zondag 25 oktober 2015

Patti Smith in Paradiso

Na haar bandleden loopt Patti het podium op. Een subtiel ironisch heupwiegje, en ze heeft de halve zaal plat. Ze loopt naar de microfoon, zet haar leesbril op, en draagt de hoestekst voor van Horses, de elpee die 40 jaar geleden uitkwam.

Deze maand bezocht ik twee concerten van grootheden uit de midden-70's. PIL (John Lydon alias Johnny Rotten) en Patti Smith. Allebei revolutionair zowel muzikaal als maatschappelijk. London vs New York. Voorpaginanieuws vs underground. Arbeidersklasse vs intellectuelen. 59 jaar vs 68 jaar. (*)
Het publiek bij Patti Smith was gevarieerder. Ook duidelijk maatschappelijk geslaagder. Hoewel de 50'ers en 60'ers in de meerderheid waren, was er een flink aandeel jongeren. De hippy-spirit zat er ook in: toen de stoelen op de galerij allemaal bezet bleken, ging menigeen in kleermakerszit op de grond.

De toetsenist zette de eerste noten in van Gloria, het begin van de integrale uitvoering van Horses. In de stevigere nummers ontpopte Patti zich als een ware rock chick, met ritme in de stem en swing in het lichaam, van links naar rechts over het podium bewegend, leunend over de monitoren, handjes gevend aan het publiek op de eerste rij, zwaaiend naar de bovengalerijen.
In de meer poëtische nummers schreeuwde ze, krijste ze het publiek toe als een ontketende messias, vloekend en tierend als Jezus in de tempel. De lange grijze haren wapperend, de armen breed uitgestrekt, het publiek bezwerend.

Haar stem was bepaald niet meer van fluweel, maar dat maakt ze goed met een intensiteit en energie waar John "Anger is an energy" Lydon niet van terug zou hebben.
In aanmerking genomen dat Horses 40 jaar oud is, bleef de uitvoering dicht bij het origineel. Alleen kregen we een extra stuk Gloria na het titelnummer, en werd Elegie een aangrijpende klaagzang voor een lange lijst te vroeg overleden musici. Bekenden als Jim Morrison, Jimi Hendrix, Kurt Corbain en Amy Winehouse, waar ze allemaal songs ter nagedachtenis voor geschreven heeft, en minder bekenden als Johnny Thunders, Johnny Winter en natuurlijk haar eigen man Freddy "Sonic" Smith.

Na Horses werd een song opgedragen aan het publiek van Paradiso. Toen de Patti Smith Group midden jaren '70 begon met touren, vond Patti het zo jammer dat het publiek nooit meezong. Pas na drie jaar, in Paradiso, werd ineens uit volle borst van begin tot eind meegezongen met Dancing Barefoot. Nu weer.
Daarna was er soort pauze, een intermezzo waarbij de band een medley van Velvet Underground nummers speelde. Toen Patti terugkwam op het podium, zei ze dat ze een costume change had ingepland om als hedendaagse rock star mee te kunnen. Alleen was ze vergeten zich om te kleden en deed dat alsnog on stage.

In het volgende blok van drie nummers zaten die andere grote hit, Because The Night, en twee nummers van de latere albums Dream of Life en Gone Again. De bandleden wisselden eens van instrument, Patti praatte wat meer en gaf opmerkingen uit het publike steeds een gevat weerwoord. Ze kwam bijna niet meer uit haar woorden van het lachen, omdat ze zo blij, zo gelukkig was. Na een onderonsje met de bassist volgde een vertederend ...my boy... Het was haar zoon.
Als toegift kregen we, hoe kon het ook anders, My Generation. In een concert dat in het teken stond van leven en dood, hoop en vrijheid, was de tekst toepasselijk veranderd in "hope I live untill I get old".  Wellicht met het idee "de jeugd heeft de toekomst" werden twee tiener-rasta-meisjes uit het publiek het podium opgehesen, om een dansje te doen. Ze waren te verbijsterd van geluk en versteenden bij vlagen. Patti deed een gitaar om om de feedback effecten uit dit lied te bewerkstelligen. De gitaar in de versterkers kapotslaan zoals Pete Townshend in 1965 deed, ging misschien te ver, maar wel werd de ene na de andere snaar geknapt. Onder een nagalmende feedback verliet de band het podium. De zaallichten gingen aan en Jimi Hendix' Freedom klonk. De roadies deelden set-lists, bloemen en prullaria uit onder het publiek.

Het was een memorabele avond.

Meer concerten 

Lees hier meer concert-reviews

zaterdag 10 oktober 2015

Bos en Lommer (2) Goedemorgen

Goedkoper? Goedkóper geworden? Het is nauwelijks te geloven. Het is al lang niet meer alleen op het Leidsche Plein of een exclusieve locatie dat je meer dan 2 Euro betaalt voor een kopje koffie. 
Iedere slimmerik binnen de ring denkt dat-ie er mee weg komt €2,20, €2,40 of €2,60 te rekenen voor een kopje middelmatige koffie. En gezien de klandizie lijken ze vaak nog gelijk te hebben ook.

Waar de prijzen voor een kopje koffie de pan uit rijzen, gebeurt bij Buongiorno het omgekeerde: ze worden goedkoper.  En dat is niet het enige sympathieke aan deze mini-keten in Amsterdam West.

Ze hielden ons lang in spanning: op de hoek van de Bos en Lommerweg en de Admiraal de Ruijterweg waren de ramen meer dan een half jaar afgeplakt met bruin papier met intrigerende teksten over Javaanse koffie. Begin van de zomer was het eindelijk zo ver: de zaak ging open. Een frisse moderne uitstraling, tegelijk gezellig. Onder, op en achter de toonbank voert koffie de boventoon in diverse varianten, maar is ook ruimte voor andere drankjes en hapjes, waaronder heerlijk gebak. Links bestel je bij de altijd vriendelijk barista, rechts haal je je bestelling  op en aan een klein "eiland" pak je suiker en melk en staat een karaf water - nog zo'n sympathiek detail.


Je kunt buiten zitten op grote stoere houten banken - in 2015 is er geen zaak denkbaar zonder - of binnen in de vensterbank of aan de leestafel. Daar kun je proeven dat het werkelijk een prima kopje koffie is, dat de Italiaanse naam eer aan doet. In korte tijd is de zaak populair geworden bij zzp'ers (zelfstandige zonder plek-om-te-werken) waarvan er zelfs op zaterdagochtend een stel zitten te werken aan hun laptop. Verder is er een bijna continue stroom van mensen die even een bakkie komt doen.  Het publiek is behoorlijk gevarieerd, en ook dat draagt er toe bij dat het er prettig toeven is.
Aan de toeloop te zien is de zaak een schot in de roos, een aanwinst voor de buurt, en een genoegen om zo'n succesvolle allochtone onderneming te zien. En dat allemaal vanaf slechts  €1,80…

Amsterdam, 10 oktober 2015

Twee jaar later

Toen in 2015 het menubord voor de speciale koffies opgehangen werd, waren de specials vernoemd naar vijf legendariache voetballers en één onbekende. Bergkamp, Van Persie, Iniesta, Zidane en Maradona. Je zult maar in dat rijtje gezet worden als jeugdspeler van Ajax. Intussen weten we hoe terecht dat was. Hoewel zijn ster op de velden nooit tot die grote hoogte heeft mogen reiken, is wat hij heeft losgemaakt in Amsterdam en de voetbalwereld onvergetelijk. En daarmee onsterfelijk. Appie Nouri, 34.



Drie jaar later

In augustus 2018 is de prijs van een kopje koffie dan toch verhoogd. Naar €2,00. Nog steeds een van de goedkoopste binnen de ring.

Meer Bolo blogs 

woensdag 7 oktober 2015

PIL in Paradiso

Terwijl de zaal langzaam vol liep, beende een man gekleed in een pak met fluoriserend gele strepen en schouders van back stage het podium op en terug. Hij bestudeerde het stuk van het balkon dat tot boven het podium doorliep. Dat moest ontruimd worden en met een lint afgezet worden. Gedurende het hele concert stond hij streng in een hoek voor op het podium te kijken.  Was Johnny bang voor bier-gooiers en stage divers? Dat was dan de enige referentie aan de Sex Pistols dagen, want het publiek gedroeg zich behoorlijk tam. Zo zagen ze er nu uit, de kansloze jongeren van 40 jaar geleden: eind 50, kaal hoofd en een zwart leren jasje aangeschoten dat niet meer sloot over hun bierbuik.

De zaallichten gingen uit, de band kwam op, als laatste John Lydon. A capella zong hij de openingszinnen, daarna zette de band in voor dezelfde dubbele opening als het recentste album What The World Needs Now: Double Trouble / Know Now. Meteen daarop volgde een briljante uitvoering van This Is Not A Love Song.
De ritmesectie legde een uiterst solide fundament, met een bas zo diep dat je 'm niet hoorde, maar die wel je borstbeen deed resoneren. Als de ritmesectie het gewapend beton was, dan was de gitarist de diamantboor. Slijpend, snerpend, gierend, jankend, huilend - maar nooit wist hij te ontsnappen aan de ijzeren greep van de drummer en bassist. Ook John's stacato zang bleef door de mix gevangen en vormde vaak een kleur in het palet van klanken. Hoewel zijn zang niet boven de muziek stond, was John wel het absolute middelpunt van de zaal: stage center. Alleen tijdens een paar ultrakorte, verrassend melodieuze gitaarsolo's verschoof de spotlight even naar de gitarist.
Zo gleden we langzaam in een trance waarbij het onderscheid tussen de verschillende uitgesponnen nummers vervaagde. Waren ze nieuw of oud? Waren ze bekend of niet? Het maakte niet meer uit, ze lagen allemaal aan de ketting van de ritmesectie en de gezamelijke klank-samenstelling. Daarmee vervaagde ook de tijd, had die geen begin of eind meer, geen verleden of toekomst, kwam die tot stilstand. Een gevoel dat je ook kunt hebben als je ergens halverwege een wereldreis van zes maanden bent, of zoals iemand me vertelde: als je wat goede hasjies gerookt hebt.

We landden weer met een lange expirimenteel-psychedelische uitvoering van Religion. In het middendeel alleen nog de vervormde stem van John boven een licht ritmisch tikje van de drummer.  Aan het eind een chant: "turn up the bass". Dat gebeurde. Alsof de zaal een trilplaat werd, schudden eerst de vullingen uit je tanden, en toen de kiezen uit je kaken.
De toegift bestond uit strakke uitvoeringen van de publiekslievelingen Public Image en Rise (met John's lijfspreuk "anger is an energy"). John had ons blij verrast met een uitstekende band en een uitstekend concert. Als afscheidswoorden kregen we mee: Amsterdam is my second home, en this way we can change the system.


Meer concerten 



Lees hier meer concert-reviews o.a. later dezelfde maand het concert van Patti Smith

zaterdag 5 september 2015

Het konijn op de maan


Nadat we ons schuurtje gebeitst hadden, leek de kleur een soort nachtelijke hemel. Dat inspireerde me ertoe om het te versieren met een hemellichaam.

Ik zocht wat afval hout, zaagde en lijmde het en schilderde een canvas. Daar op tekende en schilderde ik het konijn.


In India en Thailand en andere plaatsen dicht bij de evenaar kun je het konijn op de maan zien: de donkere vlekken vormen de omtrek van een konijn.

Vanwege de andere hoog zijn het diezelfde vlekken die er ter hoogte van Europa uitzien als een gezicht: het mannetje op de maan.


dinsdag 14 juli 2015

De Rohingya: Een verborgen volk in de jungle

Bezoek aan de Thais-Maleisische grens

Dit was echte jungle met veel bomen die tientallen meters kaarsrecht omhoog sproten om een beetje licht op te vangen waar hun kroon zich uitbreidde. Dikke lianen en parasitaire planten groeiden er omheen. Dorre bladeren van een halve meter groot vermengd met fel rode bladeren bedekten de bodem. 
Het pad werd door de hoge oppervlakkige wortels op z'n plaats gehouden, op een stuk na waar het naar beneden gestort was en er geklauterd moest worden. 
Daar kwamen die lianen en wortels weer van pas. Sporen van wilde zwijnen, stekelige rotan, grote vlinders, harde hoge tsjierppartijen van de insekten - het bos was er vol mee.

We wandelden over een pad door het Thale Ban National Park, in de uiterste zuidwest-hoek van Thailand. Volgens het bord was dit evermoist forest, nog net niet zo ondoordringbaar als het tropical rain forest dat we zuidelijker in Maleisië gezien hadden.  Dat dit een onherbergzaam gebied was, met moerassen, bergen en jungle, was de reden dat we hier de grens overgestoken waren door mee te liften met een vrachtbootje over de Andaman Zee.
Maar nu waren we toch vlak bij de enige landgrens in de regio: aan een kleine weg met nauwelijks verkeer en al helemaal geen openbaar vervoer. De laatste 20 kilometer waren we meegelift met de grote pick-up truck van Hassan, een politieman of grensbewaker in uniform, op weg naar zijn werk. Het National Park lag twee kilometer voor de grens. Met niets dan jungle er tussen.
Het was onthutsend, maar niet onvoorstelbaar, een paar maanden later in de krant te lezen dat precies hier geheime vluchtelingenkampen waren waar Rohingya uit Myanmar werden vastgehouden, afgeperst door mensensmokkelaars, en vermoord achtergelaten.

Bootvluchtelingen

Thailand en Myanmar hebben een lange gemeenschappelijke grens, en zo'n 150.000 Karen uit oostelijk Myanmar zitten al 30 jaar vast in vluchtelingenkampen van de Thaise overheid net over de grens, 1500 kilometer noordelijker. Ze zijn intussen een bekende bestemming voor culturele bezoeken en vrijwilligerswerk door westerse toeristen. Nauwelijks bekend zijn de Rohingya uit westelijk Myanmar. Ze worden niet geaccepteerd omdat hun godsdienst afwijkt van de meerderheid, de boeddhisten. Ze vluchten niet door de jungle de grens met Thailand over, maar moeten met bootjes over de Andaman Zee. Hun doel is Maleisië, waar moslims de meerderheid vormen. Maar vaak landen hun bootjes in zuid Thailand, waar ze op weg naar Maleisië in handen vallen van de smokkelaars.
Op zee werden de bootjes verjaagd of teruggesleept door de Thaise, Maleisische en Indonesische kustwacht, tot de zaak in mei 2015 zoveel internationale aandacht kreeg , dat Maleisië besloot ze tijdelijk op te vangen.

Bezoek aan deelstaat Rakhine

De zaak raakt ons nog meer, omdat we 7 jaar geleden in Rakhine waren, de regio van Myanmar waar de Rohingya vandaan komen. Korte tijd was de streek toegankelijk, toen Myanmar net begon zich meer open te stellen en toenadering zocht met oppositie en buitenland. Maar al snel werd een nieuw binnenlands conflict gezocht en gevonden bij deze minderheid. Hoewel ze al vele generaties of vele eeuwen in Rakhine wonen, deels afstammelingen van Perzische en Arabische handelaren, deels migranten binnen wat in de 19de eeuw één Britse kolonie was, worden ze nu gezien als illegale immigranten uit Bangladesh.
Nu terugkijkend, is het verbazingwekkend dat we de streek indertijd niet als islamitisch herkend hebben. Blijkbaar moesten ze toen al een low profile houden. Het straatbeeld van Sittwe werd overheerst door monniken, nonnen en tempels. De schaarse toerist bracht geen welvaart naar Mrauk U, die uithoek van het land was duidelijk straatarm. Mobiele telefoons waren er in Sittwe al niet meer, en in Mrauk U was zelfs geen vaste telefoonverbinding met de rest van de wereld.

Mrauk U was een oude hoofdstad uit de 16de eeuw, van een rijk dat zich uitstrekte over delen van het huidige Bangladesh (waarvan de nabijheid b.v. geïllustreerd werd door de importkoekjes in de winkel) en de huidige Rakhine State. Er waren een heleboel tempels en pagodes uit die tijd overgebleven, half tussen het dorp en de akkers gelegen, soms wat vervallen en overgroeid. Steeds zag je weer een andere tempel op een heuvel of een pad naar iets moois. De setting alleen al was fantastisch, maar de chedi's zelf waren ook meer dan de moeite waard.
We wandelden er rond, hier en daar begeleid door groepjes kinderen die eigenlijk naar school hadden moeten gaan.
Verder weg van het dorp waren er geen kinderen meer die steeds bye bye roepend op je afrenden, maar uitgestrekte akkers en vrouwen die met manden op hun hoofd liepen. Hier was geen meter straat verhard, geen huismuur van steen: alles hout en bamboe en erfjes van aangestampt zand.

Een bizarre cirkel

Met deze laatste alinea uit mijn reis-dagboek van 2008, en de alinea uit mijn reis-dagboek van 2015 waar dit stukje mee begon, sluit zich een bizarre cirkel rond twee plekken die we bezochten toen we van niets wisten, en die daarna eventjes het wereldnieuws haalden.


Amsterdam, mei-juli 2015

vrijdag 8 mei 2015

Tien memorabele restaurants (8/10) Saravana Bhavan - South Indian

Het eten dat we in Nederland kennen uit Indiase restaurants is van oudsher Noord Indiaas. De Zuid Indiase keuken is heel anders. Die volgde de vele Zuid Indiase arbeidsmigranten naar het Midden Oosten en Maleisië. In het jongste decenium begint het ook in West Europa voet aan de grond te krijgen, met name door de keten "Saravana Bhavan" - van oorsprong een klein restaurantje in Chennai.

Ik ben o.a. in de vestigingen in Kuala Lumpur (2 locaties), Singapore, Doha en Amsterdam geweest. De ene zaak is wat eenvoudiger, de andere wat meer up market, maar allemaal zijn ze hoogst authentiek. Je kunt er een Zuid Indiaas meal nemen, of beter nog: een masala dosai, een grote dunne "pannenkoek" met een kruidig aardappelprutje erin en munt- of kokos-chutney om in te dippen.

De vestigingen buiten India hebben als bijkomende attractie, dat ze een heel Indiaas publiek trekken. In Amsterdam zit er b.v. de halve Indiase expat gemeenschap. De sfeer neemt je dan ook meteen mee naar India.

Kuala Lumpur Leboh Ampang

Onze eerste kennismaking met Saravana Bhavan was in Little India, een Indiase wijk van Kuala Lumpur. Een nep-waterval over een glazen plaat beheerste de inrichting. Een paar jaar later was die weg. Een andere vestiging in Kuala Lumpur, Leboh Ampang, was veel eenvoudiger maar niet minder smakelijk. De zaak in Singapore had wat pretenties, je zat goed achter de grote ramen met uitzicht op het levenidge straatleven. De vestiging in Doha was misschien wel de meest authentieke, met een aparte "family room" boven, terwijl de mannen-alleen beneden aten.

Amsterdam begon met een inrichting waarbij de afstand tussen de losse tafeltjes zo klein was, dat je ze kon aanzien voor een hele lange tafel waar het aanschuiven was. Het eten was er zoals overal uitstekend en betaalbaar - de drankjes absurd duur. Maar dat was toch te doen omdat je traditioneel in India geen drankje bij het eten hoeft te bestellen - er staat een kan met water en bekers op tafel. Het eerste jaar na de opening zat de zaak vol met etnische Indiërs, later drongen de Nederlanders zich er meer tussen. Toen gingen ze dicht voor een verbouwing die bijna een jaar zou duren. We hadden laatst een pre-view. Het is allemaal ge-upgrade en de tafeltjes staan meer apart van elkaar. We hopen er binnenkort weer te kunnen gaan eten.


Meer:

Hier vind je meer Waterlily foodblogs

woensdag 6 mei 2015

Tien memorabele restaurants (6/10) Bang Rak - Satun

Thaise curry hoort romig en zacht in de mond te voelen, maar ook vol en pittig te smaken. De groente die er het beste in past, zijn kleine ronde aubergines. Zo klein en zacht dat je denkt dat het grote doperwten zijn. 

In Satun komen zo weinig toeristen dat er geen vegetarische gerechten op de kaart staan en dat de serveersters nauwelijks Engels spreken. Maar nadat, na wat uitproberen, eenmaal duidelijk was hoe we onze curry het liefst hadden, werd die alle volgende keren feilloos geserveerd. Variërend van heerlijk tot onvoorstelbaar lekker. De eerste paar jaar noemden we het "het curry restaurant", tot we er achter kwamen dat het "Bang Rak" heette. Als excuus daarvoor gold dat dat alleen in het Thai wordt aangegeven.


Uit mijn dagboek in februari 2015:

"(...) Dit was een wat klein half-open restaurant, waar het een gezellige drukte was met gemengd Thai publiek. We namen een papaya salade en een gele curry met tofu en stukjes omelet er in. Ze waren allebei behoorlijk pittig, maar als je ze door elkaar at spuwde je pas echt vuur! De schaal met stukjes watermeloen en ananas kwam als geroepen."



Uit mijn dagboek in januari 2016:  

"We wandelden naar het curry restaurant. Het zag er als altijd gezellig uit, redelijk gevuld, een paar gezinnen, een paar groepjes mannen met wiskey, allemaal onder een afdak dat tussen bomen hing. Een van de goedlachse serveersters begreep wat Engels. "Niet te heet." Hun not-so-spicy was voor ons op het randje van nog net eetbaar.  We bestelden groene curry met tofu -die lekker soeperig uitviel, alleen wat weinig groente- een aubergine-ei-salade, rijst en een biertje. De curry was onwaarschijnlijk lekker. Misschien wel een van de allerbeste ooit! En dat wil wat zeggen…"

Uit mijn dagboek in januari-februari 2018:
"We gingen eten bij het curry restaurant. Onder golfplaten onder een boom, op houten vloerdelen. Het was rustig toen we binnenkwamen. De serveersters en de eigenaar waren heel vriendelijk, een en al glimlach, en deden hun best onze bestelling op te nemen. Dat pakte goed uit: geen vlees of vis door de curry en salade, wel groente en tofu in de curry, en waanzinnig lekker. De verse curry met extra kruiden was heerlijk, vol, met diverse “lagen”  smaak. Woorden schieten te kort om de smaak te beschrijven. Met te volle buik naar huis gewandeld."

"Voor de laatste avond konden we natuurlijk nergens anders gaan eten dan bij het curry restaurant. En het was nog open ook. De baas groette ons weer hartelijk. Dit keer lukte het wel om de gele curry te bestellen. Tikje zurig en ongelooflijk scherp. De tweede ronde schepte ik geen extra saus over m’n rijst, want dan was het eigenlijk niet te doen. Maar lekker was het wel. We hadden er ook nog loempiaatjes bij en zoals altijd het fruithapje toe."
"(...) Toen een stel aan een andere tafel afrekende, ging het Chiang-meisje uitgebreid poseren met de man en zijn lege fles Chiang. Ik zei, wil je ook met mij op de foto? No, only chiang. Dus omdat ik een cola drink kun je niet met mij op de foto? Big smile maar geen foto! "

Uit mijn dagboek in januari-februari 2019: 
"We gingen naar Bang Rak, ons favoriete curry restaurant. En die reputatie maakten ze helemaal waar. De afgelopen 3 weken hadden we al een aantal keren (elders) curry gehad, en meestal was die prima, maar dit was gewoon de allerbeste. Een rijk smakenpalet, pittig maar niet tè, vol groente en tofu en groene kruiden, een romige structuur. Perfect. De eigenaar van de zaak herkende ons en we kregen een extra welkomsgroet. De serveersters groetten natuurlijk ook enthousiast en er was er eentje die een beetje engels sprak en ook nog van vorig jaar wist wat onze lievelings gerechten waren."

Uit mijn dagboek in januari-februari 2020:
"Nog half op Maleisische tijd gingen we bijtijds eten. Waar anders dan in Bang Rak, het beste curry-restaurant. De eigenaar begroette ons en de meisjes – grotendeels dezelfde staf, en dat na 5j – wisten nog hoe we onze curry wilden. De curry was creamy, pittig en vol van smaak. De mangosalade was fris en lekker. Ik dronk er een grote fles ijskoud bier bij, waar mijn favoriete biermeisje extra ijs bij deed. Alles was perfect. Ineens leek het alsof we hier gister nog waren. Dat hele bewogen jaar leek verdwenen."

"Bij Bang Rak was het weer aardig gevuld, de meisjes hadden het er maar druk mee, en de curry was weer heerlijk. Nu hadden we een salade van aubergine en eieren erbij, de aubergine was boterzacht."
"We aten bij Bang Rak. Gelukkig waren er weer vier meisjes in de bediening, al was het iets minder druk dan 3d geleden. De meisjes hadden nieuwe rode t-shirts met in drie talen de opdruk “welkom”. Het eten was weer verrukkelijk. Toen we weggingen wees de eigenaar er op dat ze vanaf morgen voor een dag of 4 à 5 dicht zouden gaan (vanwege Chinese New Year). Dat hadden we goed voorspeld."
"De voorlopig laatste wandeling naar Bang Rak. Even slikken. Ik zat nauwelijks toen de eigenaar naar me toe kwam: hé, je hebt vandaag koffie gedronken bij Chia. Hij belde om het me te vertellen. De curry was verrukkelijk. De senior serveerster begreep precies wat ik nodig had. De tweede cola kwam als vanzelf en een derde stelde ze niet eens voor. "

De openingswoorden van de laatste alinea hierboven, "voorlopig laatste", dreigen nu langer waar te blijven dan ik had kunnen vermoeden toen ik ze opschreef...

Meer:

Hier vind je meer Waterlily foodblogs

dinsdag 5 mei 2015

Tien memorabele gerechten (5/10) Tang City food court - Kuala Lumpur


In het hartje van de oude stad van Kuala Lumpur, ver weg van de glimmende Petronas Twin Towers, ligt China Town. Traditie en toekomst lopen letterlijk dwars door elkaar; ouderwetse winkeltjes in de zijstraten en drukke markten in de hoofdstraten. Het kan er behoorlijk druk zijn met Chinese toeristen, maar er wonen en werken ook veel locals. Tang City is een food court waar iedereen komt eten. Rondom een plein met smoezelige tafeltjes staan een 20-tal kleine kramen met allerlei soorten eten: noodles, rijst, soepen en kippen in allerlei variaties. Toeristen lopen zoekend rond om te doorgronden hoe het werkt; oude mannetjes met nog een paar tanden en een paar haren roken een sigaret. Iemand komt vragen wat je wilt drinken: een grote fles bier of een blikje fris? Je bestelt je eten bij een of meer van de kraampjes, en als het klaar is komen ze het bij je brengen. Meteen afrekenen.



Er is niet veel keus aan vegetarisch, maar met wat zoeken valt er wat te vinden. Niet dat wij nog zoeken. Als we hier komen gaan we rechtstreeks naar het Bengali stalletje. De uitbater herkent ons al, ook al kwamen we er maar een paar keer en zat daar soms een paar jaar tussen. Hier hebben ze de allerbeste naan ter wereld. Naan is brood uit de tandori oven. Het hoort vers, heet en fluffy te zijn. En dat is het. De begeleidende groenteschotel is bijzaak - alles draait om het verrukkelijke zachte brood.


zondag 15 maart 2015

Brood blog 1: Uit noodzaak geboren: een nieuw brood-recept.



Het leek een onoverbrugbare kloof. De een had jarenlang zo goedkoop mogelijk boodschappen gedaan, en het goedkoopste volkorenbrood uit de supermarkt gekocht. De ander kocht heerlijke ambachtelijke broden bij de warme bakker of bij de markt-met-een-kuu.
Die fabrieksbroden smaken toch nergens naar! 
Die ambachtelijke broden zijn toch veel te duur!

Toen kwam het idee om dan maar zelf brood te gaan bakken. Dat zou lekkerder moeten zijn dan fabrieksbrood en goedkoper dan ambachtelijk brood. En met zo'n broodbakmachine was het weinig werk en kon het niet mislukken. Dat zijn toch eigenlijk de vier kriteria waar het om gaat.

Dus werd bij de supermarkt een pak broodmix gehaald, en bij de witgoedzaak een broodbakmachine. Na het lezen van de instructies en het afmeten van de toevoegingen en het kiezen van het juiste programma werd de machine aangezet. Na een tijdje leek het alsof er niet veel gebeurde. Het lampje dat de "fase" aangaf, versprong niet. De machine maakte steeds dezelfde korte beweging, maar het deeg werd echt niet gemengd - laat staan gekneed. Nauwkeurige bestudering leerde dat de deeghaakjes eigenlijk nauwelijks bewogen - de weerstand van het mengsel leek te groot.
Wat te doen? Er zat immers al water door de broodmix, dus die kon je niet lang bewaren. Dan maar gauw met de hand kneden en in de oven zetten. Er kwam zowaar iets behoorlijk eetbaars uit.

Die broodmachine was dus geen succes. Bovendien was het kneden veel minder moeite geweest dan van te voren gevreesd. Eigenlijk zou je het brood net zo goed helemaal met de hand kunnen maken. Maar dan moest je wel weten wat de optimale hoeveelheden meel, gist en water waren, en hoe lang het moest rijzen en bakken. Gelukkig kun je tegenwoordig alles op internet opzoeken.

Daar bleek al snel dat je door de bomen het bos niet meer zag. Talloze recepten die beweerden het enige echte te zijn; de een had het over het soort meel; de ander had een ingewikkelde rijs-cyclus; de derde had weer andere verhoudingen suiker en zout; de vierde was zo warrig dat je eigenlijk niet wist met welke stap je bezig was; de een zwoer bij vers gist en de ander had het over het laten weken van gedroogde gist in lauw-warm water; uit reacties bleken veel recepten te mislukken als je iets niet helemaal goed deed.
Wat ze allemaal gemeen hadden, was dat als je ze doorlas, je dacht dat een brood bakken een uiterst gecompliceerde zaak was die je pas na jarenlange ervaring meester zou kunnen worden.

Intussen werd de broodbakmachine grondig schoongemaakt en terug in de verpakking gedaan. Daarmee terug naar de winkel. Gelukkig was het een klantvriendelijke zaak, waar je spullen binnen acht dagen terug kon brengen - mits ongebruikt natuurlijk. 
Nou, er was geen brood mee gebakken dus "gebruikt" kon je 'm niet noemen.
Wij gingen verder zonder broodbakmachine die ook maar weer ruimte inneemt in je keuken, en minder eenvoudig is dan je verwacht, en stuk kan gaan. 

Met het nodige lezen, nadenken, uitproberen, bijstellen en versimpelen kon uit de vele bomen van het brood-recepten-bos een handzame broodplank gezaagd worden. Zo ontstond een recept dat lekker en goedkoop is, en bovendien gemakkelijk en nooit mislukt.