Posts tonen met het label reisverhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reisverhaal. Alle posts tonen

zaterdag 4 oktober 2025

Hoe ik op Siam Square verzeilde en er ben gebleven

Mijn favoriete buurt in Bangkok is Siam Square. Ik kom nu al zo lang in deze buurt dat ik ieder straatje en zaakje ken, en zelfs een aantal van de vaste bewoners: de mannen die het verkeer regelen bij uitritten, de mannen die tourtjes door de stad in hun tuktuk aanbieden, de fruitverkoper, de kokkin van het straatstalletje aan het kanaal. Niemand probeert me nog iets te verkopen. Het is een soort opwaartse spiraal: ik ken het, voel me vertrouwd, ga er daarom weer heen, leer het nog beter kennen, etc.

Ik beweeg me gemakkelijk door mijn buurtje, ken alle routes: door mijn Soi naar het skytrain station, of langs het kanaal. Ik weet waar het handig oversteken is, waar je een roltrap of lift kunt nemen om juist hier of juist daar uit te komen.

De allereerste keer in Bangkok was in 1992 met M. We deden bijna alles op de bonnefooi. Vanaf het vliegveld wilden we geen taxi nemen – dat was niet onze reisstijl - en de eerste stadsbus die we zagen was toevallig lijn 15 naar Siam Square. Een hele lange rit. In de Lonely Planet lazen we dat in Soi Kasem San One (Soi 1), een klein zijstraatje van Siam Square, een paar budget hotelletjes zaten. Daar namen we een kamer.

In de loop der jaren verschenen er meer upmarket hotels in het steegje, en mijn behoefte aan comfort groeide mee. De laatste jaren verblijf ik in een hotel waar de kamers op de hogere verdiepingen fantastisch uitzicht hebben over de klassieke houten villa direct naast ons, over het kanaal met de snelle boten, over het moslim-wijkje met alleen laagbouw, en dan heel ver de verte in. Er gaat niets boven 's ochtends de gordijnen opendoen en de stad aan je voeten hebben liggen.

Uitzicht

Een metropool als Bangkok heeft niet één centrum, maar een aantal gebieden die voor verschillende aspecten het centrum zijn. Zakenwijken, uitgaanswijken, toeristenwijken, prostitutiewijken. Siam Square is een landmark dat iedere inwoner van Bangkok kent, de winkelwijk met grote malls. Dat is op zich niet de reden dat ik er graag zit, maar het draagt er wel toe bij dat het er 's avonds relatief rustig is. Geen sports bars of feestende backpackers. 's Nachts kan het zo stil zijn dat je alleen nog vogels en krekels hoort. Het helpt wel dat het hotel in een steegje ligt en niet aan de doorgaande en altijd drukke Rama I weg.

Op straat en in de food courts is het altijd een gezellige mix van locals die op kantoor werken of komen winkelen, bewoners in de woonblokken, en toeristen die winkelen of op weg zijn naar de bezienswaardigheden.

In de buurt zijn twee uitstekende veg lunchgelegenheden. Voor het diner is er wat minder keus, maar na een kort ritje met de skytrain naar Sukhumvit rd kan ik kiezen uit een royaal aanbod van restaurants.

Skytrains met op de achtergrond station Siam

Behalve het uitzicht zijn het kanaal en Wang Mai café doorslaggevende redenen om steeds terug te komen.

Het Saen Saep kanaal biedt visueel ruimte en een koele bries. Er kunnen geen auto's langs rijden, ondanks de hard varende passagiersboten zijn de wandelpaden erlangs ware oases. Ze worden wel "ontdekt": tien jaar geleden zag je er nooit een toerist lopen, tegenwoordig wel. Aan het voetpad zijn een paar mini-winkeltjes, waar altijd een paar buurtbewoners voor staan te praten. Het wijkje aan de noordkant is een traditioneel moslim-wijkje. Eenvoudig, maar niet armoedig. Vijf keer per dag hoor je de moskee als een geruststellend achtergrondgeluid. De smalle steegjes worden bewoond door talloze katten.

Saen Saep kanaal 

Wang Mai café is een vreemde eend tussen alle hoogbouw van de winkelcentra, op het voorplein van een rijtje sportfaciliteiten, waaronder het "National Stadium". In een klein gebouwtje wordt koffie en wat eenvoudige snacks geserveerd. De bediening is super-vriendelijk en de koffie uitstekend. Er is een klein terras, en ondanks het verkeerslawaai van Rama I rd, voel ik me beschut achter de planten heel vredig. Het is misschien wel de plek waar ik me het meest thuis voel.

Wang mai café

Naast Wang Mai café is het MBK winkelcentrum. De enige mall die niet steeds exclusiever probeert te zijn, zodat je er nog koopjes kunt vinden en locals die er wat komen kopen.

Tussen MBK, het station, het cultuurcentrum en de luxere malls, ligt een soort verhoogde voetgangersrotonde, bóven een van de drukkere kruisingen. Ik sta er wel eens te kijken naar de eindeloze rij lampjes, terwijl de skytrain boven me langs raast...

Auto's onder je, skytrain boven je

Co-Co walk
Voor gezelligheid is er Siam Walking Street, een voetgangersgebied dat 's avonds verrassend levendig is. Er zijn vaak optredens op straat van beginnende bandjes. Een koud biertje op een zwoele avond neem ik bij Cat on the Roof in de plint van MBK. In de Co-Co-walk net over de Hua Chang brug, is een bruisend uitgaanscentrum met veel restaurants, veel muziek, veel bier en veel locals. Grandmother’s restaurant puilt er uit van groepjes Thai die er na hun werk ’s avonds gaan eten. Echt “uit” kun je in de jazz-club / cocktail bar in de kelder van de villa naast het hotel, waar in het weekend live-muziek is.


Bangkok is een grote stad, en om ergens te komen moet je al gauw een uur uittrekken. Soi 1  is geen slechte uitvalsbasis. Je stapt zo BTS station National Stadium in, één halte naar het knooppunt van de BTS, Siam, waar je drie richtingen op kunt met de hoogfrequente skytrain.

Kanaalboot
Het oude treinstation, Hua Lamphong, is een half uur lopen. Ook een half uurtje lopen is Phaya Thai, het eindpunt van de ARL. Van daar ben je in 25 minuten op SuvarnaBhumi airport.

Dan is er nog de kanaalboot, een kruising tussen efficiënt vervoer en een dollemansrit. Je kunt ermee richting de oude stad of richting Sukhumvit/Nana


Zo ligt heel Bangkok aan je voeten. Voeten die stevig staan in Siam Square.


Siam Square is een landmark dat iedere inwoner van Bangkok kent. Het is eigenlijk slechts een wijk in Pathumwan, één van 50 districten waarin de provincie Bangkok is onderverdeeld. Soi 1 en de vergelijkbare Soi 3 liggen aan de noordkant van subdistrict Wang Mai, tussen National Stadium en het Saen Saep kanaal.

meer

Praktische informatie over Siam Square en omgeving in Lily's Mini Travel Guide (engelstalig).

Lees meer Bangkok blogs.















dinsdag 5 november 2024

De augurken-mannen, de augurkenkoning

Oos Kesbeke was nog geen Bekende Nederlander toen ik hem leerde kennen.

Dit verhaal begint ruim 20 jaar geleden in Zuid-India. We gaven een workshop playful learning aan de onderwijzeressen op een kleine particuliere school in Dindigul. De school werd gefinancierd door de familie van Saleem, dus uit beleefdheid kwam hij even zijn gezicht aan ons laten zien. Saleem bleek een uiterst innemelijke man te zijn. Afkomstig uit een rijke familie, maar hij had zijn eigen kapitaal verdiend in de augurken-teelt. Hij had zijn eigen ideeën, ging zijn eigen weg, wat in het conservatieve Zuid-India niet te onderschatten is. We mochten elkaar wel.

Hij kwam jaarlijks naar beurzen in Europa om zijn augurken te verkopen. Tijdens een van die reizen, 15 jaar geleden, kwam hij bij ons op bezoek in Amsterdam. Wil je wat van de stad zien, vroeg ik. Nee, daar had hij geen zin in, al die Europese steden zagen er hetzelfde uit: een rivier, een kathedraal en een plein. Londen, Rome, Parijs, allemaal één pot nat. We hadden al sokken voor zijn schoonvader gekocht bij Peek en Cloppenburg. Wat nu nog te doen?

Ik had laten vallen dat bij ons om de hoek de enige Amsterdamse augurken-fabriek staat, van Kesbeke. Daar wilde hij wel kijken. Dat kan zomaar niet, zei ik, in Nederland gaat alles op afspraak. Hij wilde het toch proberen. OK. We wandelden ernaartoe. Kijk, die vaten komen van mij, zei Saleem toen we langs het opslagterrein liepen. Je rook de ietwat zurige lucht al die vaak rond de fabriek hangt.

Vaten met augurken

Aan de poort vroegen we of we meneer Kesbeke konden spreken. “Dat kan zomaar niet,” kregen we te horen. Maar na wat aandringen en het spelen van de kaart “deze meneer is helemaal uit India gekomen” mochten we dan toch eventjes 5 minuten binnenkomen. Maar echt niet langer. Het kantoor van Kesbeke was voor de helft gevuld met een enorm bureau en een nog enormer aquarium. Inmiddels bekend van de TV. Verder stond er een grote motor met veel chroom. Vanachter zijn bureau keek Oos Kesbeke ons een beetje wantrouwend aan. Wat had de kat nu weer binnengebracht?

De twee mannen begonnen elkaar een beetje te polsen. Wat doe jij dan? Welke wederzijdse kennissen hadden ze? Via welke tussenhandelaar waren Saleem’s augurken hier terecht gekomen? Wat voor motor heb je? Wat voor Jeep? Hoe duur is jouw Rolex? De augurkenwereld is een wereld van macho’s en patsers.

Kesbeke assorti

Langzaam werd het ijs gebroken en het gesprek werd gemoedelijker. Over soorten en kwaliteit van augurken. Over de verschillen tussen bewaren op zuur of op zout water. Heel voorzichtig over de mogelijkheid dat Saleem zonder tussenhandelaar aan Kesbeke zou leveren. Over de problemen die het op smaak brengen en bottelen met zich meebrachten. Die stappen deed Saleem nog niet maar hij zat er wel over te denken daarmee te beginnen, omdat daar nog meer mee te verdienen was, dan met enkel augurken in grote tonnen verschepen. Hij wierp een balletje op over mogelijke samenwerking, maar daar had Kesbeke geen oren naar. We kregen een rondleiding door de fabriek en langs de vaten die van Saleem kwamen. Al met al waren de vijf minuten uitgelopen tot een dikke anderhalf uur. Bij het afscheid vroeg Saleem of hij niet een paar potten augurken meekreeg voor zijn vrouw en mijn vrouw? Ja hoor. Dus met een paar zware glazen potten liepen we weer naar huis.

Na de introductie had ik weinig meer gezegd maar met verbijstering het verloop van de ontmoeting gadegeslagen. Saleem zou later een bottelarij openen in Dindigul. Ook daar heb ik een rondleiding gehad en zag de potjes augurken met AH-huismerk over de lopende band gaan. Kesbeke kreeg vorig jaar een reality-tv-show. Het eerste seizoen was leuk om naar te kijken: de macho met het gouden hartje. Het tweede seizoen verloor zijn charme omdat de deelnemers zich ervan bewust waren dat ze populair geworden waren. Mij zal die ene ontmoeting altijd bijblijven. Andersom is hij mij waarschijnlijk vergeten.

Bottelarij in Dindigul


Amsterdam, november 2024

zondag 23 juli 2023

Piramide te paard

 

Mei 1990, een weekje naar Cairo. Toen was dat met afstand de grootste stad waar ik ooit geweest was. De drukste, de meest chaotische, de heetste. De lastigste plaats om je hotel en je vervoer en je eten te regelen.

Natuurlijk wilden we ook naar de wereldberoemde pirami­des van Giza. Vanaf een hoger punt in de stad kon je de toppen boven de horizon zien uitsteken, ook al lagen ze 10 km verderop. Toen we het hotel uitkwamen, sprak een stu­dent ons aan, hij zou graag zijn engels oefenen. Hij was ook zo vr­ien­delijk ons te begeleiden in de taxi naar de piramides. De aan­komst was al indrukwek­kend, hoe die gigantische driehoekige monumenten omhoog rezen uit het woestijnzand. Onze student leidde ons langs een kleurrijk terrein waar paarden- ezels- en kamelen-ritjes werden aange­boden, naar een stoffig pleintje iets ver­derop, waar zijn neef een ritje te paard aanbood. Eerst een rondje om de piramides heen, alvorens er in te gaan, leek me wel wat. We onderhandelden een heel gunstige prijs. Ik vond paarden wel een beetje eng, maar door het mulle zand lopen leek ook geen goed idee.


Met wat hulp bestegen wij en onze begeleider de paarden en gingen op pad. Stapvoets door het witte woestijnzand langs de eerste piramide. Toen rechtdoor langs wat hutjes die aan een groene strook langs wat water lagen. Dat was wat verder dan ik verwacht had. We gebaarden eens vragend en er werd terugge­baard als 'een stukje verderop moeten we zijn'. Nou ja, we zouden wel zien.

Na een tijd begon de woestijn weer. De begelei­der gaf wat klikjes met z'n tong en de paarden gingen in galop. Het enige wat je nog kon doen was proberen je vast te klampen aan het paard, maar daarbij werd je vreselijk door elkaar geschud. En maar hopen dat dat paard ook in de buurt van de begeleider wilde blijven - al waren de onderlinge afstanden soms honder­den meters. Op deze manier viel er weinig te genieten van het onwezenlijke landschap van zand en glooiende zandrotsen.

Dieptepunt was toen mijn paard jeuk kreeg en even op z’n rug in het zand wilde schuren en rollen. Ik  kon er net op tijd afspringen om niet in de verdrukking te raken. De begeleider zette ons allebei weer rechtop. En verder ging het. We hadden intussen geen flauw idee waar we waren. Met de begeleider konden we niet communiceren en op eigen gelegenheid door de woestij dolen was ook geen optie. Ik had geen behoefte te ontdekken waaraan je eerder ten prooi zou vallen: de dorst of de hitte.


Na een paar uur (!) maakten we een korte stop in een tent in de woestijn. Niet ver daarna dook op wat als 'het doel' werd aangeduid: een door de tijd aangetaste trap-piramide. Ernaast waren opgravingen van gangen met muurte­keningen etc, waar we rondkeken. Pas later zou blijken op wat voor bijzondere plek we waren: de piramide van Sakara (Saqqarah), die 30 kilometer ten zuiden van Giza ligt, en met 4650 jaar voor zover bekend de álleroudste is.



Alleen... terug met die paarden? Onze begeleider duidde nog aan dat de terugrit inbegrepen was. Maar daar hadden we helemaal geen zin in. Bovendien zouden we het niet voor het donker halen. Gelukkig was het eenvoudig een auto als 'taxi' te charteren, terug naar Cairo.

De volgende dag reisden we bont en blauw naar Luxor. Alles deed pijn. Op de terugweg zijn we nog extra rechtstreeks van het vliegveld naar Giza gegaan. Zo hebben we alsnog de piramides van dichtbij en van binnen gezien.


Mei 1990, December 1995, Juli 2023

Meer

Meer reisverhalen en anekdotes uit het Midden Oosten.

woensdag 17 mei 2023

In de voetsporen van een controversieel Indiaas duo

Twee krijgsheren dringen zich op

Een man ligt languit op zijn rug. Een enorme tijger staat bovenop hem en zet zijn tanden in de man z’n nek. De man stoot angstige kreten uit en beweegt zijn arm op en neer. Gelukkig zijn man en tijger van hout. Het extra effect ontstaat door aan de hendel te draaien die uit de rug van de tijger steekt. 

Een opmerkelijk stuk speelgoed, nu een bezienswaardigheid in de V&A, Londen (1)

Dit opmerkelijke object – nu te zien in Londen - komt uit India en werd eind achttiende eeuw gemaakt. De opdrachtgever ervan werd de rode draad van onze recente reis in India. Hoe dat ging en waarom beeld en opdrachtgever perfect bij elkaar passen, lees je hieronder.

Ons plan was om de Malabar kust van zuid-west India af te zakken en Europese forten en oude moskeeën te bezoeken. Beide zijn goed vertegenwoordigd in de regio, door de lange geschiedenis van handelscontacten met Europa en de Arabische wereld.

De eerste moskee stond in de stad waar we het land binnen kwamen: Mangalore. Een grote havenstad, niet te verwarren met het veel bekendere en nog veel grotere Bangalore. De oudste wijk van Mangalore, Bunder, is tegenwoordig een wat viezige buurt met vuilnis op straat en armoedige winkeltjes. Verstopt in een smalle steeg is daar één van de oudste moskeeen van India te vinden. De moskee is gesticht kort na het overlijden van Mohammed door een beroemde moslimgeleerde, Malik ibn Dinar. Maar wat je nu ziet, stamt uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Toen vond een grote renovatie plaats onder de opdrachtgever van het manetende tijgerbeeld: Tipu Sultan. De man die de rode draad van onze reis zou blijken. Of eigenlijk twee mannen, want je kunt Tipu niet los zien van zijn vader Haider Ali.

Onder Indiërs zijn deze twee krijgsheren wereldberoemd omdat ze in hun positie als koning van Mysore een aantal keren de Britten wisten te verslaan in de periode waarin de East India Company bezig was haar macht in India te vestigen. Voor ons voelden ze ook al een beetje als oude bekenden. In 2014 waren we in Mysore, en bezochten we van daaruit Srirangapatnam, ooit de thuisbasis van Haider en Tipu en de plek waar Tipu uiteindelijk in 1799 z’n allerlaatste slag met de Engelsen met de dood moest bekopen.

In Mangalore zijn we honderden kilometers van Mysore verwijderd, maar terwijl we langzaam de kust van Kerala afzakken en tenslotte landinwaarts reizen, kruisen Haider en Tipu steeds ons pad. Van oude bekenden veranderen ze in reisgenoten.

Onze reis geprojecteerd op "Southern India in the age of Tipu Sultan" (M1)
Onze reis geprojecteerd op "Southern India in the age of Tipu Sultan" (M1)

Een intrigerend duo

Wat is er nou zo fascinerend aan Tipu en z’n vader, behalve dat ze ons achtervolgen? Het spreekt tot de verbeelding dat z’n vader en hij de Britten serieus militaire tegenstand bieden. De dappere Indiërs die zich als underdog verzetten tegen Europese indringers.

Maar misschien nog wel interessanter is dat ze zichzelf hebben opgewerkt tot machthebbers. Haider Ali was een gewone legercommandant in dienst van de raja (koning) van Mysore die zich dusdanig onderscheidde dat hij steeds belangrijker posities kreeg toebedeeld. Uiteindelijk heeft hij de macht over het koninkrijk volledig in handen. In 1761 vindt Haider het niet meer nodig om de schijn op te houden: hij neemt de raja gevangen en benoemt zichzelf tot sultan. Na Haider’s overlijden in 1782, neemt Tipu die titel over.

Wat je ook vindt van een dergelijke staatsgreep, zowel Haider als Tipu zijn bijzonder capabele mannen. Onder hun bewind wordt het koninkrijk Mysore groter dan het ooit was. Op het hoogtepunt beslaat het bijna het hele zuidwesten van India. Beiden zijn innovatief en denken na over wat ze doen. Ze werken samen met de Fransen om zich nieuwe militaire technieken eigen te maken, en Tipu maakt  belangrijke economische en technische innovaties.

Verder zijn Haider en Tipu zich ervan bewust dat ze de steun van de bevolking nodig hebben voor een stabiel en welvarend rijk. Het veroveren van ‘hearts and minds’ was in de 18e eeuw ook al een punt van aandacht. En in het geval van deze twee heersers in het bijzonder, omdat ze moslims zijn temidden van een hindoe-meerderheid en de opvolgers van hindoekoningen. Tipu doet grote donaties aan hindoetempels en legt de hindoes in Mysore geen strobreed in de weg bij het uitoefenen van hun religie. Maar voor krijgsgevangenen en tegenstanders hanteert hij andere normen. Grote groepen gevangen hindoes en christenen ondergaan gedwongen bekeringen tot de islam, inclusief besnijdenis.

Tipu’s bijnaam is de 'Tijger van Mysore'. Hij is zijn tijd ver vooruit in hoe hij dat imago cultiveert. Het beeldmerk van de tijger komt werkelijk overal terug. Zijn troon werd gedragen door een beeltenis van een tijger, tijgerstrepen versierden de muren van gebouwen en hij had zelfs kanonnen met een tijgerkop. En natuurlijk het bewegende beeld van man-en-tijger waar dit stuk mee begon. Dit object is Tipu ten voeten uit. De aangevallen man draagt een hoed en was daarmee in zijn tijd onmiddellijk herkenbaar als Europeaan. Wie de tijger is, is ook wel duidelijk. Het is een staaltje techniek uit Europa, zeer waarschijnlijk gemaakt door een Fransman.

Tipu op zijn troon met tijger en tijgerkoppen (2)

 
Kanon met tijgerkop (3).

Kortom, een vader-zoon duo dat vanuit het niets een koninkrijk overnam, en vele malen groter en welvarender maakte. Dat zichzelf eeuwige roem bezorgde door de Britten een aantal keren te verslaan, maar door hun onverzettelijkheid en wreedheid ook veel vijanden maakte. Onze reis voerde ons langs allerlei aspecten van hun leven.

Langs de kust

Het begon allemaal in Mangalore waar we de prachtige door Tipu gerenoveerde moskee bezochten, genoemd naar zijn dochter Zeenath Baksh. Mangalore kwam voor het eerst in handen van Mysore in 1763. Een paar jaar later begonnen de gevechten tussen Mysore en de Britten, en wisselde Mangalore een paar keer van handen. Maar het belangrijkste moment is wel in 1784, aan het eind van wat de tweede Anglo-Mysore oorlog is gaan heten. Officieel is deze oorlog geeindigd zonder duidelijke overwinnaar. In het Verdrag van Mangalore wordt vastgelegd dat de Britten en Tipu elkaar de gebieden teruggeven die ze hebben buitgemaakt, en dat is dat. Maar Tipu heeft in die oorlog Mangalore op de Britten heroverd, en dat mag hij houden. En dat niet alleen, hij laat de Britten helemaal uit Madras aan de oostkust naar de westkust komen om het verdrag te tekenen en zo positioneert hij zich toch als de bovenliggende partij.

Zeenath Baksh Juma Masjid, Mangalore (*)

Vanuit Mangalore nemen we de trein die langs de kust naar het zuiden rijdt. We bezoeken twee forten en ontdekken dat die allebei in handen van Haider en Tipu zijn geweest. Chandragiri fort, op 50 kilometer van Mangalore, ligt geheel verlaten op een verhoging in het landschap in een bocht van de brede rivier die daar in zee uitmondt. Je hebt er fantastisch uitzicht en het fort is nog in goede staat. 

Verlaten Chandragiri fort en uitzicht (*)

Nog iets zuidelijker ligt Bekal Fort, dat juist drukbezocht wordt en beroemd is geworden omdat er een Bollywood hit is opgenomen uit de film 'Bombay'(4). Bekal Fort is nóg groter en is deels op rotsen gebouwd die in zee uitsteken. Beide forten zijn gebouwd door een hindoekoning, Shivappa Nayaka, in 1650. In 1863 verslaat Haider Ali de Nayaka’s en zo komen de forten in handen van Mysore.Tipu maakt er later dankbaar gebruik van tijdens zijn veldtochten in de regio.

Bezoekers bij de ingang van Bekal Fort (*)

We blijven per trein de kustlijn volgen en stappen 80 km verderop uit in Kannur, of Cannanore zoals het in de koloniale tijd bekend staat. Nu een lelijke, chaotische provinciestad, ooit een belangrijke handelspost. Net buiten het centrum van de moderne stad, ligt het fort dat die handel ooit moest beschermen. Het steekt uit in zee, en heeft puntige bastions met namen als ‘de punt Zeelandia’. Hier zijn we bij het oorspronkelijke thema van onze reis: Europese invloeden.

In Kannur treffen we geen fysieke sporen van onze sultans, maar toch een interessante link met hen. Het piepkleine rijkje werd namelijk bestuurd door een dynastie van islamitische raja’s. In 1789 laat Tipu zijn zevenjarige zoon trouwen met een dochter van de raja. Maar de connectie tussen de sultans en de moslim raja dateert al van veel eerder. Cannanore moest voortdurend opboksen tegen zijn grotere en machtigere buurstad Calicut. In 1766 verzocht de raja Haider Ali om hem te helpen in dat conflict. Calicut was verreweg de belangrijkste havenstad in de regio, en dus een mooie prooi. Het is ook onze volgende bestemming. 

Tegenwoordig heet Calicut Kozhikode en is het nog steeds de grootste en belangrijkste stad in de regio, waar sfeervolle oude markten en hypermoderne overdekte winkelcentra naast elkaar bestaan. Haider Ali heeft zijn stempel op deze stad gedrukt door iets wat er juist niet (meer) is. Namelijk een koninklijk paleis.

Uitstalling van verschillende soorten peulvruchten op groothandelsmarkt in Kozhikode (*)

De opeenvolgende heersers (Zamorins) van Calicut hadden in de middeleeuwen al uitstekende handelscontacten opgebouwd met arabische handelaren, waardoor het rijk tot grote bloei kwam. Voor Haider Ali was het een aantrekkelijke buit. In 1766 veroverde hij Calicut. De Zamorin wilde zich onder geen beding overgeven, en stak z’n eigen paleis in brand waarbij hij zelf omkwam. Het enige wat er nu nog van over is, is de ‘tank’: een grote rechthoekige vijver, gevoed door een bron, ooit aangelegd door een van de Zamorins.

In het archeologisch museum van Kozhikode treffen we ook nog wat munten met de beeltenis van Tipu. Een mooie reminder dat onder Tipu de economie en handel enorm tot bloei kwamen.

Landinwaarts

In Kozhikode besluiten we om onze reisplannen aan te passen. In plaats van de kust verder naar het zuiden te volgen, zoals oorspronkelijk bedacht, steken we hier vandaan door naar het binnenland. In de richting van onze vrienden op het platteland van Tamil Nadu. De reis voert door ‘Palghat gap’, een gat in de bergen die de kust van het binnenland scheiden. Hier moet je langs als je van of naar de kust wilt en dat is altijd al zo geweest. In de ‘gap’ ligt het stadje Palakkad (de nieuwe spelling van Palghat). Een logische stopover op de route naar Tamil Nadu. En er is een fort. Van Haider en Tipu. Natuurlijk, zou ik bijna zeggen.

We gaan terug in de tijd, naar 1757. Mangalore, Calicut en al die andere plaatsen waar we geweest zijn, zijn nog niet in handen van Mysore maar deel van zelfstandige rijken. Haider Ali is al een belangrijke kracht in het koninkrijk van Mysore, maar heeft zichzelf nog niet tot sultan uitgeroepen. Toch is zijn reputatie al dusdanig, dat de Palghat Raja de hulp van Haider Ali inroept om zich te verdedigen tegen de agressie van de Zamorin van Calicut. Blijkbaar hoort de raja liever bij het rijk van Mysore dan bij de Zamorin. En zo komt Palghat Fort eenvoudig in handen van Haider.

Eén van de negen bastions van Palghat Fort (*).

In 1766 krijgt het fort zijn huidige vorm. Het is bijzonder indrukwekkend, met hoge dikke muren, negen uitstekende ronde bastions, en een brede slotgracht die het geheel omsluit. Dat was ook wel nodig, want zoals gezegd ligt het op een strategisch bijzonder belangrijke plek, en er wordt dan ook een aantal keren om gevochten. Het valt een paar keer in handen van de Britten, maar wordt steeds weer heroverd dan wel teruggegeven. Tot de Britten het in 1790 definitief innemen. Helaas voor Tipu gebruiken zij het als uitvalsbasis voor een aanval op zijn eigen thuisbasis Srirangapatnam een paar jaar later.

Wij bezoeken het fort op een zondagochtend en op dat tijdstip is het vooral heel populair bij jonge stelletjes die er plenty plekjes vinden om in de schaduw van bastionmuren en - nissen dicht naast elkaar te zitten zonder gezien te worden. Behalve door ons dan, op onze ontdekkingstocht langs alle verborgen hoekjes van het immense fort.

Vanuit Palghat reizen we naar onze vrienden in Tamil Nadu. Hun resort is een bekende plek voor ons allebei, en dat geldt ook voor de dichtsbijzijnde provinciestad Dindigul, waar je vroeger heen moest om geld te pinnen of een treinkaartje te kopen.

In Dindigul kennen we het beste vegetarische restaurant naast het busstation, en het kleine winkeltje waar je lekkere koffie kunt kopen. En natuurlijk kennen we de karakteristieke kale rots met het fort erop dat over het stadje uitkijkt. Maar wat we ons nu pas realiseren is dat Dindigul een belangrijke rol speelt in het verhaal van Haider Ali en Tipu Sultan. Een hele belangrijke rol zelfs. En er zijn maar liefst drie bouwwerken die daarvan getuigen: een fort, een moskee en een modern gedenkteken.

We gaan nog verder terug in de tijd, naar 1745 om precies te zijn. In dat jaar wordt Dindigul veroverd door het koninkrijk Mysore, dat dus toen al aan het uitbreiden was (Mysore ligt zo’n 350 km ten noorden van Dindigul). Maar de nieuwe heersers krijgen de regio niet goed onder controle. In 1755 wordt Haider Ali, dan nog legercommandant, ernaartoe gestuurd om orde op zaken te stellen. En wat eerdere bevelhebbers niet lukte, lukt hem wel: hij krijgt Dindigul in het gareel. Het is hier dat hij al Franse militaire adviseurs aantrekt om zijn leger te moderniseren. Dindigul is de plek waar Haider de basis legt voor zijn latere machtsovername in het koninkrijk Mysore.

Haider en Tipu versterken ook het fort dat al minstens 150 jaar oud is. Ondanks die versterking wordt het in 1783 ingenomen door de Britten, maar in het eerder genoemde Verdrag van Mangalore in 1784 weer teruggegeven aan Tipu die zijn vader in 1782 is opgevolgd.

Toegang tot het fort van Dindigul dat op de kale rots ligt (*)

Aan de voet van de rots met het fort ligt een moslimwijkje, Begambur. Ook dat wisten we, want de bus naar het centrum rijdt er doorheen. Maar wat we niet wisten, is dat de wijk zijn naam te danken heeft aan een grafmonument gebouwd door Haider Ali voor zijn jongere zuster, die in Dindigul overleed. Zij was een ‘begum’, een belangrijke vrouw, en zo komt ‘Begambur’ aan zijn naam. Het mausoleum  is nog altijd intact en staat voor de grote moskee.

Mausoleum voor de jongere zus van Haider Ali, Dindigul (*)


Tipu Sultan: verzetsheld of tiran?

In Dindigul zijn we dus bij de vroegste dagen van de opmars van onze sultans beland, maar ook bij hun huidige status. Langs een brede weg met een groot stinkend open riool staat een wit bouwwerk met een grote koepel en smalle torentjes, dat een beetje aan een moskee doet denken. Het is een gedenkteken voor Haider en Tipu. De toenmalige ‘chief minister’ van deelstaat Tamil Nadu, zelf hindoe, heeft in 2015 13 miljoen roepies (ongeveer 20.000 euro) uitgetrokken om het te laten bouwen. Binnen staan de daden van Haider en Tipu in grote stenen gebeiteld - althans dat vermoeden we. De tekst is in het Tamil. We kunnen alleen de jaartallen lezen, en die verwijzen naar de vier oorlogen die Haider en Tipu uitvochten met de Britten. Hier worden ze geëerd voor hun verzet tegen de Europese indringers. Wat hier telt is dat ze Indiërs zijn.

Modern gedenkteken voor Haider Ali en Tipu Sultan in Dindigul (*)

Maar in het huidige India wordt steeds meer nadruk gelegd op de verschillende religies van al die mensen die samen de Indiase bevolking vormen, waarbij de hindoe-nationalistische partij de BJP, van mening is dat hindoes meer Indiaas zijn dan alle anderen. Vooral moslims moeten het ontgelden. In een tweet uit 2019 schrijft de BJP dat de echte Tipu Sultan ‘een tiran’ is, en dat  geschiedenisboeken op scholen moeten worden aangepast om de wreedheid van Tipu jegens hindoes te benadrukken.

De ene politicus bouwt een gedenkteken voor vrijheidsstrijders Haider en Tipu, de andere noemt Tipu een wrede tiran. Zelf vond hij de dood in 1799 in gevecht met de Britten en hun Indiase bondgenoten. Maar meer dan 200 jaar later houdt hij de gemoederen nog altijd bezig. In de aanloop naar verkiezingen in Karnataka, de deelstaat waartoe Mysore behoort, in mei 2023, verschijnt zijn naam regelmatig in de pers en op sociale media. Zo is de Tijger van Mysore nog altijd springlevend, ook al was zijn einde een omgekeerde versie van het beeld waarmee dit verhaal begon.

 

<EvdV>

------------------------------- 

 

Meer:

Meer Water Lily blogs:  

(4)De beroemde videoclip van Bekal Fort is o.a. hier te vinden.

Over de huidige controverses rond Tipu, zie bv:

Bronnen:

Dalrymple, William, White Mughals: Love and Betrayal in Eighteenth-Century India, London, 2002

Dalrymple, William, The Anarchy, The East India Company, Corporate Violence, and the Pillage of an Empire, Dublin, 2019

Forrest, Denys, Tiger of Mysore: The Life and Death of Tipu Sultan, London, 1970
(M1) Kaart "Southern India in the age of Tipu Sultan" van Denys Baker komt uit dit boek.

Maitre de la Tour (revised by Prince Gholam Mohammed), The history of Hyder Shah, alias Hyder Khan Bahadur, and of his Son Tippoo Sultaun, London, 1855

en online bronnen zoals Wikipedia.

Foto's:

(*) uit eigen collectie

(1) 'Tipu's Tiger', 1780s or 1790s, Mysore, India. Museum no 2545 (IS). © Victoria and Albert Museum, London

(2) By Anna Tonelli - http://chroniclecycles.blogspot.de/2011/07/throne-of-tipu-sultan.html, Public Domain, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=27542488

(3) By John Hill - Own work, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=22935849


 

 







zondag 14 mei 2023

Wie is de Nederlandse Susanna in Fort Kannur?

Het was nog ochtend, maar het was al heet. Op de hoge brede muren van het fort was nergens schaduw om uit de brandende zon te blijven. De enige verlichting was een lichte zeebries vanuit de Arabische Zee. We leunden zo ver mogelijk de schietgaten in om wat van de kustlijn te zien. Er waren ijzeren dwarsbalken om te voorkomen dat je te ver ging. Maar als je daar op klom, zag je meer.

Susanna's grafsteen

Op dat moment sprak een politieagente ons aan, in het typisch Indiase kaki uniform. We dachten een berisping te krijgen voor gevaarlijk gedrag, maar in plaats daarvan knoopte ze een praatje met ons aan. Rajani, zo stelde ze zich voor. Ze moedigde ons zelfs aan op de kantelen te klimmen, en even later sprong ze daar samen met E over een schietopening van de ene kanteel naar de andere. Zo kwamen we bij een van de opmerkelijkste objecten in het fort, de grafsteen van de Nederlandse Susanna. Ooit moet de steen ergens op een graf gelegen hebben, nu stond hij rechtop in weer en wind in een van de buitenmuren gemetseld. Wie was die Susanna?


Nederlandse kaart van Fort Cananoor
St. Angelo's fort in Kannur is een van de oudste koloniale forten in India. De eerste houten versie werd in 1505 gebouwd door de Portugezen. Later werd het herbouwd in steen. Het was het grootste Portugese fort van die tijd en de basis van waaruit Goa werd veroverd. In 1653/1663 namen de Nederlanders het fort over met hulp van de lokale krijgsheer Ali Raja. De Nederlanders verkleinden het fort om geld te besparen en bouwden de paardenstallen en munitieopslagplaats. Ze voegden bastions toe zoals Hollandia, Zeelandia en Frieslandia. In 1771 verkochten de Nederlanders het aan een van de erfgenamen van Ali Raja. In 1790 namen de Britten de controle over. Die bleven daar tot de onafhankelijkheid van India in 1947.

Gezichten op Cannanore en Cochin aan de kust van Malabar.  J.Vinckboons, 1662-1663. Rijksmuseum Amsterdam. 


Tegenwoordig is het een goed onderhouden site, populaire bij Indiase bezoekers. De weinige buitenlanders die er komen, vallen ten prooi aan Rajani. Ze wist ook wel het een en ander te vertellen over de geschiedenis van het fort. De medewerkers en onderzoekers van het fort hadden een band met Susanna, misschien omdat de grafsteen een van de weinige overblijfselen was die je aan een persoon kon relateren. Maar over Susanna waren nog veel vragen. Rajani vroeg of wilden helpen de tekst op de grafsteen te ontcijferen. De tekst was in oud-Nederlands, verweerd en moeilijk leesbaar.

Het hielp dat Rajani een foto van de steen had van 20 jaar geleden. Toen was die nog in aanmerkelijk betere staat. We beloofden een en ander te ontcijferen, te vertalen en in te spreken. Maar eerst leidde ze ons langs een paar andere plekken in het fort. Ze toonde ons kerkers en een kelder met 36.000 onlangs opgegraven Britse kanonskogels. Ze wees op cashewbomen, amandelvruchten en een kaneelboom. Ze belde een collega die op kwam draven met een hakmes om daar stukken bast af te hakken. Kaneel is immers de bast van deze boom. In haar enthousiasme wist ze van geen ophouden. We kregen zoveel bast toegestopt dat we ons er ongemakkelijk bij begonnen te voelen.

Al met al was deze privérondleiding interessant en leuk. Zo nu en dan verzeilden we in een schoolgroep of een familie die foto's met ons wilde.

Later maakten we serieus werk van het ontcijferen en vertalen van de tekst. Met behulp van Rajani’s foto en VOC-archieven kwamen we meer te weten. Dit is de tekst op de grafsteen:



Susanna werd geboren op 12 augustus 1727, ze was de dochter van Matthijs Pfeiffer, commandant van de kleine handelspost Porto Novo (nu Parangipettai, Tamil Nadu), en Margaretha Hackaart. Ze woonde dus al in Zuid-India toen ze op 16-jarige leeftijd trouwde met Godefridus Weyerman, toen namens de VOC commandant van Fort Kannur. Een jaar later overleed ze op het kraambed.

Weyerman hertrouwde met Anna Banister, maar ook uit dat huwelijk overleden twee kinderen op jonge leeftijd. Volgens de tekst op de grafsteen werden die begraven naast zijn eerste vrouw. Weyerman trouwde later een derde keer met Rachel Douglas, zij brachten drie kinderen groot, een zoon en twee dochters. Weyerman klom op tot commandant van heel de Malabar (1760-1764); hij overleed in 1779 in Batavia (nu Jakarta, Indonesië).
Fort Kannur was toen al niet meer Nederlands.

Meer

donderdag 22 december 2022

Kalfjes voor kinderen - microkrediet wordt mini-ontwikkelings-fonds

Het was 2001. Het woord “microkrediet” bestond nog niet voor het grote publiek. Ik deed een maand vrijwilligerswerk in Zuid India, iets met studiefinanciering voor vrouwen. Dezelfde stichting had een neven-project om schooluitval onder meisjes te verminderen. Meisjes in arme gezinnen werden vaak thuisgehouden omdat ze in het huishouden moesten helpen of op het land werken. Zo’n gezin kreeg geld om een koe plus kalf te kopen. Op voorwaarde dat de dochter naar school ging. De melk die de koe opleverde, compenseerde het inkomensverlies. Als het kalf groot was kon het verkocht worden en de lening terugbetaald.

Op een dag ging ik mee op huisbezoek bij een gezin dat deelnam aan het kalfjes-programma. Na schooltijd, zodat we ook de dochter konden spreken. Achter op de motor bij een lokale medewerker reden we het dorpje in. Armoedige huisjes, onverharde straten, geen straatverlichting, geen water, geen riolering. Bij een huisje met muren van gewoven palmbladeren stopten we. Priya had haar schooluniform nog aan, en de haren in twee vlechten opgestoken met een bloem er in. Ze was een enthousiaste vrolijke meid met een stralende lach, die trots de koe en het kalf liet zien. De koe werd net gemolken. Of ik een bekertje verse melk wilde? Ik wist toen nog niet dat je die beter eerst kon koken. Zo lauw van de koe en heel romig was het wel een bijzondere sensatie.

Intussen werd gecontroleerd of het veevoer en de verzekering op orde waren. De ouders waren veel schuchterder maar vertelden erg blij te zijn met de extraatjes voor het gezin die ze uit de verkoop van de melk konden betalen.

Het is 2022. Het woord “microkrediet” is in India de facto verboden. In de tussenliggende jaren is de stichting waar ik toen voor werkte flink geprofessionaliseerd. Er worden nu allerléi projecten gefinancierd, juist ook om kleine bedrijfjes op te starten. Tot voor kort heette dit allemaal “microkrediet”. Maar nu niet meer. India heeft een nieuwe regel uitgevaardigd dat wie dat woord gebruikt in folders en op websites, aangemerkt wordt als een bank van lening. Dan moet je belasting gaan betalen en val je onder strenger toezicht. En daarvoor is deze stichting toch nog een maatje te klein. Gelukkig gaat het werk onder een andere naam gewoon door: mini-ontwikkelings-fonds.

---

Inzending voor Oikocredit verhalen wedstrijd met als thema "microkrediet", december 2022.

zondag 13 november 2022

Hoe Dennis Bergkamp het Nederlands Elftal én een Indiaas huwelijk redde.

Zomer 1998. Het WK voetbal was in Frankrijk en ik was op reis in India. Ik kreeg er niet veel van mee, sommige wedstrijden waren op sport-betaal-zenders te zien, sommige waren als het daar midden in de nacht was. Eén keer heb ik een gezien op mijn hotelkamer.

Mijn reis voerde door de binnenlanden van Karnataka, bepaald geen toeristische route. Toch bleken in het kleine stadje Badami in mijn hotel nog een paar Nederlanders te zitten. We raakten aan de praat. Die avond speelde Nederland de kwartfinale tegen Argentinië en de dames zouden eigenlijk ook wel willen kijken. Het zou niet eens zo laat in de avond zijn in India. We informeerden bij het hotel. Eerst een heleboel gedoe om te achterhalen op welke zender de wedstrijd zou worden uitgezonden, want voetbal als sport leeft nu eenmaal niet in India. De betreffende satellietzender was in het hotel ontregeld door de regen. "No problem, we will fix" zeiden ze, maar ik had ernstige twijfels.

In het stadje informeerden we bij verschillende hotels en restaurants. Daar doorliepen we steeds dezelfde fasen: Voetbal? WK? TV? Zender? Nee, hier niet. Een man die ons gehoord had, sprak ons aan. Hij kon thuis de betreffende zender ontvangen, en hij nodigde ons uit om te komen kijken. We aarzelden geen moment en accepteerden het aanbod. Om 8u die avond zou hij ons voor het restaurant ophalen.

Wij stonden klaar, en hij kwam. Via donkere, smalle straatjes kwamen we bij zijn huis. Zoals je kon verwachten was het een kleine woning, lang en smal, betegeld en verlicht met tl-buizen. Netjes, opgeruimd en schoon. De vrouw des huizes leek niet zo blij met de gasten waar haar man haar mee had opgescheept, ze was koel maar beleefd. De bloedmooie 14-jarige dochter des huizes daarentegen straalde als een uit de hemel afgedaalde engel, en genoot ervan om ons thee en schalen met koekjes etc te presenteren.

De wedstrijd zelf was hoogstaand en zinderend voetbal. Een vroege treffer van Kluivert, de gelijkmaker, een uitblinkende Davids, langdurige aanvalsgolven van Nederland die pas werden gestaakt na een rode kaart voor Numan. Halverwege de tweede helft informeerde de vrouw hoe het nu zat. Zo’n wedstrijd duurde toch 90 minuten? Dat was duidelijk tot hoever ze had willen/moeten toegeven aan haar man. 90 minuten en geen minuut meer. Maar met blessuretijd en rust waren we pas goed halverwege de tweede helft. De man keek steeds vaker op zijn horloge en met de dreigende verlenging werd het steeds pijnlijker. We begonnen hem te knijpen. De reguliere speeltijd konden we er misschien nog bij traineren, maar verlengingen gingen we hier niet te zien krijgen.

Een opstootje en bijna-penalty voor Argentinië, maar in plaats daarvan een rode kaart, bracht Nederland terug in de wedstrijd voor de laatste vijf minuten. Een lange pass op maat van Frank de Boer over het halve veld, diep de lege helft van Argentinië in. Bergkamp en één verdediger waren de enigen die de afstand overbrugd hadden. Een perfecte aanname, een kap, een draai en een weergaloos schot. 2-1.

De verlenging was afgewend en wij konden dubbel-blij terug naar ons hotel. Terug in het hotel namen we nog een pilsje om het te vieren.