Posts tonen met het label wandeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wandeling. Alle posts tonen

zaterdag 16 oktober 2021

Rondje Schiphol, derde etappe, Monumenten en Rijk

Vandaag vertrokken we bij dezelfde bushalte waar we vorige week eindigden. Maar ipv Ringvaartzijde liepen we nu naar Airside. Daar waren twee monumenten. Eerst een Fokker F27 vliegtuig dat op palen boven een vijver stond. Hier stonden decennia lang Fokker-fabrieken waar honderden van deze werkpaarden van de luchtvaart gebouwd zijn. De F27 vloog waar anderen niet vliegen konden. Ik herinner me een landing op een gras/gravel strip op een afgelegen Indonesisch eiland.

100 meter verderop, over een smal pad tussen hoge hekken door, bijna onzichtbaar en onvindbaar, stond het monument ter nagedachtenis van de 11 overledenen bij de Schipholbrand in 2005.

Aangrenzend lag een klein industriegebiedje met veel auto’s van TUI en van FedEx. Voor iedere vuilnisbak was een blok beton van bijna een kuub geplaatst om de vuilnisbak te beschermen tegen de vrachtauto’s die net te groot waren voor de parkeerplaatsen. Je stond hier naast het einde van de Aalsmeerbaan. We hadden geluk: net op dat moment werd die geopend voor vertrekkende vliegtuigen. Een machtig gezicht als ze vlak voor je bulderend omhooggaan.






We liepen verder zuidwaarts langs de grote weg en staken over een olifantenpad schuin door richting de Ringdijk. Daar stond een betonnen kubus van zo’n 5x5x5 meter: Gemaal Bolstra was een van de nieuwe gemalen, en het kon meer water verzetten dan de monumentale gemalen van Cruquius en Lijnden. Hier dook ook de omgelegde N201 onder de Ringvaart door. Vreemd met wat voor omwegen die afwisselend ten noorden, ten zuiden en ten noorden van de oorspronkelijke weg kronkelde.




Voorbij dit punt waar aarde (N201/Fokkerweg), water (Ringvaart, gemaal, Aalsmeerder wetlands) en lucht (einde en verlengde Aalsmeerbaan) elkaar raakten, begon Schiphol Rijk. Jarenlang was dit braakliggend akkerland. Projectontwikkelaar Poot zag wel brood in bedrijventerreinen zo dicht bij Schiphol. Dit leidde tot allerlei verwikkelingen en rechtzaken – en een geheel bebouwde zuidoosthoek van Schiphol.

Het eerste deel van Rijk bestond uit enorme loodsen voor goederen op- en overslag, honderden vrachtauto’s en een groot datacentrum in aanbouw. Ook op zaterdag werd hier doorgewerkt door flinke ploegen mannen met bouwhelmen. Langs de weg stonden tientallen auto’s met Roemeense nummerborden, en een paar dure wagens met Engelse nummerborden.
Iets verderop lag het accent meer op kantoorgebouwen. In een daarvan, “PoV”, heb ik mijn laatste werkende jaar doorgebracht. Het was zonder twijfel het meest afschuwelijke en deprimerende kantoorgebouw dat ik kende – en ik heb er heel wat gezien in mijn carrière.




Het zuidelijkste stukje Rijk was het mooist, met brede groenstroken, waterpartijen en wandelpaden. Hier stond ook een kerk die door diezelfde meneer Poot was ontworpen. Laten we het zo zeggen: van projectontwikkeling had hij meer verstand.
Hier stonden ook een paar hotels, voornamelijk voor crew. We hadden een heel matige lunch in het Radisson Blu - prijs en kwaliteit zijn niet altijd recht evenredig. Maar je zat er mooi, voor de grote ramen.





zaterdag 9 oktober 2021

Rondje Schiphol, tweede etappe, Knoop Noord – Oost – Oude Meer

Onze tweede etappe begon bij bus-knooppunt Noord, een groot overstapstation onder een oud dak van een hangar uit Engeland. Daar tegenover was een McDonalds met aangrenzend een plek voor vliegtuig-spotters. We stonden aan het eind van de Buitenveldert-baan. In de verte zag je ietwat heiig Schiphol Centrum liggen, en zo nu en dan bulderde er een vliegtuig langs. De kleinere waren al wat hoger, de grotere kwamen net los en waren heel dichtbij.


We wandelden door het natte gras, langs wateropvangbassins en bosjes berkenbomen tot het fietspad van de Schipholweg, en dan verder richting “Oost”. We kruisten het verlengde van de startbaan. Hier vlogen de opstijgende vliegtuigen precies over je heen. Van de meesten zagen we net hoe ze de wielen introkken. Spectaculair.



“Schiphol Oost” was de oorspronkelijke locatie van vliegveld Schiphol. Het standbeeld voor de lijndienst Amsterdam – Batavia had m.i. dus beter hier kunnen staan. Wel stond er de oude verkeerstoren, nu een restaurant. Ik had begrepen dat de general aviation, de kleine privévliegtuigjes, naar Lelystad Airport verhuisd waren, maar er stonden er nog de nodige. En ook een oude Dakota DC-3 waarmee je nu rondvluchten kunt boeken.


Sinds ik hier twintig jaar geleden geregeld kwam, is er wel heel veel veranderd. Tussen heel veel moderne, grote kantoren en hotels herkende ik nog wel “Gebouw 133” van o.a. de Medische Dienst en Personeelszaken. Ik heb daar vaak gewerkt, had er ook een tijdje een bureau, en herinner me hoe je de vliegtuigen zag vertrekken naar bestemmingen over de hele wereld. Gemakkelijk om even bij weg te dromen.

De meeste bizarre verandering was de fly-over in de weg over de Schipholdijk bij de brug van de Bosrandweg. Ooit een bescheiden kruispunt, nu een fly-over op zware betonnen kolossen die in hartje Bangkok niet misstaan zou hebben. Veel te groot, veel te log voor deze plek.


Vanaf hier wandelden we in zuidelijke richting langs de Ringvaart. Een totaal andere sfeer. Hoewel rechts nog de hangars stonden, was links het kanaal met oude boerderijtjes aan de overkant. We stonden nog wel even stil bij “Gebouw 404”, de “eierdoos”. Voor zijn tijd, de jaren tachtig, een zeer modern gebouw, met de wenkbrauwen boven de ramen.

Op de dijk was de oude weg een fietspad geworden. Beneden lag nu een vierbaansweg. We kwamen bij Oude Meer, een gehucht van wat woonhuizen en bedrijven en een café-restaurant. Ideaal voor een hapje lunch. We zaten in de zon met uitzicht over de ringvaart met wat pleziervaart, een oude werf, en veel groen aan de overkant. Je hoorde de vogels in plaats van de vliegtuigen.



zaterdag 2 oktober 2021

Rondje Schiphol, eerste etappe, Plaza - Badhoevedorp

Begin oktober, aan het eind van de eerste herfstweek, was er een droge zaterdagochtend voorspeld. Wij waagden ons aan de eerste etappe van “een rondje Schiphol” *).

Startpunt was Schiphol Centrum. Als je de vertrekhal rechts verliet, wandelde je richting het Citizen M hotel (dat riep meteen herinneringen op aan de keer dat we die wandeling in omgekeerde richting maakten en bijna ons vliegtuig misten).  Maar we werden afgeleid door het tamelijk bescheiden monument voor de eerste vlucht van Amsterdam naar Batavia – of voor de reguliere lijndienst – dat bleef ambigu. 


Over een grasveld en bukkend onder een paar fly-overs door kwamen we alsnog uit bij de Citizen-M. Tussen autowegen en busbanen door lag een ongemarkeerd fietspad. Vlak langs de F-pier en geparkeerde vliegtuigen.



Een kille lange tunnel onder een taxibaan en een startbaan door, waar je wel het gebulder hoorde als er een vliegtuig bovenlangs kruiste, maar je was te dichtbij om het ook te zien. Een smal tunneltje linksaf ging onder de A4 door en ineens stond je tussen de akkers, het justitieel complex en de militaire Koningin Maxima kazerne.



De Schoterweg was ooit een weg waar de boerderijen van de Haarlemmermeerpolder lagen. Nu een bont mengsel van bovengenoemde instellingen, opgeknapte woonboerderijen, bedrijven, aardappelvelden, achterstallig onderhoud en notoir(!) lelijke nieuwbouw.



Over de verlegde A9 heen, Badhoevedorp in, tot het voormalige tracé van de A9. Hoe vaak had ik hier wel niet gereden op weg naar m’n werk – duizenden keren. Maar dan 5 meter hoger tussen de geluidsschermen. Het hele talud was afgegraven. In afwachting van alle plannen was er nu grasveld, volkstuintjes en een “strandrestaurant”. Daar op het terras hadden we onze lunch.



Na afloop wandelden we nog een stukje over het voormalige tracé en naar de Schipholweg. Die ging richting Schiphol-Noord en -Oost, maar dat was voor een volgende keer: lees hier verder deel twee.


*) geïnspireerd op een fietsroute van Tijs van den Boomen: beschrijving en google-map.

zaterdag 23 april 2016

Verdwaald in de jungle van Sumatra


Er is een hoos aan televisie programma's over mensen die verdwalen in de jungle, overlijden op wereldreis, of het juist ternauwernood overleven. Dat deed me terugdenken aan een van de hachelijke ervaringen die ik zelf gehad heb. Ik ben gezegend met een behoorlijk gevoel voor richting, maar verdwalen in de jungle kan je wel heel gemakkelijk overkomen.



November 2000. We hadden het plan opgevat om in een maand tijd Sumatra van zuid naar noord door te trekken. Ik had al heel wat gereisd in Azie, maar ik was nog nooit in zo'n uitgestrekt en dunbevolkt gebied geweest. Behalve lange-afstands-nachtbussen (die ik vermeed) was er nauwelijks openbaar vervoer. En als het er al was, was het langzaam en onbetrouwbaar. Zo hebben we in een plaatsje drie ochtenden op de aangewezen plek gestaan voor er een busje ook daadwerkelijk vertrok. En zijn we drie keer tegen het vallen van de avond uit een bus gestapt die bij lange na nog niet op z'n eindbestemming was, om bij daglicht een onderkomen te kunnen zoeken.
Dunbevolkt dus.

Zodoende vorderden we moeizaam en langzamer dan gepland en waren meer tijd kwijt met onderweg zijn, dan met genieten van de mooie plekjes. Maar in het stadje Sungai Panui (Sungai Penuh) in de Kerinci vallei gunden we onszelf een paar dagen pauze. We bezochten er een aangename hot spring..
Zicht vanuit de vallei op de uitlopers van de bergen
Rondom de Kerinci vallei lag het Kerinci National Park, een gebied van honderden kilometers. Een wandeling door de jungle zou geweldig zijn, maar we deden geen onverantwoorde dingen, dus we gingen eerst informeren bij het NP-hoofdkwartier. Waar kon je een mooie wandeling maken, en hoe pakte je dat aan met vervoer naar het beginpunt en een gids? Een groepje rangers legde ons de verschillende mogelijkheden uit. Het gebied waar we eergister met de bus vanaf Tapan doorgereden waren, leek ons wel wat. Een van de rangers zei dat hij een autootje had om er naar toe te rijden en wel wilde gidsen. Voor hem waarschijnlijk een schnabbel erbij.
Hij ging thuis zijn auto halen, een blauw mini-pickup-truckje van zijn broer, dat bijna niet in zijn één te schakelen was en nauwelijks remmen had.

We parkeerden 15 km verderop, bij een klein eethuisje langs de weg. Om 10u gingen we op pad, eerst tien minuten over de weg, en toen een pad in. Het pad werd snel slechter, en het bos dichter. Er groeiden zoveel takken, varens en doornige struiken over het pad, dat ik bijna steeds gebukt moest lopen, soms was het bijna kruipen. Het leek een soort tunnel tussen/onder dichte varenstruiken door. Als langste van de drie had ik daar het meeste last van, en ik was zo daar mee bezig dat plezier in de wandeling en de omgeving er bij inschoot.

Na een uurtje hadden we overleg: omkeren of betere paden opzoeken? Ik wilde geen spelbreker zijn en zo snel stoppen, dus probeerden we onze gids duidelijk te maken dat hij betere paden moest opzoeken; hij leek het te begrijpen.
Maar na nog een half uurtje, leek hij steeds minder zeker van zijn zaak, keerde geregeld op zijn schreden terug. We maakten duidelijk dat we nu echt naar de doorgaande weg terug wilden. Ja, ja, volg me maar, deze kant op, gebaarde hij dan. Toen hij, na een expliciete vraag of hij wist waar de weg was, zei: we moeten vertrouwen op Allah, nam mijn vertrouwen in hém behoorlijk af. Intussen kon je het al geen pad meer noemen wat we liepen: voortdurend moesten we ons een weg banen door de slingerplanten, doornstruiken en kreupelhout. Toen ik op m'n kompas zag dat we voortdurend van richting veranderden, en eigenlijk maar wat liepen te dolen, begon ik me zorgen te maken. Ik wist dat hij het niet wist, maar had zelf in het begin ook niet opgelet hoe we liepen. Normaal zou ik altijd exact dezelfde weg terug hebben kunnen vinden, maar nu dus niet. We hadden immers een officiële ranger van de parkbeheerorganisatie bij ons. Kun je het beter doen?

Bij gebrek aan beter volgden we nog een keer de gids: hij wees naar een heuveltop, en zei dat hij vandaar zeker de weg zou weten/zien. Intussen was er van een pad absoluut geen sprake meer; het werd een gevecht door de begroeiing, waarbij we intussen al de nodige bloedende schrammen en scheuren in onze kleren hadden opgelopen. Het werd echt eng toen we als het ware over een dak van varens op het kreupelhout verzeilden, meters boven de grond. Zo nu en dan brak een tak of verstapte je je, en viel je een meter naar beneden. Het idee hier wat te breken of zelfs maar je enkel te verstuiken, was angstaanjagend.
De gids gaf toe dat hij wel bekend was in een ander deel van het bos, maar aan deze kant eigenlijk nooit geweest was. Als we dat eerder geweten hadden! Hij had het intussen al over in het bos slapen, en hopen dat ze ons morgen zouden komen zoeken. Wie zou ons eigenlijk missen en wie wist in welk gebied we waren gaan wandelen? En hoe grootschalig zou een eventuele zoektocht zijn? Ik maakte me nu echt ernstig zorgen hoe dit af zou lopen.

Na een zware tocht van zo'n drie kwartier over 100 meter, waren we bij de heuveltop waar de gids zijn hoop op gevestigd had. Tevergeefs. We zagen de regenbui al over de eerstvolgende bergrug aankomen.

Kerinci National Park

Nu het duidelijk was, dat onze gids geen enkel goed idee meer had, werd het tijd om de leiding in handen te nemen. En daar ging onze gids dankbaar in mee. In het zand tekenden we hoe de berghelling ten westen van de vallei lag. Als we naar het oosten zouden lopen, moesten we ergens uitkomen. Zwak punt in dit plan was, dat het wel 10 of 20 km kon zijn, en we misschien maar 250m per uur aflegden, dwars door de bush. Dat kon dus 4 à 8 dagen duren. Vier dagen zouden we dit toch vol moeten kunnen houden, zonder eten? Ik koos voor zuidoost als richting, omdat ik meende dat de weg ten zuiden van ons moest zijn. In ieder geval leek een rechte lijn ons beter dan cirkeltjes draaien. Hoe moeilijk het intussen ook was, we konden elkaar om de beurt een beetje opbeuren.

Na een tijdje stonden we weer voor zo'n stuk varenbos waar we hoog over het kreupelhout zouden moeten, ook een schrikbeeld. We hoorden een riviertje en overwogen dat stroomafwaarts te volgen - dan moest je toch ook altijd ergens uitkomen. De afdaling ernaartoe was ook weer erg gevaarlijk: hoe lager we kwamen, hoe zompiger en gladder het werd. Dus of je gleed naar beneden of je zat vastgezogen in de modder. Na zo'n 20 minuten kwamen we bij het riviertje, een smal snelstromend beekje, en kon ik het bloed van mijn gezicht wassen. Maar de begroeiing bleek zo dicht, dat het onmogelijk zou zijn het te volgen. Bovendien liep het naar het noorden, intuïtief de verkeerde richting.

Er zat niets anders op dan de helling weer omhoog te klauteren, ons van de ene naar de andere boomstam vastklampend. Na pakweg een uur waren we terug op de plaats waar we het rivier-plannetje opgevat hadden. Dus toch maar weer teruggeschakeld naar het oorspronkelijke plan: een zo recht mogelijke lijn naar het zuidoosten. Onze gids was al lang overgeschakeld op "volgen", hooguit vragen of we zo goed gingen. Zelf voelde ik me er al beter bij tenminste een plan te hebben, en niet meer doelloos achter hem aan te zwalken. Als je op een zacht pak varenbladeren uitrustte, en vergat dat het straks zou gaan regenen, dacht je het zelfs nog een tijd vol te kunnen houden.

Maar intussen was ik ook behoorlijk uitgeput. We liepen immers niet, maar vochten ons door struikgewas en steile hellingen op of af. Lianen grepen je geregeld vast: soms om je voeten zodat je struikelde, soms om je lichaam zodat je ze stuk moest trekken of jezelf los moest maken.

De gids speurde naar afgebroken takjes, zodat we soms en stukje over een relatief begaanbaar oud dieren-spoor liepen (maar ook steeds weer kwijtraakten) terwijl ik in de gaten hield dat de overwegende richting zuidoost bleef, voor zover het terrein dat toeliet. Eigenlijk was zo een goede taakverdeling gegroeid.
Boom met stekels

Op een gegeven moment zag ik een mooie paddestoel in het gras, waarvan ik zeker meende die eerder gezien te hebben. Als het klopte zou er zo meteen aan de rechterkant een doornige stam komen, en wel op een punt waar ik me herinnerde dat we nog op een soort van pad liepen, vele uren geleden. Inderdaad, de doornige stam kwam, en hoewel de gids er alweer voorbijgesneld was, riep ik 'm terug en stond erop hier naar links, naar het zuiden te gaan. Ineens zag het er naar uit dat we vandaag nog thuis zouden komen! Wat een opluchting! Bijna meteen barstte de langverwachte stortbui los. Als die gekomen was voordat ik dacht dat we er uit zouden komen, denk ik niet dat ik de moed er nog in had weten te houden.
Al snel herkenden we dit inderdaad als het pad dat ik zo ongemakkelijk vond, maar waar we nog niet verdwaald waren. We vonden zelfs mijn zonnebrandcrème terug, die ik 's ochtends kwijt geraakt was toen mijn rugzak in de takken was blijven hangen en opengeritst. Doorweekt, en soms half kruipend en steeds wegglijdend over natte takken en bladeren, werd zelfs onze gids vrolijk. Hij kuste het asfalt toen we uiteindelijk terug waren bij de weg.

Terug naar het eethuisje, waar ik alles uitrok en uitwrong en mijn t-shirt te drogen hing bij het houtvuur, terwijl we een kopje hete koffie dronken.

Onze gids bracht ons terug naar de stad. We wilden mee naar zijn, inmiddels nagenoeg verlaten, kantoor. Hoewel we beseften hier geen westerse kwaliteitsnormen te kunnen verwachten, waren we toch zo verontwaardigd over de onverantwoorde en levensgevaarlijke situatie waar deze gids ons in gebracht had, dat we op het NP-kantoor wilden klagen. Al was het maar om herhaling te voorkomen. In hoeverre we daar in slaagden, was twijfelachtig, maar de boodschap dat we erg ontevreden waren, kwam toch wel over.
Als landlopers liepen we door het stadje terug naar het hotel. Vies, nat, gewond en met gescheurde kleren. In het hotel kwamen ze spontaan met thermosflessen heet water naar onze kamer rennen! De schrammen op gezicht, armen en vooral benen bleven nog dagenlang pijnlijk.

Echt, je hoeft niet hele rare of hele domme dingen te doen om in de jungle te verdwalen. De grootsheid en de woestheid ervan is wel heel gemakkelijk te onderschatten.

*November 2000 - Augustus 2001 - April 2016*

woensdag 1 oktober 2014

Leven Zonder Fiets

Een klein vogeltje met felrode snavel huppelt door het gras van het perkje. Een lapjeskat zit in een zonnestraal te kijken - van achter glas op de vensterbank.


De weesfiets die al weken vastgeketend staat aan de brugleuning mist opeens een wiel. Die brugleuning kan trouwens wel een likje verf gebruiken.

Er zijn zoveel details die je ziet als je door de stad loopt, in plaats van fietst. Je hebt zoveel meer gelegenheid om om je heen te kijken, de omgeving in je op te nemen.

We hebben het hier over lopen als een manier om van hier naar daar te komen - niet die zondagmiddagwandeling in de natuur. We hebben het over iemand die al lang geen auto meer heeft, en voor de korte en midellange afstanden kan kiezen tussen fiets en bus.

Je neemt de tijd om ergens te komen, je neemt de tijd voor een boodschap. Je laat je niet opjagen door de voort-tikkende klok.

Afwisselend laat je je gedachten een ritje door de achtbaan maken, en landt dan weer op de werkelijkheid van het trottoir onder je voeten. Je bent verbonden met de stad, en je weet wat er tussen a en b is.

Amsterdam, december 2012