dinsdag 1 mei 2018

Londen, zomer 1978 (deel 2/2) Hippie tussen de punkers

De punkers zagen er vervaarlijk uit, maar de meesten waren aardige jochies. Op het toilet vroeg een jongen in zwart kleer, kettingen en met een enorme hanenkam die voor de spiegel stond: "heb jij misschien een kammetje voor me?"


Media

Politiek en economisch ging het niet goed met Engeland. Een zwakke minderheidsregering onder premier James Callaghan. Veel geweld in Noord Ierland door het Britse leger en een veroordeling van Engeland voor schendingen van de mensenrechten daar. 

Jaren van enorme inflatie die werd bestreden met een loonstop. Vakbonden die hun radicale leden niet in de hand hadden. Het was de voorbode van de algemene stakingen in de winter van 1978-1979 en dan de komst van Margaret Thatcher, die de stad Londen (de GLC), de vakbonden en de banken-regulering ophief, daarmee de kiem leggend voor de crisis van 2008. 

Zover was het nog niet in 1978, maar er was wel een hoge jeugdwerkeloosheid en het gevoel van een verloren generatie. Begrijpelijkerwijs was er veel aanhang voor bekende punk quotes als "No future", "Destroy" (Sex Pistols), "White riot, I wanna riot" (Clash), "Something better change" (Stranglers).

Stiff Little Fingers was de meest politieke Noord Ierse band, hun eerste single was Suspect Device:
"Their solutions are our problems, They put up the wall
On each side, time and prime us, Make sure we get fuck all
They take away our freedom, In the name of liberty
Why can't they all just clear off, Why can't they let us be
"

Sex Pistol-zanger Johnny Rotten was ook van Ierse afkomst. Anders dan Bob Geldof en Bono, koketteerde hij daar niet mee. Toch zou hij later zeggen dat o.a. anti-Ierse disciminatie en James Joyce zijn inspiratiebronnen waren.
"Is this the M.P.L.A. or Is this the U.D.A. or
Is this the I.R.A.?
I thought it was the U.K."

De belangrijkste media van de punk-scene waren NME, een weekblad waarin alle belangrijke ontwikkelingen besproken werden, en John Peel, een DJ op Radio One die punk een kans gaf. Maar wat nog veel opvallender was, was hoe vaak punk de voorpagina haalde van de "gewone" kranten.

Bijna iedere vinger die Sex Pistol-bassist Sid Vicious bewoog was voorpagina­nieuws. De hit God Save The Queen zal langer met koningin Elizabeth verbonden blijven dan de Jubilee Line, de nieuwe metro­lijn die ter ere van het zilveren jubileum naar haar vernoemd werd. Het uitkomen van de elpee van de Sex Pistols, nadat ze twee keer "ontslagen" waren door een platenmaatschappij, was een nationale gebeurtenis. Het uiteenvallen van de groep een nationale ramp. Sid en Nancy werden in New York ieder uur van de dag op de voet gevolgd.

Concerten

De Sex Pistols, de Clash en de Stranglers konden in 1978 al geen optredens meer geven. Ze waren té populair voor de kleine zalen uit het circuit en de mensenmassa die daar op af kwam was onbeheersbaar. Tegelijk waren ze nog niet gesettled genoeg om in grote zalen of stadions te spelen. De Sex Pistols hebben in 1976-1977 zo'n 75 optredens gegeven. Allemaal in kleine zalen. De schatting is dat zo'n 40.000 mensen ooit een optreden van hen gezien hebben. Alles bij elkaar. Dat is een middelgroot voetbalstadion vol. Toch was hun invloed op de music scene onmetelijk groot. Bijna iedereen die ze gezien heeft, richtte daarna zijn/haar eigen band op.


Eind april was er een groot festival dat een protest of demonstratie tegen rasicme was: Carnival against the Nazis. Het was een optocht van Trafalgar Square naar Victoria Park, een groot park in noordoost Londen. Met 80.000 deelnemers was de opkomst voor die tijd ongekend. In het park waren optredens van o.a. Tom Robbinson, X-Ray Spex, Elvis Costello en The Clash. De geluidsinstallaties waren toen nog niet goed genoeg voor zulk een omvang, dus ik heb er niet veel van gehoord of gezien.

The Clash was muzikaal gezien de meest interessante punk-band. Ze mengden punk met reggae en jazz en waren uitgesproken links in hun politieke opvattingen. Jammer genoeg heb ik nooit een herkansing gehad om ze beter te zien.

Die zomer bezocht ik zo'n 30 concerten, meest in kleinere zalen. Soms ging ik met Sean en vrienden van hem, een enkele keer met bezoek dat overgekomen was, maar meestal alleen. Van een concert met Pinpoint en de Lurkers in de Marquee was ik zo onder de indruk, dat ik de volgende avond gewoon nog een keer ging.

De punkers zagen er vervaarlijk uit, maar de meesten waren aardige jochies. Op het toilet vroeg een jongen in zwart kleer, kettingen en met een enorme hanenkam die voor de spiegel stond aan me: "heb jij misschien een kammetje voor me?"
Verschillende bekende punk-rockers hadden een verleden als hippie

Eén keer was een groepje minder aardig en waren ze me in de rij voor de kassa een beetje aan het sarren omdat ik er anders uitzag. Met een spijkerjasje en lang haar leek ik in niets op de gemiddelde punker. Er werd wat gescholden en geduwd en m'n badge met "Never mind ... the Sex Pistols" (iedereen had toen allerlei badges op) werd afgepakt. De volgende dag op het NPL -waar ik ook een buitenbeentje was- viel het mijn collega's op dat mijn badge weg was. Metaalbewerkers aan de draaibank maakten snel een nieuwe voor me - nu met de tekst "Sex Problems".

Stranglers in The Nashville
Via Sean hoorde ik dat Pinpoint zou spelen in het voorprogramma van een geheim optreden van The Stranglers. Het was een repetitie voor een groot openlucht optreden in Battersea Park, dat ze hadden aangekondigd omdat alle club-optredens verboden waren door de GLC. De warm-up-show was in The Nashville, meer een café met een podium acherin. Het was geweldig om zo'n grote band te zien in zo'n kleine zaal. Er waren misschien 100 bezoekers maar de Stranglers gaven zich volledig. Ze hadden toen al een hele serie hits en klassiekers op hun naam staan. 
Stranglers in Battersea Park

Twee weken later was dan het openlucht optreden, met o.a. Peter Gabriel in het voorprogramma. Ze hadden groots uitgepakt. Tijdens Nice 'n' sleazy verscheen een rij go-go-girls op het podium die een soort van striptease uitvoerden. Genoeg voor de kranten om dagenlang schande van te spreken. Tijdens de toegift speelden ze het nummer Tank en werden rookbommen afgeschoten door een heuse tank die naast het podium opdook.

Einde

Als ik langer dan 6 maanden had willen blijven, had ik een verblijfvergunning moeten aanvragen. Heel veel langer zou ik niet willen, dus tegen het eind van die termijn zei ik mijn werk en kamer op, en ging eind september terug naar Nederland.


november 2017-april 2018

Lees hoe het begon in deel een - punk achterna

Londen, zomer 1978 (deel 1/2) Punk achterna

"Bij de meest populaire nummers werd de pogo ingezet, een dans die bestond uit en masse op en neer springen. Desondanks was het allemaal heel gemoedelijk, en na afloop zaten de vermoeide jongeren op een rijtje op de grond, in de gang, met hun rug tegen de muur."


Londen is de happening place

Begin jaren '70 waren de belangrijkste stromingen in de popmuziek de "glitterpop", waarbij het meer om het uiterlijk dan de inhoud leek te gaan, en de trend naar "symphonische rock", waarbij muziek steeds meer uitgesponnen werd.

Als reactie daarop ontstond een tegenbeweging die teruggreep naar de kern, uiterst eenvoudige en korte liedjes waarvoor je geen muzikale aanleg nodig had. Tegelijk was dit in het Engeland van toen een protest tegen de economische uitzichtloosheid voor een jonge generatie. Punk werd geboren.

Mijn eigen muzikale ontwikkeling in de eerste helft van diezelfde jaren '70 ging via pop en luistermuziek naar de "betere" rock van Who en Led Zeppelin. Maar die nieuwe muziek was ook heel interessant.

Na mijn reis in de winter van 1977-1978 zei ik wel eens "het enige wat ik onderweg gemist heb, is muziek". Al die dingen samen waren dus genoeg reden om in de zomer van '78 naar Londen te gaan: daar gebeurde het, wat de muziek betrof.

King's road en Wardour street

Met slechts een tas bagage trok ik half april naar Londen. Als eerste naar het enige bekende punt, het adres van Gill en Sean dat ik in Marokko gekregen had. King's Road, de verbindingsweg van Chelsea naar Fullham was meteen een landmark in de Punk scene, want daar was ook de kledingwinkel waar Malcolm McLaren de Sex Pistols had verzameld en opgericht.

Mijn doel was verderop in de straat, na de knik, waar het niet meer zo hip was. Het bleek een basement apartment te zijn, vrij klein en donker. Meteen die eerste avond gingen we naar een punk-concert in The Marquee in Wardour Street. Een vriend van Sean, Dave, speelde in de band Pinpoint die in het voorprogramma stond. Het hoofdprogramma was Adam and the Ants, waarvan Adam Ant als solo-artiest later nog vrij populair werd - overigens meer dankzij zijn imago dan dankzij zijn muziek.
Adam and the Ants in The Marquee, 1978

De Marquee was een kleine zaal met zwartgeverfde muren en plafonds. Het was er behoorlijk druk met jonge punkers: bleke kinderen in zwart-leren jasjes met glimmende ritssluitingen, en zwart haar, soms opgespoten in de klassieke hanenkam. De muziek was eenvoudig en hard. Ik vond al meteen dat Pinpoint beter was dan Adam Ant. Bij de scene hoorde dat je onverstoorbaar doorspeelde als er bekers bier naar het podium gegooid werden. Bij de meest populaire nummers werd de pogo ingezet, een dans die bestond uit en masse op en neer springen. De meer agressieve types maakten daarbij een zijwaartse beweging, tegen anderen aanduwend. Desondanks was het allemaal heel gemoedelijk, en na afloop zaten de vermoeide jongeren op een rijtje op de grond, in de gang, met hun rug tegen de muur.


Kingston en Teddington

Het basement apartment was alleen van Gill. Sean woonde met een paar vrienden in een huis in Kingston upon Thames. Daar kon ik wel een tijdje logeren. Het was een twee onder een kap met een statige zijingang. Binnen was het nogal een kale bedoening. Iedere bewoner had een kamer en er was een gedeelde keuken met een toaster en een elekrische fluitketel.

Eten bestond nogal eens uit toast met witte bonen in tomatensaus. Soms haalden we fish and chips bij de lokale snackbar, die dan in een oude krant meegegeven werden. Alsof de drukinkt nog wat aan het aroma toevoegde. En we gingen wel eens naar de pub om een pint of lager te drinken.

Een van de medebewoners was Dave, die speelde in de band Pinpoint. De zanger van Pinpoint, Arthuro,  was eerder lid geweest van de Lurkers, een band van naam. In die tijd had je "de grote vier" van de punk-scene: Sex Pistols, The Clash, de Stranglers en The Damned; twee dozijn bands van naam (Adverts - Lurkers - Adam Ant - Siouxsie and the Banshees - Generation X (Billy Idol) - Elvis Costello - X Ray Spex - Sham 69 - The Tourists (Ann Lennox en Dave Stuart) - Stiff Little Fingers - The Buzzcocks (Pete Shelley en Howard Devoto) - Boomtown Rats (Bob Geldoff) - The Jam (Paul Weller) - ... ), en oneindig veel bandjes die al blij waren met een enkel optreden hier en daar, of als ze een singletje konden uitbrengen.

Ik had de voorafgaande winter vier maanden rondgereisd en nauwelijks spaargeld meer. Dus ik moest een baantje zoeken. Het Job Centre was een nieuw en toegankelijk instituut, waar je terecht kon. Engeland zat sinds 5 jaar in de EEG, een werkvergunning kreeg je automatisch.

Ondanks de hoge werkeloosheid hadden ze meteen een invalsbaantje voor me. De National Physical Laboratory (NPL) in Teddington was een soort TNO, een onderzoeksinstelling cq standaarden-bewaker (The National Measurements and Regulations Office hoorde er bij). Het was een vrij groot complex met verschillende afdelingen in verschillende gebouwen. Als iemand iets had laten uitrekenen door de computer, werd de uitkomst geprint op grote vellen zigzag gevouwen papier, met gaatjes aan de zijkant om het door de printer te leiden. Die stapels papier moesten vanuit het computer-gebouw rondgebracht worden naar de diverse andere gebouwen. Degene die dat deed was een paar weken met ziekteverlof. Nu kon ik dat mooi doen.

Ik reed rond in een blauw miniatuur-vrachtautootje en bezorgde de post bij de lobby / receptionist / portier van de verschillende gebouwen. Soms moest ik ook een envelop mee terugnemen. Het was heel eenvoudig werk, met volop gelegenheid met deze en gene een praatje te maken.

Zo kon ik ook iedereen laten weten dat ik woonruimte zocht. Woonruimte vinden in Londen was een stuk moeilijker dan werk vinden. Ik bleef wekenlang te gast bij Sean. Via via kwam het bericht terecht bij Mrs Allen. Een jonge weduwe met drie kinderen van rond de tien jaar oud. Ze had een kamer over en kon wel wat extra geld gebruiken. Ik betaalde 10 pond huur per week, ongeveer een kwart van mijn salaris. Het was een beetje een saaie, degelijk gemeubileerde kamer in een rijtjeshuis in een straatje op maar 200 meter van de rivier de Thames. Bloemetjesbehang. Ik had niet veel met het gezin te maken; soms zat ik in de tuin als zij daar ook zaten; soms kreeg ik 's avonds een beker "cocoa" als de kinderen die ook kregen.

Na een maand keerde de originele computer-output-bezorger terug van verlof. Het was een beetje een norse man waar ik verder geen contact mee had. Personeelszaken kon me aan een andere functie binnen NPL helpen. "Casual Experimental Worker V", daarmee verdiende ik 38 pond netto per week, inclusief Londen-toeslag. Wat het betekende was schoonmaker bij de afdeling metaalbewerking/draaibanken. Hier was de sfeer heel anders. Mannen in blauwe overalls die, hoewel ze geen fabrieks-productie draaiden, wel de uitstraling hadden van de arbeidersklasse. Ik moest een beetje de vloer aanvegen, waar metaalkrullen onder de werkbanken vielen. Ook dit was geen zwaar werk. En als ik eens iets extra's wilde doen, zoals de bijna ondoorzichtige ramen wassen, werd ik meteen tot de orde geroepen. Dat zou problemen geven met de vakbond van glazenwassers.

Hampton Wick Station, net over de Thames voorbij Kingston, was de halte voor mijn kamer bij mrs Allen. Teddington Station, eentje verder, was voor mijn werk, de NPL. Surbiton Station was aan de zuidkant van Kingston upon Thames, de halte voor het huis van Sean. Al deze stations hadden forensentreinen naar Waterloo station, maar vaak gebruikte ik de trein tot Wimbledon en daarvandaan de metro.


Lees verder in deel tweeeen hippie tussen de punkers

Links


Deel twee van Londen, zomer 1978 - een hippie tussen de punkers - media en concerten
Spotify playlist Londen 1978
Meer van 40 jaar geleden


woensdag 4 april 2018

Food hypes, waar komen ze toch vandaan?


Steeds weer hoor je over een nieuwe rage op voedselgebied. Een nieuw dieet, een nieuwe super food. Meestal waaien ze over, soms zijn ze hardnekkig. Meestal zijn ze onschuldig, soms levensgevaarlijk.

Abrikozenpitten zouden helpen tegen kanker maar blijken gewoon giftig; het voedingssupplement MMS blijkt een soort reinigingszout dat brandwonden veroorzaakt; zeezout zou goed voor je zijn; brood zou slecht zijn; cholesterol zou toch niet slecht zijn; kokosolie zou beter zijn dan andere vetten – het aantal bizarre voorbeelden is eindeloos.

Maar waar komen ze eigenlijk vandaan, die rages? Soms is de bron te goeder trouw, soms te slechter trouw.

Soms is iemand die een "hype" volgt, tegelijk bewuster gaan eten, wat bijna altijd automatisch impliceert dat je gezonder gaat eten, en die iemand denkt dan ten onrechte dat de verbetering te danken is aan één ingrediënt van zijn/haar nieuwe voedingspatroon (“eet meer broccoli”) en dat dat ook voor andere mensen opgaat.

Sommige foodbloggers zoeken naar steeds nieuwe dingen om op te vallen, om volgers te krijgen. Dat lukt alleen als je steeds extremere voeding aanprijst. En toegegeven, dat kunnen ze soms met veel overtuiging doen. Soms worden daarbij leugentjes en valse claims niet geschuwd. Als die bloggers elkaar na gaan praten, is de hype geboren. Als de foodblogger er jong, gezond en sexy uitziet, helpt dat ook. 

Je foodblog wordt niet populair als je vertelt dat de grootste bijdrage aan je gezondheid is je bewust te zijn van wat je eet, om je eigen eten te bereiden (dus geen pre-fab / kant-en-klaar eten),  afwisselend te eten met niet te veel zout, vet en dier. Er is geen enkel ingrediënt dat jou in z’n eentje gezond maakt (“eet veel broccoli”) en er is niet veel voedsel dat jou ziek maakt zolang je het met mate eet – wat al vanzelf gebeurt als je afwisselend eet.

Daarnaast worden hypes gesteund door wildgroei op sociale media; serieus wetenschappelijk onderzoek is soms ontoegankelijk en wordt minder sexy gepresenteerd op sociale media; serieuze wetenschappelijke onderzoeken doen minder stellige en minder smeuïge uitspraken;  voortschrijdend inzicht kan voedingsadviezen veranderen, wat verwarrend kan zijn; statistische correlatie wordt nogal eens verward met oorzaak/gevolg.

Het valt niet mee het kaf van het koren te scheiden als het gaat om voedingsadviezen. Misschien is de beste richtlijn: als er gouden bergen en een stralend uiterlijk beloofd worden, neem het dan met een korreltje zout. Zeezout of Himalayazout naar keus.

Meer foodblogs:

Hier vind je meer Waterlily foodblogs

vrijdag 30 maart 2018

Over Paas-tradities: Niet de Grieken maar de Germanen zijn de moeder der hedendaagse cultuur


…niet de Grieken maar de Germanen zijn de moeder der hedendaagse cultuur…

Oorsprong van pasen


De Germaanse en (Angel-)Saksische godin Eostre (ook wel Oestara of Ostera genoemd) was de godin van de vruchtbaarheid, van het nieuwe begin, van de dageraad, van het voorjaar. Haar naam vind je o.a. terug in de woorden oosten (waar de zon opkomt), Ostern/Easter (Duits/Engels voor pasen), oestrogeen (het vrouwelijke hormoon gerelateerd aan de vruchtbaarheidscyclus).
Tot de taken van Eostre hoorde ook het opstarten van het voorjaar. Op een jaar versliep de godin zich. Het voorjaar bleef uit en het bleef winters koud. De dieren hadden het zwaar. Toen Eostre wakkerschrok, zag ze een vogeltje dat zo verkleumd was, dat het niet meer kon vliegen. Eostre pakte een hazenvacht en gaf dat aan het vogeltje om warm te worden. Maar het vogeltje legde nog wel ieder voorjaar eieren om zich voort te planten. Vandaar de merkwaardige combinatie van een paashaas met eieren, waarmee we ieder voorjaar vieren. De dag dat Eostre wordt vereerd.

Hedendaags pasen


Het oprukkende Christendom annexeerde het Germaanse voorjaarsfeest en integreerde het in de viering van het bijbelverhaal.
Met de moderne ontkerstening kent bijna niemand nog de Christelijke betekenis van pasen, maar de Germaanse rituelen (ei, haas) houden des te hardnekkiger stand en worden in sommige kringen symbool voor "ons Joods-Christelijk erfgoed". Bizarre wending. Met de kerstboom gebeurt bijna hetzelfde. Wonderlijk hoe deze oude Germaanse symbolen over de hele wereld cultuurgoed geworden zijn. Niet de Grieken maar de Germanen zijn de moeder der hedendaagse Europese cultuur.

donderdag 29 maart 2018

Aruba - praktische tips en achtergrond informatie

Ga je voor je werk of een andere niet-vakantie-reden naar Aruba, dan heb je hier wat praktische tips en achtergrond informatie. Ook te lezen als je wél op vakantie gaat.


Inleiding

Aruba is een Caribisch eiland ruim 20 km uit de kust van Venezuela. Met alle prachtige stranden, azuurblauw zwemwater en ruisende palmbomen lijkt het een tropisch vakantieparadijs. Voor veel Amerikanen is het dat ook, en daarmee waan je je soms in de 52ste staat van de VS.
Tegelijk heeft het een andere, ruigere kant: de verwaaide acacia (divi) bomen, de stekelige cactussen in het woestijnlandschap, de scherpe vulkanische- en koraalbodem. Ook de stadjes buiten het pittoreske Oranjestad zijn wat rauwer.

Aruba is een zelfstandig land binnen het Koninkrijk de Nederlanden. Er wonen 110 à 150.000 mensen van diverse komaf (waaronder veel Venezolaanse vluchtelingen). Daarmee komt een gemengde cultuur met Amerikaanse, Latin, Caribische en Nederlandse invloeden. De meestgebruikte taal is Papiamento, maar Spaans en Engels wordt ook veel gesproken - en als je daarmee niet goed uit te voeten kunt, blijk je verrassend vaak met Nederlands terecht te kunnen.
Iedereen is bijzonder vriendelijk en de service is op Amerikaans niveau: heel goed dus.

Klimaat

Aruba heeft een heerlijk klimaat met temperaturen van midden 20 tot in de 30 graden. Het lijkt altijd voorjaar met veel zon en wind. Alleen in de zomer kan de wind afnemen en de temperatuur wat verder oplopen.

Stroom en water

De stopcontacten zijn het Amerikaanse model met twee platte pinnen. Neem een verloopstekker mee. Het net is 110 volt en 60 Herz. Controleer of je apparaten daar tegen kunnen - voor de meeste opladers is het geen probleem.
Het drinkwater wordt gemaakt uit zeewater en is van uitstekende kwaliteit.

Geld

Aruba is duur, veel duurder dan Nederland. De officiële munteenheid is de Arubaanse gulden (AWG) of Florin. Deze is gekoppeld aan de dollar en fluctueert dus tegenover de Euro.
Geld pinnen is erg duur, de lokale banken rekenen een opslag van $5 tot $7,50. Maar eigenlijk hoef je niet te pinnen: je kunt nagenoeg overal betalen met je Nederlandse betaalpas. Of met je creditcard, maar die wordt in dollars afgerekend, dus dat is duurder. Mocht je toch graag wat contant geld op zak hebben, neem dan Amerikaanse dollars mee (daarmee kun je bijna overal betalen) of wissel een paar euro om.

Thuis eten

Omdat het zo duur is, zul je wellicht een aantal maaltijden zelf willen verzorgen. Daarvoor moet je boodschappen doen. De twee bekendste winkels zijn Ling & Sons, en Super Food Plaza. Ze hebben allebei een zeer uitgebreid assortiment van Amerikaanse producten, aangevuld met respectievelijk AH en Jumbo import uit Nederland. Die producten zijn meestal 3 tot 5 keer de Nederlandse prijs. Het goedkoopst zijn de Colombiaanse producten, meestal 2x de Nederlandse prijs. Er zijn ook veel kleinere Chinese supermarkten, die er van buiten vaak slechter uitzien dan ze van binnen zijn.

Uit eten

Rond de grote hotels en downtown Oranjestad zijn veel restaurants voor de Amerikaanse markt. Een beetje verscholen zijn er nog anderen die wat goedkoper zijn en vegetarische opties hebben:

Pura Vita, Italiestraat 40, is onze favoriet. Het hoort bij een sportschool, ziet er fris en modern uit. Er zijn verschillende vegan mogelijkheden die ons erg goed smaakten. De prijs viel alles mee.
Pura Vita
Green Food Service, Oranje plaza (Orange Mall), is een vegan lunch restaurant. Het is klein maar goed verzorgd.
Pizza Bob, naast de parkeerplaats van het Alhambra casino, Manchebo beach. Het geeft je een indruk van het Amerikaanse publiek op Aruba. Zoals een recencist schreef: "voor wie nooit in Europa pizza gegeten heeft, is het best redelijk". Als je voor 7u bestelt, krijg je een 14" pizza voor de prijs van een 12". Dat is ruim genoeg voor twee personen.
Don Jacinto, De La Sallestraat 26, Oranjestad. Colombiaans met alle pracht en praal die er bij hoort. De serveersters dragen traditionele jurken. Het oogt als een kitsch Mexicaans restaurant, maar de menukaart is anders. Voor vegetarisch ben je aangewezen op de bijgerechten, de yuka met Creoolse saus is een aanrader.
Don Jacinto
Kamini's kitchen, helemaal in het zuiden, aan Sero Colorado in San Nicolas. Van buiten lijkt het een soort loods in vrolijke kleuren. Van binnen is het een eenvoudig ingericht restaurant. De sceptor wordt gezwaaid door Kamini, een Trinidadse met Indiase roots. En die invloed is terug te vinden op de menukaart. De Indiase gerechten vonden wij ook het lekkerste. Tip: bestel groente curry en/of 3 bijgerechten.

Verblijf in Quality Appartments

Quality Appartments is een motel-achtige accommodatie, op een soort bedrijventerrein, een paar kilometer ten noorden van Downtown Oranjestad. Die plek blijkt in de praktijk verrassend handig: stad, strand en winkels zijn gemakkelijk bereikbaar.
De kamers zijn een beetje gedateerd, maar prima. De service is uitstekend, alles is heel schoon, er is een zwembad en een bibliotheek. Bij de receptie kun je verloopstekkers, een lan-kabel en strandstoelen lenen.
De gasten zijn een mengeling van oudere Amerikanen die hun verblijf met een paar dagen verlengen, en mensen die voor hun werk op Aruba zijn. Omdat het geen strandhotel is, is de sfeer er minder alsof je in een resort woont.

Als je in het keukentje van je appartement wilt koken, kan het handig zijn zelf wat peper, zout, olie etc mee te nemen. Boodschappen kun je doen bij Ling & Sons, Super Food Plaza, of bij de vlakbij gelegen Eagle Supermarkt (500 meter).
Ook vlakbij zijn de restaurants Pura Vita en Green Food Service. Iets verder zijn Pizza Bob, Santos coffee shop en Machebo beach: ongeveer een km.
Er is een handig doorsteekje naar de Orange Mall en verder als je vanuit QA 30 meter naar rechts loopt, oversteekt, en meteen na Aruba Suplies & Distribution tussen de gebouwen door loopt. Het tweede deel loop je langs de achterkant van de noordvleugel van de Orange Mall, dit is een smal pad over oude pallets.

Een langere wandeling is van de QA naar de Universiteit (3½ km, 45à60 minuten). Hier zie je de wat armere wijken van Oranjestad. Ga bij QA rechtsaf en meteen weer rechts (Caya Soeur Dionysia). Aan het eind rechts en eerste links (Caya Soeur Desideria). Rechtsaf en een lang stuk over Madiki. Linksaf Lucianita. Rechtsaf en aan het eind links een doorsteekje. Meteen weer rechts over de Driemasterstraat. Linksaf Venezuela. Rechtsaf Emma. Linksaf Uruguay. Je loopt tegen het gebouw met de Universiteit aan.

Rondkijken

De noordpunt van Aruba wordt gedomineerd door de vuurtoren. het is leuk daar rond te kijken en het is een goede uitvalsbasis voor een wandeling door het woestijnlandschap tot de oostkust.

Vlak vóór de vuurtoren is aan de westkust het kleine Arisha strand. Hier is het meestal vrij rustig - zowel het strand als het water.
Arisha beach

Machebo Beach heeft meer golven om in te spelen, maar het strand is smal en erg druk door de verschillende resorts die er dicht tegenaan liggen.

Het meest zuidelijke strand is Baby Beach. Het ligt aan een afgeschermde baai, zodat het water er heel kalm is en zand maar langzaam afloopt. Ook dit strand is prachtig gelegen, al vormen de schoorstenen van de olieraffinaderij een merkwaardig contrast. Baby Beach ligt 30 km tzv QA, en je doet er met de auto bijna een uur over om er te komen.

Nationaal Park Arikok is mooi, maar met een gewone auto kun je er maar een klein stukje van bereiken - en zelfs dat gaat moeizaam door de diepe waterafvoergeulen. Je kunt je afvragen of het de entreeprijs ($11 pp) waard is, of dat je liever wat rondwandelt bij de vuurtoren of bij Baby Beach. Dat gezegd hebbend: Boca Prins is een spectaculaire baai.
Boca Prins

Downtown Oranjestad is een wat rommelig geheel van verwaarloosde gebouwen, kleine oude huisjes, kitscherige malls en dan toch ook weer leuke doorkijkjes. De moeite waard zijn Fort Zoutman, de haven en het toeristentrammetje.
Downtown

woensdag 7 februari 2018

Maleisie-Thailand Reisverslag 2018/3 Op bekend terrein (Penang & Satun)

Penang, Maleisië



We bleven 6 dagen op Penang, Maleisië. Hier waren we al vaker geweest en ook dit keer genoten we van de goede voorzieningen en de grote verscheidenheid aan culturen. We vereerden alle drie de bevolkingsgroepen met een bezoek.
We bezochten een grote Chinese tempel in de bergen, die een kruising tussen een bouwplaats en een pretpark was. We bezochten de floating mosque, een moskee gebouwd op palen boven het water. Het was er stil en sereen. We bezochten iedere dag Little India. Daar snoven we de sfeer op van India. De sari- en stoffenwinkels. De Bollywood muziek die keihard uit de dvd-winkels schalt. De levensmiddelenzaken met alle Indiase ingrediënten en kruiden. De restaurants waar het eten beter is dan waar dan ook in India. Dames in sari en spijkerbroek hand in hand.

Geen bevolkingsgroep maar wel onlosmakelijk verbonden met de  geschiedenis van Penang is het koloniale verleden. In het kader daarvan bezochten we de protestantse begraafplaats. Daar werd een rondleiding gegeven. Met een groepje van zo’n 15 mensen volgden we de gids, die erg veel wist en dat leuk vertelde. Veel historische weetjes over de geschiedenis van Penang en haar bewoners. Zo lag hier de Schotse advocaat James Richardson Logan, die de naam “Indonesië” heeft bedacht. Hij vond dat het land recht had op een eigen naam, analoog aan bv Polynesië, ipv een Nederlandse naam (gebruikelijk was toen Nederlands-Indië, Malesische Archipel, Nederlandsch Oost Indië, Indië, de Oost, Insulinde). Het zou tot begin 20ste eeuw duren voor de naam Indonesië werd opgepikt door de onafhankelijkheidsbeweging. En zo blijft ook Indonesië terugkomen, deze reis, net als India.


Op Penang was het al even bewolkt als op Sumatra, maar wel een stuk warmer, zo net boven de 30 graden. Twee en drie jaar geleden troffen we hier steeds een strakblauwe hemel.

Satun, Thailand



Dit was de vijfde keer dat ik van Penang naar Thailand ging. En weer was het via een andere route met andere modi van vervoer. Dit keer de super fast ferry via Langkawi. Ondanks de lange wachttijd op Langkawi was het een hele gemakkelijke en ontspannen modus van vervoer.

Al meteen bij aankomst in Satun, terwijl we naar ons hotel wandelden, keken we naar dingen die we herkenden, dingen die nieuw waren, dingen die veranderd waren of verdwenen waren. Voor zo’n stoffig stadje waar nooit iets gebeurt, was er eigenlijk best veel veranderd. Maar gelukkig niet bij ons hotel. Dat is nog even aangenaam, rustig en comfortabel als altijd.

De Qatari, Indonesiërs en Maleisiërs zijn bijna altijd allemaal heel vriendelijk, aardig en behulpzaam tegen ons geweest. Maar de stralende hartelijkheid van de Thai overtreft alles. De spreekwoordelijke Thaise glimlach is nog steeds hartverwarmend.

We werden geregeld nageroepen, toegeroepen en gegroet door voorbijgangers. Ook als die op de brommer zaten. Zo waren er drie jongelui op de brommer die wat riepen. Wij zwaaiden vrolijk terug. De twee meisjes achterop maakten het Thaise gebaar van de handen voor de borst vouwen en een lichte buiging voorover. En ze deden dat precies synchroon. Achterop de rijdende brommer.

Qua begrijpelijkheid is het andersom, er zijn nauwelijks Engelse opschriften en er wordt nauwelijks Engels gesproken. Er komt heel wat gebarentaal bij kijken.

Ons favoriete lunchrestaurant was er niet meer. Een zoektocht rond het nieuwe marktgebouw leverde niets op. Maar toen we informeerden bij buren van de loods waar het in gevestigd was – door een foto van de uitbaatster te tonen en te wijzen naar haar loods en vragend te kijken – was er koortsachtig overleg. Het ons uitleggen lukte ook niet vanwege de taalbarrière. Dus werden we samen achterop een brommer gezet en naar de nieuwe locatie van het restaurant gebracht!

Onze “vrienden” hier, de eigenaresse van het hotel, de uitbaatster van het lunchrestaurant, het meisje van het koffiestalletje, waren allemaal blij ons weer te zien en stopten ons allemaal eten toe.

En zo genieten we van een kopje koffie op onze veranda, een wandeling door de landelijke buitengebieden of een mangrove-bos, verkoeling bij het zwembad, een boekje lezen, een overheerlijke Thaise curry.

Voor het eerst deze reis in Zuid Oost Azië hadden we overwegend zon en serieus hoge temperaturen. En het geluk van een heldere avond met de maansverduistering, waardoor we langzaam de schaduw van de aarde over de maan zagen trekken. De maan werd roder, leek bolvormiger, iets doorschijnend, een melkglazen ei waar het konijn in zat.

donderdag 25 januari 2018

Indonesie Reisverslag 2018/2 Rondje Noord Sumatra

We reisden van Doha via Kuala Lumpur naar Medan. Een achtbaan van culturen, ontwikkelingsniveaus, klimaten, tijdzones en dag-en-nacht-ritmes.
Sumatra is ongeveer even groot als Spanje, en heeft ongeveer evenveel inwoners, maar een infrastructuur die vele malen slechter is. De kunst zit in de beperking: we hebben een niet-ambitieus rondje door de provincie Noord Sumatra uitgetekend.

Medan stad


De eerste indruk van Medan is groot, druk, vervuild en lawaaierig. Bij nadere kennismaking blijft dat allemaal staan, maar zie je ook de ontspannen en vrolijke mensen die je altijd stralend toelachen of een praatje maken. Niemand maakt zich kwaad in het verkeer, iedereen is behulpzaam. Er zijn leuke vegan eethuisjes en hippe/moderne coffeeshops. De sfeer is heel prettig en als het lawaai en de vuile lucht je niet zouden verjagen, zou je er zo een tijd willen blijven.


Je zou de ontwikkeling van een land kunnen afmeten van het aantal meters dat je over een trottoir kunt lopen. In Medan zijn de trottoirs meestal versperd door uitbouwen van winkels, geparkeerde auto’s, motoren of becaks. Of bergen bouwmateriaal, modder of rioolslib. Anders zitten er wel gaten in waardoor je in het riool kunt vallen, zijn er onverwachte op- en afstapjes, liggen er tegels los of steken er stukken betonijzer uit. En je moet oppassen voor overhangende luifels en borden waar je je hoofd tegen kunt stoten.
Meestal loop je dus maar op de rijbaan, tussen de geparkeerde auto’s en het verkeer in, hopend dat ze je zien. Verkeer bestaat vooral uit (relatief nieuwe) auto’s, motoren en becaks – motoren met een karretje ernaast die je huurt voor een ritje.

Na een ochtend sightseeing (koloniale gebouwen en Little India) namen we een becak terug naar huis. Het was de oudste en gammelste van Medan. De motor sloeg geregeld af, het voorwiel spoorde niet, de benzine kwam via een slangetje uit een jerrycan die aan de voorkant hing. De sigaret die de chauffeur nonchalant tussen z’n vingers had, hing er bijna tegenaan. We reden langzamer dan de verkeersstroom waardoor invoegen, weven en ritsen niet lukte – cruciaal in het verkeer hier. Bovendien moesten we vanwege de eenrichtingswegen omrijden, en dat deed onze chauffeur op een gigantische manier. Zodoende zaten we minstens een half uur in het drukke verkeer en de uitlaatgassen voor hemelsbreed 2½km. Maar we stonden géén doodsangsten uit en de lucht sloeg niet op je ogen en keel. En de mensen leken zich niet druk te maken, gaven elkaar de ruimte, toeterden niet te veel, en forceerden zich niet in ieder gaatje.

Bukit Lawang jungle



In het algemeen voel ik me niet zo thuis in plaatsen die enkel en alleen bestaan uit toerisme. Bukit Lawang is zo’n plaats. Een dorpje aan de rand van een groot Nationaal Park, waar ooit een orang oetan rehabilitatie centrum was. Bij het voederen kon je de dieren gemakkelijk zien en dat trok veel bezoekers. Het voederplatform is sinds een paar jaar gesloten, de half-wilde orang oetans die nog in de buurt zijn, kun je alleen zien op lange, dure jungle trekkings – en dat is wat iedereen hier “doet”.

            (Zie hier het verhaal van mijn jungle trek in 2000) 

Bukit Lawang heeft stand gehouden dankzij de rivier, de frisse lucht, en als backpacker ontmoetingsplek. Wij verbleven een paar dagen aan de strip langs de rivier – in het enige guesthouse/restaurant dat goed bezet was, waar het gezellig was en waar het eten goed was.

Daarna verhuisden we voor twee dagen naar een verder stroomopwaarts gelegen guesthouse, 1km over een smal voetpad voorbij de laatste voorzieningen. Daar had je een beetje het gevoel in de jungle te zitten, maar dan wel van bijna alle gemakken voorzien. Het guesthouse was smaakvol gebouwd met veel hout en bamboe, en het Indonesisch-Australische stel dat het runde, zorgde voor een rustige, ontspannen sfeer. 



De altijd razende rivier, de groene wand van de jungle aan de overkant, een kopje koffie op de brede veranda – hier zouden we wel aan kunnen wennen. 's Avonds een gezamenlijke maaltijd, 's nachts aardedonker, 's ochtends het geluid van aapjes en insecten. Na een regenbui stegen uit het oerwoud langzaam flarden damp op, die samensmolten tot wolken in wording.

Berastagi vulkanen


Berastagi is een voormalig Nederlands hill station op 1400m hoogte, nu een uitgestrekt plattelandsstadje dat leeft van de verbouw van groente en van Medanners die er een frisse neus halen op zondag. Het handje westerse toeristen valt er niet op. Je hebt uitzicht op twee vulkanen waarvan er één erg actief is. Het beklimmen van de andere is wat iedereen hier “doet”. 
Wij gingen rechtstreeks naar de warme bronnen aan de voet ervan, om lekker te badderen.

De groothandelsmarkt waar de verse producten van het land werden verhandeld, was een fascinerende chaos waar enorme hoeveelheden wortels, kool en aardappelen verhandeld werden en vervoerd op krakkemikkige vrachtautootjes die steeds vastzaten in de modder.

Een excursie naar de voet van de actieve vulkaan kon vanwege het weer niet doorgaan. Er waren dagelijks erupties, maar omdat die maar 5 minuten duurden moest je geluk hebben die te zien. Op een gegeven moment had de berg zich verhuld in zijn eigen aswolk. Toen het later ging regenen, sloeg een dunne laag as neer op het dakterras van ons guesthouse.

Net als het regenwoud maken de vulkanen hun eigen wolken. Stoom die ontsnapt stijgt op en vormt een wolk, die om de top blijft hangen.

Weerbericht: het was koeler dan gewoonlijk (“slechts” 23-26 graden) en meestal bewolkt. Er brak zo nu en dan een mager zonnetje door, en de meeste buien vielen ’s nachts.

Lake Toba meer



Het reizen op Sumatra gaat niet moeizamer dan in India, maar daar weet ik toch beter hoe de dingen werken en hoe je er mee om moet gaan. Een nacht in een hotel dat niet bevalt, een dag ziek, een busstation waar je serieus lastiggevallen wordt, een maaltijd die verkeerd valt, een creditcard die geweigerd wordt - het was in het begin wel pittig en bij tijd en wijle vermoeiend.

Des te prettiger dat we volkomen konden ontspannen aan de oevers van Lake Toba. Dat is wat iedereen hier “doet”. 
We bleven een kleine week, en het was de eerste plek op Sumatra waar we ons helemaal thuis voelden. De sfeer was er ontspannen, de natuur schitterend. Ook al was het er toeristisch, er was genoeg couleure locale met de kleine winkeltjes en cafeetjes, en zo gauw je van de hoofdweg afging, stond je tussen de waterbuffels en de rijstvelden.