Posts tonen met het label Concert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Concert. Alle posts tonen

zaterdag 21 juni 2025

Kim Deal in Rotterdam

Vorig jaar had Kim Deal haar eerste solo album uitgebracht, dit jaar ging ze op toernee. Ik had kaartjes voor de Schouwburg Rotterdam. Een schouwburg is een vreemde plek voor een pop concert. Allemaal wat stemmiger dan Paradiso of de Melkweg. Een breed podium en daarvoor waren wel 10 rijen stoelen weggehaald voor de hard core fans, achterin konden wij heel comfortabel zitten. Heel langzaam liep de zaal vol. Het publiek was nagenoeg geheel van onze leeftijd (Kim is een paar jaar jonger dan ik), nog minder jongeren dan vorig jaar bij de Breeders.

Het voorprogramma was Our Girl uit Londen, geleid door een zangeres/gitaris en een enthousiaste drumster. Dan nog een bassist en een onduidelijke vierde man met triangle op de achtergrond. Ze waren onder de indruk van de entourage en de crew: in een schouwburg werden ze duidelijk beter ondersteund dan ze gewend waren van obscure engelse podia. De drumster bedankte de crew speciaal.

“Solo” was misschien niet het juiste woord. Kim had maar liefst 9 musici bij. Twee blazers, twee strijkers, twee gitaristen/bassisten, een drummer, een toetsenist en een achtergrondzangeres. Optisch verdween ze bijna op dat volle podium. Audio verdronk haar stem soms. De sound was ook niet die van een rock band. De strijkers en blazers kwamen goed tot hun recht bij de ingetogen nummers van het solo album waarmee de set begon. Ieder nummer had weer z’n eigen deelnemers, en degenen die niet meespeelden verlieten dan even het podium. Dat maakte een rommelige indruk en je kreeg zo ook niet de dynamiek van een rock band: met z’n vieren doen we het.

Tegen het eind speelde ze wat klassiekers van de Breeders en Gigantic van de Pixies. De meeste werden niet herkend door het publiek, en zelfs haar grootse hits uit de jaren 80/90, Gigantic en Cannonball, zorgden niet voor een op en neer hossende menigte in de pit. Totaal anders dan in Amsterdam waar de klassiekers op een enthousiast onthaal konden rekenen. Het leek bijna alsof dit publiek haar alleen kende van de solo album, maar dat kan niet waar zijn.

Al met al bracht het concert me niet in de extace van een Breeders-optreden, maar Kim zien is altijd de moeite waard, en deze setting deed zeker recht aan haar solo album.



Meer concerten 

Lees hier meer concert-reviews

dinsdag 1 mei 2018

Londen, zomer 1978 (deel 2/2) Hippie tussen de punkers

De punkers zagen er vervaarlijk uit, maar de meesten waren aardige jochies. Op het toilet vroeg een jongen in zwart kleer, kettingen en met een enorme hanenkam die voor de spiegel stond: "heb jij misschien een kammetje voor me?"


Media

Politiek en economisch ging het niet goed met Engeland. Een zwakke minderheidsregering onder premier James Callaghan. Veel geweld in Noord Ierland door het Britse leger en een veroordeling van Engeland voor schendingen van de mensenrechten daar. 

Jaren van enorme inflatie die werd bestreden met een loonstop. Vakbonden die hun radicale leden niet in de hand hadden. Het was de voorbode van de algemene stakingen in de winter van 1978-1979 en dan de komst van Margaret Thatcher, die de stad Londen (de GLC), de vakbonden en de banken-regulering ophief, daarmee de kiem leggend voor de crisis van 2008. 

Zover was het nog niet in 1978, maar er was wel een hoge jeugdwerkeloosheid en het gevoel van een verloren generatie. Begrijpelijkerwijs was er veel aanhang voor bekende punk quotes als "No future", "Destroy" (Sex Pistols), "White riot, I wanna riot" (Clash), "Something better change" (Stranglers).

Stiff Little Fingers was de meest politieke Noord Ierse band, hun eerste single was Suspect Device:
"Their solutions are our problems, They put up the wall
On each side, time and prime us, Make sure we get fuck all
They take away our freedom, In the name of liberty
Why can't they all just clear off, Why can't they let us be
"

Sex Pistol-zanger Johnny Rotten was ook van Ierse afkomst. Anders dan Bob Geldof en Bono, koketteerde hij daar niet mee. Toch zou hij later zeggen dat o.a. anti-Ierse disciminatie en James Joyce zijn inspiratiebronnen waren.
"Is this the M.P.L.A. or Is this the U.D.A. or
Is this the I.R.A.?
I thought it was the U.K."

De belangrijkste media van de punk-scene waren NME, een weekblad waarin alle belangrijke ontwikkelingen besproken werden, en John Peel, een DJ op Radio One die punk een kans gaf. Maar wat nog veel opvallender was, was hoe vaak punk de voorpagina haalde van de "gewone" kranten.

Bijna iedere vinger die Sex Pistol-bassist Sid Vicious bewoog was voorpagina­nieuws. De hit God Save The Queen zal langer met koningin Elizabeth verbonden blijven dan de Jubilee Line, de nieuwe metro­lijn die ter ere van het zilveren jubileum naar haar vernoemd werd. Het uitkomen van de elpee van de Sex Pistols, nadat ze twee keer "ontslagen" waren door een platenmaatschappij, was een nationale gebeurtenis. Het uiteenvallen van de groep een nationale ramp. Sid en Nancy werden in New York ieder uur van de dag op de voet gevolgd.

Concerten

De Sex Pistols, de Clash en de Stranglers konden in 1978 al geen optredens meer geven. Ze waren té populair voor de kleine zalen uit het circuit en de mensenmassa die daar op af kwam was onbeheersbaar. Tegelijk waren ze nog niet gesettled genoeg om in grote zalen of stadions te spelen. De Sex Pistols hebben in 1976-1977 zo'n 75 optredens gegeven. Allemaal in kleine zalen. De schatting is dat zo'n 40.000 mensen ooit een optreden van hen gezien hebben. Alles bij elkaar. Dat is een middelgroot voetbalstadion vol. Toch was hun invloed op de music scene onmetelijk groot. Bijna iedereen die ze gezien heeft, richtte daarna zijn/haar eigen band op.


Eind april was er een groot festival dat een protest of demonstratie tegen rasicme was: Carnival against the Nazis. Het was een optocht van Trafalgar Square naar Victoria Park, een groot park in noordoost Londen. Met 80.000 deelnemers was de opkomst voor die tijd ongekend. In het park waren optredens van o.a. Tom Robbinson, X-Ray Spex, Elvis Costello en The Clash. De geluidsinstallaties waren toen nog niet goed genoeg voor zulk een omvang, dus ik heb er niet veel van gehoord of gezien.

The Clash was muzikaal gezien de meest interessante punk-band. Ze mengden punk met reggae en jazz en waren uitgesproken links in hun politieke opvattingen. Jammer genoeg heb ik nooit een herkansing gehad om ze beter te zien.

Die zomer bezocht ik zo'n 30 concerten, meest in kleinere zalen. Soms ging ik met Sean en vrienden van hem, een enkele keer met bezoek dat overgekomen was, maar meestal alleen. Van een concert met Pinpoint en de Lurkers in de Marquee was ik zo onder de indruk, dat ik de volgende avond gewoon nog een keer ging.

De punkers zagen er vervaarlijk uit, maar de meesten waren aardige jochies. Op het toilet vroeg een jongen in zwart kleer, kettingen en met een enorme hanenkam die voor de spiegel stond aan me: "heb jij misschien een kammetje voor me?"
Verschillende bekende punk-rockers hadden een verleden als hippie

Eén keer was een groepje minder aardig en waren ze me in de rij voor de kassa een beetje aan het sarren omdat ik er anders uitzag. Met een spijkerjasje en lang haar leek ik in niets op de gemiddelde punker. Er werd wat gescholden en geduwd en m'n badge met "Never mind ... the Sex Pistols" (iedereen had toen allerlei badges op) werd afgepakt. De volgende dag op het NPL -waar ik ook een buitenbeentje was- viel het mijn collega's op dat mijn badge weg was. Metaalbewerkers aan de draaibank maakten snel een nieuwe voor me - nu met de tekst "Sex Problems".

Stranglers in The Nashville
Via Sean hoorde ik dat Pinpoint zou spelen in het voorprogramma van een geheim optreden van The Stranglers. Het was een repetitie voor een groot openlucht optreden in Battersea Park, dat ze hadden aangekondigd omdat alle club-optredens verboden waren door de GLC. De warm-up-show was in The Nashville, meer een café met een podium acherin. Het was geweldig om zo'n grote band te zien in zo'n kleine zaal. Er waren misschien 100 bezoekers maar de Stranglers gaven zich volledig. Ze hadden toen al een hele serie hits en klassiekers op hun naam staan. 
Stranglers in Battersea Park

Twee weken later was dan het openlucht optreden, met o.a. Peter Gabriel in het voorprogramma. Ze hadden groots uitgepakt. Tijdens Nice 'n' sleazy verscheen een rij go-go-girls op het podium die een soort van striptease uitvoerden. Genoeg voor de kranten om dagenlang schande van te spreken. Tijdens de toegift speelden ze het nummer Tank en werden rookbommen afgeschoten door een heuse tank die naast het podium opdook.

Einde

Als ik langer dan 6 maanden had willen blijven, had ik een verblijfvergunning moeten aanvragen. Heel veel langer zou ik niet willen, dus tegen het eind van die termijn zei ik mijn werk en kamer op, en ging eind september terug naar Nederland.


november 2017-april 2018

Lees hoe het begon in deel een - punk achterna

Londen, zomer 1978 (deel 1/2) Punk achterna

"Bij de meest populaire nummers werd de pogo ingezet, een dans die bestond uit en masse op en neer springen. Desondanks was het allemaal heel gemoedelijk, en na afloop zaten de vermoeide jongeren op een rijtje op de grond, in de gang, met hun rug tegen de muur."


Londen is de happening place

Begin jaren '70 waren de belangrijkste stromingen in de popmuziek de "glitterpop", waarbij het meer om het uiterlijk dan de inhoud leek te gaan, en de trend naar "symphonische rock", waarbij muziek steeds meer uitgesponnen werd.

Als reactie daarop ontstond een tegenbeweging die teruggreep naar de kern, uiterst eenvoudige en korte liedjes waarvoor je geen muzikale aanleg nodig had. Tegelijk was dit in het Engeland van toen een protest tegen de economische uitzichtloosheid voor een jonge generatie. Punk werd geboren.

Mijn eigen muzikale ontwikkeling in de eerste helft van diezelfde jaren '70 ging via pop en luistermuziek naar de "betere" rock van Who en Led Zeppelin. Maar die nieuwe muziek was ook heel interessant.

Na mijn reis in de winter van 1977-1978 zei ik wel eens "het enige wat ik onderweg gemist heb, is muziek". Al die dingen samen waren dus genoeg reden om in de zomer van '78 naar Londen te gaan: daar gebeurde het, wat de muziek betrof.

King's road en Wardour street

Met slechts een tas bagage trok ik half april naar Londen. Als eerste naar het enige bekende punt, het adres van Gill en Sean dat ik in Marokko gekregen had. King's Road, de verbindingsweg van Chelsea naar Fullham was meteen een landmark in de Punk scene, want daar was ook de kledingwinkel waar Malcolm McLaren de Sex Pistols had verzameld en opgericht.

Mijn doel was verderop in de straat, na de knik, waar het niet meer zo hip was. Het bleek een basement apartment te zijn, vrij klein en donker. Meteen die eerste avond gingen we naar een punk-concert in The Marquee in Wardour Street. Een vriend van Sean, Dave, speelde in de band Pinpoint die in het voorprogramma stond. Het hoofdprogramma was Adam and the Ants, waarvan Adam Ant als solo-artiest later nog vrij populair werd - overigens meer dankzij zijn imago dan dankzij zijn muziek.
Adam and the Ants in The Marquee, 1978

De Marquee was een kleine zaal met zwartgeverfde muren en plafonds. Het was er behoorlijk druk met jonge punkers: bleke kinderen in zwart-leren jasjes met glimmende ritssluitingen, en zwart haar, soms opgespoten in de klassieke hanenkam. De muziek was eenvoudig en hard. Ik vond al meteen dat Pinpoint beter was dan Adam Ant. Bij de scene hoorde dat je onverstoorbaar doorspeelde als er bekers bier naar het podium gegooid werden. Bij de meest populaire nummers werd de pogo ingezet, een dans die bestond uit en masse op en neer springen. De meer agressieve types maakten daarbij een zijwaartse beweging, tegen anderen aanduwend. Desondanks was het allemaal heel gemoedelijk, en na afloop zaten de vermoeide jongeren op een rijtje op de grond, in de gang, met hun rug tegen de muur.


Kingston en Teddington

Het basement apartment was alleen van Gill. Sean woonde met een paar vrienden in een huis in Kingston upon Thames. Daar kon ik wel een tijdje logeren. Het was een twee onder een kap met een statige zijingang. Binnen was het nogal een kale bedoening. Iedere bewoner had een kamer en er was een gedeelde keuken met een toaster en een elekrische fluitketel.

Eten bestond nogal eens uit toast met witte bonen in tomatensaus. Soms haalden we fish and chips bij de lokale snackbar, die dan in een oude krant meegegeven werden. Alsof de drukinkt nog wat aan het aroma toevoegde. En we gingen wel eens naar de pub om een pint of lager te drinken.

Een van de medebewoners was Dave, die speelde in de band Pinpoint. De zanger van Pinpoint, Arthuro,  was eerder lid geweest van de Lurkers, een band van naam. In die tijd had je "de grote vier" van de punk-scene: Sex Pistols, The Clash, de Stranglers en The Damned; twee dozijn bands van naam (Adverts - Lurkers - Adam Ant - Siouxsie and the Banshees - Generation X (Billy Idol) - Elvis Costello - X Ray Spex - Sham 69 - The Tourists (Ann Lennox en Dave Stuart) - Stiff Little Fingers - The Buzzcocks (Pete Shelley en Howard Devoto) - Boomtown Rats (Bob Geldoff) - The Jam (Paul Weller) - ... ), en oneindig veel bandjes die al blij waren met een enkel optreden hier en daar, of als ze een singletje konden uitbrengen.

Ik had de voorafgaande winter vier maanden rondgereisd en nauwelijks spaargeld meer. Dus ik moest een baantje zoeken. Het Job Centre was een nieuw en toegankelijk instituut, waar je terecht kon. Engeland zat sinds 5 jaar in de EEG, een werkvergunning kreeg je automatisch.

Ondanks de hoge werkeloosheid hadden ze meteen een invalsbaantje voor me. De National Physical Laboratory (NPL) in Teddington was een soort TNO, een onderzoeksinstelling cq standaarden-bewaker (The National Measurements and Regulations Office hoorde er bij). Het was een vrij groot complex met verschillende afdelingen in verschillende gebouwen. Als iemand iets had laten uitrekenen door de computer, werd de uitkomst geprint op grote vellen zigzag gevouwen papier, met gaatjes aan de zijkant om het door de printer te leiden. Die stapels papier moesten vanuit het computer-gebouw rondgebracht worden naar de diverse andere gebouwen. Degene die dat deed was een paar weken met ziekteverlof. Nu kon ik dat mooi doen.

Ik reed rond in een blauw miniatuur-vrachtautootje en bezorgde de post bij de lobby / receptionist / portier van de verschillende gebouwen. Soms moest ik ook een envelop mee terugnemen. Het was heel eenvoudig werk, met volop gelegenheid met deze en gene een praatje te maken.

Zo kon ik ook iedereen laten weten dat ik woonruimte zocht. Woonruimte vinden in Londen was een stuk moeilijker dan werk vinden. Ik bleef wekenlang te gast bij Sean. Via via kwam het bericht terecht bij Mrs Allen. Een jonge weduwe met drie kinderen van rond de tien jaar oud. Ze had een kamer over en kon wel wat extra geld gebruiken. Ik betaalde 10 pond huur per week, ongeveer een kwart van mijn salaris. Het was een beetje een saaie, degelijk gemeubileerde kamer in een rijtjeshuis in een straatje op maar 200 meter van de rivier de Thames. Bloemetjesbehang. Ik had niet veel met het gezin te maken; soms zat ik in de tuin als zij daar ook zaten; soms kreeg ik 's avonds een beker "cocoa" als de kinderen die ook kregen.

Na een maand keerde de originele computer-output-bezorger terug van verlof. Het was een beetje een norse man waar ik verder geen contact mee had. Personeelszaken kon me aan een andere functie binnen NPL helpen. "Casual Experimental Worker V", daarmee verdiende ik 38 pond netto per week, inclusief Londen-toeslag. Wat het betekende was schoonmaker bij de afdeling metaalbewerking/draaibanken. Hier was de sfeer heel anders. Mannen in blauwe overalls die, hoewel ze geen fabrieks-productie draaiden, wel de uitstraling hadden van de arbeidersklasse. Ik moest een beetje de vloer aanvegen, waar metaalkrullen onder de werkbanken vielen. Ook dit was geen zwaar werk. En als ik eens iets extra's wilde doen, zoals de bijna ondoorzichtige ramen wassen, werd ik meteen tot de orde geroepen. Dat zou problemen geven met de vakbond van glazenwassers.

Hampton Wick Station, net over de Thames voorbij Kingston, was de halte voor mijn kamer bij mrs Allen. Teddington Station, eentje verder, was voor mijn werk, de NPL. Surbiton Station was aan de zuidkant van Kingston upon Thames, de halte voor het huis van Sean. Al deze stations hadden forensentreinen naar Waterloo station, maar vaak gebruikte ik de trein tot Wimbledon en daarvandaan de metro.


Lees verder in deel tweeeen hippie tussen de punkers

Links


Deel twee van Londen, zomer 1978 - een hippie tussen de punkers - media en concerten
Spotify playlist Londen 1978
Meer van 40 jaar geleden


zondag 22 oktober 2017

The Breeders in de Melkweg


Good morning” is het openings-akkoord van de single die de Breeders uitbrengen aan de vooravond van hun tournee. Het doet denken aan Last Splash, het legendarische album van de Breeders uit 1993. Ze zijn terug in die bezetting en met die sound.

De Breeders ontstonden als nevenactiviteit toen Kim Deal bassiste bij de Pixies was, maar daar te weinig inbreng kreeg. Het immense belang van de Pixies voor de ontwikkeling van de moderne muziek is vaak geïllustreerd met het citaat van Curt Curbain dat hij met Nirvana probeerde de Pixies te imiteren – met meer commercieel succes. Minder bekend is dat Curt ook zei dat hij graag had gezien dat Kim meer Pixies-nummers had mogen schrijven. Enfin, over de invloed van de Pixies en Kim Deal zijn boeken vol te schrijven.

Maar nu is het 2017. Nirvana en de originele Pixies bestaan niet meer, Kim is nuchter en de Breeders staan op eigen benen. In de Melkweg.

*

De zaal is nog half leeg als het voorprogramma begint, de Pins uit Manchester. Maar als die uitgespeeld zijn, is het bomvol. Het doorsnee publiek is al even onopvallend gekleed als we Kim kennen. Geen expressie van subculturen, geen opvallende uitdossing.


The Breeders
Kim is het middelpunt op het podium en duidelijk het hart van de band. Met opvallend veel plezier zingt ze en speelt ze gitaar. Drummer Jim zorgt met al even veel plezier voor de drive en dynamiek. Josephine speelt cool en onbewogen haar basgitaar. Kelly heeft al haar aandacht nodig voor haar gitaar, ze kijkt steeds geconcentreerd naar haar handen als ze speelt.

We krijgen een anderhalf uur durende set voorgeschoteld vol korte en krachtige nummers die de vier decennia van Kim's carrière omspannen. Zelf hebben ze ook het nodige historisch besef: "In de zaal hiernaast speelt nu Philip Glass. Dit nummer is van de Safari EP die we in 1993 in zijn studio in New York opnamen." "Dit nummer speelden we in 1992 toen we op tournee waren met Nirvana, hier in de kleine zaal" (die niet meer bestaat). "Back to the eighties" als aankondiging voor Gigantic, de eerste single van de Pixies, opgebouwd rond Kim's baspartij. Ze ruilt er speciaal bass en gitaar voor om met Josephine. Kelly neemt Joey's snerpende gitaar-riffs met verve over.

Instrumenten worden ook gewisseld voor Off you. Nu speelt Kelly bas, maar ze moet dat op de grond zittend doen, om het akkoorden-schema van een groot vel papier te kunnen lezen. Roadie Mike, die voor de gitaren zorgt, speelt ook een partijtje mee. Het resulteert allemaal in een aangrijpend mooie uitvoering.

Generale repetitie voor de tour in Newport, KY
De uitvoeringen van Drivin' on 9 en Beatles-cover Happiness is a warm gun laten zien hoe ze ieder nummer naar hun eigen unieke sound kunnen omvormen.
Na een week met de Pins op tournee te zijn, hebben ze ontdekt dat Pins-zangeres Faith ook viool speelt, en dat is precies wat nodig is voor Drivin' on 9. Vandaag speelt ze voor het eerst mee, en het is de perfecte aanvulling. Dit had uitgesponnen mogen worden tot een lange uitvoering, maar zelfs dit nummer blijft onder de drie minuten.

De Breeders spelen alles behalve als een geoliede machine. De gitaar-wissels duren te lang en gaan soms verkeerd. In het begin staat Kim's zang te zacht. Er wordt voortdurend gerommeld aan de voetpedalen. Kim moet Kelly uitleggen welke partij ze moet spelen in Wait in the car. Maar de vreugde, volatiliteit en energie die in de Kim's geweldige composities en arrangementen gelegd worden, zorgen voor een gedenkwaardige avond.

Meer concerten 

Lees hier meer concert-reviews


zondag 25 oktober 2015

Patti Smith in Paradiso

Na haar bandleden loopt Patti het podium op. Een subtiel ironisch heupwiegje, en ze heeft de halve zaal plat. Ze loopt naar de microfoon, zet haar leesbril op, en draagt de hoestekst voor van Horses, de elpee die 40 jaar geleden uitkwam.

Deze maand bezocht ik twee concerten van grootheden uit de midden-70's. PIL (John Lydon alias Johnny Rotten) en Patti Smith. Allebei revolutionair zowel muzikaal als maatschappelijk. London vs New York. Voorpaginanieuws vs underground. Arbeidersklasse vs intellectuelen. 59 jaar vs 68 jaar. (*)
Het publiek bij Patti Smith was gevarieerder. Ook duidelijk maatschappelijk geslaagder. Hoewel de 50'ers en 60'ers in de meerderheid waren, was er een flink aandeel jongeren. De hippy-spirit zat er ook in: toen de stoelen op de galerij allemaal bezet bleken, ging menigeen in kleermakerszit op de grond.

De toetsenist zette de eerste noten in van Gloria, het begin van de integrale uitvoering van Horses. In de stevigere nummers ontpopte Patti zich als een ware rock chick, met ritme in de stem en swing in het lichaam, van links naar rechts over het podium bewegend, leunend over de monitoren, handjes gevend aan het publiek op de eerste rij, zwaaiend naar de bovengalerijen.
In de meer poëtische nummers schreeuwde ze, krijste ze het publiek toe als een ontketende messias, vloekend en tierend als Jezus in de tempel. De lange grijze haren wapperend, de armen breed uitgestrekt, het publiek bezwerend.

Haar stem was bepaald niet meer van fluweel, maar dat maakt ze goed met een intensiteit en energie waar John "Anger is an energy" Lydon niet van terug zou hebben.
In aanmerking genomen dat Horses 40 jaar oud is, bleef de uitvoering dicht bij het origineel. Alleen kregen we een extra stuk Gloria na het titelnummer, en werd Elegie een aangrijpende klaagzang voor een lange lijst te vroeg overleden musici. Bekenden als Jim Morrison, Jimi Hendrix, Kurt Corbain en Amy Winehouse, waar ze allemaal songs ter nagedachtenis voor geschreven heeft, en minder bekenden als Johnny Thunders, Johnny Winter en natuurlijk haar eigen man Freddy "Sonic" Smith.

Na Horses werd een song opgedragen aan het publiek van Paradiso. Toen de Patti Smith Group midden jaren '70 begon met touren, vond Patti het zo jammer dat het publiek nooit meezong. Pas na drie jaar, in Paradiso, werd ineens uit volle borst van begin tot eind meegezongen met Dancing Barefoot. Nu weer.
Daarna was er soort pauze, een intermezzo waarbij de band een medley van Velvet Underground nummers speelde. Toen Patti terugkwam op het podium, zei ze dat ze een costume change had ingepland om als hedendaagse rock star mee te kunnen. Alleen was ze vergeten zich om te kleden en deed dat alsnog on stage.

In het volgende blok van drie nummers zaten die andere grote hit, Because The Night, en twee nummers van de latere albums Dream of Life en Gone Again. De bandleden wisselden eens van instrument, Patti praatte wat meer en gaf opmerkingen uit het publike steeds een gevat weerwoord. Ze kwam bijna niet meer uit haar woorden van het lachen, omdat ze zo blij, zo gelukkig was. Na een onderonsje met de bassist volgde een vertederend ...my boy... Het was haar zoon.
Als toegift kregen we, hoe kon het ook anders, My Generation. In een concert dat in het teken stond van leven en dood, hoop en vrijheid, was de tekst toepasselijk veranderd in "hope I live untill I get old".  Wellicht met het idee "de jeugd heeft de toekomst" werden twee tiener-rasta-meisjes uit het publiek het podium opgehesen, om een dansje te doen. Ze waren te verbijsterd van geluk en versteenden bij vlagen. Patti deed een gitaar om om de feedback effecten uit dit lied te bewerkstelligen. De gitaar in de versterkers kapotslaan zoals Pete Townshend in 1965 deed, ging misschien te ver, maar wel werd de ene na de andere snaar geknapt. Onder een nagalmende feedback verliet de band het podium. De zaallichten gingen aan en Jimi Hendix' Freedom klonk. De roadies deelden set-lists, bloemen en prullaria uit onder het publiek.

Het was een memorabele avond.

Meer concerten 

Lees hier meer concert-reviews

woensdag 7 oktober 2015

PIL in Paradiso

Terwijl de zaal langzaam vol liep, beende een man gekleed in een pak met fluoriserend gele strepen en schouders van back stage het podium op en terug. Hij bestudeerde het stuk van het balkon dat tot boven het podium doorliep. Dat moest ontruimd worden en met een lint afgezet worden. Gedurende het hele concert stond hij streng in een hoek voor op het podium te kijken.  Was Johnny bang voor bier-gooiers en stage divers? Dat was dan de enige referentie aan de Sex Pistols dagen, want het publiek gedroeg zich behoorlijk tam. Zo zagen ze er nu uit, de kansloze jongeren van 40 jaar geleden: eind 50, kaal hoofd en een zwart leren jasje aangeschoten dat niet meer sloot over hun bierbuik.

De zaallichten gingen uit, de band kwam op, als laatste John Lydon. A capella zong hij de openingszinnen, daarna zette de band in voor dezelfde dubbele opening als het recentste album What The World Needs Now: Double Trouble / Know Now. Meteen daarop volgde een briljante uitvoering van This Is Not A Love Song.
De ritmesectie legde een uiterst solide fundament, met een bas zo diep dat je 'm niet hoorde, maar die wel je borstbeen deed resoneren. Als de ritmesectie het gewapend beton was, dan was de gitarist de diamantboor. Slijpend, snerpend, gierend, jankend, huilend - maar nooit wist hij te ontsnappen aan de ijzeren greep van de drummer en bassist. Ook John's stacato zang bleef door de mix gevangen en vormde vaak een kleur in het palet van klanken. Hoewel zijn zang niet boven de muziek stond, was John wel het absolute middelpunt van de zaal: stage center. Alleen tijdens een paar ultrakorte, verrassend melodieuze gitaarsolo's verschoof de spotlight even naar de gitarist.
Zo gleden we langzaam in een trance waarbij het onderscheid tussen de verschillende uitgesponnen nummers vervaagde. Waren ze nieuw of oud? Waren ze bekend of niet? Het maakte niet meer uit, ze lagen allemaal aan de ketting van de ritmesectie en de gezamelijke klank-samenstelling. Daarmee vervaagde ook de tijd, had die geen begin of eind meer, geen verleden of toekomst, kwam die tot stilstand. Een gevoel dat je ook kunt hebben als je ergens halverwege een wereldreis van zes maanden bent, of zoals iemand me vertelde: als je wat goede hasjies gerookt hebt.

We landden weer met een lange expirimenteel-psychedelische uitvoering van Religion. In het middendeel alleen nog de vervormde stem van John boven een licht ritmisch tikje van de drummer.  Aan het eind een chant: "turn up the bass". Dat gebeurde. Alsof de zaal een trilplaat werd, schudden eerst de vullingen uit je tanden, en toen de kiezen uit je kaken.
De toegift bestond uit strakke uitvoeringen van de publiekslievelingen Public Image en Rise (met John's lijfspreuk "anger is an energy"). John had ons blij verrast met een uitstekende band en een uitstekend concert. Als afscheidswoorden kregen we mee: Amsterdam is my second home, en this way we can change the system.


Meer concerten 



Lees hier meer concert-reviews o.a. later dezelfde maand het concert van Patti Smith