Posts tonen met het label Tamil Nadu. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tamil Nadu. Alle posts tonen

dinsdag 5 november 2024

De augurken-mannen, de augurkenkoning

Oos Kesbeke was nog geen Bekende Nederlander toen ik hem leerde kennen.

Dit verhaal begint ruim 20 jaar geleden in Zuid-India. We gaven een workshop playful learning aan de onderwijzeressen op een kleine particuliere school in Dindigul. De school werd gefinancierd door de familie van Saleem, dus uit beleefdheid kwam hij even zijn gezicht aan ons laten zien. Saleem bleek een uiterst innemelijke man te zijn. Afkomstig uit een rijke familie, maar hij had zijn eigen kapitaal verdiend in de augurken-teelt. Hij had zijn eigen ideeën, ging zijn eigen weg, wat in het conservatieve Zuid-India niet te onderschatten is. We mochten elkaar wel.

Hij kwam jaarlijks naar beurzen in Europa om zijn augurken te verkopen. Tijdens een van die reizen, 15 jaar geleden, kwam hij bij ons op bezoek in Amsterdam. Wil je wat van de stad zien, vroeg ik. Nee, daar had hij geen zin in, al die Europese steden zagen er hetzelfde uit: een rivier, een kathedraal en een plein. Londen, Rome, Parijs, allemaal één pot nat. We hadden al sokken voor zijn schoonvader gekocht bij Peek en Cloppenburg. Wat nu nog te doen?

Ik had laten vallen dat bij ons om de hoek de enige Amsterdamse augurken-fabriek staat, van Kesbeke. Daar wilde hij wel kijken. Dat kan zomaar niet, zei ik, in Nederland gaat alles op afspraak. Hij wilde het toch proberen. OK. We wandelden ernaartoe. Kijk, die vaten komen van mij, zei Saleem toen we langs het opslagterrein liepen. Je rook de ietwat zurige lucht al die vaak rond de fabriek hangt.

Vaten met augurken

Aan de poort vroegen we of we meneer Kesbeke konden spreken. “Dat kan zomaar niet,” kregen we te horen. Maar na wat aandringen en het spelen van de kaart “deze meneer is helemaal uit India gekomen” mochten we dan toch eventjes 5 minuten binnenkomen. Maar echt niet langer. Het kantoor van Kesbeke was voor de helft gevuld met een enorm bureau en een nog enormer aquarium. Inmiddels bekend van de TV. Verder stond er een grote motor met veel chroom. Vanachter zijn bureau keek Oos Kesbeke ons een beetje wantrouwend aan. Wat had de kat nu weer binnengebracht?

De twee mannen begonnen elkaar een beetje te polsen. Wat doe jij dan? Welke wederzijdse kennissen hadden ze? Via welke tussenhandelaar waren Saleem’s augurken hier terecht gekomen? Wat voor motor heb je? Wat voor Jeep? Hoe duur is jouw Rolex? De augurkenwereld is een wereld van macho’s en patsers.

Kesbeke assorti

Langzaam werd het ijs gebroken en het gesprek werd gemoedelijker. Over soorten en kwaliteit van augurken. Over de verschillen tussen bewaren op zuur of op zout water. Heel voorzichtig over de mogelijkheid dat Saleem zonder tussenhandelaar aan Kesbeke zou leveren. Over de problemen die het op smaak brengen en bottelen met zich meebrachten. Die stappen deed Saleem nog niet maar hij zat er wel over te denken daarmee te beginnen, omdat daar nog meer mee te verdienen was, dan met enkel augurken in grote tonnen verschepen. Hij wierp een balletje op over mogelijke samenwerking, maar daar had Kesbeke geen oren naar. We kregen een rondleiding door de fabriek en langs de vaten die van Saleem kwamen. Al met al waren de vijf minuten uitgelopen tot een dikke anderhalf uur. Bij het afscheid vroeg Saleem of hij niet een paar potten augurken meekreeg voor zijn vrouw en mijn vrouw? Ja hoor. Dus met een paar zware glazen potten liepen we weer naar huis.

Na de introductie had ik weinig meer gezegd maar met verbijstering het verloop van de ontmoeting gadegeslagen. Saleem zou later een bottelarij openen in Dindigul. Ook daar heb ik een rondleiding gehad en zag de potjes augurken met AH-huismerk over de lopende band gaan. Kesbeke kreeg vorig jaar een reality-tv-show. Het eerste seizoen was leuk om naar te kijken: de macho met het gouden hartje. Het tweede seizoen verloor zijn charme omdat de deelnemers zich ervan bewust waren dat ze populair geworden waren. Mij zal die ene ontmoeting altijd bijblijven. Andersom is hij mij waarschijnlijk vergeten.

Bottelarij in Dindigul


Amsterdam, november 2024

woensdag 17 mei 2023

In de voetsporen van een controversieel Indiaas duo

Twee krijgsheren dringen zich op

Een man ligt languit op zijn rug. Een enorme tijger staat bovenop hem en zet zijn tanden in de man z’n nek. De man stoot angstige kreten uit en beweegt zijn arm op en neer. Gelukkig zijn man en tijger van hout. Het extra effect ontstaat door aan de hendel te draaien die uit de rug van de tijger steekt. 

Een opmerkelijk stuk speelgoed, nu een bezienswaardigheid in de V&A, Londen (1)

Dit opmerkelijke object – nu te zien in Londen - komt uit India en werd eind achttiende eeuw gemaakt. De opdrachtgever ervan werd de rode draad van onze recente reis in India. Hoe dat ging en waarom beeld en opdrachtgever perfect bij elkaar passen, lees je hieronder.

Ons plan was om de Malabar kust van zuid-west India af te zakken en Europese forten en oude moskeeën te bezoeken. Beide zijn goed vertegenwoordigd in de regio, door de lange geschiedenis van handelscontacten met Europa en de Arabische wereld.

De eerste moskee stond in de stad waar we het land binnen kwamen: Mangalore. Een grote havenstad, niet te verwarren met het veel bekendere en nog veel grotere Bangalore. De oudste wijk van Mangalore, Bunder, is tegenwoordig een wat viezige buurt met vuilnis op straat en armoedige winkeltjes. Verstopt in een smalle steeg is daar één van de oudste moskeeen van India te vinden. De moskee is gesticht kort na het overlijden van Mohammed door een beroemde moslimgeleerde, Malik ibn Dinar. Maar wat je nu ziet, stamt uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Toen vond een grote renovatie plaats onder de opdrachtgever van het manetende tijgerbeeld: Tipu Sultan. De man die de rode draad van onze reis zou blijken. Of eigenlijk twee mannen, want je kunt Tipu niet los zien van zijn vader Haider Ali.

Onder Indiërs zijn deze twee krijgsheren wereldberoemd omdat ze in hun positie als koning van Mysore een aantal keren de Britten wisten te verslaan in de periode waarin de East India Company bezig was haar macht in India te vestigen. Voor ons voelden ze ook al een beetje als oude bekenden. In 2014 waren we in Mysore, en bezochten we van daaruit Srirangapatnam, ooit de thuisbasis van Haider en Tipu en de plek waar Tipu uiteindelijk in 1799 z’n allerlaatste slag met de Engelsen met de dood moest bekopen.

In Mangalore zijn we honderden kilometers van Mysore verwijderd, maar terwijl we langzaam de kust van Kerala afzakken en tenslotte landinwaarts reizen, kruisen Haider en Tipu steeds ons pad. Van oude bekenden veranderen ze in reisgenoten.

Onze reis geprojecteerd op "Southern India in the age of Tipu Sultan" (M1)
Onze reis geprojecteerd op "Southern India in the age of Tipu Sultan" (M1)

Een intrigerend duo

Wat is er nou zo fascinerend aan Tipu en z’n vader, behalve dat ze ons achtervolgen? Het spreekt tot de verbeelding dat z’n vader en hij de Britten serieus militaire tegenstand bieden. De dappere Indiërs die zich als underdog verzetten tegen Europese indringers.

Maar misschien nog wel interessanter is dat ze zichzelf hebben opgewerkt tot machthebbers. Haider Ali was een gewone legercommandant in dienst van de raja (koning) van Mysore die zich dusdanig onderscheidde dat hij steeds belangrijker posities kreeg toebedeeld. Uiteindelijk heeft hij de macht over het koninkrijk volledig in handen. In 1761 vindt Haider het niet meer nodig om de schijn op te houden: hij neemt de raja gevangen en benoemt zichzelf tot sultan. Na Haider’s overlijden in 1782, neemt Tipu die titel over.

Wat je ook vindt van een dergelijke staatsgreep, zowel Haider als Tipu zijn bijzonder capabele mannen. Onder hun bewind wordt het koninkrijk Mysore groter dan het ooit was. Op het hoogtepunt beslaat het bijna het hele zuidwesten van India. Beiden zijn innovatief en denken na over wat ze doen. Ze werken samen met de Fransen om zich nieuwe militaire technieken eigen te maken, en Tipu maakt  belangrijke economische en technische innovaties.

Verder zijn Haider en Tipu zich ervan bewust dat ze de steun van de bevolking nodig hebben voor een stabiel en welvarend rijk. Het veroveren van ‘hearts and minds’ was in de 18e eeuw ook al een punt van aandacht. En in het geval van deze twee heersers in het bijzonder, omdat ze moslims zijn temidden van een hindoe-meerderheid en de opvolgers van hindoekoningen. Tipu doet grote donaties aan hindoetempels en legt de hindoes in Mysore geen strobreed in de weg bij het uitoefenen van hun religie. Maar voor krijgsgevangenen en tegenstanders hanteert hij andere normen. Grote groepen gevangen hindoes en christenen ondergaan gedwongen bekeringen tot de islam, inclusief besnijdenis.

Tipu’s bijnaam is de 'Tijger van Mysore'. Hij is zijn tijd ver vooruit in hoe hij dat imago cultiveert. Het beeldmerk van de tijger komt werkelijk overal terug. Zijn troon werd gedragen door een beeltenis van een tijger, tijgerstrepen versierden de muren van gebouwen en hij had zelfs kanonnen met een tijgerkop. En natuurlijk het bewegende beeld van man-en-tijger waar dit stuk mee begon. Dit object is Tipu ten voeten uit. De aangevallen man draagt een hoed en was daarmee in zijn tijd onmiddellijk herkenbaar als Europeaan. Wie de tijger is, is ook wel duidelijk. Het is een staaltje techniek uit Europa, zeer waarschijnlijk gemaakt door een Fransman.

Tipu op zijn troon met tijger en tijgerkoppen (2)

 
Kanon met tijgerkop (3).

Kortom, een vader-zoon duo dat vanuit het niets een koninkrijk overnam, en vele malen groter en welvarender maakte. Dat zichzelf eeuwige roem bezorgde door de Britten een aantal keren te verslaan, maar door hun onverzettelijkheid en wreedheid ook veel vijanden maakte. Onze reis voerde ons langs allerlei aspecten van hun leven.

Langs de kust

Het begon allemaal in Mangalore waar we de prachtige door Tipu gerenoveerde moskee bezochten, genoemd naar zijn dochter Zeenath Baksh. Mangalore kwam voor het eerst in handen van Mysore in 1763. Een paar jaar later begonnen de gevechten tussen Mysore en de Britten, en wisselde Mangalore een paar keer van handen. Maar het belangrijkste moment is wel in 1784, aan het eind van wat de tweede Anglo-Mysore oorlog is gaan heten. Officieel is deze oorlog geeindigd zonder duidelijke overwinnaar. In het Verdrag van Mangalore wordt vastgelegd dat de Britten en Tipu elkaar de gebieden teruggeven die ze hebben buitgemaakt, en dat is dat. Maar Tipu heeft in die oorlog Mangalore op de Britten heroverd, en dat mag hij houden. En dat niet alleen, hij laat de Britten helemaal uit Madras aan de oostkust naar de westkust komen om het verdrag te tekenen en zo positioneert hij zich toch als de bovenliggende partij.

Zeenath Baksh Juma Masjid, Mangalore (*)

Vanuit Mangalore nemen we de trein die langs de kust naar het zuiden rijdt. We bezoeken twee forten en ontdekken dat die allebei in handen van Haider en Tipu zijn geweest. Chandragiri fort, op 50 kilometer van Mangalore, ligt geheel verlaten op een verhoging in het landschap in een bocht van de brede rivier die daar in zee uitmondt. Je hebt er fantastisch uitzicht en het fort is nog in goede staat. 

Verlaten Chandragiri fort en uitzicht (*)

Nog iets zuidelijker ligt Bekal Fort, dat juist drukbezocht wordt en beroemd is geworden omdat er een Bollywood hit is opgenomen uit de film 'Bombay'(4). Bekal Fort is nóg groter en is deels op rotsen gebouwd die in zee uitsteken. Beide forten zijn gebouwd door een hindoekoning, Shivappa Nayaka, in 1650. In 1863 verslaat Haider Ali de Nayaka’s en zo komen de forten in handen van Mysore.Tipu maakt er later dankbaar gebruik van tijdens zijn veldtochten in de regio.

Bezoekers bij de ingang van Bekal Fort (*)

We blijven per trein de kustlijn volgen en stappen 80 km verderop uit in Kannur, of Cannanore zoals het in de koloniale tijd bekend staat. Nu een lelijke, chaotische provinciestad, ooit een belangrijke handelspost. Net buiten het centrum van de moderne stad, ligt het fort dat die handel ooit moest beschermen. Het steekt uit in zee, en heeft puntige bastions met namen als ‘de punt Zeelandia’. Hier zijn we bij het oorspronkelijke thema van onze reis: Europese invloeden.

In Kannur treffen we geen fysieke sporen van onze sultans, maar toch een interessante link met hen. Het piepkleine rijkje werd namelijk bestuurd door een dynastie van islamitische raja’s. In 1789 laat Tipu zijn zevenjarige zoon trouwen met een dochter van de raja. Maar de connectie tussen de sultans en de moslim raja dateert al van veel eerder. Cannanore moest voortdurend opboksen tegen zijn grotere en machtigere buurstad Calicut. In 1766 verzocht de raja Haider Ali om hem te helpen in dat conflict. Calicut was verreweg de belangrijkste havenstad in de regio, en dus een mooie prooi. Het is ook onze volgende bestemming. 

Tegenwoordig heet Calicut Kozhikode en is het nog steeds de grootste en belangrijkste stad in de regio, waar sfeervolle oude markten en hypermoderne overdekte winkelcentra naast elkaar bestaan. Haider Ali heeft zijn stempel op deze stad gedrukt door iets wat er juist niet (meer) is. Namelijk een koninklijk paleis.

Uitstalling van verschillende soorten peulvruchten op groothandelsmarkt in Kozhikode (*)

De opeenvolgende heersers (Zamorins) van Calicut hadden in de middeleeuwen al uitstekende handelscontacten opgebouwd met arabische handelaren, waardoor het rijk tot grote bloei kwam. Voor Haider Ali was het een aantrekkelijke buit. In 1766 veroverde hij Calicut. De Zamorin wilde zich onder geen beding overgeven, en stak z’n eigen paleis in brand waarbij hij zelf omkwam. Het enige wat er nu nog van over is, is de ‘tank’: een grote rechthoekige vijver, gevoed door een bron, ooit aangelegd door een van de Zamorins.

In het archeologisch museum van Kozhikode treffen we ook nog wat munten met de beeltenis van Tipu. Een mooie reminder dat onder Tipu de economie en handel enorm tot bloei kwamen.

Landinwaarts

In Kozhikode besluiten we om onze reisplannen aan te passen. In plaats van de kust verder naar het zuiden te volgen, zoals oorspronkelijk bedacht, steken we hier vandaan door naar het binnenland. In de richting van onze vrienden op het platteland van Tamil Nadu. De reis voert door ‘Palghat gap’, een gat in de bergen die de kust van het binnenland scheiden. Hier moet je langs als je van of naar de kust wilt en dat is altijd al zo geweest. In de ‘gap’ ligt het stadje Palakkad (de nieuwe spelling van Palghat). Een logische stopover op de route naar Tamil Nadu. En er is een fort. Van Haider en Tipu. Natuurlijk, zou ik bijna zeggen.

We gaan terug in de tijd, naar 1757. Mangalore, Calicut en al die andere plaatsen waar we geweest zijn, zijn nog niet in handen van Mysore maar deel van zelfstandige rijken. Haider Ali is al een belangrijke kracht in het koninkrijk van Mysore, maar heeft zichzelf nog niet tot sultan uitgeroepen. Toch is zijn reputatie al dusdanig, dat de Palghat Raja de hulp van Haider Ali inroept om zich te verdedigen tegen de agressie van de Zamorin van Calicut. Blijkbaar hoort de raja liever bij het rijk van Mysore dan bij de Zamorin. En zo komt Palghat Fort eenvoudig in handen van Haider.

Eén van de negen bastions van Palghat Fort (*).

In 1766 krijgt het fort zijn huidige vorm. Het is bijzonder indrukwekkend, met hoge dikke muren, negen uitstekende ronde bastions, en een brede slotgracht die het geheel omsluit. Dat was ook wel nodig, want zoals gezegd ligt het op een strategisch bijzonder belangrijke plek, en er wordt dan ook een aantal keren om gevochten. Het valt een paar keer in handen van de Britten, maar wordt steeds weer heroverd dan wel teruggegeven. Tot de Britten het in 1790 definitief innemen. Helaas voor Tipu gebruiken zij het als uitvalsbasis voor een aanval op zijn eigen thuisbasis Srirangapatnam een paar jaar later.

Wij bezoeken het fort op een zondagochtend en op dat tijdstip is het vooral heel populair bij jonge stelletjes die er plenty plekjes vinden om in de schaduw van bastionmuren en - nissen dicht naast elkaar te zitten zonder gezien te worden. Behalve door ons dan, op onze ontdekkingstocht langs alle verborgen hoekjes van het immense fort.

Vanuit Palghat reizen we naar onze vrienden in Tamil Nadu. Hun resort is een bekende plek voor ons allebei, en dat geldt ook voor de dichtsbijzijnde provinciestad Dindigul, waar je vroeger heen moest om geld te pinnen of een treinkaartje te kopen.

In Dindigul kennen we het beste vegetarische restaurant naast het busstation, en het kleine winkeltje waar je lekkere koffie kunt kopen. En natuurlijk kennen we de karakteristieke kale rots met het fort erop dat over het stadje uitkijkt. Maar wat we ons nu pas realiseren is dat Dindigul een belangrijke rol speelt in het verhaal van Haider Ali en Tipu Sultan. Een hele belangrijke rol zelfs. En er zijn maar liefst drie bouwwerken die daarvan getuigen: een fort, een moskee en een modern gedenkteken.

We gaan nog verder terug in de tijd, naar 1745 om precies te zijn. In dat jaar wordt Dindigul veroverd door het koninkrijk Mysore, dat dus toen al aan het uitbreiden was (Mysore ligt zo’n 350 km ten noorden van Dindigul). Maar de nieuwe heersers krijgen de regio niet goed onder controle. In 1755 wordt Haider Ali, dan nog legercommandant, ernaartoe gestuurd om orde op zaken te stellen. En wat eerdere bevelhebbers niet lukte, lukt hem wel: hij krijgt Dindigul in het gareel. Het is hier dat hij al Franse militaire adviseurs aantrekt om zijn leger te moderniseren. Dindigul is de plek waar Haider de basis legt voor zijn latere machtsovername in het koninkrijk Mysore.

Haider en Tipu versterken ook het fort dat al minstens 150 jaar oud is. Ondanks die versterking wordt het in 1783 ingenomen door de Britten, maar in het eerder genoemde Verdrag van Mangalore in 1784 weer teruggegeven aan Tipu die zijn vader in 1782 is opgevolgd.

Toegang tot het fort van Dindigul dat op de kale rots ligt (*)

Aan de voet van de rots met het fort ligt een moslimwijkje, Begambur. Ook dat wisten we, want de bus naar het centrum rijdt er doorheen. Maar wat we niet wisten, is dat de wijk zijn naam te danken heeft aan een grafmonument gebouwd door Haider Ali voor zijn jongere zuster, die in Dindigul overleed. Zij was een ‘begum’, een belangrijke vrouw, en zo komt ‘Begambur’ aan zijn naam. Het mausoleum  is nog altijd intact en staat voor de grote moskee.

Mausoleum voor de jongere zus van Haider Ali, Dindigul (*)


Tipu Sultan: verzetsheld of tiran?

In Dindigul zijn we dus bij de vroegste dagen van de opmars van onze sultans beland, maar ook bij hun huidige status. Langs een brede weg met een groot stinkend open riool staat een wit bouwwerk met een grote koepel en smalle torentjes, dat een beetje aan een moskee doet denken. Het is een gedenkteken voor Haider en Tipu. De toenmalige ‘chief minister’ van deelstaat Tamil Nadu, zelf hindoe, heeft in 2015 13 miljoen roepies (ongeveer 20.000 euro) uitgetrokken om het te laten bouwen. Binnen staan de daden van Haider en Tipu in grote stenen gebeiteld - althans dat vermoeden we. De tekst is in het Tamil. We kunnen alleen de jaartallen lezen, en die verwijzen naar de vier oorlogen die Haider en Tipu uitvochten met de Britten. Hier worden ze geëerd voor hun verzet tegen de Europese indringers. Wat hier telt is dat ze Indiërs zijn.

Modern gedenkteken voor Haider Ali en Tipu Sultan in Dindigul (*)

Maar in het huidige India wordt steeds meer nadruk gelegd op de verschillende religies van al die mensen die samen de Indiase bevolking vormen, waarbij de hindoe-nationalistische partij de BJP, van mening is dat hindoes meer Indiaas zijn dan alle anderen. Vooral moslims moeten het ontgelden. In een tweet uit 2019 schrijft de BJP dat de echte Tipu Sultan ‘een tiran’ is, en dat  geschiedenisboeken op scholen moeten worden aangepast om de wreedheid van Tipu jegens hindoes te benadrukken.

De ene politicus bouwt een gedenkteken voor vrijheidsstrijders Haider en Tipu, de andere noemt Tipu een wrede tiran. Zelf vond hij de dood in 1799 in gevecht met de Britten en hun Indiase bondgenoten. Maar meer dan 200 jaar later houdt hij de gemoederen nog altijd bezig. In de aanloop naar verkiezingen in Karnataka, de deelstaat waartoe Mysore behoort, in mei 2023, verschijnt zijn naam regelmatig in de pers en op sociale media. Zo is de Tijger van Mysore nog altijd springlevend, ook al was zijn einde een omgekeerde versie van het beeld waarmee dit verhaal begon.

 

<EvdV>

------------------------------- 

 

Meer:

Meer Water Lily blogs:  

(4)De beroemde videoclip van Bekal Fort is o.a. hier te vinden.

Over de huidige controverses rond Tipu, zie bv:

Bronnen:

Dalrymple, William, White Mughals: Love and Betrayal in Eighteenth-Century India, London, 2002

Dalrymple, William, The Anarchy, The East India Company, Corporate Violence, and the Pillage of an Empire, Dublin, 2019

Forrest, Denys, Tiger of Mysore: The Life and Death of Tipu Sultan, London, 1970
(M1) Kaart "Southern India in the age of Tipu Sultan" van Denys Baker komt uit dit boek.

Maitre de la Tour (revised by Prince Gholam Mohammed), The history of Hyder Shah, alias Hyder Khan Bahadur, and of his Son Tippoo Sultaun, London, 1855

en online bronnen zoals Wikipedia.

Foto's:

(*) uit eigen collectie

(1) 'Tipu's Tiger', 1780s or 1790s, Mysore, India. Museum no 2545 (IS). © Victoria and Albert Museum, London

(2) By Anna Tonelli - http://chroniclecycles.blogspot.de/2011/07/throne-of-tipu-sultan.html, Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=27542488

(3) By John Hill - Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=22935849


 

 







donderdag 22 december 2022

Kalfjes voor kinderen - microkrediet wordt mini-ontwikkelings-fonds

Het was 2001. Het woord “microkrediet” bestond nog niet voor het grote publiek. Ik deed een maand vrijwilligerswerk in Zuid India, iets met studiefinanciering voor vrouwen. Dezelfde stichting had een neven-project om schooluitval onder meisjes te verminderen. Meisjes in arme gezinnen werden vaak thuisgehouden omdat ze in het huishouden moesten helpen of op het land werken. Zo’n gezin kreeg geld om een koe plus kalf te kopen. Op voorwaarde dat de dochter naar school ging. De melk die de koe opleverde, compenseerde het inkomensverlies. Als het kalf groot was kon het verkocht worden en de lening terugbetaald.

Op een dag ging ik mee op huisbezoek bij een gezin dat deelnam aan het kalfjes-programma. Na schooltijd, zodat we ook de dochter konden spreken. Achter op de motor bij een lokale medewerker reden we het dorpje in. Armoedige huisjes, onverharde straten, geen straatverlichting, geen water, geen riolering. Bij een huisje met muren van gewoven palmbladeren stopten we. Priya had haar schooluniform nog aan, en de haren in twee vlechten opgestoken met een bloem er in. Ze was een enthousiaste vrolijke meid met een stralende lach, die trots de koe en het kalf liet zien. De koe werd net gemolken. Of ik een bekertje verse melk wilde? Ik wist toen nog niet dat je die beter eerst kon koken. Zo lauw van de koe en heel romig was het wel een bijzondere sensatie.

Intussen werd gecontroleerd of het veevoer en de verzekering op orde waren. De ouders waren veel schuchterder maar vertelden erg blij te zijn met de extraatjes voor het gezin die ze uit de verkoop van de melk konden betalen.

Het is 2022. Het woord “microkrediet” is in India de facto verboden. In de tussenliggende jaren is de stichting waar ik toen voor werkte flink geprofessionaliseerd. Er worden nu allerléi projecten gefinancierd, juist ook om kleine bedrijfjes op te starten. Tot voor kort heette dit allemaal “microkrediet”. Maar nu niet meer. India heeft een nieuwe regel uitgevaardigd dat wie dat woord gebruikt in folders en op websites, aangemerkt wordt als een bank van lening. Dan moet je belasting gaan betalen en val je onder strenger toezicht. En daarvoor is deze stichting toch nog een maatje te klein. Gelukkig gaat het werk onder een andere naam gewoon door: mini-ontwikkelings-fonds.

---

Inzending voor Oikocredit verhalen wedstrijd met als thema "microkrediet", december 2022.

zaterdag 15 januari 2005

De kollam

Een staaltje van Indiase netwerken. Alles gaat via via, en iedereen pikt een graantje mee. Soms direct in roepies, soms indirect in een tegengunst. Het is niet eens altijd slecht bedoeld. Maar om niet uit het netwerk te vallen, zal zelden iemand je een adres geven waar je iets kunt krijgen, liever "regelen" ze het voor je door als tussenpersoon op te treden. Het netwerk is soms een vangnet, dat je kan helpen in moeilijke tijden, maar ook een spinnenweb waarin je verstrikt raakt, en niet uit kunt ontsnappen. Je wordt niet verondersteld iets buiten je netwerk om te regelen, dat via je netwerk had gekund.

In Zuid India is het gebruikelijk dat de vrouw des huizes 's ochtends vroeg buiten de stoep schoonveegt, wat water sprenkelt en met wit poeder een kollam maakt: een patroon dat abstract of van bloemen o.i.d. kan zijn. Over de betekenis lopen de meningen uiteen: om bezoekers welkom te heten of om voorspoed en rijkdom naar het huis te brengen. Wij wilden ook een kollam. Zondag had ik aan onze huisbaas, mr Shyam, gevraagd of de vrouw die voor de deur van zijn guesthouse de kollam maakte, dat ook bij ons kon doen. Ja hoor, hij zou het regelen. Oh ja, de prijs was 150 rs per maand. Veel te veel natuurlijk. Meteen bedacht ik, dat ik het niet aan hem had moeten vragen. Maar gedaan is gedaan.

Maandag gebeurde er niets op onze stoep – blijkbaar had hij nog niets geregeld. Dinsdag was ik vroeg op, en kon zodoende rechtstreeks aan de vrouw vragen of ze ook bij ons de kollam wilde maken. Dat kon met gebarentaal gemakkelijk geregeld worden, maar om de prijs af te maken had ze hulp nodig van de yoga-leraar van boven. 200 roepies, zei hij. Van wie die absurde prijs kwam, wist ik niet, maar ik gebaarde dat dat veel te veel was en het dan ophield. Toen de yoga-leraar weer vertrokken was, gebaarde de vrouw, dat ze het wel voor 100 roepies wilde doen. Ik betaalde, en meteen ging ze aan de slag met bezem, water en poeder van mr Shyam.

Onze kollam

Later die dag vroeg mr Shyam quasi-nonchalant of ik zelf e.e.a. geregeld had, en wat ik betaalde, en of ik het poeder ook gekocht had...

Het ging natuurlijk om het feit dat hij gepasseerd was, maar het poeder was een mooie aanleiding om het op te spelen. Woensdagochtend werd er zowel bij het guesthouse als bij ons wel geveegd maar geen kollam gemaakt. Mr Shyam was "vergeten" zijn bakje poeder buiten te zetten. Daarmee het bewijs vergarend dat zijn poeder bij ons gebruikt werd. De vrouw zei dat als ik haar 10 roepies gaf, ze voor ons ons eigen poeder kon kopen en bij ons neerzetten – dat was toch veel beter...

Maar de straf voor het buiten mr Shyam om regelen bleek nog zwaarder te zijn dan één dag geen kollam. Donderdag was zowel voor zijn guesthouse als onze deur niets gedaan. De vrouw kwam niet meer opdagen. Bezorgd vroeg mr Shyam of ik haar toch niet vooruitbetaald had...? Oh jee, want het kon toch gebeuren dat "dit soort mensen" ineens niet meer kwamen opdagen. Er was niet de geringste twijfel dat haar niet meer opdagen kwam omdat mr Shyam boos op haar was omdat ze zijn poeder "gestolen" had...

Ik liet me ook niet kennen en weigerde aan mr Shyam te vragen waar de vrouw en mijn 110 roepies gebleven waren...

(Tiruvannamalai, jan.04)

zondag 2 januari 2005

De bedelnap



De spiritualiteit van de berg Arunachala trekt vele Sadhu's aan. Sadhu's zijn oude mannen die afstand gedaan hebben van het wereldse, en met enkel een oranje omslagdoek, een wandelstok en een bedelnap van heilige stad naar heilige stad trekken. Maar omdat rond Arunachala ook royaal gegeven wordt, bevinden zich onder de Sadhu's een aantal bedelaars, die de Sadhu-look hebben aangenomen als het uniform dat bij hun werk (bedelen) past. Op een goede dag halen ze 250 roepies op - meer dan een gemiddeld dagloon. 

Op een avond was ik boodschappen aan het doen. Ik had net fruit voor het ontbijt gekocht. Langs de weg stond een Sadhu met een bedelnap, zo groot als een fruitschaal, rond en diep. Hij liep achter me aan en riep me na. Ik besloot een banaan in de bedelnap te doen. De oude man, waarschijnlijk bijziend, hield de nap bijna tegen zijn gezicht om te zien wat er nu weer in zijn kom lag, en trok een heel vies gezicht toen hij de banaan herkende. 

Toen ik terugkwam van brood kopen, had hij een muntje in zijn bedelnap, om te voorkomen dat mensen hem "per ongeluk" nog meer in natura zouden geven. Ik verwachtte iedere dag een Sadhu met een draagbaar credit-card-afreken-apparaat te zien.

Op een dag zat ik in de bus, toen een Sadhu instapte. Oranje hoofddoek, omslagdoek en lungi. Alles oud en vaal. Om zijn hals vijftien kettingen met gebedskralen. Hij nam plaats op de bank voor me. En daar deed zich een onverwachte transformatie voor. Eerst verdwenen de kettingen. Toen de omslagdoek, waaronder een net blauw overhemd bleek te zitten. En toen werd, nogal moeizaam omdat de plaatsen in de Indiase bussen niet zo ruim zijn, de oranje lungi afgedaan en vervangen door een blauwe. Alle oranje kleren werden in een tas gestouwd, en ineens zat een Indier als zovele anderen op de bank voor me. Deze man was klaar met zijn werk en kleede zich onderweg naar huis om!

Tiruvannamalai (TN), november 2003

zaterdag 1 januari 2005

Shiva's toorn

De spiritualiteit van de berg Arunachala trekt vele mensen aan die op zoek zijn naar zichzelf. Sommigen zijn daarbij zo in zichzelf gekeerd, dat ze je op straat niet aankijken of groeten. Sommigen zijn zo enthousiast over de weg of de guru die ze gevonden hebben, dat ze er vol vuur en onophoudelijk over praten, en je niet weet hoe je van ze af moet komen. Sommigen zijn zo in de war geraakt dat je denkt in de tuin van een inrichting te lopen. Een van hen is een Fransman die zich "Shiva" noemt. (Shiva is de Hindu-god van schepping en vernietiging.) Deze Shiva had al zijn aardse bezittingen verbrand en had nu nog twee vaalbruine lappen ter grootte van een boerenzakdoek. De ene had hij op zijn hoofd geknoopt, de andere om zijn geslachtsdelen, die daarmee nauwelijks aan ieders blik werden onttrokken. Over zijn hele (en ik bedoel héle) lichaam was hij egaal vaalbruin gekleurd door de zon. Vaak stond hij langs de kant van de weg, een beetje met zijn voeten te schuifelen, als een atleet die zijn passen moet aftellen voor de sprong. Deed een of twee stappen naar voren, en dan terug naar zijn startpositie. Al snel werd het een vertrouwd gezicht.

Na een paar dagen sprak hij me aan en vertelde een warrig verhaal over zijn Guru die een van de vele volgelingen van Ramana was geweest en dat hij sinds vijf jaar hier was en dat hij dacht nooit meer weg te gaan. De keer daarop kwam hij doelgericht op me af en vroeg zonder omhaal om 60 roepies. Nu gaf ik sowieso niet zo vaak aan bedelaars, en als ik het al deed enkel een paar roepies aan oude of gehandicapte Indiërs, zeker niet aan gezonde jonge Europeanen. Toen ik hem dus weigerde, zei hij eerst nog dat het OK was, dat hij weliswaar niet begreep waarom ik niets gaf, maar het was OK. Hij mompelde nog wat over het niet begrijpen, en ik wenste hem verder good luck. Daarop barstte hij los: "I am Shiva, the center of the universe. Yóu don't wish mé good luck; it's up to mé to wish yóu good luck." en met een eindeloze stroom Franse scheldwoorden liep hij weg.

Later die dag dronk ik koffie in ons vertrouwde café; Shiva stond even verderop zijn stappen te oefenen. Ik liet me niet door zijn aanwezigheid wegdrukken en we keken elkaar niet aan. Maar na een tijdje brak het ijs. "Hi", riep hij me toe, "sorry voor vanochtend, sorry, ik wist niet wat ik deed" en gesticuleerde verontschuldigend het gebaar van onwetendheid. Ik verbeet me om niet te zeggen "ach, we zijn allemaal maar mensen".

Ik hoopte dat daarmee de zaak uit de wereld was. Maar nu kwam hij naar me toe en overlaadde me met citaten van Guru's en de verzekering dat ook voor mij alles goed zou komen als ik zijn voorbeeld zou volgen. Terwijl hij me zo bezighield dat ik nauwelijks een slok koffie kon nemen, waren andere koffiedrinkers druk bezig overal naar te kijken behalve naar die ene zakdoek die voor hun ogen bungelde…

(Tiruvannamalai, okt.03)

zaterdag 4 mei 2002

Tien memorabele gerechten (4/10) Balaji bhavan - Dindigul

Deze zaak staat symbool voor het South Indian Banana leaf meal. Als je ergens in Zuid India bent en een goede, snelle en goedkope lunch zoekt, ga je naar het busstation. Tegenover de uitgang zit een rijtje restaurants. Daar waar het het drukst is, ga je naar binnen. Hopelijk is het zo druk dat je bij andere mensen aan tafel aanschuift. Dat hoeft niet per se tot een conversatie te leiden: mensen zijn hier om te eten en als het op is, zijn ze weg. De ober legt een bananenblad voor je op tafel en sprenkelt er wat water op. Jouw taak is om dat er weer af te vegen of af te schudden. Iemand loopt langs met een grote pan waaruit hij een lepel rijst op je blad schept. Iemand anders loopt langs met een emmer waaruit hij een schep sambar lepelt - een saus met wat groente. Weer iemand anders gooit een paar schepjes groente langs de rand. De chutney is hier zo scherp dat ik die aan me voorbij laat gaan. Bovenop de rijst wordt een papadam gelegd - een soort gefrituurde cracker. Tenzij je een "limited" meal gekozen hebt, wordt er onbeperkt bijgevuld door de mannen die met hun emmers rondlopen. Als je klaar bent, vouw je het bananenblad dubbel. 



Meer:

Hier vind je meer Waterlily foodblogs