Posts tonen met het label 2023. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2023. Alle posts tonen

maandag 20 februari 2023

Reisverslag 2023/4 Satun (TH) - Kuala Lumpur (MY)

Satun

We bleven twee weken in Satun, dat kleine stadje in een uithoek van Zuid Thailand. Dit keer begon het minder stil en stoffig dan we gewend waren. De 27ste veteranen atletiek spelen werden hier gehouden, met deelnemers uit 13 landen - vooral Thailand, Maleisië, Indonesië en Iran. Daarvoor was een grootse night market opgezet met talloze eetstalletjes -gezellig- en een podium met harde muziek die tot 's avonds laat door de hele stad schalde - minder gezellig.

Ons resort deelden we de eerste week met 22 ambtenaren die uit Bangkok waren aangerukt om paspoorten uit te geven. Onze receptioniste had met moeite een huisje voor ons vrij weten te spelen. Het was een jonge groep die 's avonds heel rustig wat zat te babbelen voor ze vroeg naar bed gingen.

Er waren ook veel meer buitenlandse toeristen in Satun dan eerdere jaren. Tot wel 10 per dag. Omdat de boot naar Langkawi nog maar een keer per dag ging, moesten mensen vanuit bv Krabi hier overnachten i.p.v. dezelfde dag nog door te kunnen reizen.

Voor ons maakte het allemaal niet uit, wij hadden heerlijke dagen, waarbij onze grootste zorg was waar koffie te drinken en waar te eten.

Uitslapen was er niet bij, vanaf half zeven was er een concert van vogels die elkaar probeerden te overstemmen. De een met felle melodieën, de ander met gekrijs.

We maakten ochtendwandelingen door een sprookjesachtig mangrove bos, waar krabbetjes en mudskippers bewogen door de modder van droogvallende stroompjes als het eb werd. We wandelden door het buitengebied met plantages van rubberbomen en oliepalmbomen. We kwamen langs Karst-rotsformaties waar aapjes tussen de bomen slingerden.

Andere ochtenden hadden we keuze uit verschillende leuke coffee shops. Alleen waren de openingstijden nogal onregelmatig dus meer dan eens stonden we voor een dichte deur.


Voor de lunch gingen we meestal naar een van de twee veganistische lunch restaurantjes: Chinees buffet met veel tofu en seitan gerechten.

's Middags zaten we op onze veranda of bij het zwembad. Ook daar aan dieren geen gebrek. Behalve de verschillende huispoezen waren er eekhoorns, leguanen, roofvogels, kievieten, mussen en vlinders. Iets verderop zat een grote knalblauwe vogel, geen ijsvogel, maar wat het wel was?

Om half zeven ging de zon onder en uit de verte klonk het geluid van verschillende moskeeën, net niet synchroon. Het leek alsof ze een quadrafonische canon zongen. Even later begon het geluid van duizenden krekels en een paar kikkers met diepe basstem.

Avondeten hebben we een paar keer thuis gekookt, in de keuken van ons resort. Maar mijn favoriete restaurant is een curry restaurant waar de serveerster ons na drie jaar nog herkende, en zelfs wist wat mijn lievelings-gerecht was.

Dat was typerend voor de vele hartverwarmende vriendelijke goedlachse Thai die we ontmoetten.


Van Satun naar KL

In de afgelopen 8 jaar zijn we 6 keer de Thais-Maleisische grens overgestoken. Iedere keer op een andere plek of met een andere vervoers-modus. Dus er kon nog wel een nieuwe grensovergang bij.

De eerste etappe was een hele korte (zoals we ook in Kerala met korte etappes begonnen) van 40 km naar het Thale Ban National Park. Daar logeerden we op een prachtig plekje in de schaduw van de enorme muur van een Karst-berg. Door de tuin liep een beekje met wat watervalletjes. In de tuin stonden koffieplanten die tot boom waren doorgeschoten en daarna geknot. De bloemen roken heerlijk zoet.

De eigenaresse had voor de volgende dag een auto geregeld om ons de grens over te brengen. De auto had zowel een Thais als een Maleisisch nummerbord; de chauffeur sprak zowel Thai als Maleis, en hij kende zo'n beetje iedere grensbeambte en politieagent die we onderweg tegenkwamen (en dat waren er best veel, maar allemaal waren ze even vrolijk en vriendelijk).

We gingen de grens over bij Wang Prachan, en lieten ons 20 km verderop afzetten bij het station van Padang Besar. Daar namen we een stoptrein in zuidelijke richting. De stoptreinen rijden hier ook best hard, tot 120 km/u. Maar na een kwartiertje hoorden we een paar harde knallen en even vielen verlichting en airconditioning uit. Daarna sukkelden we nauwelijks meer dan stapvoets door het mooie landschap. We misten onze overstap en kwamen uiteindelijk met twee uur vertraging in Taiping. Daar was net een tropische stortbui losgebarsten. Meer dan ons hotel opzoeken (dat we nog kenden van 8 jaar geleden, en gelukkig hadden ze nog plaats) en een hapje eten zat er niet meer in.

De volgende dag waren alle treinen richting Kuala Lumpur al volgeboekt, dus we moesten met de bus. In tegenstelling tot de treinstations, liggen de busstations ver buiten de stad dus we waren veel tijd kwijt met voor- en natransport. De bus zelf was wel ruim en comfortabel en nam een mooie route door de bergen.

Al met al waren het zo een paar lange en vermoeiende reisdagen geworden. Maar gelukkig hadden we nog vier dagen in Kuala Lumpur om bij te komen. De prettige hotelkamer met een rooftop swimming pool hielpen daarbij. We hadden dus volop gelegenheid om te genieten van de lekkere koffie en het uitstekende eten in de grote stad. Tussendoor struinden we door achterafstraatjes en bekeken we eigenaardigheden van deze mega-stad.


Meer

zondag 12 februari 2023

Reisverslag 2023/3 Per trein over de Jungle Railway (Maleisie) en door Sultanaat Pattani (Thailand)

The Jungle Train


De spoorlijn van Singapore naar Bangkok loopt in Maleisië langs de westkust. Maar er is een aftakking die meer door het midden en oosten loopt. Bij Gemas takt die af en in Hat Yai (in het zuiden van Thailand) komen ze weer bij elkaar. Ten tijde van de aanleg was dit nog grotendeels jungle, vandaar de bijnaam. Het midden en oosten is nog steeds het minder ontwikkelde en meer conservatieve deel van het Maleisische schiereiland.

Gemas

Gemas is een klein provinciestadje met drie x drie blokken met winkels. Daar rijden voortdurend auto's rond, lopen doet hier bijna niemand. Toch was er een heel redelijk hotel en een vegetarisch restaurantje - eigenlijk alleen voor de lunch maar ze wilden wel wat voor ons koken. Het meest bijzondere zagen we toen we 's avonds een blokje om liepen: duizenden, duizenden zwaluwen waren neergestreken op iedere telefoon- en elektriciteitskabel die boven de weg hing, en ook op heel veel randjes aan gevels. Steeds op precies 15 cm afstand van elkaar. In de schemer zag je al die kleine zwarte bolletjes met een witte buik naast elkaar zitten. Fascinerend.

De eerste etappe was naar Kuala Lipis, zo'n 275 km in 5 uur. Deze spoorlijn was recentelijk opgeknapt, en er reden nieuwe a/c treinen. Nog wel diesel, nog wel enkelspoor.

Met zo'n 60 km/u reden we al snel door het groen. Veel rubber en palmolie plantages, sommige verwaarloosd. Tussendoor stukjes waar de natuur meteen opbloeide. Beekjes met kolkend bruin water, en stukken land die onder stonden. Het regenseizoen was net voorbij. ...schier eindeloze palmplantages... Soms aan weerszijden zo dicht langs het spoor dat de takken de trein toucheerden. Het leek alsof je ín de plantage was, alsof je onder de palmbomen liep.

Kuala Lipis

Kuala Lipis was ooit een goudmijn-stadje. En het oude centrum heeft nog steeds een wild-west gevoel. De Britten maakten het rond 1900 hoofdstad van de deelstaat. Toen er in 1922 een spoorlijn kwam, maakte de ontwikkeling een sprong en werden er een handvol koloniale gebouwen neergezet: station, residentie en state mosque. En een rijtje stenen huizen in de hoofdstraat tussen station en rivier - toch zie je de cowboys en huifkarren er zo nog doorheen rijden.

Na de onafhankelijkheid verhuisde de hoofdstad naar de kust en werd Kuala Lipis minder belangrijk. Stadsuitbreidingen ogen erg ongepland: losse stukken waar een mall en woningen gebouwd werden, op flinke afstand van elkaar.

We wandelden wat rond. Langs sommige wegen lag een smal randje jungle. Een stap in de jungle en het is donker, oneffen, de bodem vol rottend organisch materiaal, dat ruik je, en het lawaai van duizenden insecten. Twee stappen in de jungle en je loopt het risico te verdwalen.

De tweede etappe was naar Gua Musang, zo'n 75 km in 2 uur.

Onderweg nog steeds plantages maar steeds meer verwilderd groen ertussen.

Het laatste stuk verschenen kaarsrechte Karst gebergten in het landschap, met kale rotsige zijkanten, soms iets voorover hellend, struiken en bomen in scheuren en bovenop.

Gua Musang

Gua Musang heeft bijna dezelfde layout als Kuala Lipis. Drie oude straatjes tussen station en rivier, en nieuwe wijken op flinke afstand van elkaar, en alles gericht op autoverkeer. Alleen de koloniale gebouwen ontbreken. In plaats daarvan heb je dan de Karst bergen die loodrecht omhoog rijzen, onder andere pal achter het station.

Op het perron van het oude station sloegen we rechtsaf, in zuidelijke richting. Aan het eind van het perron het trapje af en het spoor oversteken. Een pad liep een hele kleine kampong in, van armoedige houten huisjes. Het leek bijna uitgestorven, maar er scharrelden wat kinderen rond, die ons voorzichtig bekeken. Het pad tussen de huisjes door, ook in zuidelijke richting. Bij een beekje oversteken over een smal betonnen dammetje. Vlak daarna naar links en over een iets grotere betonnen dam weer oversteken. Ik vond het eigenlijk te smal, tot ik een stok vond om mijn balans te houden. Je stond nu 10 meter van de rotswand, met een kartelrandje jungle ervoor. Er liep een soort pad omhoog, tussen de gigantische bomen. Met behulp van touwen kon je verder omhoog. Meteen omgeven door grote bladeren en afvallende takken. Ik moest na het tweede touw passen, maar E ging nog iets verder. Daar stond een ladder, waarlangs je omhoog kon naar een grot. Dat deden we dus niet. Dit was al een prachtig stukje jungle walk, hoe klein en kort ook.

Voor de derde etappe van de Jungle Railway stapten we 's ochtends vroeg in de nachttrein die de avond tevoren vanaf de grens met Singapore vertrokken was. Dit was een oudere trein die meer wiebelde en rammelde. We wilden ontbijten in de restauratiewagen, maar de toast was al op. Voor gebakken rijst was het nog te vroeg, bovendien was die niet veg. Dan maar met een kopje koffie genieten van het geweldige uitzicht: Het landschap met opkomende zon en optrekkende ochtendmist was prachtig.

We reden de bergen uit en de vlakke delta in. Ineens reden we tussen groene rijstvelden. Na 5 uur en 200 km bereikten we Kota Bharu, een echte grote stad. Hart van het conservatief-islamitische noordoosten. Je zag veel gevels geïnspireerd op Arabische motieven. Maleis, Chinees en Arabisch waren de meest gebruikte talen op gevels en richting-aanwijsborden. Engels en Tamil waren behoorlijk naar de achtergrond gedrongen.

Het duurde een dagje voor de stad haar charmes aan ons prijsgaf. Tussen lelijke hoogbouw lagen nog stukken oude kampong. Sommige huisjes waren oud en vervallen, andere zagen er nog goed onderhouden uit. Het was er meteen heerlijk stil en vredig. Een paar huizen moeten in hun tijd waren villa's geweest zijn: groot, fraai ontworpen, met zeshoekige uitbouw en veranda. Nu helaas wat verwaarloosd. Ze zouden nog net te redden zijn als iemand er nu aandacht aan zou geven. Maar iets verderop stond hun lot al aangekondigd: nieuwbouwhuizen.

Pattani, het diepe zuiden van Thailand

Vanuit Kota Bharu moesten we Thailand in. Op dit stukje spoorlijn rijden geen treinen meer, dus moesten we een uurtje met de bus. De grens was een klassieker: eerst de formaliteiten om Maleisie uit te gaan. Dan over een stuk niemandsland met een brug de grensrivier over lopen, parallel aan de ongebruikte spoorbrug. Dan de formulieren en stempels halen om Thailand in te kunnen.

In Sungai Kolok konden we weer op de trein naar Yala stappen (120 km in 2 uur).



Eeuwenlang was Pattani een van de Maleise sultanaten. De hoogtijdagen waren in de 16de eeuw. In de 18de eeuw werd het veroverd door Thailand. Lang bleef het in naam Thai maar feitelijk zelfstandig. Begin 20ste eeuw werd het door Engeland en Thailand opgedeeld in een Thais en een Maleis stuk. Aan de westkant kreeg Thailand ook nog Satun, en het gaf zijn claims op andere sultanaten op - die werden onderdeel van Brits bezet gebied en later Maleisië. Dit was een verdrag tussen Engeland en Thailand, de Maleisische sultanaten over wie het ging, hadden niets te zeggen.

Thailand voerde in het aan hen toegewezen deel Thaiificatie-programma's in, wat niet goed viel en er ontstonden verzetsbewegingen die autonomie wilden, m.n. in het voormalige Pattani. Begin 21ste eeuw werden die overgenomen door IS-achtige groepen, die een Islamitisch Kalifaat willen vestigen, gewelddadiger zijn geworden en uit zijn op chaos en wetteloosheid, waarin hun criminele activiteiten floreren. Ze keren zich nu ook tegen de lokale bevolking omdat die niet streng genoeg in de leer zou zijn. Vooral politieagenten en -posten, monniken en kloosters, docenten en scholen, en treinen en spoorlijnen zijn doelwit van aanslagen.

Ondanks dat is het dagelijks leven over het algemeen rustig. Het is jammer dat het officiële reisadvies van het ministerie van buitenlandse zaken "rood" is, waarmee het gebied alleen maar verder geïsoleerd wordt. Rood hier is niet te vergelijken met het rood voor bv Syrië of Afghanistan. Als buitenstaander vallen alleen de zwaarbewapende militairen op die met de trein meereizen. (*)

Wij hadden de afgelopen tijd het lokale nieuws goed gevolgd. Momenteel leek het relatief rustig en voor buitenlanders veilig om door Pattani te reizen. We maakten twee treinreizen met een tussenstop in Yala.

Yala

Yala is een uitgestrekte, rustige, groene stad. Er is een grote wijk met alle provinciale instellingen, gebouwd in cirkels om de city pillar. De wegen zijn er rustig en breed en omlijnd met bomen. De ruime opzet betekent wel dat je soms een flink stuk moet lopen om ergens te komen.

De city pillar staat in een tempeltje midden in een rond park met visvijvers. Vissen voeren is populair, en de vissen komen op je af zwemmen zo gauw je aan de oever stilstaat. Honderden mondjes happen boven het water. De achterste vissen dringen zo aan dat de voorste boven het water getild worden.

Aan het tempeltje hangen belletjes die zachtjes in de wind tingelen. Binnen doen een paar mensen puja. Aan het beeld van een monnik wapperen stukjes bladgoud.

Zo op het oog is alles pais en vree. Moslims voeren ook de vissen, ook al is het een Boeddhistische traditie. En van onder een hoofddoekje komt ook de brede, warme Thaise glimlach.

Van Yala namen we de trein naar Hat Yai  (120 km in 2 uur), waar de oostelijke aftakking weer bij de hoofdlijn van Singapore naar Bangkok komt.

Meer

(*) 6 weken nadat we er waren, veranderde het reisadvies voor zuid Thailand van "rood" naar "oranje". Maar in de loop van 2023 volgden nog veel aanslagen op politieposten e.d.

Lees hoe het verder ging: Satun (TH) - Kuala Lumpur (MY)
Lees over de praktische kant van deze reis: Lily's Mini Travel Guide


























donderdag 12 januari 2023

Reisverslag 2023/2, Per trein langs de kust van Noord Kerala (India)

Reizen in India

"Niets gaat vanzelf in India. Altijd zijn er onverwachte complicaties. En zelfs de kortste wandeling op straat wordt een avontuur."

Ondanks de enorme modernisering in India, zijn die kenmerken de afgelopen 30 jaar hetzelfde gebleven. Soms is het dan ook wel vermoeiend dat je steeds attent moet zijn, je steeds moet aanpassen aan een nieuwe situatie, steeds nieuwe indrukken moet verwerken, steeds moet filteren uit het lawaai wat je wel en niet wilt horen, steeds wordt aangesproken (hoe vriendelijk ook). Maar je krijgt er ook veel voor terug, je ziet fantastische dingen, maakt de raarste dingen mee, spreekt bijzondere mensen.

In ruim twee weken zakten we af langs de kust van Noord Kerala. Meest per trein, meest vrij korte verplaatsingen. We hadden regionale stoptreinen, soms met een zitplaats, soms samengeperst staand in het halletje. De open ramen zorgeden voor broodnodige ventilatie. Onze treinen reden op tijd of hadden tot een half uur vertraging.


Arabische invloeden

Al meer dan 2000 jaar zijn er handelsroutes tussen Arabië en de Malabar kust. Daardoor waren de eerste Christenen hier al in het jaar 50 en de eerste Moslims in het jaar 10. De kleinere kustplaatsen zijn nog steeds overwegend Islamitisch - vegetarisch eten is hier minder vanzelfsprekend dan in andere delen van India. Of het komt door die oude handelsgeest weet ik niet, maar de mensen zijn opener dan ik in India gewend ben. Ze lachen je spontaan toe en heten je welkom.

Behalve die oude invloeden uit het Midden-Oosten, zijn er ook nieuwere. Tegenwoordig werken honderdduizenden Indiërs in de Golf. Met het geld dat daar verdiend wordt, bouwen ze grote moderne huizen. Ieder dorp, ieder stadje heeft uitgestrekte buitenwijken met prachtige villa's. En je zag het terug in de vele shoarma-zaken, de mint-drankjes, de goudwinkels.

Zo spraken we bij een theestalletje een paar jongemannen die voortdurend heen en weer reisden tussen verschillende Golfstaten, handelden in dure auto's, goud en wat dies meer zei. Echte sjacheraars. In een garden restaurant spraken we een man die 20 jaar in Dubai op management-nivo gewerkt had, nu met vervroegd pensioen ging en van het verdiende geld een stuk land in het binnenland van Kerala gekocht had waar hij ging hobby-boeren. In allebei de gevallen betaalden ze ons drankje.

Forten, backwater en strand

De Portugezen, de Nederlanders, de Engelsen, de Fransen en verschillende regionale krijgsheren vochten eeuwenlang om invloed over de welvarende kuststrook. Daarvan zie je nog steeds culturele invloeden en als meest tastbare een aantal forten. We bezochten er een vijftal. Dat varieerde tussen een zoektocht naar wat overwoekerde resten van een muur, en een groot gerestaureerd complex met wandelpaden, bastions en uitzichttorens.

De meeste forten hadden stepwells, waar je kon afdalen tot het grondwater-nivo. Ze waren minder fraai bewerkt dan in Noord India, maar functioneel als je fort omsingeld werd. Sommige hadden (geheime?) tunnels om bij zee uit te komen.

Kasargod 

Kasargod was een grotere plaats dan verwacht. We vestigden ons aan de rand van de stad, bij het nieuwe busstation. Daar waren hotels en restaurants, en heel verrassend een groepje stalletjes met eten en drinken waar na schooltijd jongeren samenschoolden. Zelfs jongens en meisjes mengden met elkaar.

De doorgaande wegen waren overvol vies en lawaaierig verkeer. Maar zo gauw we een zijstraatje insloegen liepen we door landelijk gebied. Van eindeloos geraas en getoeter naar bijna serene stilte. Uiteindelijk kwamen we op de plek die we zochten, waar de ruïnes van Kasargod Fort zouden moeten zijn. Alles was overwoekerd en met moeite herkenden we de resten van een bastion en een uitkijktoren.

5 km buiten de stad lag het goed onderhouden Fort Chandragiri. De omtrek van het fort was nog helemaal intact of gerestaureerd. Dikke hoge muren rondom een veld ter grootte van twee voetbalvelden. Er was een voetpad langs de binnenkant van de buitenmuren, met een aantal bastions. Je had goed zicht over de rivier, de monding en het binnenland - een goede plek voor een fort. 

We waren er met een riksja “buitenom” naartoe gegaan, maar we liepen terug, net als de locals, over de spoorbrug over de brede rivier het stadje in. Het was ver lopen, en intussen was het behoorlijk warm geworden en waren we door ons water heen. Toen we bij de bijna 1400 jaar oude Malik Deenar Juma moskee aankwamen, was het daar een immense drukte. Vandaag was de laatste dag van een festival ter ere van Deenar (die ook de Moskee die we in Mangalore hadden bezocht, had gesticht), en van heinde en verre waren mensen er op afgekomen. We werden hartelijk welkom geheten en een vriendelijke meneer haalde een paar flessen water voor ons.

Bekal 

In Bekal woonden we in een soort mini-resort, letterlijk in de schaduw van het fort. Tussen de kokosbomen liepen de pauwen. Dichtbij was een strand waar je mee kon deinen in de golven van de Arabische Zee. En op loopafstand was een lunch-restaurantje waar ze speciaal voor ons twee keer een avondmaaltijd kookten. Sublieme home cooked maaltijden. De mevrouw kwam uit Bangalore en voelde zich allesbehalve thuis in dit kleine gehucht, waar ze woonden omdat haar man de familie-tempel moest onderhouden.

Payyanur 



In Payyanur maakten we een lange tocht over de backwaters. Dat zijn rivierarmen en lagunes die door een smalle strook land van de zee zijn afgescheiden. Eromheen zijn kleine gemeenschappen en kokosplantages. Toen we bij de steiger informatie zochten over vertrektijden, werden we door de buren getrakteerd op verse kokosnoten. Normaal drink je die met een rietje leeg, bij gebrek daaraan werd het een enorme kliederboel. Een filmpje daarvan zagen we de volgende dag op de telefoon van een van de bemanningsleden!

We zaten op een veerboot die heen en weer zigzagde tussen verschillende steigers. De meeste mensen lieten zich alleen overzetten, maar wij overbrugden uiteindelijk hemelsbreed zo'n 10 km. Sommige stukken voeren we alleen met de vijfkoppige bemanning. De uitzichten, de watervogels, de vissersbootjes, de met palmen gezoomde kustlijn: mooier dan dat kon het eigenlijk niet worden.

Kannur 

In Kannur Fort kregen we een persoonlijke rondleiding van een lokale politieagente. Ze kwam op ons af toen E over een hekje leunde. In plaats van haar terug te fluiten, klommen de twee dames samen over de muren en kantelen van het fort. Ze wist best wat van de geschiedenis, en met z'n drieën bestudeerden we de grafsteen van Susanna, de jong overleden echtgenote van de toenmalige Nederlandse bevelhebber. De tekst was in verweerd oud-Nederlands. De agente had nog een oude foto waarop de tekst minder verweerd was. Uiteindelijk lukte het alles te ontcijferen. We beloofden haar het in te spreken en op te sturen.

Kozhikode 


Kozhikode was met afstand de grootste stad van Noord Kerala. Druk maar ook met een meer grootstedelijke sfeer, zoals aan de tafeltjes op het gazon van ons hotel en in de mall. In het oudste deel van de stad vond je 14de-eeuwse houten moskeeën met prachtig houtsnijwerk. Net als in Mangalore waren de oude wijken langs de kust het oudst en het armst. Verder bezochten we een oude mali tempel en het archeologisch museum.



Kozhikode was de laatste kuststad de die we deze reis aandeden. Vanaf hier gingen we landinwaarts, via Palghat en Dindigul (nog twee forten!) naar Trichy.
Lees over de praktische kant van deze reis: Lily's Mini Travel Guide

dinsdag 10 januari 2023

Reisverslag 2023/1, Per lowcost carrier en narrow-body Amsterdam-Dubai-Mangalore-Kuala Lumpur

Met los geboekte enkeltjes, met “goedkope” luchtvaartmaatschappijen, met kleine vliegtuigen van Amsterdam naar Kuala Lumpur. Ja, dat kan, met tussenstops in Dubai en kleine vliegvelden in Zuid India.

Amsterdam-Dubai

Een enkeltje naar Dubai was met Transavia zoveel goedkoper dan alle alternatieven, dat we het vroege vertrek voor lief namen. Al dacht ik daar even anders over toen we om 5u bij de gate zaten te wachten. De afgelopen 1 1/2 uur was voornamelijk opgegaan aan het zoeken naar security- en immigratie-balies die open waren. Dat 's nachts niet alles open was, begrepen we, maar dat zo slecht was aangegeven waar je dan wel moest zijn...

Het was apart, 7 uur vliegen in een narrow-body zonder service. Maar het personeel was erg vriendelijk en eigenlijk ging het allemaal prima. Alleen hadden we er niet op gerekend dat we dan ook bij een low-cost terminal in Dubai werden afgezet. Een soort oude loods. Hier geen metro, zoals bij de fraaie gebouwen aan de overkant. Het was even zoeken hoe het zat met de bus de stad in, maar ook dat kwam helemaal goed.

In de schemering liepen we het laatste stukje naar ons hotel.

Deira

We zaten in Deira, een stukje oude stad aan de noordkant van de creek. Nou ja, oud, ons hotel stond op de plek waar toen nog de vismarkt was. Aan veel panden in de wijk werd nog gebouwd terwijl bij andere de was al op de balkonnetjes wapperde.

Aan de overkant van een grote weg was de Gold Souk, waar het een doolhof van oude straten en straatjes was.

Je hebt het hypermoderne Dubai met wolkenkrabbers en protserige malls. Je hebt de nieuwbouw zoals in onze wijk, die redelijk smaakvol is. Je hebt de jaren '60-'80 panden langs de doorgaande straten in de oude stad, lelijke betonnen bouw van 3a4 verdiepingen waar al die goudwinkels in zitten. En je hebt de kleine steegjes daarachter waar ze hier en daar vergeten zijn een huisje uit de leembouwtijd te slopen.

We liepen nog een stuk langs de goudwinkeltjes die op de toeristische route lagen, waarbij je voortdurend werd aangesproken, en kwamen toen in de kleinere straatjes van de parfum-markt en de textiel-markt. Hier was het allemaal heel gemoedelijk. We stonden bij een winkel de kleurige gewaden te bewonderen toen een mevrouw ons aansprak en zei dat dit een prima winkel was. Onder haar zwarte gewaad zag je een randje van zo'n kleurige jurk. Toen ik daar wat van zei sloeg ze haar zwarte gewaad wijd open om zich te laten bewonderen.

In het gebied in en om de Gold Souk komen de meeste bewoners, winkeliers, restaurateurs en goudhandelaren uit Kerala. We raakten aan de praat met een verkoper die afkomstig was uit Kasargod - het eerste stadje in Kerala dat wij willen gaan bezoeken. We kregen meteen het telefoonnummer van zijn neef.

Al met al was het een leuke tocht langs de achterkant van de Gold Souk.

Het leuke van Dubai is de mengelmoes van de halve wereld die je ziet. Toeristen uit de halve wereld, werknemers uit de halve wereld, iedereen met hun eigen kleding en hun eigen gewoontes. Een dame helemaal in het zwart gehuld; een Filipijnse in shorts en een topje; een struise dame in een Afrikaans gewaad; een Russische met iets te opzichtige kleding en iets te veel make-up en te gebleekt haar. Ook eten is er uit de hele wereld te krijgen, wij aten Indiaas en Irakees.

Dubai-Mangalore

Voor dit traject hadden we een enkeltje gekocht bij Air India Expres. Het was maar drie uur vliegen, ook weer met een Boeing 737, maar door tijdsverschil en vertraging kwamen we pas tegen zessen aan in Mangalore. Het duurde erg lang voor we het land in konden. Niet door onwil maar door onkunde. Het leek of hier zo weinig buitenlanders het land binnenkwamen dat de beambten de procedures noch de apparatuur in de vingers hadden.

Eenmaal in de stad en in ons hotel werden we een beetje overvallen door de enorme overgang van het georganiseerde Dubai naar de totale chaos van India. Na zes jaar waren we ontwend hoe vies alles is, hoe alles wat stuk gaat stuk blijft, hoe groot de gaten in de weg zijn en dat er nog veel grotere gaten naast de weg gapen, hoe je altijd in lawaai en luchtvervuiling zit. Mangalore leek alle mindere kanten van India te hebben, zonder dat daar de mystiek van bv Junagadh of de sfeer van bv Mysore tegenover stond.

Mangalore

De volgende dag konden we toch wel een paar juweeltjes ontdekken in Mangalore.

In de ochtend wandelden we door de oudste wijk, waar nog veel goederen werden overgeslagen, naar de rivier. Met een ferry naar de overkant. Daar lag een langwerpig schiereiland tussen de rivier en de Arabische Zee. Het deed dorps aan, er waren meer koeien, geiten en poezen op straat dan auto's, en de huisjes leken op duinzand gebouwd. We zigzagden door smalle steegjes tot we bij het strand uitkwamen: kilometers-lang wit zand. Vogels en vissers jaagden op vissen.

's Avonds bezochten we de op twee na oudste moskee van India, bijna 1400 jaar oud. Gebouwd in het jaar 22 van de Islamitische jaartelling, slechts 5 jaar na het overlijden van de Profeet. Dit kon zo snel dankzij de al bestaande handelsroutes tussen Arabië en de Malabar kust. Het oudste houten deel lag wat verstopt achter een nieuwer voorportaal. We raakten aan de praat met een paar ouderlingen. Samen bewonderden we de oude architectuur en het overdadige houtsnijwerk. Erg indrukwekkend.

Trichy-Kuala Lumpur

We reisden per trein en bus van Mangalore naar Trichy (*).

We hadden de vlucht van Trichy naar Kuala Lumpur met AirAsia uitgezocht omdat het een dagvlucht was. Maar na de boeking werd die uit de dienstregeling genomen en werden we alsnog overgezet op een nachtvlucht. Het kleine vliegveldje van Trichy was wel gemakkelijk te bereiken, rustig en overzichtelijk. Het had evenveel vluchten naar Dubai, Singapore en Kuala Lumpar, als naar Indiase steden. En tegen de verwachting in zagen we zowaar één andere westerling op het vliegveld. Aan boord van de Airbus 320, weer een narrow-body, vielen de Oost-Aziatische stewardessen op. En de ongemakkelijk stoelen. Dan is vier uur vliegen toch lang. Van de drie vluchten was dit met afstand de minst comfortabele.

Het was een bijzondere ervaring: met los geboekte enkeltjes, bij “goedkope” luchtvaartmaatschappijen, met kleine vliegtuigen van Amsterdam naar Kuala Lumpur. Al met al een geslaagd experiment.

Meer

(*) Lees hoe het verder ging vanaf Mangalore: Per trein langs de kust van Noord Kerala