zowel een Thais als een Maleisisch nummerbord; de chauffeur sprak zowel Thai als Maleis, en hij kende zo'n beetje iedere grensbeambte en politieagent die we onderweg tegenkwamen (en dat waren er best veel, maar allemaal waren ze even vrolijk en vriendelijk).

We gingen de grens over bij Wang Prachan, en lieten ons 20 km verderop afzetten bij het station van Padang Besar. Daar namen we een stoptrein in zuidelijke richting. De stoptreinen rijden hier ook best hard, tot 120 km/u. Maar na een kwartiertje hoorden we een paar harde knallen en even vielen verlichting en airconditioning uit. Daarna sukkelden we nauwelijks meer dan stapvoets door het mooie landschap. We misten onze overstap en kwamen uiteindelijk met twee uur vertraging in Taiping. Daar was net een tropische stortbui losgebarsten. Meer dan ons hotel opzoeken (dat we nog kenden van 8 jaar geleden, en gelukkig hadden ze nog plaats) en een hapje eten zat er niet meer in.

De volgende dag waren alle treinen richting Kuala Lumpur al volgeboekt, dus we moesten met de bus. In tegenstelling tot de treinstations, liggen de busstations ver buiten de stad dus we waren veel tijd kwijt met voor- en natransport. De bus zelf was wel ruim en comfortabel en nam een mooie route door de bergen.

Al met al waren het zo een paar lange en vermoeiende reisdagen geworden. Maar gelukkig hadden we nog vier dagen in Kuala Lumpur om bij te komen. De prettige hotelkamer met een rooftop swimming pool hielpen daarbij. We hadden dus volop gelegenheid om te genieten van de lekkere koffie en het uitstekende eten in de grote stad. Tussendoor struinden we door achterafstraatjes en bekeken we eigenaardigheden van deze mega-stad.


Meer

zondag 12 februari 2023

Reisverslag 2023/3 Per trein over de Jungle Railway (Maleisie) en door Sultanaat Pattani (Thailand)

The Jungle Train


De spoorlijn van Singapore naar Bangkok loopt in Maleisië langs de westkust. Maar er is een aftakking die meer door het midden en oosten loopt. Bij Gemas takt die af en in Hat Yai (in het zuiden van Thailand) komen ze weer bij elkaar. Ten tijde van de aanleg was dit nog grotendeels jungle, vandaar de bijnaam. Het midden en oosten is nog steeds het minder ontwikkelde en meer conservatieve deel van het Maleisische schiereiland.

Gemas

Gemas is een klein provinciestadje met drie x drie blokken met winkels. Daar rijden voortdurend auto's rond, lopen doet hier bijna niemand. Toch was er een heel redelijk hotel en een vegetarisch restaurantje - eigenlijk alleen voor de lunch maar ze wilden wel wat voor ons koken. Het meest bijzondere zagen we toen we 's avonds een blokje om liepen: duizenden, duizenden zwaluwen waren neergestreken op iedere telefoon- en elektriciteitskabel die boven de weg hing, en ook op heel veel randjes aan gevels. Steeds op precies 15 cm afstand van elkaar. In de schemer zag je al die kleine zwarte bolletjes met een witte buik naast elkaar zitten. Fascinerend.

De eerste etappe was naar Kuala Lipis, zo'n 275 km in 5 uur. Deze spoorlijn was recentelijk opgeknapt, en er reden nieuwe a/c treinen. Nog wel diesel, nog wel enkelspoor.

Met zo'n 60 km/u reden we al snel door het groen. Veel rubber en palmolie plantages, sommige verwaarloosd. Tussendoor stukjes waar de natuur meteen opbloeide. Beekjes met kolkend bruin water, en stukken land die onder stonden. Het regenseizoen was net voorbij. ...schier eindeloze palmplantages... Soms aan weerszijden zo dicht langs het spoor dat de takken de trein toucheerden. Het leek alsof je ín de plantage was, alsof je onder de palmbomen liep.

Kuala Lipis

Kuala Lipis was ooit een goudmijn-stadje. En het oude centrum heeft nog steeds een wild-west gevoel. De Britten maakten het rond 1900 hoofdstad van de deelstaat. Toen er in 1922 een spoorlijn kwam, maakte de ontwikkeling een sprong en werden er een handvol koloniale gebouwen neergezet: station, residentie en state mosque. En een rijtje stenen huizen in de hoofdstraat tussen station en rivier - toch zie je de cowboys en huifkarren er zo nog doorheen rijden.

Na de onafhankelijkheid verhuisde de hoofdstad naar de kust en werd Kuala Lipis minder belangrijk. Stadsuitbreidingen ogen erg ongepland: losse stukken waar een mall en woningen gebouwd werden, op flinke afstand van elkaar.

We wandelden wat rond. Langs sommige wegen lag een smal randje jungle. Een stap in de jungle en het is donker, oneffen, de bodem vol rottend organisch materiaal, dat ruik je, en het lawaai van duizenden insecten. Twee stappen in de jungle en je loopt het risico te verdwalen.

De tweede etappe was naar Gua Musang, zo'n 75 km in 2 uur.

Onderweg nog steeds plantages maar steeds meer verwilderd groen ertussen.

Het laatste stuk verschenen kaarsrechte Karst gebergten in het landschap, met kale rotsige zijkanten, soms iets voorover hellend, struiken en bomen in scheuren en bovenop.

Gua Musang

Gua Musang heeft bijna dezelfde layout als Kuala Lipis. Drie oude straatjes tussen station en rivier, en nieuwe wijken op flinke afstand van elkaar, en alles gericht op autoverkeer. Alleen de koloniale gebouwen ontbreken. In plaats daarvan heb je dan de Karst bergen die loodrecht omhoog rijzen, onder andere pal achter het station.

Op het perron van het oude station sloegen we rechtsaf, in zuidelijke richting. Aan het eind van het perron het trapje af en het spoor oversteken. Een pad liep een hele kleine kampong in, van armoedige houten huisjes. Het leek bijna uitgestorven, maar er scharrelden wat kinderen rond, die ons voorzichtig bekeken. Het pad tussen de huisjes door, ook in zuidelijke richting. Bij een beekje oversteken over een smal betonnen dammetje. Vlak daarna naar links en over een iets grotere betonnen dam weer oversteken. Ik vond het eigenlijk te smal, tot ik een stok vond om mijn balans te houden. Je stond nu 10 meter van de rotswand, met een kartelrandje jungle ervoor. Er liep een soort pad omhoog, tussen de gigantische bomen. Met behulp van touwen kon je verder omhoog. Meteen omgeven door grote bladeren en afvallende takken. Ik moest na het tweede touw passen, maar E ging nog iets verder. Daar stond een ladder, waarlangs je omhoog kon naar een grot. Dat deden we dus niet. Dit was al een prachtig stukje jungle walk, hoe klein en kort ook.

Voor de derde etappe van de Jungle Railway stapten we 's ochtends vroeg in de nachttrein die de avond tevoren vanaf de grens met Singapore vertrokken was. Dit was een oudere trein die meer wiebelde en rammelde. We wilden ontbijten in de restauratiewagen, maar de toast was al op. Voor gebakken rijst was het nog te vroeg, bovendien was die niet veg. Dan maar met een kopje koffie genieten van het geweldige uitzicht: Het landschap met opkomende zon en optrekkende ochtendmist was prachtig.

We reden de bergen uit en de vlakke delta in. Ineens reden we tussen groene rijstvelden. Na 5 uur en 200 km bereikten we Kota Bharu, een echte grote stad. Hart van het conservatief-islamitische noordoosten. Je zag veel gevels geïnspireerd op Arabische motieven. Maleis, Chinees en Arabisch waren de meest gebruikte talen op gevels en richting-aanwijsborden. Engels en Tamil waren behoorlijk naar de achtergrond gedrongen.

Het duurde een dagje voor de stad haar charmes aan ons prijsgaf. Tussen lelijke hoogbouw lagen nog stukken oude kampong. Sommige huisjes waren oud en vervallen, andere zagen er nog goed onderhouden uit. Het was er meteen heerlijk stil en vredig. Een paar huizen moeten in hun tijd waren villa's geweest zijn: groot, fraai ontworpen, met zeshoekige uitbouw en veranda. Nu helaas wat verwaarloosd. Ze zouden nog net te redden zijn als iemand er nu aandacht aan zou geven. Maar iets verderop stond hun lot al aangekondigd: nieuwbouwhuizen.

Pattani, het diepe zuiden van Thailand

Vanuit Kota Bharu moesten we Thailand in. Op dit stukje spoorlijn rijden geen treinen meer, dus moesten we een uurtje met de bus. De grens was een klassieker: eerst de formaliteiten om Maleisie uit te gaan. Dan over een stuk niemandsland met een brug de grensrivier over lopen, parallel aan de ongebruikte spoorbrug. Dan de formulieren en stempels halen om Thailand in te kunnen.

In Sungai Kolok konden we weer op de trein naar Yala stappen (120 km in 2 uur).



Eeuwenlang was Pattani een van de Maleise sultanaten. De hoogtijdagen waren in de 16de eeuw. In de 18de eeuw werd het veroverd door Thailand. Lang bleef het in naam Thai maar feitelijk zelfstandig. Begin 20ste eeuw werd het door Engeland en Thailand opgedeeld in een Thais en een Maleis stuk. Aan de westkant kreeg Thailand ook nog Satun, en het gaf zijn claims op andere sultanaten op - die werden onderdeel van Brits bezet gebied en later Maleisië. Dit was een verdrag tussen Engeland en Thailand, de Maleisische sultanaten over wie het ging, hadden niets te zeggen.

Thailand voerde in het aan hen toegewezen deel Thaiificatie-programma's in, wat niet goed viel en er ontstonden verzetsbewegingen die autonomie wilden, m.n. in het voormalige Pattani. Begin 21ste eeuw werden die overgenomen door IS-achtige groepen, die een Islamitisch Kalifaat willen vestigen, gewelddadiger zijn geworden en uit zijn op chaos en wetteloosheid, waarin hun criminele activiteiten floreren. Ze keren zich nu ook tegen de lokale bevolking omdat die niet streng genoeg in de leer zou zijn. Vooral politieagenten en -posten, monniken en kloosters, docenten en scholen, en treinen en spoorlijnen zijn doelwit van aanslagen.

Ondanks dat is het dagelijks leven over het algemeen rustig. Het is jammer dat het officiële reisadvies van het ministerie van buitenlandse zaken "rood" is, waarmee het gebied alleen maar verder geïsoleerd wordt. Rood hier is niet te vergelijken met het rood voor bv Syrië of Afghanistan. Als buitenstaander vallen alleen de zwaarbewapende militairen op die met de trein meereizen. (*)

Wij hadden de afgelopen tijd het lokale nieuws goed gevolgd. Momenteel leek het relatief rustig en voor buitenlanders veilig om door Pattani te reizen. We maakten twee treinreizen met een tussenstop in Yala.

Yala

Yala is een uitgestrekte, rustige, groene stad. Er is een grote wijk met alle provinciale instellingen, gebouwd in cirkels om de city pillar. De wegen zijn er rustig en breed en omlijnd met bomen. De ruime opzet betekent wel dat je soms een flink stuk moet lopen om ergens te komen.

De city pillar staat in een tempeltje midden in een rond park met visvijvers. Vissen voeren is populair, en de vissen komen op je af zwemmen zo gauw je aan de oever stilstaat. Honderden mondjes happen boven het water. De achterste vissen dringen zo aan dat de voorste boven het water getild worden.

Aan het tempeltje hangen belletjes die zachtjes in de wind tingelen. Binnen doen een paar mensen puja. Aan het beeld van een monnik wapperen stukjes bladgoud.

Zo op het oog is alles pais en vree. Moslims voeren ook de vissen, ook al is het een Boeddhistische traditie. En van onder een hoofddoekje komt ook de brede, warme Thaise glimlach.

Van Yala namen we de trein naar Hat Yai  (120 km in 2 uur), waar de oostelijke aftakking weer bij de hoofdlijn van Singapore naar Bangkok komt.

Meer

(*) 6 weken nadat we er waren, veranderde het reisadvies voor zuid Thailand van "rood" naar "oranje". Maar in de loop van 2023 volgden nog veel aanslagen op politieposten e.d.

Lees hoe het verder ging: Satun (TH) - Kuala Lumpur (MY)
Lees over de praktische kant van deze reis: Lily's Mini Travel Guide


























dinsdag 10 januari 2023

Reisverslag 2023/1, Per lowcost carrier en narrow-body Amsterdam-Dubai-Mangalore-Kuala Lumpur

Met los geboekte enkeltjes, met “goedkope” luchtvaartmaatschappijen, met kleine vliegtuigen van Amsterdam naar Kuala Lumpur. Ja, dat kan, met tussenstops in Dubai en kleine vliegvelden in Zuid India.

Amsterdam-Dubai

Een enkeltje naar Dubai was met Transavia zoveel goedkoper dan alle alternatieven, dat we het vroege vertrek voor lief namen. Al dacht ik daar even anders over toen we om 5u bij de gate zaten te wachten. De afgelopen 1 1/2 uur was voornamelijk opgegaan aan het zoeken naar security- en immigratie-balies die open waren. Dat 's nachts niet alles open was, begrepen we, maar dat zo slecht was aangegeven waar je dan wel moest zijn...

Het was apart, 7 uur vliegen in een narrow-body zonder service. Maar het personeel was erg vriendelijk en eigenlijk ging het allemaal prima. Alleen hadden we er niet op gerekend dat we dan ook bij een low-cost terminal in Dubai werden afgezet. Een soort oude loods. Hier geen metro, zoals bij de fraaie gebouwen aan de overkant. Het was even zoeken hoe het zat met de bus de stad in, maar ook dat kwam helemaal goed.

In de schemering liepen we het laatste stukje naar ons hotel.

Deira

We zaten in Deira, een stukje oude stad aan de noordkant van de creek. Nou ja, oud, ons hotel stond op de plek waar toen nog de vismarkt was. Aan veel panden in de wijk werd nog gebouwd terwijl bij andere de was al op de balkonnetjes wapperde.

Aan de overkant van een grote weg was de Gold Souk, waar het een doolhof van oude straten en straatjes was.

Je hebt het hypermoderne Dubai met wolkenkrabbers en protserige malls. Je hebt de nieuwbouw zoals in onze wijk, die redelijk smaakvol is. Je hebt de jaren '60-'80 panden langs de doorgaande straten in de oude stad, lelijke betonnen bouw van 3a4 verdiepingen waar al die goudwinkels in zitten. En je hebt de kleine steegjes daarachter waar ze hier en daar vergeten zijn een huisje uit de leembouwtijd te slopen.

We liepen nog een stuk langs de goudwinkeltjes die op de toeristische route lagen, waarbij je voortdurend werd aangesproken, en kwamen toen in de kleinere straatjes van de parfum-markt en de textiel-markt. Hier was het allemaal heel gemoedelijk. We stonden bij een winkel de kleurige gewaden te bewonderen toen een mevrouw ons aansprak en zei dat dit een prima winkel was. Onder haar zwarte gewaad zag je een randje van zo'n kleurige jurk. Toen ik daar wat van zei sloeg ze haar zwarte gewaad wijd open om zich te laten bewonderen.

In het gebied in en om de Gold Souk komen de meeste bewoners, winkeliers, restaurateurs en goudhandelaren uit Kerala. We raakten aan de praat met een verkoper die afkomstig was uit Kasargod - het eerste stadje in Kerala dat wij willen gaan bezoeken. We kregen meteen het telefoonnummer van zijn neef.

Al met al was het een leuke tocht langs de achterkant van de Gold Souk.

Het leuke van Dubai is de mengelmoes van de halve wereld die je ziet. Toeristen uit de halve wereld, werknemers uit de halve wereld, iedereen met hun eigen kleding en hun eigen gewoontes. Een dame helemaal in het zwart gehuld; een Filipijnse in shorts en een topje; een struise dame in een Afrikaans gewaad; een Russische met iets te opzichtige kleding en iets te veel make-up en te gebleekt haar. Ook eten is er uit de hele wereld te krijgen, wij aten Indiaas en Irakees.

Dubai-Mangalore

Voor dit traject hadden we een enkeltje gekocht bij Air India Expres. Het was maar drie uur vliegen, ook weer met een Boeing 737, maar door tijdsverschil en vertraging kwamen we pas tegen zessen aan in Mangalore. Het duurde erg lang voor we het land in konden. Niet door onwil maar door onkunde. Het leek of hier zo weinig buitenlanders het land binnenkwamen dat de beambten de procedures noch de apparatuur in de vingers hadden.

Eenmaal in de stad en in ons hotel werden we een beetje overvallen door de enorme overgang van het georganiseerde Dubai naar de totale chaos van India. Na zes jaar waren we ontwend hoe vies alles is, hoe alles wat stuk gaat stuk blijft, hoe groot de gaten in de weg zijn en dat er nog veel grotere gaten naast de weg gapen, hoe je altijd in lawaai en luchtvervuiling zit. Mangalore leek alle mindere kanten van India te hebben, zonder dat daar de mystiek van bv Junagadh of de sfeer van bv Mysore tegenover stond.

Mangalore

De volgende dag konden we toch wel een paar juweeltjes ontdekken in Mangalore.

In de ochtend wandelden we door de oudste wijk, waar nog veel goederen werden overgeslagen, naar de rivier. Met een ferry naar de overkant. Daar lag een langwerpig schiereiland tussen de rivier en de Arabische Zee. Het deed dorps aan, er waren meer koeien, geiten en poezen op straat dan auto's, en de huisjes leken op duinzand gebouwd. We zigzagden door smalle steegjes tot we bij het strand uitkwamen: kilometers-lang wit zand. Vogels en vissers jaagden op vissen.

's Avonds bezochten we de op twee na oudste moskee van India, bijna 1400 jaar oud. Gebouwd in het jaar 22 van de Islamitische jaartelling, slechts 5 jaar na het overlijden van de Profeet. Dit kon zo snel dankzij de al bestaande handelsroutes tussen Arabië en de Malabar kust. Het oudste houten deel lag wat verstopt achter een nieuwer voorportaal. We raakten aan de praat met een paar ouderlingen. Samen bewonderden we de oude architectuur en het overdadige houtsnijwerk. Erg indrukwekkend.

Trichy-Kuala Lumpur

We reisden per trein en bus van Mangalore naar Trichy (*).

We hadden de vlucht van Trichy naar Kuala Lumpur met AirAsia uitgezocht omdat het een dagvlucht was. Maar na de boeking werd die uit de dienstregeling genomen en werden we alsnog overgezet op een nachtvlucht. Het kleine vliegveldje van Trichy was wel gemakkelijk te bereiken, rustig en overzichtelijk. Het had evenveel vluchten naar Dubai, Singapore en Kuala Lumpar, als naar Indiase steden. En tegen de verwachting in zagen we zowaar één andere westerling op het vliegveld. Aan boord van de Airbus 320, weer een narrow-body, vielen de Oost-Aziatische stewardessen op. En de ongemakkelijk stoelen. Dan is vier uur vliegen toch lang. Van de drie vluchten was dit met afstand de minst comfortabele.

Het was een bijzondere ervaring: met los geboekte enkeltjes, bij “goedkope” luchtvaartmaatschappijen, met kleine vliegtuigen van Amsterdam naar Kuala Lumpur. Al met al een geslaagd experiment.

Meer

(*) Lees hoe het verder ging vanaf Mangalore: Per trein langs de kust van Noord Kerala 

woensdag 7 februari 2018

Maleisie-Thailand Reisverslag 2018/3 Op bekend terrein (Penang & Satun)

Penang, Maleisië



We bleven 6 dagen op Penang, Maleisië. Hier waren we al vaker geweest en ook dit keer genoten we van de goede voorzieningen en de grote verscheidenheid aan culturen. We vereerden alle drie de bevolkingsgroepen met een bezoek.
We bezochten een grote Chinese tempel in de bergen, die een kruising tussen een bouwplaats en een pretpark was. We bezochten de floating mosque, een moskee gebouwd op palen boven het water. Het was er stil en sereen. We bezochten iedere dag Little India. Daar snoven we de sfeer op van India. De sari- en stoffenwinkels. De Bollywood muziek die keihard uit de dvd-winkels schalt. De levensmiddelenzaken met alle Indiase ingrediënten en kruiden. De restaurants waar het eten beter is dan waar dan ook in India. Dames in sari en spijkerbroek hand in hand.

Geen bevolkingsgroep maar wel onlosmakelijk verbonden met de  geschiedenis van Penang is het koloniale verleden. In het kader daarvan bezochten we de protestantse begraafplaats. Daar werd een rondleiding gegeven. Met een groepje van zo’n 15 mensen volgden we de gids, die erg veel wist en dat leuk vertelde. Veel historische weetjes over de geschiedenis van Penang en haar bewoners. Zo lag hier de Schotse advocaat James Richardson Logan, die de naam “Indonesië” heeft bedacht. Hij vond dat het land recht had op een eigen naam, analoog aan bv Polynesië, ipv een Nederlandse naam (gebruikelijk was toen Nederlands-Indië, Malesische Archipel, Nederlandsch Oost Indië, Indië, de Oost, Insulinde). Het zou tot begin 20ste eeuw duren voor de naam Indonesië werd opgepikt door de onafhankelijkheidsbeweging. En zo blijft ook Indonesië terugkomen, deze reis, net als India.


Op Penang was het al even bewolkt als op Sumatra, maar wel een stuk warmer, zo net boven de 30 graden. Twee en drie jaar geleden troffen we hier steeds een strakblauwe hemel.

Satun, Thailand



Dit was de vijfde keer dat ik van Penang naar Thailand ging. En weer was het via een andere route met andere modi van vervoer. Dit keer de super fast ferry via Langkawi. Ondanks de lange wachttijd op Langkawi was het een hele gemakkelijke en ontspannen modus van vervoer.

Al meteen bij aankomst in Satun, terwijl we naar ons hotel wandelden, keken we naar dingen die we herkenden, dingen die nieuw waren, dingen die veranderd waren of verdwenen waren. Voor zo’n stoffig stadje waar nooit iets gebeurt, was er eigenlijk best veel veranderd. Maar gelukkig niet bij ons hotel. Dat is nog even aangenaam, rustig en comfortabel als altijd.

De Qatari, Indonesiërs en Maleisiërs zijn bijna altijd allemaal heel vriendelijk, aardig en behulpzaam tegen ons geweest. Maar de stralende hartelijkheid van de Thai overtreft alles. De spreekwoordelijke Thaise glimlach is nog steeds hartverwarmend.

We werden geregeld nageroepen, toegeroepen en gegroet door voorbijgangers. Ook als die op de brommer zaten. Zo waren er drie jongelui op de brommer die wat riepen. Wij zwaaiden vrolijk terug. De twee meisjes achterop maakten het Thaise gebaar van de handen voor de borst vouwen en een lichte buiging voorover. En ze deden dat precies synchroon. Achterop de rijdende brommer.

Qua begrijpelijkheid is het andersom, er zijn nauwelijks Engelse opschriften en er wordt nauwelijks Engels gesproken. Er komt heel wat gebarentaal bij kijken.

Ons favoriete lunchrestaurant was er niet meer. Een zoektocht rond het nieuwe marktgebouw leverde niets op. Maar toen we informeerden bij buren van de loods waar het in gevestigd was – door een foto van de uitbaatster te tonen en te wijzen naar haar loods en vragend te kijken – was er koortsachtig overleg. Het ons uitleggen lukte ook niet vanwege de taalbarrière. Dus werden we samen achterop een brommer gezet en naar de nieuwe locatie van het restaurant gebracht!

Onze “vrienden” hier, de eigenaresse van het hotel, de uitbaatster van het lunchrestaurant, het meisje van het koffiestalletje, waren allemaal blij ons weer te zien en stopten ons allemaal eten toe.

En zo genieten we van een kopje koffie op onze veranda, een wandeling door de landelijke buitengebieden of een mangrove-bos, verkoeling bij het zwembad, een boekje lezen, een overheerlijke Thaise curry.

Voor het eerst deze reis in Zuid Oost Azië hadden we overwegend zon en serieus hoge temperaturen. En het geluk van een heldere avond met de maansverduistering, waardoor we langzaam de schaduw van de aarde over de maan zagen trekken. De maan werd roder, leek bolvormiger, iets doorschijnend, een melkglazen ei waar het konijn in zat.

donderdag 14 januari 2016

India Nieuwsbrief, Jaargang 2016, Aflevering 2: Maleisië op herhaling

Feest der herkenning

Kuala Lumpur was een feest van herkenning. Het was precies een jaar geleden dat we hier anderhalve week waren.  (Zie vorig jaar)

Het was heel leuk om zo vertrouwd te zijn, zoveel te herkennen, te zien wat veranderd was, welke zaken verdwenen en verschenen, de voortgang van de oever-beautification te aanschouwen, de weg te weten, de sfeer te voelen. We hadden hetzelfde hotel, en zelfs dezelfde kamer. We aten bij de restaurants die we vorig jaar het beste vonden.

KL had dat aangenaam rommelige, levendige, bonte, gastvrije karakter behouden. Daarvoor nam je de viezigheid, het kapotte wegdek, de ontbrekende rioolroosters en de verkeersdrukte voor lief. Het kleurige straatbeeld dankzij de drie bevolkingsgroepen, waarvan de vrouwen ieder hun eigen kledinggebruiken hadden, daarbinnen ook weer traditioneel en modern: Indiase vrouwen in spijkerbroek; Chinese vrouwen in korte broek of zakelijk rokje; Maleise vrouwen met fleurige hoofddoekjes.

Het weer was meer alles of niets: schroeiende zon afgewisseld met stortbuien. De zonnestraal die altijd scheen was de glimlach van de Maleisiërs.

Taman Negara

Taman Negara, het national park in de binnenlanden, konden we vorig jaar niet bezoeken vanwege overstromingen. Dat was dit jaar geen probleem. Maar de spoorlijn die we vanaf Taman Negara zouden willen gebruiken om door te reizen, was sindsdien jammer genoeg nog steeds niet hersteld. 

Op het metrostation namen we de verkeerde ingang – om op het juiste perron te komen moesten we door een doolhof van roltrappen, gangen, trappen, corridors. Op het grote busstation aangekomen bleek dat onze bus niet daar vandaan vertrok. We zouden naar een ander busstation aan de andere kant van de stad moeten gaan.

Op reis gaan dingen wel vaker niet zoals gepland, maar sommige dagen kun je het beter hebben dan andere. We besloten de voortekenen niet langer te negeren en Taman Negara uit te stellen tot de volgende reis. We namen een bus naar het vertrouwde Penang.

Penang

Over Penang zou ik alles kunnen herhalen wat ik hierboven over KL schreef.

We woonden aan de rand van Little India. Deze wijk is eigenlijk een verbeterde uitvoering van het grote India. Alles was op loopafstand; de infrastructuur was beter; het was schoner; het eten was lekkerder (waarschijnlijk vanwege de hygiëne en betere ingrediënten); gerechten uit allerlei regio’s waren in één straat te vinden; de Indiërs hier waren opener en goedlachser (ongetwijfeld Maleise invloed).

Het weer was heerlijk, zo'n 30 graden, zonnig, en dankzij de zeelucht heel aangenaam.

We kwamen helemaal in de vakantiestemming. We genoten van kopjes koffie op een terrasje, van lekker eten in Litle India, van de zwoele vooravonden aan de boulevard. Het enige nadeel wat er te bedenken was, was dat we ook weinig bijzonders beleefden en daarmee geen stof opdeden voor de nieuwsbrief.

Wildlife

We maakten één uitstapje naar de andere kant van het eiland. Met de bus dwars door het midden. Dus eerst Georgetown uit, dan bijna naadloos over in een voorstadje aan de voet van Penang Hill. Daarna staken we de heuvelrug over. Dat was het enige stuk dat niet dicht bebouwd was, en waar naast de weg direct de oorspronkelijke jungle lag: groene en groots.

Balik Pulau is een flink dorp waarvan de hoofdstraat nog verrassend druk met verkeer was. Misschien is het wel de enige plaats op Penang zonder torenflats. We wandelden eerst de hoofdstraat op en neer. Allerlei kleine winkeltjes in oude huizen, waaronder een oude zilversmid. We dronken koffie bij een cafeetje waar direct voor de deur een mevrouw allerlei snacks verkocht. Het was meteen een heel andere sfeer dan in de stad.
 

Maar écht anders werd het toen we een wandeling maakten door de kampong achter het café. Vrijstaande huizen aan een slingerend zandpad, allemaal met een flinke tuin, kippen, bloeiende planten en her en der bananenbomen. En allemaal een auto op de oprit. Hier was het doodstil, idyllisch, een andere wereld. Er stroomde glashelder water door een beekje met een bodem van wit zand en de oevers dicht begroeid. Ineens een heleboel geploms en gespetter. Er bewoog iets wild in het water. Een vis? Een otter? Nee, het was een grote varaan. Het lijf zo dik als een been, met staart minstens een meter lang. Het rende of spartelde wild en in hoog tempo door de beek. Van ons vandaan, tot die na een meter of 30 een bocht om ging. Dat was spectaculair! Een van de meest spectaculaire ontmoetingen met een varaan/hagedis die ik ooit meegemaakt heb.

Bouwplaats

In Singapore lijkt men zich bewust van de grenzen van het eiland. Er wordt veel afgebroken en herbouwd. In Kuala Lumpur en Penang daarentegen breiden de steden ongebreideld uit. Het oerwoud wordt gekapt en hele satelietsteden verrijzen, terwijl oudere delen leegstaan of teloorgaan. Op Penang worden te pas en te onpas enorme torenflats gebouwd, waarbij je betwijfelt of er genoeg mensen zijn om die allemaal te gaan bewonen.

In het oude centrum van Georgetown staat ook veel leeg, maar wordt wel op oude plots herbouwd, waar bij je je afvraagt of restauratie geen beter idee zou zijn.

Naast ons hotel, op het aangrenzende plot land, werd gebouwd. 7 Dagen per week van kwart over zeven tot tegen middernacht. Het kon ons dus niet ontgaan. De eerste avond schrokken we van al het lawaai, maar we wenden er eigenlijk vrij snel aan.

We keken uit op vier containers/bouwketen (in een ervan woonde de dag-en-nachtwaker) en vier enorme tanks voor olie of diesel of water. Het zware werk gebeurde meer naast ons maar niet zichtbaar vanuit de kamer. Wel vanaf straat. Vier hijskranen en een graafmachine waren constant bezig, meestal tegelijk op het plot van 20x50 meter. Het leek een chaotisch gekrioel van allerlei activiteiten vlak bij en door elkaar, en het was een wonder dat iemand overzicht zou kunnen hebben.

De architect/ingenieur waagde  zich niet tussen de grote machines en hield vanaf de straat een oogje in het zeil. Ze waren bezig met de fundering, legde hij uit. Niet heien, om de naastliggende panden te sparen, maar een nieuwe techniek: er werd een 15 meter diep gat geboord, dat werd met polymeren bekist (waarvoor een generator vlakbij getakeld werd, omdat de stroomkabels mee tot onderin het gat moesten) en dan werd er door een trechter met slurf (die ook weer aan een hijskraan hing) beton in gestort. Ondanks die nieuwe techniek stond ons hotel zo nu en dan te trillen op de grondvesten. Ik vroeg me af of dat wat te maken kon hebben met de barst in ons plafond, waar tijdens onze laatste nacht op Penang, bij de eerste regenbui, water door druppelde. Op ons hoofd. We moesten zelfs verhuizen naar een andere kamer…

Tenslotte

We verlieten Penang en Maleisië met de veerboot en de nieuwe snelle trein. Door groene vlaktes van rijstvelden en de laatste rubberbomen die nog geen plaats gemaakt hadden voor palmoliepalmen. De trein eindigde bij de grens. Via een loopbrug over de goederenemplacementen kwam je uit bij de Maleisische grenspost. Daarna was het 500 meter lopen door een soort “niemandsland“ naar de Thaise grenspost. Ik was de Maleisisch-Thaise grens in het verleden overgestoken per vliegtuig, per trein en per boot. Dit keer dus te voet.

Aan de Thaise kant waren geen voorzieningen en we hadden de grootste moeite wat Ringgit te wisselen voor Baht. Daarna begon het lange wachten op een bus. We hadden de hoop nog niet opgegeven, toen een auto stopte en ons een lift aanbood voor de laatste 55 km naar Hat Yai. Ongewild hadden we weer een behoorlijk ongebruikelijk en ingewikkelde route genomen.

Hoe het verder gaat in Zuid Thailand lees je in aflevering 3.
Maleisie, 4-14 januari


Terug naar aflevering 1.