Posts tonen met het label Kuala Lumpur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kuala Lumpur. Alle posts tonen

maandag 20 februari 2023

Reisverslag 2023/4 Satun (TH) - Kuala Lumpur (MY)

Satun

We bleven twee weken in Satun, dat kleine stadje in een uithoek van Zuid Thailand. Dit keer begon het minder stil en stoffig dan we gewend waren. De 27ste veteranen atletiek spelen werden hier gehouden, met deelnemers uit 13 landen - vooral Thailand, Maleisië, Indonesië en Iran. Daarvoor was een grootse night market opgezet met talloze eetstalletjes -gezellig- en een podium met harde muziek die tot 's avonds laat door de hele stad schalde - minder gezellig.

Ons resort deelden we de eerste week met 22 ambtenaren die uit Bangkok waren aangerukt om paspoorten uit te geven. Onze receptioniste had met moeite een huisje voor ons vrij weten te spelen. Het was een jonge groep die 's avonds heel rustig wat zat te babbelen voor ze vroeg naar bed gingen.

Er waren ook veel meer buitenlandse toeristen in Satun dan eerdere jaren. Tot wel 10 per dag. Omdat de boot naar Langkawi nog maar een keer per dag ging, moesten mensen vanuit bv Krabi hier overnachten i.p.v. dezelfde dag nog door te kunnen reizen.

Voor ons maakte het allemaal niet uit, wij hadden heerlijke dagen, waarbij onze grootste zorg was waar koffie te drinken en waar te eten.

Uitslapen was er niet bij, vanaf half zeven was er een concert van vogels die elkaar probeerden te overstemmen. De een met felle melodieën, de ander met gekrijs.

We maakten ochtendwandelingen door een sprookjesachtig mangrove bos, waar krabbetjes en mudskippers bewogen door de modder van droogvallende stroompjes als het eb werd. We wandelden door het buitengebied met plantages van rubberbomen en oliepalmbomen. We kwamen langs Karst-rotsformaties waar aapjes tussen de bomen slingerden.

Andere ochtenden hadden we keuze uit verschillende leuke coffee shops. Alleen waren de openingstijden nogal onregelmatig dus meer dan eens stonden we voor een dichte deur.


Voor de lunch gingen we meestal naar een van de twee veganistische lunch restaurantjes: Chinees buffet met veel tofu en seitan gerechten.

's Middags zaten we op onze veranda of bij het zwembad. Ook daar aan dieren geen gebrek. Behalve de verschillende huispoezen waren er eekhoorns, leguanen, roofvogels, kievieten, mussen en vlinders. Iets verderop zat een grote knalblauwe vogel, geen ijsvogel, maar wat het wel was?

Om half zeven ging de zon onder en uit de verte klonk het geluid van verschillende moskeeën, net niet synchroon. Het leek alsof ze een quadrafonische canon zongen. Even later begon het geluid van duizenden krekels en een paar kikkers met diepe basstem.

Avondeten hebben we een paar keer thuis gekookt, in de keuken van ons resort. Maar mijn favoriete restaurant is een curry restaurant waar de serveerster ons na drie jaar nog herkende, en zelfs wist wat mijn lievelings-gerecht was.

Dat was typerend voor de vele hartverwarmende vriendelijke goedlachse Thai die we ontmoetten.


Van Satun naar KL

In de afgelopen 8 jaar zijn we 6 keer de Thais-Maleisische grens overgestoken. Iedere keer op een andere plek of met een andere vervoers-modus. Dus er kon nog wel een nieuwe grensovergang bij.

De eerste etappe was een hele korte (zoals we ook in Kerala met korte etappes begonnen) van 40 km naar het Thale Ban National Park. Daar logeerden we op een prachtig plekje in de schaduw van de enorme muur van een Karst-berg. Door de tuin liep een beekje met wat watervalletjes. In de tuin stonden koffieplanten die tot boom waren doorgeschoten en daarna geknot. De bloemen roken heerlijk zoet.

De eigenaresse had voor de volgende dag een auto geregeld om ons de grens over te brengen. De auto had zowel een Thais als een Maleisisch nummerbord; de chauffeur sprak zowel Thai als Maleis, en hij kende zo'n beetje iedere grensbeambte en politieagent die we onderweg tegenkwamen (en dat waren er best veel, maar allemaal waren ze even vrolijk en vriendelijk).

We gingen de grens over bij Wang Prachan, en lieten ons 20 km verderop afzetten bij het station van Padang Besar. Daar namen we een stoptrein in zuidelijke richting. De stoptreinen rijden hier ook best hard, tot 120 km/u. Maar na een kwartiertje hoorden we een paar harde knallen en even vielen verlichting en airconditioning uit. Daarna sukkelden we nauwelijks meer dan stapvoets door het mooie landschap. We misten onze overstap en kwamen uiteindelijk met twee uur vertraging in Taiping. Daar was net een tropische stortbui losgebarsten. Meer dan ons hotel opzoeken (dat we nog kenden van 8 jaar geleden, en gelukkig hadden ze nog plaats) en een hapje eten zat er niet meer in.

De volgende dag waren alle treinen richting Kuala Lumpur al volgeboekt, dus we moesten met de bus. In tegenstelling tot de treinstations, liggen de busstations ver buiten de stad dus we waren veel tijd kwijt met voor- en natransport. De bus zelf was wel ruim en comfortabel en nam een mooie route door de bergen.

Al met al waren het zo een paar lange en vermoeiende reisdagen geworden. Maar gelukkig hadden we nog vier dagen in Kuala Lumpur om bij te komen. De prettige hotelkamer met een rooftop swimming pool hielpen daarbij. We hadden dus volop gelegenheid om te genieten van de lekkere koffie en het uitstekende eten in de grote stad. Tussendoor struinden we door achterafstraatjes en bekeken we eigenaardigheden van deze mega-stad.


Meer

donderdag 14 januari 2016

India Nieuwsbrief, Jaargang 2016, Aflevering 2: Maleisië op herhaling

Feest der herkenning

Kuala Lumpur was een feest van herkenning. Het was precies een jaar geleden dat we hier anderhalve week waren.  (Zie vorig jaar)

Het was heel leuk om zo vertrouwd te zijn, zoveel te herkennen, te zien wat veranderd was, welke zaken verdwenen en verschenen, de voortgang van de oever-beautification te aanschouwen, de weg te weten, de sfeer te voelen. We hadden hetzelfde hotel, en zelfs dezelfde kamer. We aten bij de restaurants die we vorig jaar het beste vonden.

KL had dat aangenaam rommelige, levendige, bonte, gastvrije karakter behouden. Daarvoor nam je de viezigheid, het kapotte wegdek, de ontbrekende rioolroosters en de verkeersdrukte voor lief. Het kleurige straatbeeld dankzij de drie bevolkingsgroepen, waarvan de vrouwen ieder hun eigen kledinggebruiken hadden, daarbinnen ook weer traditioneel en modern: Indiase vrouwen in spijkerbroek; Chinese vrouwen in korte broek of zakelijk rokje; Maleise vrouwen met fleurige hoofddoekjes.

Het weer was meer alles of niets: schroeiende zon afgewisseld met stortbuien. De zonnestraal die altijd scheen was de glimlach van de Maleisiërs.

Taman Negara

Taman Negara, het national park in de binnenlanden, konden we vorig jaar niet bezoeken vanwege overstromingen. Dat was dit jaar geen probleem. Maar de spoorlijn die we vanaf Taman Negara zouden willen gebruiken om door te reizen, was sindsdien jammer genoeg nog steeds niet hersteld. 

Op het metrostation namen we de verkeerde ingang – om op het juiste perron te komen moesten we door een doolhof van roltrappen, gangen, trappen, corridors. Op het grote busstation aangekomen bleek dat onze bus niet daar vandaan vertrok. We zouden naar een ander busstation aan de andere kant van de stad moeten gaan.

Op reis gaan dingen wel vaker niet zoals gepland, maar sommige dagen kun je het beter hebben dan andere. We besloten de voortekenen niet langer te negeren en Taman Negara uit te stellen tot de volgende reis. We namen een bus naar het vertrouwde Penang.

Penang

Over Penang zou ik alles kunnen herhalen wat ik hierboven over KL schreef.

We woonden aan de rand van Little India. Deze wijk is eigenlijk een verbeterde uitvoering van het grote India. Alles was op loopafstand; de infrastructuur was beter; het was schoner; het eten was lekkerder (waarschijnlijk vanwege de hygiëne en betere ingrediënten); gerechten uit allerlei regio’s waren in één straat te vinden; de Indiërs hier waren opener en goedlachser (ongetwijfeld Maleise invloed).

Het weer was heerlijk, zo'n 30 graden, zonnig, en dankzij de zeelucht heel aangenaam.

We kwamen helemaal in de vakantiestemming. We genoten van kopjes koffie op een terrasje, van lekker eten in Litle India, van de zwoele vooravonden aan de boulevard. Het enige nadeel wat er te bedenken was, was dat we ook weinig bijzonders beleefden en daarmee geen stof opdeden voor de nieuwsbrief.

Wildlife

We maakten één uitstapje naar de andere kant van het eiland. Met de bus dwars door het midden. Dus eerst Georgetown uit, dan bijna naadloos over in een voorstadje aan de voet van Penang Hill. Daarna staken we de heuvelrug over. Dat was het enige stuk dat niet dicht bebouwd was, en waar naast de weg direct de oorspronkelijke jungle lag: groene en groots.

Balik Pulau is een flink dorp waarvan de hoofdstraat nog verrassend druk met verkeer was. Misschien is het wel de enige plaats op Penang zonder torenflats. We wandelden eerst de hoofdstraat op en neer. Allerlei kleine winkeltjes in oude huizen, waaronder een oude zilversmid. We dronken koffie bij een cafeetje waar direct voor de deur een mevrouw allerlei snacks verkocht. Het was meteen een heel andere sfeer dan in de stad.
 

Maar écht anders werd het toen we een wandeling maakten door de kampong achter het café. Vrijstaande huizen aan een slingerend zandpad, allemaal met een flinke tuin, kippen, bloeiende planten en her en der bananenbomen. En allemaal een auto op de oprit. Hier was het doodstil, idyllisch, een andere wereld. Er stroomde glashelder water door een beekje met een bodem van wit zand en de oevers dicht begroeid. Ineens een heleboel geploms en gespetter. Er bewoog iets wild in het water. Een vis? Een otter? Nee, het was een grote varaan. Het lijf zo dik als een been, met staart minstens een meter lang. Het rende of spartelde wild en in hoog tempo door de beek. Van ons vandaan, tot die na een meter of 30 een bocht om ging. Dat was spectaculair! Een van de meest spectaculaire ontmoetingen met een varaan/hagedis die ik ooit meegemaakt heb.

Bouwplaats

In Singapore lijkt men zich bewust van de grenzen van het eiland. Er wordt veel afgebroken en herbouwd. In Kuala Lumpur en Penang daarentegen breiden de steden ongebreideld uit. Het oerwoud wordt gekapt en hele satelietsteden verrijzen, terwijl oudere delen leegstaan of teloorgaan. Op Penang worden te pas en te onpas enorme torenflats gebouwd, waarbij je betwijfelt of er genoeg mensen zijn om die allemaal te gaan bewonen.

In het oude centrum van Georgetown staat ook veel leeg, maar wordt wel op oude plots herbouwd, waar bij je je afvraagt of restauratie geen beter idee zou zijn.

Naast ons hotel, op het aangrenzende plot land, werd gebouwd. 7 Dagen per week van kwart over zeven tot tegen middernacht. Het kon ons dus niet ontgaan. De eerste avond schrokken we van al het lawaai, maar we wenden er eigenlijk vrij snel aan.

We keken uit op vier containers/bouwketen (in een ervan woonde de dag-en-nachtwaker) en vier enorme tanks voor olie of diesel of water. Het zware werk gebeurde meer naast ons maar niet zichtbaar vanuit de kamer. Wel vanaf straat. Vier hijskranen en een graafmachine waren constant bezig, meestal tegelijk op het plot van 20x50 meter. Het leek een chaotisch gekrioel van allerlei activiteiten vlak bij en door elkaar, en het was een wonder dat iemand overzicht zou kunnen hebben.

De architect/ingenieur waagde  zich niet tussen de grote machines en hield vanaf de straat een oogje in het zeil. Ze waren bezig met de fundering, legde hij uit. Niet heien, om de naastliggende panden te sparen, maar een nieuwe techniek: er werd een 15 meter diep gat geboord, dat werd met polymeren bekist (waarvoor een generator vlakbij getakeld werd, omdat de stroomkabels mee tot onderin het gat moesten) en dan werd er door een trechter met slurf (die ook weer aan een hijskraan hing) beton in gestort. Ondanks die nieuwe techniek stond ons hotel zo nu en dan te trillen op de grondvesten. Ik vroeg me af of dat wat te maken kon hebben met de barst in ons plafond, waar tijdens onze laatste nacht op Penang, bij de eerste regenbui, water door druppelde. Op ons hoofd. We moesten zelfs verhuizen naar een andere kamer…

Tenslotte

We verlieten Penang en Maleisië met de veerboot en de nieuwe snelle trein. Door groene vlaktes van rijstvelden en de laatste rubberbomen die nog geen plaats gemaakt hadden voor palmoliepalmen. De trein eindigde bij de grens. Via een loopbrug over de goederenemplacementen kwam je uit bij de Maleisische grenspost. Daarna was het 500 meter lopen door een soort “niemandsland“ naar de Thaise grenspost. Ik was de Maleisisch-Thaise grens in het verleden overgestoken per vliegtuig, per trein en per boot. Dit keer dus te voet.

Aan de Thaise kant waren geen voorzieningen en we hadden de grootste moeite wat Ringgit te wisselen voor Baht. Daarna begon het lange wachten op een bus. We hadden de hoop nog niet opgegeven, toen een auto stopte en ons een lift aanbood voor de laatste 55 km naar Hat Yai. Ongewild hadden we weer een behoorlijk ongebruikelijk en ingewikkelde route genomen.

Hoe het verder gaat in Zuid Thailand lees je in aflevering 3.
Maleisie, 4-14 januari


Terug naar aflevering 1.

dinsdag 5 mei 2015

Tien memorabele gerechten (5/10) Tang City food court - Kuala Lumpur


In het hartje van de oude stad van Kuala Lumpur, ver weg van de glimmende Petronas Twin Towers, ligt China Town. Traditie en toekomst lopen letterlijk dwars door elkaar; ouderwetse winkeltjes in de zijstraten en drukke markten in de hoofdstraten. Het kan er behoorlijk druk zijn met Chinese toeristen, maar er wonen en werken ook veel locals. Tang City is een food court waar iedereen komt eten. Rondom een plein met smoezelige tafeltjes staan een 20-tal kleine kramen met allerlei soorten eten: noodles, rijst, soepen en kippen in allerlei variaties. Toeristen lopen zoekend rond om te doorgronden hoe het werkt; oude mannetjes met nog een paar tanden en een paar haren roken een sigaret. Iemand komt vragen wat je wilt drinken: een grote fles bier of een blikje fris? Je bestelt je eten bij een of meer van de kraampjes, en als het klaar is komen ze het bij je brengen. Meteen afrekenen.



Er is niet veel keus aan vegetarisch, maar met wat zoeken valt er wat te vinden. Niet dat wij nog zoeken. Als we hier komen gaan we rechtstreeks naar het Bengali stalletje. De uitbater herkent ons al, ook al kwamen we er maar een paar keer en zat daar soms een paar jaar tussen. Hier hebben ze de allerbeste naan ter wereld. Naan is brood uit de tandori oven. Het hoort vers, heet en fluffy te zijn. En dat is het. De begeleidende groenteschotel is bijzaak - alles draait om het verrukkelijke zachte brood.


dinsdag 6 januari 2015

India Nieuwsbrief, Jaargang 2015 Aflevering 1: Per KL naar KL

Een intercontinentale avondvlucht vanuit Nederland had ik nog zelden of nooit gehad.
Iedere keer was Schiphol weer wat verder ontmenselijkt. Zelf je bagage labelen kenden we al. Maar de doe-het-zelf paspoortcontrole was nieuw. Daar stond weer tegenover dat het fouilleren nog ouderwets handmatig ging, en erg grondig. Dat was wel nadat de moderne doorkijkmachine daar om vroeg.
Toen we na een kopje koffie de F-pier inliepen, kwamen we sneller dan verwacht in een derde-wereld omgeving (terwijl dat niet eens onze bestemming was).  Het eerste toiletblok dat ik bezocht, was een vergeten uithoek: onverwarmd en lang niet schoongemaakt, en met Aziatische mannen die de deur niet sloten. Voor de security check, die nog niet geopend was, was geen zitruimte. In een gang stonden een paar betonmengbakken om water uit het lekkende dak op te vangen. Bij de ingang van de security check hing een handgeschreven briefje, vastgeplakt met een sticker, dat er vanaf hier geen toiletten meer zouden zijn. Uit het plafond, een soort systeemplafond zonder de systeemplaten, hing een opgerolde kabel met een groot label er aan met het opschrift "danger". In de slurf hingen bij de verschillende uitgangen handgeschreven briefjes met "rij 1-5" en "rij 10-44". Gelukkig hadden we niet rij 6, 7, 8 of 9. En ja, die waren er wel in het vliegtuig.

Aan boord van het KLM-toestel was alles gelukkig beter op orde. De service was erg vriendelijk. Al bleef het krap en heel, heel erg lang. De stoel was allesbehalve comfortabel en na 'n uur of drie had ik pijn in mijn benen en rug, maar daarna werd het tenminste niet nog erger. Een vlucht zonder overstappen betekende wel een hele lange zit, 12 uur zonder een keer de benen te kunnen strekken, maar na de landing was je er dan ook echt. En dat was ook wel weer fijn.

De aankomstterminal van KLIA was heel wat mooier dan de vertrekterminal op Schiphol. Het was een satelliet van modern glas en staal rondom een stukje tropisch regenwoud. Met een treintje verbonden met het hoofdgebouw.
In eerste instantie ging de aankomst nog redelijk goed, door paspoortcontrole en bagageband. Daarna begonnen er dingen mis te gaan.
Eerst konden we geen geldautomaat vinden. Toen we een groepje van drie vonden, waren er verschillende toeristen met problemen. Van de een was het pasje ingeslikt. De ander kreeg er geen geld uit. De derde was alleen voor binnenlands gebruik. Ook wij kregen geen geld. Ik realiseerde me dat we vergeten waren onze betaalpasjes voor internationaal gebruik aan te melden. Hoe kon ik zo dom geweest zijn zo iets belangrijks te vergeten? Terwijl het toch al weer een paar jaar zo werkte. Gelukkig hadden we 50 Euro contant bij ons voor noodgevallen. Die konden meteen ingezet worden. Intussen verloor ik het sleutel-setje voor de koffersloten, maar een voorbijganger wees me daar op. Toen even later bleek dat we geen stekker-adaptor bij hadden, was duidelijk dat het dit jaar niet meer goed zou komen. Ik dacht dat Maleisië het Thaise systeem had - niet dus - en E. had helemaal niet gedacht. Gelukkig konden we er een lenen van de hotelreceptie. Waar we moesten uitleggen dat we geen geld hadden voor de borg.

Intussen waren we met de vliegveldtrein de stad ingereden, en met de LRT, een soort skytrain, naar ons wijkje. Vanaf het station was het even zoeken naar de juiste uitgang. En omdat alles dichter bij elkaar lag dan ik dacht, was ik even de orientatie kwijt. Het begon zachtjes te regenen maar het was lekker warm op straat.. Om half zeven, oudejaarsavond, vonden we ons hotel.
De hotelkamer was eenvoudig en wat kaal, maar schoon en alles leek heel. We woonden heel centraal, precies tussen China Town en Little India. Een gezellige buurt met veel straatleven. Meteen zag je kenmerkende mix van Maleise, Chinese en Indiase culturen.
Na de nachtvlucht gingen we het niet redden op te blijven voor oud en nieuw. Ik werd nog wel even wakker van het geluid van de vuurwerkshow - centraal georganiseerd zoals het een beschaafd land betaamt.

Kuala Lumpur
Kuala Lumpur is een grote, drukke stad. Maar bovenal een bruisende stad waarin de drie bevolkingsgroepen van Maleisië naast en door elkaar leven, wat het uiterst kleurrijk maakt. Aan het bonte straatbeeld droegen de Indiase en de Maleise dames meer bij dan de Chinese. De Maleise vrouwen droegen meestal fleurige kleurige hoofddoekjes die pasten bij de rest van hun outfit.
Buiten India had ik nog nooit zo'n keus aan vegetarische restaurants gezien - en die keus was hier dan ook nog eens veel breder. Waar ik vaak in een stad binnen de kortste keren een stam-restaurant had, bleven we hier maar nieuwe plekken ontdekken en aten zelden of nooit twee keer hetzelfde.

Natuurlijk is het ook een stad van tegenstellingen: nieuw en oud, arm en rijk, schoon en vies, traditionele openluchtmarkten en koele shopping malls, modern en conservatief. Oudbouw en lelijke hoogbouw. Snelwegen en metrolijnen zigzaggen onder en over elkaar heen, soms een onneembare barrière voor voetgangers.
Wij vermaakten ons met een paar bezienswaardigheden maar vooral met het te voet verkennen van verschillende wijken, die allemaal hun eigen karakter hadden. Chinatown en Little India hoef ik verder niet te beschrijven. Bukit Bintang was de nieuwe happening place met shopping malls, uitgaansleven en een Arab Strip. Onafhankelijkheidsplein werd omringd door koloniale gebouwen in wat de Engelsen een Oosterse stijl vonden. Onder het spoor door waren wat straatjes die ineens rustiger waren en waar nog oude Chinese winkeltjes zaten met houten voorraadkasten. Lake Gardens huisde groots opgezette instituten in moderne architectuur. Voor ons hotel was een pleintje met de klokkentoren, waar altijd wel wat mensen flaneerden.
Heel bijzonder was het stukje regenwoud aan de voet van de telecom-toren. Het was het enige stukje in de wijde omgeving dat aan kap was ontsnapt, en hoe klein ook, je voelde je meteen in een andere wereld. Het gezoem van onzichtbare insecten overstemde het autoverkeer op de achtergrond. Eeuwenoude bomen torenden hoog boven je uit. Miniscule spinnetjes en muggetjes wisten je meteen te vinden met hun warmte-gevoelige zoek-organen.



Regen
De noordoost moesson was de hevigste van de afgelopen 40 jaar. Samen met erosie door ontbossing had dat in december tot zware overstromingen geleid, vooral in het oosten en het midden van het Maleisische schiereiland. Tweehonderdduizend mensen waren geëvacueerd, dertig omgekomen, enkele dorpen compleet verwoest. Maar nu leek het ergste voorbij.
De avond dat we aankwamen, hadden we wat motregen. De dagen daarop verliepen van zwaar bewolkt via licht bewolkt tot zonnig. Wel trok het iedere middag rond vier uur dicht met dreigende donkere wolken, maar die barstten pas een keer open: een heuse tropische stortbui. De temperatuur was steeds bovenin de 20, maar als de zon even door kwam, was het meteen echt warm.

India
De oplettende lezer valt het misschien op dat een reis naar Maleisie beschreven wordt in een "India nieuwsbrief". Deels wil ik daarmee wat consistentie inbouwen. En net als bij eerdere gelegenheden zijn er ook echt India-connecties te over. In Kuala Lumpur is de Indiase gemeenschap heel zichtbaar aanwezig. Voor een deel zijn het families die hier al generaties wonen, nadat ze door de Engelsen hierheen gehaald waren. En een deel  zijn gastarbeiders zoals ze hier uit alle armere Aziatische landen zijn. Er zijn Zuid-Indiase restaurants die er 100% authentiek uitzien, Bollywood bioscopen, Tamil boekwinkels, winkels met puja-benodigdheden, typische kruideniers-winkeltjes met van alles en nog wat. De gastarbeiders zie je op het balkon van hun pension tussen de lungi's en overhemden staan terwijl ze met een klein spiegeltje hun haar kammen, en staan op hun vrije middag op straat te praten en te roken. De gezinnen gaan naar het park en naar restaurants - ook niet-Indiase. De mode is misschien nog wel gevarieerder dan in Zuid India zelf, omdat Noord-Indiase en westerse invloeden gemakkelijker infiltreren. Mouwloze shurida's, hoge hakken, zelfs rokjes mengen zich met traditionele sari's.

Voor wie toch meer over India zou willen lezen dan in deze nieuwsbrieven staat, verwijs ik naar andere berichten op ditzelfde blog, o.a. het mini-feuilleton:

Kuala Lumpur, 6 januari 2015