Posts tonen met het label Spanje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spanje. Alle posts tonen

donderdag 30 juni 2022

Spanje, Aragón, Alcazaba (#8)

Van de tien Alcazaba’s die er bestaan, ligt er één in Syrië, acht in zuid Spanje en één in midden/noord Spanje. Afgelopen winter hebben we er twee in zuid-Spanje bezocht. In juni gingen we op “jacht” naar die in noord-Spanje – nogal in de middle of nowhere. Het zou nummer acht moeten worden.

Een Alcazaba is een Moorse citadel of ommuurd stukje stad. Het is zowel militair als residentieel. De naam komt van het Arabisch al-casebah (“rock the casbah”).


Zaragoza, Aragón

De reis per trein  ging via Baskenland en Zaragoza.

Aragón was ooit een klein koninkrijk dat in de 9de eeuw ontstond in Jaca, aan de voet van de Pyreneeën, aan de rivier de Aragón. Op een gegeven moment heerste de koning van Aragón ook over delen van zuid Frankrijk en Italië, een soort tussenstap op weg naar de eenwording van allerlei Spaanse konkrijkjes. Nu is Aragón een autonome regio, met Zaragoza als hoofdstad.

Zaragoza is een grote stad met een klein historisch centrum. Het had een mondaine uitstraling, het was levendig en druk, en er was veel te zien. De Ebro, die het Iberisch schiereiland haar naam gaf, stroomde traag door de stad. Er was veel keus aan restaurants en terrasjes, en als je rustig aan deed waren de temperaturen tot 42 graden goed uit te houden.

Ebro in het avondlicht
De belangrijkste tijdperken waren vertegenwoordigd. Boven de grond was er nagenoeg niets over van de Romeinse tijd, maar door opgravingen de afgelopen decennia is er veel gevonden. We bekeken de fundamenten van het forum, met als meest interessante resten van de wateraanvoer (loden leidingen) en -afvoer: gootjes, kleine tunneltjes en grote riooltunnels die uitkwamen in de Ebro.

Romeinse rioleringen

Aljaferia is een legerplaats-tot-paleis-omgebouwd uit de Arabische tijd. Het was vaak verbouwd, een mengelmoes van stijlen, toen verwaarloosd en vervallen, en toen gerestaureerd en gemoderniseerd. Nu huist het parlement van Aragón er.

Aljaferia 


Aljaferia binnentuin in Moorse stijl

Er waren veel Mudejar kerken uit de katholieke tijd, als ook een gigantische kathedraal en een gigantische basiliek op 100 meter van elkaar.

Mudejar metselwerk aan de kathedraal

Molina de Aragón en Alcazaba #8

Molina de Aragón ligt, anders dan de naam doet vermoeden, net buiten Aragón. Ooit was het een Moors Taifa (koninkrijkje). Het dankt haar naam aan haar latere bevrijding van de Fransen door de koning van Aragón. Het ligt zó afgelegen dat we niet langer per trein konden reizen: een busrit van drie uur bracht ons er. Het landschap werd steeds leger en droger, maar nog steeds met veel wuivende graanvelden.

Molina is een oud stadje met een middeleeuws centrum. Smalle straatjes en talloze kerkjes, maar veel huizen waren in slechte staat. Toch hing er echt een sfeer van vroeger. Dat weekend was er een middeleeuws festival ter ere van de harmonieuze samenleving van katholieken, joden en islamieten. Er waren marktverkopers in middeleeuwse tenues, ridders met zwaarden en een Moorse buikdanseres.

Vanaf bijna ieder punt in het stadje zag je op de heuvel torens van wat ooit de alcazaba was, met muren die ooit het fort en het oude stadje omgaven. Er waren nog maar een paar originele Moorse stukjes over, maar een later katholiek kasteel op dezelfde fundamenten keek nog glorieus over de wijde omgeving uit.

Zoals het hoort bij een Alcazaba zijn er verschillende ringen, die in de tijd veranderden. Er was ooit een buitenmuur die ook het stadje omvatte. Een muur die de uitgebreide omvang van het fort omvatte. Een binnenring waarbinnen barakken lagen. En daar weer binnen het echte kasteel.

Een eerste wandeling om die “binnenring” heen was meteen een pittige tocht over steile geitenpaadjes, en vergde heel wat klauteren. Het middenterrein van het kasteel was leeg - de waterput / stepwell verraadde de originele Arabische bouwers. Je kon over de muren van toren naar toren lopen. Iedere toren had weer een ander uitzicht over de campo en over stukken kasteel onder je.

De ene ochtend bekeken we vooral het kasteel, de andere ochtend een iets verderop gelegen verdedigingstoren. Het was de lange reis helemaal waard en ik had mijn achtste alcazaba gezien!

Meer

Meer Spanje blogs.

woensdag 29 juni 2022

Europa per trein (4) Noord Spanje

Met de trein naar Spanje vergt wat plannen, maar het is goed te doen. Je bent er binnen een dag.

En ook binnenlandse treinreizen in Spanje zijn gemakkelijk, comfortabel en leuk: in dit artikel vind je sfeerimpressie en praktische tips.

Kaart treinreis
Noord-Spanje (groen) en
Zuid-West Spanje (paars)

Treinreis naar Spanje plannen, tickets kopen

Voor de meeste keuze en de beste prijzen plan je je internationale treinreis liefst drie maanden voor vertrek. De belangrijkste bestemmingen en verbindingen vind je op NS-international, maar op de SNCF website heb je méér bestemmingen en méér tijden.

Als je wilt vermijden dat je in Parijs met de metro naar een ander station moet, kun je zoeken op verbindingen vanaf Brussel. Soms moet je het deel Amsterdam-Brussel er dan nog los bijkopen.

Wij wilden naar Baskenland, dus we kochten bij NS een ticket Amsterdam-Parijs-Hendaye, de grensplaats bij San Sebastian aan de Golf van Biskaje. Het ticket is digitaal, dus er hoeft niets opgestuurd te worden.

In de zomermaanden is er ook een nachttrein van Parijs naar Hendaye, maar wij kozen de dag-verbinding.

Renfe MD spoorkaart Spanje

Tickets voor binnenlands treinreizen in Spanje koop je op het station terplekke, of vooraf op Renfe.com. Per type trein verschilt het nogal hoe lang van te voren het online te koop is, hoe lang de reis duurt, en hoe duur het is. Spanje heeft eigenlijk twee spoornetwerken: het oude met de eigen spoorbreedte en het nieuwe voor hogesnelheidstreinen. Op veel trajecten zijn er maar één of twee verbindingen per dag, dus weer een kwestie van goed plannen.

De treinreis door Frankrijk


We hadden de vroege Thalys uit Amsterdam. Meteen tussen Schiphol en Rotterdam lagen we al op snelheid – voor dat traject hadden we maar twee minuten meer nodig dan voor Amsterdam – Schiphol! Tussen Antwerpen en Brussel schoot het niet op, maar we hadden slechts een paar minuten vertraging. Dan de grauwe lege glooiende vlaktes van Noord Frankrijk.

In Parijs namen we de metro van Gare du Nord naar Montparnasse. Druk en flink wat stops, maar heel gemakkelijk. De vooraf besproken tunnel tussen het metrostation en het treinstation met moving walkways misten we, we moesten buitenom lopen door de plassen van een recente regenbui. Station Montparnasse was erg lelijk. Er voor was nog wel een modern stuk met winkels gebouwd, waar we een take away poké bowl meenamen voor onderweg. De hal voor de kil aandoende donkere perrons was druk met veel meer mensen dan bankjes.

De TGV naar Hendaye was een dubbeldekker en goed gevuld. We raasden door de glooiende vlaktes van midden Frankrijk. Eindeloze gele velden. Topsnelheid 316 km/u. Na Bordeaux was het even wat bewoonder. Dan bossen en houtverwerkende industrie. We waren nu geen TGV meer en deden nog een paar uur over het laatste stuk tot Hendaye. Maar al met al was het allemaal heel soepel gegaan, zonder vertraging.

Tot voor kort kon je op het Franse station in Hendaye het perron oversteken naar een Spaanse trein met andere spoorbreedte en direct door naar Madrid. Die verbinding is er niet meer. Maar er is aan de Franse kant wel een stationnetje van de Baskische Euskotren. Een soort stoptreintje naar San Sebastian en Bilbao. Met dat treintje ga je de grensrivier over.

Thalys, TGV, Station Euskotren, Grensrivier en oude spoorbrug
Drie weken later werd dit nieuwe stationnetje officieel geopend als Internationaal Multimodaal Knooppunt. Terwijl het eigenlijk symbool stond voor het ontbreken van een echte doorgaande verbinding.

We wilden die dag naar Hondarribia, het grensstadje aan de Spaanse kant. Daarvoor moesten we uitstappen op halte Irun. Op het perron stonden naambordjes met Irun-Colon. Er waren vier haltes in Irun, dus we dachten dat Irun dan nog zou komen. Dat was niet zo. Voor we het wisten waren we te ver. Bij de volgende halte stapten we uit en bekeken de verschillende mogelijkheden. We hadden geluk: er kwam al snel een trein terug de andere kant op.

Treinen door Baskenland en naar Zaragoza

Van Irun naar Vitoria, +- 140km in 2¾u



Behalve het stationnetje van Euskotren was er -op een andere plek- het grote station van Renfe/Adif. Hier vertrekken normaal de doorgaande treinen naar Madrid. Maar wegens werkzaamheden nu niet. Dus we moesten eerst met de Circanía, een soort Stadtbahn of stoptrein, naar San Sebastian en daar overstappen. Het leek op de MD zoals we in Extremadura hadden, maar nu wel geëlektrificeerd en we hadden overal dubbelspoor. Toch ging het langzaam door de talloze stops op kleine haltes. Urenlang uitzicht op Baskenland dus veel groene bergen, kleine stadjes met wat halfhoogbouw, industriële zones en landbouw. Wij stapten in Vitoria Gasteiz uit.

Van Vitoria naar Zaragoza, +-275km in 3½u


Op het station was het ongekend druk met mensen die naar San Sebastian gingen. Toen die trein eenmaal weg was, werd het rustiger. Maar zondag namiddag is beslist de drukste tijd met mensen die van hun thuisstad naar hun woonstad gaan.

We hadden een Regional Express zonder stoelnummers, maar met veel comfortabelere zachte stoelen dan de bankjes die we eerder hadden

We reden eerst een half uur terug over het spoor waar we eerder over waren aangekomen. Toen door naar Pamplona. Onderweg weer veel groen en uitzicht op verschillende bergtoppen die kale rotsen waren. Veel wuivend graan en dan ineens een paar natte rijstvelden. We reden een stukje langs de rivier de Aragón tot die samenvloeide met de Ebro. Verder langs de Ebro tot Zaragoza.

Zaragoza-Delicias is een heel groot ondergronds treinstation, waarschijnlijk gebouwd samen met de Madrid - Barcelona AVE. Ons treintje reed nog een paar haltes door. We stapten uit bij Zaragoza-Goya, meer een halte met een bovengrondse kiosk, op loopafstand van het centrum.

Lokaal vervoer per tram

Tram Zaragoza

Tram Vitoria

Zowel Vitoria als Zaragoza hebben een (1) tramlijn door het centrum. De tramstellen zijn gebouwd door CAF in Zaragoza, net als de nieuwste trams in Amsterdam.

De mooiste treinreis: naar Canfranc

Een eeuw geleden werd er een tunnel door de Pyreneeën gegraven en een spoorlijn aangelegd van Pau naar Huesca en Zaragoza. Aan de Spaanse kant werd een reusachtig station gebouwd om over te stappen van de Europese op de Spaanse spoorbreedte. Het gebouw was enorm groot en bijzonder indrukwekkend, klassiek, protserig. Eromheen werd een dorpje gebouwd, Canfranc, aan de rivier de Aragón die hier nog heel klein is – maar waar wel een Spaanse autonome regio naar genoemd is.

Een halve eeuw geleden stortte aan de Franse kant een viaduct in en sindsdien is er geen grensoverschrijdend treinverkeer meer. Maar twee keer dag rijdt er een stoptrein van Zaragoza naar Canfranc. Je doet er vier uur over. Enkele reis. En wij deden het. Een lange rit over slecht spoor, dus we schudden heel wat af. Het dieseltje steeds harder bonzen en wiebelen, zowel zijwaarts als op en neer. Er waren stukken waar de spoordijk zo slecht was dat we maar 20km/u mochten. En we stopten voor een onbewaakte overweg. Hoog in de bergen was er een heuse lus in de lijn, waar we in twee grote halve cirkels reden om minder steil omhoog te moeten.

Het uitzicht in de bergen is fantastisch, vooral op de stukken waar de spoorlijn niet de weg volgt. We keken omlaag naar een woeste bergbeek diep onder ons. We keken omhoog naar machtige kale rotsen ver boven ons. De rit eindigde op 1200 meter hoogte op een gloednieuw station, náast het oude gebouw. Na jaren van verwaarlozing werd dat nu opgeknapt en omgebouwd tot hotel.


Tunnel naar Frankrijk en het oude station Canfranc

We maakten een wandeling door de bossen in een flinke kring om het station, net waar de bergen omhoog rezen. We zagen bunkers die Franco had aan laten leggen uit angst voor een Franse inval, en we konden een stukje de oorspronkelijke treintunnel in. Daar was het koud en muf en je verwachtte ieder moment een vleermuis in je haren.

Spoorlijn komt uit de tunnel vlak voor Canfranc
’s Avonds namen we de trein terug naar Zaragoza. Naar beneden reed die heel wat sneller, maar toch liepen we weer een half uur vertraging op omdat we moesten wachten op de tegemoetkomende trein  (enkel spoor) eerst in zo’n bergstadje maar notabene ook in de spoortunnel onder Zaragoza door!? De tweede tunnelbuis lag er, maar er lag geen rails in…

Meer

Europa per trein (3) Zuid-West Spanje 

Europa per trein (2) Zuid-Oost Spanje 

Waterlily blogs over treinreizen

Waterlily blogs over Spanje

zaterdag 25 juni 2022

Spaanse bouwwerken als weerslag van de geschiedenis

Spanje kent een roerige geschiedenis met veel veroveraars. Die hebben allemaal hun sporen nagelaten. De een (heel veel) meer dan de ander. Van archeologische sites tot imposante bouwwerken. En het is allemaal met elkaar verwoven.

Veroveraars

  • Rond 1000 v.chr. kwamen de Feniciërs uit Libanon en stichtten nederzettingen langs de Iberische zuidkust.
  • Rond 600 v.chr. kwamen de Kelten vanuit het noorden en werden de Keltiberiërs.
  • Rond 200 v.chr. kwamen de Romeinen uit Italië en maakten Spanje onderdeel van hun rijk.
  • Rond 400 n.chr. stortte het Romeinse rijk in en kwamen de Visigothen vanuit het noorden.
  • Rond 700 n.chr. kwamen de Moren uit Damascus vanuit het zuiden en in korte tijd veroverden ze heel het Iberisch schiereiland.
  • Nee, toch niet het héle schiereiland. Asturias aan de noordkust werd niet permanent bezet door de Moren.
  • Vanaf 1063 begonnen katholieke koninkrijkjes langzaam delen van Spanje in bezit te krijgen, om in 1492 als laatste Granada in te nemen. Dat zelfde jaar vertrok Columbus en dat was het begin van de verovering van Zuid Amerika en Spanje als wereldmacht. Later volgden oorlogen met Engeland, de Noordelijke Republieken (“de tachtigjarige oorlog”) en de “onafhankelijkheidsoorlog” met Frankrijk.
  • In 1931 werd Spanje een republiek, maar kort daarna brak de burgeroorlog uit, resulterend in het Franco-regime. Na 1975 werd Spanje een democratisch koninkrijk.

Deze perioden sloten niet netjes op elkaar aan, maar liepen deels parallel.

Vaak wisselden alleen de machthebbers, maar bleven machtsstructuren en bevolking verder intakt. Zo bleef onder de Visigothen veel zoals het onder de Romeinen was.

Eeuwenlang was Spanje deels Moors en deels katholiek. En ook dat waren geen homogene eenheden: ze sloten Moren een verbond met katholieken tegen andere Moren, en andersom. Ook bestonden "de Moren" niet, het waren achtereenvolgens verschillende Arabische en Berber-rijken die ook onderling vochten.

De eerste eeuwen bleven Moorse vaklieden kerken en paleizen bouwen voor de katholieken - wat resulteerde in de mudejar stijl. In Noord Spanje gebeurde dit 300j lang, in Zuid-Spanje nauwelijks of niet omdat 10 jaar na de verovering van Granada alle Moren (en dus ook de vaklieden) het land uitgegooid werden.

Basken

Door al die eeuwen heen zijn de Basken het meest onafhankelijk gebleven, zoals het dorp van Asterix. De Baskische cultuur en taal is de oudst-bekende van Europa. En hoewel beïnvloed door allen die kwamen en gingen, voelen ze zich nog steeds onafhankelijk. Ze werden niet veroverd door de Romeinen of de Moren en gingen verbonden aan met de katholieke koninkrijken waarbij ze eigen rechten behielden. Nu zijn Baskenland en Navarra “autonome regio’s” binnen Spanje

Bouwwerken

Veel plekken waren ooit een Keltiberische tempel, dan een Romeinse tempel, dan een Visigothishe kerk, dan een Islamitische moskee en dan een katholieke kerk. Bekendste voorbeeld is wel de Mezquita: de kathedraal van Córdoba.

Mezquita Cordoba

Ook forten werden vaak op dezelfde plek gebouwd: van Keltiberische opgraving tot Romeins fort tot Moors alcazaba tot katholiek kasteel.

Kasteel Cáceres


Behalve de namen van steden (Merida, Cáceres, Zaragoza) lieten de Romeinse talloze aquaducten, bruggen, amphitheaters en theaters na.

Amphitheater Merida

Van de Visigothen zijn maar sporadisch bouwwerken te vinden, een enkele kerk en ziekenhuis.

Visigothisch detail

In Asturias ontwikkelde zich in de 8ste en 9de eeuw een eigen bouwstijl, de enige in Spanje die niet door de Moren beinvloed is. Er zijn nog welgeteld 15 bouwwerken te zien.

Monte Naranco, Asturias


De Moren gaven Spanje de naam Andalucia de bouwden Alcazars, Alcazabas en het Alhambra (*Alhambra, alcazar, alcazaba... wat is het verschil?*)

Alcazaba Almeria
Het inmiddels verenigde katholieke koninkrijk en haar conquistadores sleepte rijkdom uit Zuid Amerika aan en bouwde paleizen en kathedralen, eerst dus in mudejar stijl, later Gotisch en Romaans. Met als ultiem kunstwerk Gaudi's Sagrada Familia in Barcelona.

Sagrada Familia Barcelona


 

dinsdag 8 maart 2022

Spanje, Extremadura, Alhambra alcazar alcazaba (#6 en#7)

Vooraf

Alhambra, alcazar, alcazaba... Tot voor kort wist ik eigenlijk ook niet wat het verschil was. Het waren allemaal woorden voor kastelen in Spanje uit de Moorse tijd, toch? Het Alhambra in Granada had ik ooit bezocht, evenals de Alcazar van Sevilla en de Alcazaba van Almeria. Pas in 2017 bij de Alcazaba in Malaga leerde ik over de verschillen. En dat er maar tien Alcazaba’s zijn. Waarvan ik er dus twee bewust bezocht had en drie onbewust: Een hoek van het Alhambra in Granada is een Alcazaba; in Antequere had ik het van een afstandje zien liggen; het Krak de Chevalier in Syrië, bekend als kruisvaarderskasteel, telt gezien de gelijkenis met Malaga als enige Alcazaba buiten Spanje.

Een Alcazar is een fort of kasteel of soms paleis uit de Moorse tijd in Spanje. De naam komt van het Arabisch al-qasr wat weer is afgeleid van het Latijnse castrum.

Een Alcazaba is een citadel of ommuurd stukje stad. De naam komt van het Arabisch al-casebah (“rock the casbah”).

Alhambra is specifiek het fort/paleis van Granada.De naam komt van het Arabisch al-hamra, wat “de rode” betekent, naar de rode steen waaruit de muren zijn opgetrokken. Binnen of aan het Alhambra ligt een alcazaba.

Na het bezoek aan Malaga zakte de belangstelling voor alcazaba’s langzaam weer weg. Tot in de zomer van 2021 de Vuelta langs een alcazaba in noord-oost Spanje kwam. Toch weer eens naar dat lijstje van tien gekeken. Toen later dat jaar het idee voor “winter in Spanje” opkwam, leken die twee mooi te combineren. De twee alcazaba’s in Extremadura werden toen een reisdoel: ze lagen (ongeveer) en route tussen Madrid en Andalusië, en met een city trip zou je waarschijnlijk nooit daar komen.

Toen we wat meer gingen lezen bleek Extremadura vooral het heartland van de Romeinse tijd in Hispania geweest te zijn, met nog veel aquaducten, theaters en bruggen uit die tijd. De Romeinen werden verdreven door de Visigothen voor wie dit ook een belangrijke regio was. Na een paar eeuwen werden die weer verslagen door de Moren, die kort heel Spanje bezetten, en het in het zuiden 750 jaar volhielden. Daarna en daarnaast was Extremadura het thuisland van veel conquistadores, kolonialisten, wat ook weer veel rijkdom en bouwwerken bracht. De  periodes uit de Spaanse geschiedenis die de meeste monumenten hebben nagelaten, blijken dus allemaal goed vertegenwoordigd in Extremadura. Terwijl het hedentendage juist als het meest achtergebleven gebied van Spanje geldt…

Terplekke

Merida Alcazaba
We hebben terplekke zo ongelooflijk veel archeologische en architectonische monumenten gezien, dat er geen beginnen aan is ze te beschrijven. Romeinse bruggen, aquaducten en mozaieken, een theater en amphitheater. Visigothische fundamenten en pilaren en gedecoreerde stenen. Moorse alcazaba’s, cisternen, stadsmuren, uitkijktorens en een stepwell. Koloniale burchten, kastelen en paleizen, kerken en tempels, etc etc. Meestal was op één site wel twee of drie tijdperken te zien. Visigothen versterkten een Romeinse muur of brug; Arabieren gebruikten Visigothische stenen in hun bouwwerken; katholieke kerken werden over Arabische moskeeën gebouwd. Die mengeling was heel fascinerend. 


Stepwell 
De Alcazaba van Merida (#6) is na die van Alcala la Real de oudste. Je komt binnen door een entree waar vroeger de weg vanaf de brug de stad binnenkwam. Je ziet de Romeinse weg en fundamenten nog liggen. Linksaf stap je het grote ommuurde terrein binnen. Je kunt de muur op waar je een verbluffend mooi zicht op de Romeinse brug hebt. Rechts de fundamenten van een Romeinse villa achtereen romeinse muur. De Visigothen hadden die al versterkt.
Daarna zouden de Mooren onder Abd Ar Rahman II rond 835 de Alcazaba eroverheen bouwen, waarbij ze Visigothische bewerkte stenen hergebruikten.
Midden op het terrein staat een toren waarvan de tweede verdieping gebruikt werd om rook- en lichtsignalen naar buitenposten te sturen; de eerste verdieping als moskee; de begane grond als toegang voor een stepwell, een schuine dalende gang tot aan de rivier om altijd water te kunnen halen.

Badajoz Alcazaba buitenmuren

De Alcazaba van Badajoz (#7) ligt op een heuvel en beslaat maar liefst 8 ha. Van oorsprong 9de eeuws, maar veel van wat je nu ziet is een 12de eeuwse uitbreiding onder kalief Abu Yaqub Yusuf. Hele dikke hoge muren en uitkijktorens. Je kijkt over de 17de eeuwse stad en over de campo. Binnen de Alcazaba is het vooral leeg. Het is een patroon: iedere Alcazaba die we zien is weer heel anders.


Zafra Alcazar

De Alcazar van Zafra huisvest tegenwoordig een Parador, een hotel. De kamers liggen rond een binnenplaats, met zuilen en een verkoelende fontein. Tussen en achter de kamers een wirwar van trappen en gangen. 
De rondgang bovenlangs, achter de kantelen, langs de torens, lijkt op een kasteel uit een sprookjesverhaal. Een tikje mysterieus met uitzichtpunten en een grote toren met een afgesloten torenkamertje.
Het kasteel is in de 15de eeuw gebouwd door een graaf, in Mudejar-stijl. Later groeide het stadje er omheen.

Meer


dinsdag 22 februari 2022

Europa per trein (3) Zuid-West Spanje


De Spaanse spoorwegen zijn al even divers als het land zelf. Van enkelspoor dieseltreintjes tot moderne hogesnelheidslijnen, je ziet het allemaal. Ik neem je mee op een langzame reis van Madrid, door Extremadura, tot aan de Middellandse Zee-kust bij Malaga.

Met de trein door Spanje reizen is gemakkelijk, comfortabel en leuk: sfeerimpressie en praktische tips!

Startpunt Madrid

Als je in Madrid aankomt op de nieuwe Terminal 4 van vliegveld Barajas, kun je meteen beginnen met je treinreis. Met de regionale stoptrein Cercanía kun je de stad in naar o.a. de stations Chamartin, Sol of Atocha. Je koopt je kaartje in een automaat. Het lijkt een wegwerpkaartje, “Renfe y tú”, maar je kunt er steeds weer een nieuwe reis op laden bij de automaat.

Atocha is het belangrijkste treinstation van Madrid. De oorspronkelijk stationshal, een enorme monumentale  overkapping, is nu een grote botanische tuin met tropische planten. Daarnaast liggen bóven de terminals van de AVE verbindingen naar heel Spanje, en beneden de regionale Cercanía  en de Media Distancia treinen naar steden die (nog) niet zijn aangesloten op het AVE-netwerk. Op het tussenniveau zijn loketten waar je ouderwets papieren kaartjes kunt kopen. Daarvoor heeft de loketist wel je naam, paspoortnummer en telefoonnummer nodig – handig om die vooraf op een paiertje te schrijven.

Madrid Atocha

De dag dat we vertrokken konden we onze trein niet vinden op de vertrekborden. Alle grote opvallende borden bleken voor de AVE en Avant te zijn, de hogesnelheidstreinen. Er was nog maar een handjevol Media Distancia en Larga Distancia treinen over, op een ander deel van het station. Welk perron precies bleef onduidelijk. Ik ging maar eens vragen bij een mevrouw die aan een mini informatie balie zat. Weet u waar deze trein vertrekt? Ja, hier. Hier?  Achter haar bleek een schuifdeur en daarachter een roltrap naar beneden. Daar was een koude  hal waar je moest wachten tot het perron werd omgeroepen. Maar een vriendelijke medewerkster kwam ons dat spontaan uitleggen, en toen het was omgeroepen kwam ze ons ook speciaal waarschuwen. Dat was niet echt nodig want iedereen wachtte op dezelfde trein. Nog een roltrap af en daar waren de perrons.

Madrid Atocha

Langzaam reden we de stad uit, door een wirwar van sporen, tunnels, viaducten, wegen, goederenemplacementen, HSL-lijnen, etc etc. Zo zag je hoe uitgestrekt Madrid was. Buitenwijken wereden voorsteden, en voorsteden werden platteland.

Autonome Regio Extremadura

Van Madrid naar Cáceres, MD, ruim 300km naar het zuidwesten in 4 uur

Glooiende akkers en al meteen olijfbomen. Hier en daar een kasteeltje op een heuvel. Kleine stadjes en grote snelwegen. Rommelige schuurtjes en grote haciendas. Het kwam allemaal voorbij en wij genoten van het uitzicht.

Ons treintje had drie wagons. Een dieseltje, want Extremadura is nog niet geelectrificeerd. Evengoed zouden we soms 155 km/u halen. Meestal reden we goed door. Één keer moesten we wachten op een tegemoetkomende trein. Enkel spoor!

Vóór Plasencia ging het wat langzamer en daar maakten we kop. Het landschap werd steeds leger, hele gebieden waren ongecultiveerd. We zagen grote roofvogels, arenden of gieren? Onderweg hadden we een paar keer werkzaamheden gezien aan wat spoorbeddingen zouden kunnen zijn. De laatste 50km was de HSL lijn zo te zien al klaar. En het station van Cáceres was spiksplinternieuw gebouwd.

Station Caceres

Van Cáceres naar Merida, MD, 75km zuidwaarts in 50 minuten

Het station van Caceres was duidelijk nog in aanbouw. Er hing een poster over de aanleg van een “tram” door Extremadura. Die volgde ongeveer dezelfde route als bestaand spoor, Badajoz-Merida-Caceres- Plasencia. Dat is meer dan 200 km, dat zou je toch eerder een regionale trein dan een “tram” noemen? Vanuit onze trein zagen we ook weer allerlei nieuw spoor. Maar was dat nu voor de tram of voor de HSL?

Het landschap was glooiend en dun bevolkt. We zagen kurkeiken waarvan de bast geoogst was, we zagen bruine varkens rondrennen in een grote groene wei, we zagen kraanvogels en roofvogels.

Het station van Merida was ook vernieuwd en al iets verder af dan dat van Cáceres.

Knooppunt Merida

We maken een dagtocht vanuit Merida naar Badajoz, aan de Portugese grens. Een retourtje met de trein, soms wordt die als Regional Express aangeduid, soms gewoon als Media Distancia.

Zoals steeds gaan er maar weinig treinen per dag, meestal is er maar één die in aanmerking komt, omdat de andere heel vroeg of heel laat gaan. Daar staat tegenover dat ze behoorlijk goed op tijd rijden.

Station Merida

Als we vertrekken zijn alledrie de perrons van het stationnetje in gebruik! Merida is hét spoorweg-knooppunt van Extremadura. Je kunt hier vier kanten op: Cáceres-Madrid, Badajoz-Portugal, Zafra-Sevilla en Puertollano-Acvazar de San Juan (op die laatste hadden we 10j geleden “kop gemaakt” en route van Almeria naar Taragona). Twee keer per dag komen en gaan de treinen in allevier de richtingen tegelijk op Merida, zodat je allerlei overstap-mogelijkheden hebt. Steeds zijn het dezelfde diesel-treinen, een combinatie van drie treinstellen.

Onderweg zien we dat hier volop gewerkt wordt aan de HSL. Er is sprake van verschillende projecten: een vrachtcorridor van Portugese havens, via Badajoz helemaal tot Valencia; en een HSL van Madrid naar Extremadura, die al dan niet doorrijdt naar Lissabon.

In Badajoz staat nu een groen stoptreintje naar Portugal klaar. Nog kleiner dan onze trein, het bestaat slechts uit een wagon. Als we in de middag terugreizen naar Merida, hebben we de eerstvolgende trein sinds we ’s ochtends zijn aangekomen. Zo weinig treinen rijden hier.

Van Merida naar Zafra, MD, 70km zuidwaards in 1 uur

We vertrokken in het donker, om 7u55. Vanuit de trein zagen we het licht worden. Dit was de enige keer dat we wat vertraging hadden: een kwartier.

Zafra Feria is een hele kleine halte achter wat grote gebouwen. Het ligt wat dichter bij het centrum dan Zafra, daarom stapten we hier al uit. Er was geen enkele voorziening, zelfs geen kaartjes-automaat.

Tot nu toe hadden we onze treinkaartjes steeds een dag van tevoren op het station gekocht. Op de RENFE-website zouden buitenlandse credit cards soms problemen geven, dus dat hebben we nooit geprobeerd. Maar nu wilden we toch treinkaartjes te kopen voor het volgende traject. Daarvoor wandelden we naar het hoofdstation van Zafra, dat wat verder van het centrum ligt dan Zafra Feria. De lange toegangsweg was een mengsel van grote winkels, oudere appartementen, groothandels en braakliggend terrein. De weg eindigde op het oorspronkelijke station uit 1917, wat een kopstation geweest moet zijn. Het nieuwe station lag er naast. De toegangsdeur was op slot, met een briefje of je de andere deur wilde gebruiken. Ook aan de perronzijde was de deur dicht. Tsja, hoe moesten we nu een kaartje kopen? In het ernaast gelegen barretje wisten ze het ook niet, maar twee dames die daar net naar buiten kwamen gebaarden nog eens: omlopen naar de andere kant. Ja, verdorie, die deur klemde alleen, hij kon toch open. Het loket was echter dicht met een briefje dat het om technische redenen niet open kon. En de kaartjesautomaat stond uit. Dan werd het toch kaartjes in de trein kopen. En passant zagen we dat er tóch een dagelijkse trein naar Huelva ging. In mijn vooronderzoek had ik die niet gevonden. Als we dat eerder geweten hadden, had dat misschien onze route beïnvloed?

Het oude station Zafra (1917)

Van Zafra naar Sevilla, MD, 160km zuidwaards in 3 uur

Omdat in weekeinden de ochtendtreinen een uur later gingen, hoefden we niet speciaal vroeg op te staan. Wandeling naar station Zafra Feria. Het verlaten perronnetje in de net door de heiigheid heenbrekende zon.

Ons treintje kwam op tijd en we konden inderdaad kaartjes kopen bij de conducteur (alleen contant betalen!). We reden langs kleine witte historische stadjes, die ieder voor zich een bezoek waard waren. Door een prachtig landschap, weilanden met schapen, akkers met olijven en eiken, heuvels, beekjes. Dwars door de verlaten Sierra Norte. Het laatste stuk reden we langs de HSL Cordoba-Sevilla en haalden nog even 160km/u. We kwamen 4 minuten te vroeg aan op Sevilla Santa Justa.

Santa Justa is ook het eindpunt van de lijn Madrid – Sevilla met de MD, die we in vier etappes hebben afgelegd. Met de AVE is Madrid – Sevilla uiteraard heel wat sneller te doen.

Provincie Malaga

Van Sevilla naar Malaga, MD, 200 km zuidoost in 3 uur

Ons treintje was het model wat we tot nu toe steeds gehad hadden: drie wagons, diesel. Maar voor het eerst goed gevuld, wel ¾ vol. Eerst reden we door de tunnel naar station San Bernardo, dan door de buitenwijken van Sevilla met modernere flats. We passeerden overstapstation Dos Hermanas, waarna de geelectrificeerde dubbele spoorlijn naar Cadiz afboog en wij naar het oosten gingen. Glooiend landschap met veel olijfbomen en soms een groot veld zonnepanelen. Zo nu en dan een klein stadje met witte huisjes en grote kerken. We zagen werkzaamheden voor de lijn Sevilla - Granada - Almeria, maar er leek niet veel te gebeuren.

Ruim over de helft was in the middle of nowhere het grote en nieuwe station Antequera-Santa-Ana, een knooppunt van oude en nieuwe spoorlijnen en beddingen nood-zuid en oost-west. Andere treinen of overstappende passagiers waren er niet. Daarna een heel stuk waar we veel door tunnels gingen en door een smalle kloof, canyon, beroemd om een tegen de bergwand geplakt voetpad, Caminito del Rey.

Het laatste stuk Malaga in reden we parallel aan de HSL. Station Maria Zambrano was in verband met die HSL geheel herbouwd en leek meer op een vliegveldterminal.

Dit is het eind van de lijn. Verder kom je niet, of je moet met een veerboot de Middellandse Zee over.

Station Malaga

Van Malaga naar Fuengirola, Cercanía, 25km zuidwest in 40 minuten

Of toch? Ruim 100 jaar geleden is er een lijntje langs de kust gebouwd tot Fuengirola. In de tweede helft van de vorige eeuw heeft die kuststrook zich ontwikkeld tot een lange, aaneengesloten badplaats en daarmee de spoorlijn een nieuwe functie gegeven. Zelfs dit drukke lijntje is enkelspoor, maar tenminste wel geelectrificeerd.

We reden dan weer dicht langs de kust, dan weer iets verder er vanaf. Overal de hoogbouw om de badgasten onder te brengen. Sommige stations waren ondergronds, zoals Torremolinos en Fuengirola – toch écht het eindpunt.

Met dezelfde trein konden we terug en uitstappen op het vliegveld van Malaga.

Met de trein door Spanje reizen is gemakkelijk, comfortabel en leuk! En misschien zijn de reizen met de ouderwetse treinen nog wel leuker dan met de HSL. Ik zou zeggen: die het, voordat ze allemaal vervangen zijn.

Lokaal vervoer

In de kleine steden van Extremadura is alles te belopen en heb je geen lokaal vervoer nodig.

Madrid, Sevilla en Malaga hebben een prima metro- en/of busnetwerk. Iedere plaats in Spanje heeft haar eigen ov-chipkaart, wat erg onhandig is. Toch is het al snel de moeite waard er een  kopen: het is gemakkelijker met instappen, de ritprijs is lager, en je hebt maar één kaart nodig voor meerdere personen.


Internationale verbindingen

Van Amsterdam naar Madrid of terug uit Malaga kan niet in één dag met de trein. Afhankelijk van de dienstregeling (die nogal aan verandering onderhevig is) moet je overnachten in Parijs of Barcelona. Met een directe Malaga-Barcelona AVE ga je buiten Madrid om. Om het betaalbaar te houden (m.n. de TGV Amsterdam-Parijs-Barcelona met SNCF) moet je vroeg boeken, liefst vier maanden voor vertrek. Voor Barcelona-Madrid zijn (beperkt) budget tickets beschikbaar met SNCF/OUI en RENFE/AVLO.

Alternatief is een nachttrein uit Parijs naar Latour de Carol (Enveitg) en de volgende ochtend met een lokale trein naar Barcelona, en dan met de AVE verder. Er is ook sprake van dat de nachttrein van Parijs naar Hendaye (bij San Sebastian) terug komt.

Meer

Europa per trein (1) Zuid Duitsland 
Europa per trein (2) Zuid-Oost Spanje 

Nuttige websites en apps:
https://www.seat61.com/train-travel-in-spain.htm algemene informatie
https://renfe.com/es/en om de dienstregeling tussen grotere plaatsen te zien
https://www.adif.es/inicio of de Adif App, om de locatie van je trein te zien
https://positren.nebulacodex.com/ trainspotting, om de locatie van je trein te zien

 

(spoorkaart: @marcjm84)

maandag 21 februari 2022

De wereldwijde vegetariër (3) Spanje

Spanje

Het land van tapas en paella. Populaire gerechten waar je als vegetariër soms mee moet manoeuvreren. Er zijn grote verschillen tussen de regio's en tussen de verschillende steden qua mogelijkheden. Het meest modern is Catalonië, waar in de meeste steden vegetarische en veganistische restaurants zijn. In Andalucië is dat nog veel minder, al is Malaga dan weer een aangename uitzondering. Een groot verschil met 20 à 25 jaar geleden, is dat je veel beter met Engels terecht kunt. En dat maakt het een stuk gemakkelijker je bedoeling over te brengen.
Denk er aan dat de Spaanse etenstijden enorm af kunnen wijken van wat je gewend bent. Lunch vanaf 1 uur of 2 uur; diner vanaf 8 uur of 9 uur - ook dit verschilt weer per regio.

middageten (la comida)

Het middageten is de belangrijkste maaltijd van de dag. Daarvoor ga je op zoek naar een menu del dia, een dagmenu. Bijna ieder restaurant biedt dat doordeweeks tussen de middag aan, en je krijgt echt waar voor je geld. Je krijgt twee gangen (primero en segundo platos), een drankje, brood, een toetje en koffie. De laatste opties zijn tegenwoordig niet altijd bij de prijs inbegrepen, dus daar moet je even op letten. Per gang kun je uit twee tot vier opties kiezen.

Als je geen vegetarisch restaurant gevonden hebt, kan het een hele opgave zijn om een vegetarische variant van het dagmenu los te krijgen. Vraag dan naar een salade zonder vis (ensalada sín atún), een soort ratatouille (pisto), en/of een lekkere aardappelomelet (tortilla de patatas). Hoe eenvoudig het ook klinkt, vaak zegt een restaurant dit niet te kunnen serveren.

Mocht het helemaal niet lukken, dan rest de supermarkt waar je broodjes en beleg kunt kopen. Een pak kant-en-klare gazpacho is dan een lekkere aanvulling: smaakvol en met body.

avondeten (la cena)

Dezelfde gerechten die je tussen de middag als menu del dia nam, zouden 's avonds een stuk duurder zijn. Dus stel je je diner samen uit een aantal tapas of raciones. Tapas zijn wel héél kleine hapjes, een racion is al bijna een bord vol. Het loopt flink uiteen hoeveel vegetarische tapas een restaurant op de kaart heeft staan. Vaak is in een café trouwens ook goed te eten.
Tapas
Maar... hoe lekker en gevarieerd de tapas in eerste instantie ook zijn, na een aantal dagen ben je al dat snacken toch een beetje zat. Als je tussen de middag een menu del dia gescoord hebt, kun je wellicht toe met wat rijk-belegde broodjes: bocadillos, maar in iedere streek kunnen ze een andere naam hebben. Of een pizza van een veredelde snackbar.

Een andere mogelijkheid is een Chinees restaurant te bezoeken. Meestal niet van hoogstaande kwaliteit, maar het is eens wat anders en je kunt er rijst eten. In wat grotere steden is meestal ook een Poke Bowl restaurant je vinden: een soort rijstsalade met royaal groente en saus. Daar kun je altijd vegan en vegetarische versies van krijgen.

Over rijst gesproken: paella zul je als het goed is nooit in een vegetarische variant vinden. Zonder vis mag het van de cultuurbewakers namelijk geen paella heten. Maar als je ergens arroz con verduras, rijstschotel, op het menu ziet staan, heb je een goede kans dat wij het veg paella zouden noemen. Als je de kans krijgt, lekker om te proberen. En dan kan het door alle olie zwaar op de maag liggen.
arroz con verduras

koffie en ontbijt

Een genot is de Spaanse koffie, die altijd uitstekend smaakt, buiten de centra spotgoedkoop is, en die je meestal drinkt op een terrasje aan een pleintje, of in een barretje tussen de oude locals. Er zijn allerlei varianten: café solo, café doble, café con leche, cortado, americano.

Caffeinevrije koffie (descafeinado) is heel gewoon en als je dat bestelt is de standaardvraag: de sobre o de maquina? De sobre is een zakje oploskorreltjes en krijg je met een glas warme melk. De maquina is gemalen en als espresso gemaakt, vervolgens al dan niet met melk. Dus bv un americano de descafeinado, un descafeinado con leche, etc.
tostada con tomate

Zo halverwege de ochtend neem je daar dan een (media) tostada con tomate bij. Een getoast half broodje met tomaten-salsa. Heerlijk met een drupje olijfolie er overheen. 
Voor de zoete ontbijter is de tostada er ook met boter en jam: de mantequilla y mermelada (mixta). Een goede magdalena is ook heerlijk als zoet ontbijt.
Soms kun je een volkoren broodje krijgen als je vraagt om integral.

churros


In de namiddag kun je gerust churros (gefrituurde deegstengels) bij je koffie nemen. Wij denken misschien dat het bij warme chocolademelk in de ochtend hoort, maar bij la merienda (rond 5à6u) nemen hele hordes Spanjaarden café con churros als tussendoortje.

vegetarisch eten in Bilbao

La Camelia vegan bar – typisch veg restaurant, misschien wel het beste van Bilbao kaart

Garibolo jatetxe begetarianoa – ietsje duurder en uitgebreider, daarom ook wel interessant. kaart

Copper deli – prima sandwiches etc (niet pure veg) kaart

Ekoizan – winkel met eethoek, heeft kant en klare maaltijden en een magnetron. ideaal als je in de stad bent en even wat wilt eten en niet wilt wachten tot de restaurants opengaan. Heeft meerdere vestigingen. Hier waren we.

Pizzeria “Margherita La Fina” – heel klein, heel leuk, heel lekker  (niet pure veg) kaart

Pizzeria Trozo – pizza met vegan options, vegan cheese, interessant, verrassend populair. kaart


meer

Meer afleveringen van de wereldwijde vegetariër. (India, Thailand, Maleisie, Iran)


*2017, bijgewerkt 2022*