zondag 1 mei 2022

Onrust in Thailand (1992)

Op het vliegveld van Bangkok hing een enorm vertrekbord. Het was zo’n 3x4 meter groot. Iedere vertrekkende vlucht stond op een regel, die bestond uit een aantal posities, die ieder 36 roterende flapjes hadden: alle letters en cijfers. Als de bovenste vlucht vertrokken was, ratelden alle posities om totdat de tweede vlucht er stond. Daarna ratelde die om en nam de derde vlucht de tweede positie in. En dat zo'n 20 keer. Tegen de tijd dat het klaar was, vertrok soms de bovenste vlucht alweer en begon alles opnieuw.

We brachten heel wat uren door onder dat bord. De politieke spanningen waren hoog opgelopen. Door hevige onlusten was het vliegveld afgesneden van de stad. De kerosine was bijna op. Zouden we nog weg kunnen komen?

Voorpagina van de Bangkok Post

30 jaar geleden maakte ik mijn allereerste reis naar Zuid-Oost Azië, naar Thailand. In grote lijnen was het plan via Bangkok naar het noorden te vliegen, over land langzaam af te zakken naar het zuiden, daar op een bounty-eiland te eindigen, en dan via Bangkok weer terug.

Chiang Mai

Chiang Mai was met een miljoen inwoners de tweede stad van het land en de ongekroonde hoofdstad van het noorden. De 'oude stad' (Muang) lag binnen een vierkant van ongeveer 1x1 kilometer, omgeven door de resten van stadsmuren en een gracht.

Tussen het oude centrum en de rivier liepen de grotere winkelstraten. Daar was overal het lawaai van het verkeer: een eindeloze stroom brommers,, tuk-tuk's (een soort over­dekte driewieler-brommers met twee-persoons-achter­bank, die als taxi dienst deden) en songtheaws (Japanse pickup-trucks, met twee banken dwars achterin, die als bus dienst deden).

Overal in het stille, stoffige, oude centrum en ook daarom­heen lagen tientallen tempels (Wats). Meestal achter muren gelegen, dus meteen rustiger dan de straat. Ze waren vaak wat verwaar­loosd, hadden klokvormige stupa's, puntdaken en mozaiek­versieringen, soms verguld of met resten daarvan. Ze waren soms verlaten en soms nog in gebruik, dan schuifelden daar de monniken rond met kaalgeschoren hoofd en een oranje gewaad omgeslagen. Die kwam je ook in het gewone straatbeeld geregeld tegen, ze zaten dan b.v. in de cabine van de songtheaw.

Richting rivier was de Night Bazaar, een grote markt met 1001 kraam­pjes met spul­len uit de wijde omgeving. Kleding, souvenirs, hebbedin­getjes, raritei­ten, spelletjes: eigen­lijk leek hier alles te koop. 

En overal de Thai: teruglachend als je ze toelachte, je met rust latend als jij hen met rust liet, altijd gemoedelijk en met een innerlijke rust die er soms zichtbaar uitstraalde.

Na een paar dagen was een feestdag. Het was 46 jaar geleden dat koning Bhumibhol gekroond was. De koning werd door de Thai als een halfgod vereerd, zijn daden en gedachten (weergegeven in boeken en muziek) werden breed uitgemeten, en kritiek zou onvoorstel­baar zijn. Maar het waren roeri­ge tijden in zijn koninkrijk. Iedere dag waren er op het plein bij de oostelijke stadspoort (Tha Phae) demonstraties tegen de semimilitaire regering, en ook in Bangkok was het onrus­tig, zo lazen we in de Engelstalige kranten.

Voor het avondeten werd al gauw onze favoriete bestemming­ AUM, een klein vegetarisch restaurant, gedomineerd door een foto van Sai Baba. Beneden drie kleine formica tafeltjes, boven kussens voor wie op de grond zittend wilde eten (schoenen uit). Heel eenvoudig allemaal, maar van geweldige kwaliteit en bijzonder vriendelijke mensen.

Verder kwamen we geregeld bij Daret, een groot restaurant met buiten onder de bomen alle­maal houten banken en tafels met rood-wit-geblok­te kleedjes. Het was het centrum van de rondtrekken­de back­packers, en had ook prima eten.

Op ’n zaterdagavond gingen we kijken bij een rijtje andersoortige uitgaans­gelegenheden. Aan de bar of op het halfopen terras bestelde je een biertje (Singha). Er hingen wat Thaise jongedames aan de bar. Die kwamen dan een praatje met je maken en schonken je glas bier weer vol. Dan vroegen ze om een drankje dat limonade was maar evenveel kostte als dure whisky. Het publiek bestond vooral uit iets oudere mannen en/of ze hadden nog al eens wat op en/of ze waren nogal dik en onaantrekkelijk. Het was dan ook niet raar dat de dames er een voorkeur voor hadden om een praatje met M en mij te komen maken.

Conversaties gingen in tamelijk gebroken Engels, waarbij wij uiteindelijk ook een vereenvoudigd vocabulaire en zinsbouw gingen hanteren. Wat het ook niet gemakkelijk maakte was dat de Thai geen besef van tijd in hun taal leken te kunnen leggen: nooit was het duidelijk (te maken) of iets waar je het over had in de toekomst of in het verleden was. Misschien was dat kenmerkend voor hun levenshouding: het heden is de werkelijkheid. Terug- en vooruit kijken werd niet zoveel gedaan als in het westen.

De Golden Triangle

Maandag stonden we al om zes uur op, tegelijk met de zon, voor een dagtocht naar het noordelijkste puntje van Thailand. Die streek was berucht omdat het eens het wereldcentrum van de opium­teelt was. Nu was het vooral het drie-landen-punt dat toeristen trok. Er had zich dan ook een hele rij stalletjes met eten (inclusief onze lunch) en souvenirs langs de weg gevormd, en kinderen in klederdracht lieten zich voor tien baht fotograferen.

Op de achtergrond lag magistraal breed en indrukwekkend de Mekong, een van de mach­tigste rivieren ter wereld. Modderbruin stromend. Aan de overkant de oevers van Laos, en iets verderop achter een zijtak die van Myanmar (Birma). Een tiental meters onder ons lagen kleine smalle bootjes afge­meerd. Zo nu en dan kwam er een langs met een oorverdovend geknetter van de mo­tor - ze konden behoorlijk hard.

Over een zandweg waar ons busje nog maar net doorheen kon ploegen ging het naar de volgende stop, het grensplaatsje Mae Sai. De grens werd hier gevormd door een klein, smal riviertje. Je kon de brug over, en zelfs een paar stappen voorbij de slagbomen doen, zodat we daadwerkelijk voet op Birmees grond­gebied hadden gezet, maar echt erin kon je hier als buiten­lander niet. Voor de grensbewoners was het wel mogelijk te voet over te steken, hetgeen een gestage stroom in beide richtingen opleverde. Blijkbaar werd er heel wat afge­handeld. In Mae Sai waren ook veel stalletjes en winkel­tjes, en was het een drukte van belang.

De bergen waar we langs reden, waren geografisch gezien de uitlopers van het Himalaya-gebergte.

Op de terugweg stopten we laat in de middag nog in twee 'hill­tribe villages', dorpen van bergbewoners. Dit waren etnisch andere bevolkingsgroepen, en ook de toch al beperkte economische groei van de rest van Thailand leek aan ze voorbij gegaan te zijn (behalve voor degenen die het toerisme ontdekt hadden). Het zag er wel heel armoedig uit: onverharde zandwe­gen, houten hutjes, wat schar­relende kippen, kinderen die blootsvoets en in een versleten jurkje of t-shirt om tien baht kwamen vragen.

Sukhothai

We vonden het zo leuk in Chiang Mai, met z'n ont­span­nen sfeer en de vele mogelijkheden voor uitstapjes, dat we er langer bleven han­gen dan de bedoeling was. Maar vandaag gingen we dan eindelijk over tot ons oorspronkelijke plan: een etappe naar het zuiden, 5 uur per bus naar Sukhothai.

Sukhothai was heel wat armoediger, minder toeristisch en minder aan westerse invloeden blootgesteld dan Chiang Mai. De meeste mensen die de ruïnes bezochten van deze oude Thaise hoofdstad deden dat vanuit het verderop gelegen Phitsunalok. Er hing hier ook weer een stille, verzengende hitte.

De volgende ochtend huurden we een tuk-tuk met chauffeur, die ons een paar uur rond kon rijden. Dat voerde ons door een bijzonder mooi, uitgestrekt gebied vol met ruïnes en soms gedeeltelijk gerestaureerde resten van tempels, paleizen, lelie-vijvers, beelden van buddha's en olifanten, ... Teveel om te bevatten. Een complete stad had hier ooit in volle glorie gestaan. En nu alleen nog die resten tussen de open weides, een paar mensen die er rondkeken, verder was het absoluut stil en verlaten. Tussen de stenen resten was het trouwens ook knap heet.

Terug naar 'nieuw' Sukhothai. Ons hotel had voor die nacht geen plaats. Verhuizen naar een ander? Tja, eigenlijk hadden we het hier ook wel gezien. Versneld de volgende etappe naar het zuiden? ... Of-eh...? Toch maar terug naar Chiang Mai? We keken elkaar nog eens aan, en dat laatste werd het. Op naar het busstation.

Bangkok

We waren zolang in het noorden van Thailand blijven hangen, dat we uiteindelijk het vliegtuig naar Bangkok namen. Toen was Don Muang nog het enige vliegveld van Bangkok, de international en domestic terminal lagen een kilometer van elkaar. In de aankomsthal leek het alsof je alleen dure limousi­nes de stad in kon nemen. Uiteindelijk kwamen we er achter dat er ook een stadsbus was, die stopte langs de achtbaans snelweg die voor de terminal langsliep. In het steeds drukker wordende verkeer schoot de bus niet echt op, maar na ruim een uur kwamen we uit op Siam Square, de wijk die we hadden uitgekozen om een hotel te zoeken. Niet de allergoedkoopste buurt, en een beetje tussen het centrum en de zaken- en uitgaanswijk in.

In het steegje zat een flink aanbod aan hotels. Die vooraan waren wat te duur, die in het midden te armoedig, maar de laatste achterin, Wendy's, was prima: modern en schoon en koel.

Siam Square zou altijd mijn favoriete buurt van Bangkok blijven. Met de komst van de Skytrain, waarvan het centrale overstappunt ook op Siam Square ligt, is het alleen maar aantrekkelijker geworden als uitvalsbasis.

We namen een kijkje in MBK, het grote warenhuis aan Siam Square. (Later zou nog een hele rij nog veel luxere warenhuizen langs Siam Square verschijnen.)

De voetganger-fly-overs kwamen ook in het complex uit, en dwongen je niet alleen er doorheen te lopen, maar waren ook zo verdekt opgesteld dat je er bijna zeker moest verdwalen. Het bestond uit grote, dure zaken, en lange gangen met kleine winkeltjes met alles wat je je maar voor kon stellen. We gingen eten bij de foodmarket op de bovenste verdieping van het warenhuis. Dat bestond uit een heleboel kleine eetkraampjes, waaronder een paar vegetarische met verrukkelijk eten. Vreemd dat zoiets wat je eigenlijk buiten verwacht, boven in een groot gebouw zit. Ook een mooi uitzicht over de skyline van Bang­kok.

Het was een benauwde, drukkende, hete, vieze, lawaaierige, grote stad. Zo'n tien miljoen inwoners. Brede straten met zes banen voortrazend of vastgelopen verkeer. Over­steken lukte soms niet eens, en dan moest je gebruik maken van een van de vele voetgangers­bruggen. Op hoge betonnen pijlers werd een stelsel van tol­/snelwegen aangelegd.

‘s Avonds wandelden we naar Patpong, het uitgaanscentrum. Het ging er hier allemaal heel wat minder onschuldig aan toe dan in Chiang Mai. Veel meer lawaai, reclame en mensen die je probeer­den naar binnen te lokken. Hier dat twijfelachtige ver­schijnsel van go-go-danseressen: meis­jes in badpak die in discolicht op de bar dansten.

Naar het centrum. Eerst een tempel met een massief gouden buddha-beeld. Toen een lange wandeling door China­town, met soms hele smalle straatjes helemaal volgestouwd met marktkraampjes met allerlei soorten groente en vis. Alleen zagen we nergens een restau­rant dat open was, en bij de stalletjes op straat leek het niet te lukken iets vegetarisch te krijgen. Nou ja, uit­eindelijk toch een hapje rijst.

Aan het eind van wat een doodlopende straat leek, kon je door een soort poortje en kwam je bij de halte van de rivierboot, die als een soort bus de Chao Praya afvoer. Zo zigzagden we van de ene naar de andere oever, met schitterend uitzicht op het rivierleven, boten en gebouwen langs de oever.

Van waar we uitstapten wandelden we door de wijk met de low-budget-hotelletjes, daar ook ergens een dikke pannenkoek gege­ten en wat van de speciale sfeer geproefd die in zo'n wijk hing. Khao San Road was niet voor ons.

Ook de volgende dag namen we de bus (Skytrain/BTS en metro bestonden nog niet) richting centrum. We wandelden voorbij het Democracy Monument langs een veld waar ook weer allerlei demon­straties gehouden werden. Richting koninklijk paleis, maar we mochten er niet in omdat we een korte broek aanhadden. Overigens hadden er wat hande­laren daarop ingespeeld want er tegen­over kon je lange broeken kopen. Maar wij zagen dus alleen de witte buitenmuren met kantelen.

Naar Wat Po, een groot kloostercom­plex met allerlei fraaie, deels vervallen deels gerestoreerde stupa's. En met de gigantische liggende buddha: wel vijftig meter lang, en ver­guld. Verder was er op het kloosterterrein een school in tradi­tionele Thaise massage, waar je zowel les kon nemen als een behandeling ondergaan. In een zaal lagen zo'n dertig matrassen naast elkaar. Je moest je voeten wassen en een wijde katoenen shirt en broek aandoen. Behalve hun handen, gebruikten ze ook benen en voeten om je in allerlei houdingen te wringen. Behalve je spieren werden ook je ingewanden en bloed­banen bewerkt. Van je armen en benen werd een minuutje de bloedtoevoer dichtgekne­pen...

Als je het wat beter leerde kennen, zag je door het hectische, drukke, zweterige Bangkok toch een stad met een heel eigen sfeer, charme en zelfs rust.

In de Engelstalige kranten volgden we een beetje de ontwikke­lingen. De spanning leek steeds verder op te lopen. Voor het weekend waren door de oppositie grote demonstraties aangekon­digd, die door de regering verboden waren. De toon werd grimmiger. Het leek ons tijd deze stad te verlaten.

Phuket

Met het vliegtuig naar Phuket. Een groot eiland in het zuiden van Thailand, aan de Indische (west) kant.

Phuket-stad was een echt provinciestadje, met winkeltjes en veel verkeer. Maar voor toeristen was er eigenlijk niets. Die zaten allemaal aan de verschillende stranden die het eiland had.

Zondag besloten we ook naar de kust te verhuizen. Achter de markt vertrokken de bussen naar alle hoeken van het eiland. De onze was een wat grotere maat vrachtauto, waar achterin in de lengte vier lange banken stonden, waar zo'n vijftig mensen in konden. Daarmee reden we naar Patong Beach, een van de oudere 'resorts'. Intussen werden nieuwe stranden tot ontwikkeling gebracht, die ieder op hun eigen publiek mikten (meer sjiek, meer sportief, etc.).

Patong lag in de kromming van een baai. De hoofdweg liep evenwijdig met het strand. Links en rechts liepen de beboste uitlopers van de heuvels de zee in. Aan het eind werd het strand doorstoken door een klein riviertje, en wadend kon je er nog net voorbij. Of net niet, en moesten we over de oude omhooglopende brug? Aan het strand wat palmbomen die zorgden voor wat schaduw, die meer dan welkom was hier onder de bran­dende zon aan het water. Die zon had ons nog even op het verkeerde been gezet kwa oriëntatie: we waren een tijdje de richting kwijt, tot we ons realiseerden dat we onder de kreeft-keerkring zaten, en de zon nu in het noorden stond!

Hoewel het strand er bijna uitgestorven bij lag, probeerde toch menigeen er een handeltje te drijven. Voortdurend kwamen mensen langslopen om je strandstoelen, gekoelde drank of excursies te verkopen. Je kon op het strand een traditionele massage krijgen, of sportief doen met waterskiën, waterscooters en hanggliders. Met dat laatste maakte nog iemand een akelige smak bij het neerkomen.

Intussen volgden we nauwlettend het nieuws. De demonstratie bij het Democracy Monument in Bangkok was helemaal uit de hand gelopen. Bij schietpar­tijen door het leger waren honderden doden gevallen, en de chaos was compleet. Toen we dinsdag lazen dat door de stagne­rende aan­voer de kerosine-voorraad op het vliegveld van Bang­kok nog maar voor twee dagen toereikend was, besloten we de volgende dag te vertrekken. Bellen met het KLM-kantoor in Bangkok lukte niet meer (!?).

Einde

Hoewel het vliegtuig naar Amsterdam pas na middernacht vertrok, wilden we geen risico lopen door met de laatste vlucht uit Phuket te vertrekken, dus gingen we midden op de dag, na een laatste ochtendblik op het strand, naar Phuket-airport. Daar haalden we nog net de vlucht van twee uur, zodat we al om drie uur 's middags op het vliegveld van Bang­kok waren - terwijl de KLM om half twee 's nachts pas zou vertrekken. Eerst eens informeren in het KLM-kantoor. Daar hoorden we dat de medewerkers uit veiligheidsoverwegingen al een paar dagen op het vliegveld waren gebleven, en dat intus­sen ook geen ver­keer meer mogelijk was tussen stad en vlieg­veld.

Het lange wachten kon beginnen. Eerst eens een tijdje zitten. Dan eens een wandeling door de grote, overvolle vertrekhal. Dan weer even zitten. Dan eens even naar buiten over snelweg en spoorbaan, waar in de drukkende hitte een kleine markt en wat winkeltjes waren naast het station met houten overkappingen. Dan weer even zitten. Dan eens een hapje in het cafeta­ria. Dan weer even zitten. Dan weer een tijdje languit in een stille gang op de koude vloer. Dan weer zittend op de rijen kuip­stoeltjes voor het grote vertrekbord, waar ratelend de nieuwe vluchten verschenen. 's Avonds een heleboel naar Europa die we allemaal zagen vertrek­ken omdat KLM de laatste in de rij zou zijn.

Dan, om middernacht: grote opwinding! Op de monitoren in de vertrekhal werd overgeschakeld naar een live-toespraak die de koning gaf. Alle Thai renden van achter hun balies vandaan om zich te verdringen voor het scherm. De koning, hier ver boven de partijen staand, had uiteindelijk besloten in te grijpen en de rege­rings- en oppositie-leider bij zich geroepen. Naar Thais gebruik (je hoofd moet áltijd lager zijn dan dat van de koning) knielden ze aan zijn voeten. Hij droeg ze op elkaar een hand te geven en maande hen tot ver­zoening. En daarmee leek het ergste bloed­vergieten tenmin­ste voorlopig te stoppen.

v.l.n.r. Chamlong Srimuang, Generaal Suchinda Kraprayoon, Koning Bhumibhol

Precies op dat moment moesten wij door de douane en naar de gate voor onze vlucht terug naar Amsterdam.

Ik zou in de volgende 30 jaar nog zo’n 15 keer teruggaan naar Thailand, en ook meermalen naar 6 van de buurlanden. Mijn favoriete regio was eerst het noorden, later het noordoosten, en nu het zuiden en Bangkok. Lees hier meer Thailand-blogs.

In diezelfde 30 jaar zijn er vaker onlusten en massale demonstraties geweest, en diverse coups door het leger.

 

maandag 11 april 2022

Oekraïense notities (1994)

Ruim een jaar na mijn eerste bezoek (*) ging ik nog een keer naar Kiev. Dit keer lag het accent minder op de bezienswaardigheden en meer op het sociale aspect. Ik ging op bezoek bij Lena, die we in de trein hadden leren kennen.

Dagboeknotities van toen.

De bussen en de buitenkant van de terminal waren nog even oud als vorig jaar, maar binnen in de aankomsthal werd druk gerenoveerd. Na een halfuurtje wachten ‑op een bankje in de zon, terwijl de zwerfhonden in het gras lagen en de taxi­chauffeurs een sigaret stonden te roken‑ vertrok de stadsbus naar Kiev. Langs een bosrand in diepe, warme herfstkleuren rood oranje en bruin. Door buiten­wijken met veel flats. Uit­zicht op de gouden toren van het Lavra, over de Dnjepr en langs het enorme standbeeld met het zwaard. In het centrum herkende ik al een paar gebouwen.

Huisbezoeken

Het flatgebouw waar Lena woonde was ongeveer 5 of 6 verdiepingen, met op de begane grond winkels. De ingang was aan de achterkant ‑ een soort golfplaten deur. Door een donker trappenhuis kwam je dan bij Le­na's appartement op de eerste verdie­ping. Het waren twee kamers van 2½ bij 4 meter, een halle­tje, keu­kentje, douche en toilet.
De inrichting was in dezelfde stijl als alle huizen die ik die week nog zou zien: slaapbank, groot perzisch tapijt aan de muur, wandmeubel van glimmend 'mahonie' met glazen schuif­deurtjes met boeken en servies, parketvloer met vloer­kleed erover. Veel donkerbruin hout. Ze hadden een grote TV, radio, cassettespeler, allemaal even oud.
Lena's broer en hoogzwangere schoonzus waren er nu ook, maar hadden onlangs een eigen appartement betrok­ken, dus nu woonde Lena hier 'alleen' nog met haar vader.

Het home cooked meal was beter dan alles wat we vorig jaar in twee weken gehad hadden: aardap­pelpuree, wor­tel‑knof­look‑mayonaise‑salade; gebakken ei; tomaat, radijs en groen ...; kaas en brood; koffie met ‑op pa's aanwijzing uit de kast gehaald‑ zelfgestookte borrel toe.

Er was een soort stadsverwarming, maar zonder knoppen aan de radiatoren ‑ temperatuur werd geregeld door het raam open of dicht te zetten. Het was geen betrouwbaar systeem. Bij Lena's nichtje was die week b.v. geen warm water en verwar­ming. Verder was de aanvoer van gas afhankelijk van het oplopen of afnemen van de politieke spanningen tussen Rusland en Oekraïne.

We gingen in de loop van de week geregeld op bezoek bij vriendinnen van Lena ‑ want dat is daar wat je doet: bij elkaar op bezoek in plaats van uitgaan. 

Oksa­na, een vriendin van Lena, nodigde ons uit om bij hun te komen eten. Oksana woonde met haar man, Boba, en twee kinderen in een flat die in grote lijnen net zo was ingericht als de anderen. Wel ietsje luxer.
De kinderen waren een jongen en een meisje, van zes en negen. Ze konden in het Engels zeggen: 'my name is Sacha' en 'my name is Oli'. Verder niet veel, maar toch waren ze erg onder de indruk van zo'n buitenlander.
Oksana was net 26 geworden, een dochter van 9: jong trou­wen en kinderen krijgen en scheiden was hier zeer gebrui­ke­lijk. Lena was eigenlijk al een oude vrij-gezellin aan het worden.
Ook hier weer ter mijner ere uitgebreid lekkers op tafel: paddestoelen; gevulde eieren; zoete paprika; zuurkool; to­maat; kaas en brood; aardappels en salsa-sausje.

We gingen een borrel halen en een hapje eten bij Lena's vriendin Tanja. Tanja was vooral Lena's vriendin omdat ze ook ongetrouwd en zonder kinderen was, waardoor ze wat gemeenschappelijks hadden. De borrel was zelf­gestookt, dus ex­treem sterk. Terwijl wij in de kamer zaten, bleven Tanja's ouders in de keuken. Toen haar moeder TV wilde kijken, gingen wij naar de keuken om thee te drinken met een schoteltje zelfgemaakte jam.

Onbegrijpelijk dat met al dat vette eten en die drank de mensen hier niet net zo dik werden als in Amerika. Misschien loste het vet meteen op in de alcohol? Of verstookten ze het alle­maal door de kou en al het sjouwen?
Onbegrijpelijk dat van al die familie en bij al die mensen waar we op bezoek waren, niemand was die redelijk Engels kon. Alle communicatie ging via Lena of non-verbaal: vriendelijk kijken, glimlachen, of met handen en voeten(!).

Bruiloftsfeest

Zondagmiddag gingen we naar het feest dat Lena's vriendin gaf ter ere van haar huwelijk, vorig weekend. Omdat het thuis in hun kleine flat gegeven werd, was het over een paar dagen verdeeld - de fami­lie was al eerder geweest, dit waren meer de vrienden, en dus ook meer van hun leeftijd. Verder -werd me verze­kerd- was dit een typisch Kievs bruilofstfeest.
We waren de eersten, dus ik kon ook het aankomstritueel zien. De meeste gasten hadden drie bloemen bij zich. Cadeautjes werden aangenomen maar niet uitgepakt waar je bij was. Er werden geen drankjes aangeboden. De mannen gaven elkaar een hand, vrouwen niet, die zeiden alleen gedag. Veel conversatie was er niet.

Dat veranderde toen we na een uurtje aan tafel gingen. Zo'n 16 a 18 mensen, dicht op elkaar aan een tafel vol met lekkers: toast met vis; aard­appelpuree met vlees; diverse salades; brood met kaas; vari­nikies met vleesvulling; worst.
Vodka, champagne en wijn was er. Iedere 5 a 10 minuten stond iemand op om het bruidspaar geluk toe te wensen, een toast uit te brengen, en dan leegde iedereen z'n glas. Zelf deed ik het gewoon in het Nederlands, de essentie kwam toch wel over.
De vrouwen letten er op dat ik voortdurend te eten had, de mannen dat ik voortdurend te drinken had. Drinken zonder meteen een hapje te eten kon echt niet. Die week in Kiev dronk ik meer dan in Nederland in een jaar.

Zo nu en dan ging een groepje mensen even op het portaal staan om te roken. Na een tijdje gingen mensen in de aangrenzende kamer dansen, en langzaam werd het een steeds gezelligere en rommeligere toestand.
Echt dronken werden er maar twee.
Aan tafel intussen werd doorgegeten en gedronken, gezongen en harmonika gespeeld, en zo nu en dan een nieuwe gang opgediend, waarop iedereen weer aanschoof. Om negen uur werd cake met limonade geserveerd, en rond tien uur vertrok iedereen.

Openbaar Leven 

De buitenwijken van Kiev die ik nu gezien heb, waren heel wat minder mooi dan het centrum. Eindeloze rijen flats, tot twaalf verdiepingen hoog, meestal in slechte staat. Er tussenin wel veel bomen, groen, perkjes, kinder­speelplaatsen, wandelpaden, enzovoorts.

Het autoverkeer was behoorlijk in opkomst in Kiev. Enkele moderne auto's, maar vooral oudere olie rokende modellen. Veel automobilisten meenden zich heel wat te kunnen veroorloven. Verschillende keren zag ik een auto inhalen als z'n voorligger voor een zebra of rood licht stopte. 

De bussen, trolleys en trams zaten vaak propvol. Onbegrijpelijk hoe mensen steeds toch nog konden instappen, hoe dicht op elkaar geperst je stond, en hoe je je nog net kon vasthouden aan iets of iemand, om in de boch­ten of bij het afremmen op de been te blijven. Bijna even vol zaten de metro's, die feilloos iedere 1 à 1½ minuut reden, en een eindeloze stroom van honderden, dui­zenden mensen oppikten.
Ieder 1½ minuut een trein; totale lijn een uur; drie lijnen van twee richtingen: 6x40=240 treinen zijn onderweg op enig moment. Een trein heeft 8 wagons met ieder zeker 120 mensen erin: 1000 mensen per trein. Op enig moment zit een kwart miljoen mensen in de metro. In alle bussen nog eens evenveel. Voortdurend zijn een half miljoen mensen onderweg. Het zou kunnen, op een bevolking van drie miljoen.

Bij metrostations en grotere bushaltes waren concentra­ties van kiosken - met buitenlandse sigaretten, drank en snoep - en particulieren die hun schamele waar aanboden: een paar kolen, een pot mayonaise, een bosje knoflook, bloemen. Verder had je de markt, waar een vrij groot aanbod van groente (en vlees) was, maar allemaal erg lokaal en seizoensgebonden. De winkels onderin de flatgebouwen leken een restant van het staatssysteem, voor zaken als brood, meel, boter en kaas. Maar met een erg onregelmatige aanvoer, dus ze hadden het even vaak niet als wel. Al met al betekende het, dat voor boodschappen stad en land afgesjouwd moest worden.

Om de opheffing van de Soviet-Unie had niemand in Oekraïne gevraagd. Op de korte termijn betekende de plotselinge onafhankelijkheid/verzelfstandiging veel chaos. Het waren roerige tijden waarin een kleine groep men­sen buitensporig rijk had weten te worden, en in nieuwe BMW's en Mercedessen rondreed. Maar voor de meeste mensen waren de salarissen erg achtergebleven: 5 a 10 dollar per maand. Daarmee lukte het dan je huur te betalen en te eten. Mensen die nog minder verdienden, waren soms gedwongen tot praktijken als steekpenningen aannemen.
De prijzen van lokale basisprodukten waren erg laag, die van import op ons nivo. Vervanging van gebruiks­goe­deren was sinds de perestrojka begonnen was niet meer aan de orde. Dat gold duidelijk ook voor infra­structuur. De laatste zeven jaar hadden de mensen het steeds slechter gekre­gen, zonder dat daar iets tegen­over stond. Ja, ze mochten kiezen tussen verschillende corrupte en dronken politici.

Rusland, Wit-Rusland en Oekraïne hadden alledrie een president die aan de drank was, dus ik zei nog tegen Lena's vader: dat brengt ze dan misschien weer dichter bij elkaar.

Centrum en Park

De meeste bezienswaardigheden van Kiev had ik vorig jaar al gezien.

Op herhaling bij de Golden Gate, die nu wel open was. Binnen nog wat restanten uit de 10de eeuwse stadsmu­ren­, maar eromheen toch voornamelijk gerenoveerd met beton en hout. Ook wat tekeningen en modellen hoe Kiev er vroe­ger uitzag. Het mooiste waren de houten balkons die gestapeld boven elkaar lagen.
We wandelden tot onder de enorme metalen boog, die de 'eeuwi­ge vriendschap tussen Rusland en Oekraïne' symboliseerde. Uitzicht over de Dnjepr. De tegenoverliggende heuvel op, om even op een bankje te zitten onder het standbeeld van Prins Vladimir, die het christendom naar Oekraïne /Rusland gebracht had (*).

Prins Vladimir//Volodymyr en de Dnjepr
Vandaar weer naar beneden tot aan de kade, om met een heus bergkabeltreintje weer omhoog te gaan tot het nivo waar het centrum lag. In Bergen, Praag en Chiang Mai is zoiets een toeristische attractie, hier een onderdeel van het openbaar vervoer!

Met de metro naar het park dat op een eiland in de Dnjepr lag. Ook hier veel bomen en een onder­grond vol goudgele bladeren. Volop kiosken en terrasjes waar je wijn en wat te eten kon kopen. Op een klein tegelpleintje werd muziek ge­draaid en dansten oude mensen met elkaar. We draaiden ook een wals mee.
Er was een soort ronde blokhut, waar in het midden een open hout­vuur brandde, waarop je je shaslik kon grillen. Aan de 'bar' dus tomaten, olijven, augurk, brood, en voor Lena een pen rauw vlees. En een glaasje vodka natuurlijk. Alsof er buiten twee meter sneeuw lag!
Zo waren er ook knusse en gezellige plekken te vinden.

 

Meer

(*) Meer blogs van Lily over Oekraine

zaterdag 9 april 2022

Oekraïense notities (1993)

1993. De Soviet-Unie was uit elkaar gevallen. Oekraïne was een heel jong zelfstandig land, dat net z’n eerste pasjes zette en nog geen eigen munt had. We gingen naar Kiev, Moskou en Sint Petersburg.

Dagboeknotities van toen.

Dag een

Het vliegveld van Kiev. Langs de kant stonden een heleboel vlieg­tuigen met de motoren ingepakt. Blijkbaar staat een groot deel van de voormalige Aeroflot vloot permanent aan de grond. De vrachtau­to's hadden nog zo'n vooruitstekende neus en motor­kap. En ook de tranfer-bussen hadden zo'n zelfde vracht­auto-voorkant. Het stati­onsgebouw was een opmerkelijke creatie van beton, ijzer en glas.

Het eerste blokje om gelopen door het centrum. Veel grote, mooie, oude gebouwen langs brede straten. Midden-Europese bouwstijl; soms poorten in de gebouwen die doorkijk of doorgang gaven naar een binnenplaats die er dan meteen al heel wat verwaarloosder uitzag. Een warenhuis met veel oppervlakte, maar op iedere verdieping steeds bijna hetzelfde assortiment. Er stond nog gewoon een standbeeld van Lenin aan de kop van een boulevard, met bomen en een wan­delpad in het midden. Hoewel er eigenlijk niet veel verkeer was, hadden de benzine­dampen wel een heel nadrukke­lijke lood- en olie-lucht. Aan kataly­satoren en loodvrije benzine doen ze hier duidelijk nog niet.

Op zoek naar een restaurant bleek er niet veel aanbod te zijn. Maar in een hotel, waar we eerst tever­geefs naar binnen keken, nam iemand ons mee, door allerlei gangen en trappen naar het allerbinnenste, waar dan toch ineens een zaaltje bleek te zijn! Met veel bewerkt hout langs de muren, en zo'n beetje half vol met zo te zien plaat­selijke inwoners. De menukaart was niet echt te ontcijferen, zelfs niet met ons 'Russisch op reis' boekje, en ook de conversatie met de serveerster was niet eenvoudig. Uiteindelijk kreeg C vis, en ik aardappelsalade. Echt veel was het niet. Als toetje koffie en, heel extravagant, chocolade.

De rekening was 35.000 coupons (20 gulden) en de serveerster kreeg bijna een hartaan­val van de fooi van 2000 coupons - dat was veel te veel. (Oekraïene had nog geen “echt” geld, er werd gewerkt met tijdelijke coupons. Maar ook dan kon je blijkbaar in twee jaar genoeg inflatie hebben om in duizendtallen te moeten werken.)

Met de metro terug naar het hotel. C zou een foto maken hoe ik de metro-muntjes kocht. Daar stelde de mevrouw achter het loket geen prijs op, ze drukte op een of andere alarmknop, en meteen kwam er ergens een agent vandaan die C bestraf­fend toesprak. Fotograferen verboden in de metro!

Een steile lange diepe roltrap bracht ons naar de perrons. Bij de over­stapplaats ging het door lange tunnels onder de straat door, waar een heleboel mensen een klein beetje handel zaten te verkopen. Veel bloemen daarbij. Het was even zoeken naar de juiste bushalte, maar toch gevon­den. De bus liep onderweg zó vol, dat toen we bijna bij onze halte kwamen, we niet snel genoeg bij de uitgang konden komen om uit te stappen en dus een halte te ver mee moes­ten rijden. Daar konden de Oekraïners om ons heen de humor wel van inzien.

In de bar van het hotel, ergens verstopt op een tussenverdie­ping, ging ik nog even een fles drinkwater kopen - maar oh wat een schok toen ik daar een flinke slok van nam, en het wodka bleek te zijn! Eerst dacht ik dat me door de vele nullen achter ieder coupon-bedrag niet was opgevallen dat ik een liter sterke drank gekocht had, maar bij nader inzien was wodka niet duurder dan flessen drinkwater.

Dag twee

De 'Sophia Kathe­draal'. Aan het eind van de straat doemde de allereerste gouden ui-koepel op! 'Sophia' was een ommuurd kloostercomplex met tuinen, perkjes, een klokkentoren en een 15de-eeuwse kathe­draal in het midden, die juist op donder­dagen niet van binnen te be­zichtigen was. Werkelijk een oase van rust, midden in de drukke stad. Even rustig op een bankje in het zonnetje geze­ten.

Richting rivier gelopen, en evenwijdig daaraan afgezakt. Aan de oever stond de 'Boog ter ere van de hereniging van Oekraïne en Rus­land' - een soort metalen regenboog.


Vlakbij, wel erg dicht aan een drukke straat, was een soort van café waar we een soort van lunch konden krij­gen - aanmaak­limonade, stokbrood en komkommer met mayonaise - die we op het terras konden nuttigen.

Dag drie

Met bus en metro naar 'Arsenaal'. De metrostations zijn ware kunstwerken. Soviet-kunst wel te verstaan met veel zwaar beton, bombastische reliëfs, maar ook kroonluchters!


We gingen verder vanaf het punt waar we gister gebleven waren: evenwijdig aan de rivier afzakken, nu tot 'Kiëvo-Petsjerskaja Lavra', een gigan­tisch kloostercomplex, waar we dan ook bijna de hele dag waren. Omringd door witte muren, gebouwen met groene daken en gouden spitsen. O.a. de voormali­ge monniken-verblijven beke­ken; een klokkentoren beklommen met weids uit­zicht over Kiev; de ruïnes van een kathedraal; een nog recht­opstaande kathedraal vol muurschilderingen. In nauwe donkere tunnel­tjes lagen gemummificeerde klooster­lingen in nissen. Ik ging er eerst zonder kaars in, wat niet handig bleek toen ik ineens niet meer vlakbij andere bezoe­kers was. Er liepen ook nog levende kloosterlingen rond, in pij, vaak opvallend jong, en hele oude vrouwtjes.

Uiteindelijk verder naar het gigantische ‘moeder moederland’-monument van vrouw-met-schild-en-zwaard, uit staal, wel 100 meter hoog, in een park gelegen. Aan de voet ervan het monument 'ter ere van de grote patriottische oorlog' (de tweede wereldoorlog): meer dan levensgrote reliëfs van soldaten met helmen en bajonet­ten. Maar wat het vooral een onwerkelijke atmosfeer gaf, was dat er continue marsmuziek klonk. Behalve de gebruikelijke eremedailles, werden hier ook grammofoonplaatjes van die muziek als souvenir te koop aangeboden.



Vandaar een heleboel trappen afgedaald en een tijdje aan de oever van de Dnjepr gezeten. Van oma tot kleinkind waren present. Er zaten vissers, die vooral wier opvisten. Je kon hier ook de metro-brug zien, met de treinen die daar­voor nog onder de hoge heuvel langs de oever gegaan waren.

Wederom tevergeefs naar een aanbevolen restaurant gezocht; toen wat brood en appels en komkommer gekocht; en weer terug naar het centrum waar we koffie met cake als avondeten nuttig­den.

Dag vier

Ja, Kiev is leuk, de sfeer is ontspannen, de mensen goedlachs. We worden geregeld in het Russisch aangesproken, en dat geeft de nodige hilariteit. En zelfs mensen die eerst wat nors doen, draaien meestal snel bij.

Opvallend is ook hoeveel gebouwen gerestaureerd worden, en dat in het centrum betonnen nieuwbouw ontbreekt, waardoor alles architectonisch met elkaar in evenwicht is. En hoe schoon de straten zijn en dat er nauwelijks een buitenlander te zien is.

Het geld blijft moeilijk om aan te wennen: veel is spotgoed­koop, andere dingen (drinkwater, chocolade) hebben 'onze' prijzen, en door de vele duizenden coupons, en de grote ver­schillen, ben je de verhoudingen soms even kwijt.

Het treinstation had een erg mooie hal, en krioelde van de mensen. Na een tijdje kwam de trein. We hadden een vier-persoons coupé, hoewel het blijkbaar voor toeristen gebruikelijker was een tweepersoons coupé in een ander rij­tuig te hebben. Op het perron werd uitgebreid door hele families afscheid genomen. En om kwart voor vijf dan het vertrek... Met een grote boog reden we om het centrum van Kiev, en hadden nog een laatste blik op de rivier en het immense monument langs de oever.

We raakten aan de praat met de schaffnerin die wat Duits kon, en met Lena, een blonde Georgische bouwkundige uit Kiev, die op weg was naar haar grootvader in Moskou. De conversatie ging moeizaam maar leuk, met het aanwijzen van zinnetjes en het maken van tekeningen. Met zijn vieren gepicknickt, waarbij iedereen zijn meegebrachte levensmiddelen uitstalde en deelde. De zoektocht naar de restauratiewagen, voor koffie, bleek tevergeefs, maar we kregen wel thee uit kleine glaasjes, met grote zwarte blaadjes en met het warme water uit de ketel van de trein.

Het landschap, waar de trein tergend langzaam doorheen kroop, was niet bijzon­der: van vlak tot licht glooi­end; van dunbebosd tot kleine dorpjes in de verte. We hadden tamelijk uitgebrei­de grenscon­trole - van de Oekraïners, niet van de Russen - en op het laat­ste station van het relatief goedkope Oekraïne werd nog eens uitge­breid markt gehouden: vooral de appels gingen met emmers tegelijk de trein in.

Bijtijds onder de wol, maar slapen viel niet mee met al het gepiep en geknars en geschommel... Om negen uur 's ochtends kwamen we dan eindelijk, tamelijk gebroken, in Moskou aan. Lena had ons wat Russische roebels gegeven voor de metro.

Meer

Meer blogs van Lily over Oekraine

 

vrijdag 8 april 2022

De geschiedenis van Oekraïne in grote stappen (deel 3 en 4)

In deel 1 en deel 2 hebben we gezien hoe de Vikingen een rijk stichtten dat later uiteenviel in Poolse, Litouwse en Moskovitische invloedssferen.

Deel 3. Kozakkenrijk, chaos en verdeling (17e / 18e eeuw)

In het open steppegebied in het zuidoosten van Oekraïne wonen de Kozakken. In 1654 rebelleren zij tegen de Poolse overheersers. Hiervoor hebben ze wel hulp nodig, en die krijgen ze van de tsaar uit Moskou.

Eind 17e eeuw, begin 18e eeuw is het zo’n chaos in de regio dat deze periode omschreven wordt als ‘the ruin’. Russen, Polen, Litouwers en zelfs Zweden komen er vechten. Er zijn hongersnoden, het is koud (het is de eeuw van de ‘kleine ijstijd’).

In 1686 werd in het ‘Verdrag van de Eeuwige Vrede’ het gebied ten oosten van de Dnjepr toegekend aan Rusland, en ten westen aan de Pools-Litouwse Gemenebest. Maar begin achttiende eeuw wordt er alweer gevochten, tot tsaar Peter de Grote de Zweden verslaat in 1708 en Oekraïne grotendeels in Russische handen valt.

In 1783 annexeert Catharina de Grote de Krim (tot dan een Turks/Ottomaanse regio) en noemt het “Nieuw Rusland”. Ze stuurt er veel Russen naartoe om zich daar te vestigen. In deze periode begint ook de industrialisatie van de Donbas regio in het oostelijk deel van Oekraïne. Ook hier komen veel Russen op af.

Het westen van Oekraïne (waar ook Lviv ligt) maakt ondertussen deel uit van het Habsburgse rijk, bestuurd vanuit Oostenrijk.

Historische plaatsen en moderne landsgrenzen


Deel 4. Oekraïens nationalisme en moderne verschrikkingen (19e/20e eeuw)

Zoals overal in Europa begint in Oekraïne eind achttiende eeuw het nationalisme op te komen, het ontdekken van de eigen identiteit van groepen die onderdeel uitmaken van de grote rijken. In deze tijd beginnen Oekraïeners zichzelf zo te noemen, in plaats van het tot dan toe gebruikelijke “Rutheniërs” waar nog de verwijzing naar “Rus” in zit.  In 1876 vindt de tsaar het nodig om schrijven in het Oekraïens te verbieden. De schrijvers vluchten naar Lviv, dat  onder het Habsburgse rijk valt. Vluchten naar Lviv heeft een lange traditie.

De eerste wereldoorlog en in haar kielzog de communistische revolutie brengt weer veel onrust en ellende naar de regio. De Russen verdrijven de Habsburgers uit Lviv, maar na 1917 worden de Russen weer verdreven. Tussen 1917 en 1922 is het totale chaos, waarbij Kiev in een periode van twee jaar 16(!) keer in andere handen valt.

Uiteindelijk wordt Oekraïne onderdeel van de Sovjet Unie. In de jaren dertig lijdt het verschrikkelijk onder Stalin’s terreur. Deze veroorzaakt een afschuwelijke hongersnood, bekend als de Holodomor, waarbij miljoenen Oekraïeners omkomen. 

Als Hitler in 1941 de Sovjet Unie binnenvalt, vinden de meeste gevechten op Oekraïens grondgebied plaats. 7 miljoen Oekraïners komen om, 10 miljoen moeten er vluchten.

In de jaren 80 komt het nationalisme in Oekraine steeds meer op en als de Sovjet Unie uiteenvalt, wordt Oekraïne weer een onafhankelijke staat. In een verdrag in 1994 (Memorandum van Boedapest) geven ze hun kernwapens op, in ruil voor eerbiediging van de soevereiniteit en territoriale integriteit. Medeondertekenaars zijn de Verenigde Staten, Groot Brittanië en… de Russische Federatie….

 

 <EvdV>

Meer:

Meer blogs van Lily over Oekraine

Bronnen:

·      Podcast The rest is history 155. Ukraine and Russia 

·      The Guardian 

·      Wikipedia

donderdag 7 april 2022

De geschiedenis van Oekraïne in grote stappen (deel 1 en 2)

Vladimir Poetin en Volodymyr Zelensky zijn allebei vernoemd naar een Viking die op een boot de Dnjepr af kwam zakken en in Kiev trouwde met de zus van de keizer van Constantinopel: het begin van een gedeelde geschiedenis.

Deel 1. De Vikingen en Constantinopel (9e-12e eeuw)

We gaan terug in de tijd naar de achtste eeuw. Dit is de tijd dat de Vikingen eropuit beginnen te trekken en dat doen ze in eerste instantie vooral naar het zuid-oosten. Vanuit Zweden steken ze de Baltische zee over en zakken vervolgens de grote rivieren af richting het zuiden. Eerst zijn het vooral handelsposten die ze onderweg beginnen, maar langzamerhand gaan ze zich er ook vestigen en gebieden besturen. In Novgorod ontstaat een heus Viking-rijk met een dynastie van Viking koningen.

Rond 900 zakt Oleg, één van deze heersers, de Dnjepr nog een stuk verder naar het zuiden af en neemt Kiev in. Dit markeert het begin van het rijk dat ‘Kiev Rus’ (spreek uit ‘Roes’) wordt genoemd. De term ‘rus’ betekent ‘roeiers’: zij die de rivieren bevaren.

Kiev ligt een stuk zuidelijker dan Novgorod en daarmee veel dichterbij het politieke en economische centrum van die tijd: Constantinopel, ook wel Byzantium genoemd (tegenwoordig Istanbul). Constantinopel is de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk dat dan nog altijd bestaat, eeuwen nadat het West-Romeinse rijk is gesneuveld. Het is een rijke stad, er is veel te halen.

Er is dus veel contact tussen de Vikingen (die langzamerhand steeds meer geassimileerd raken met de lokale Slavische bevolking) en Constantinopel. En dat culmineert in 985 in de bekering van een belangrijke Viking heerser tot het orthodoxe christendom en zijn huwelijk met de zus van de Byzantijnse keizer.  De naam van deze heerser? Vladimir (op z’n Russisch) of Volodymyr (op z’n Oekraïens).

Vladimir/Volodymyr is een enorm belangrijk figuur in de geschiedenis van deze regio. Hij brengt een groot gebied onder bij elkaar in één rijk, strekkend van Kiev tot aan de Baltische Zee. En hij legt de basis voor de belangrijke rol van de christelijk orthodoxe kerk. Geen wonder dat hij “Sint Vladimir” werd en “Vladimir de Grote” wordt genoemd.

Zowel Rusland als Oekraïne zien hem als de grondlegger van hun naties. In Kiev staat al ruim anderhalve eeuw een groot beeld van Sint Volodymyr op de heuvel met dezelfde naam. In 2016 onthulde president Poetin een enorm beeld van Vladimir de Grote net buiten het Kremlin, zonder overigens te benoemen dat de man Kiev als zijn thuis zag.

Historische plaatsen en moderne landsgrenzen en globaal gebied Kiev Rus
Deel 2. Polen, Litouwen en Moskou worden de baas (13e-16e eeuw)

In de 13e eeuw begint de invloed van het rijk van Kiev (Kiev Rus) te tanen, mede doordat het minder goed gaat met Constantinopel waar Kiev veel handel mee drijft. In 1204 wordt Constantinopel aangevallen door de kruisvaarders. En in 1240 is Kiev zelf aan de beurt, wanneer de Mongolen de stad zeer grondig verwoesten en alle inwoners doden of verjagen.  

Moskou is dan een onbelangrijke handelspost en wordt ook door de Mongolen afgebrand. In 1283 ontstaat het vorstendom van Moskou (Moskovië) als een onbeduidend erfstuk voor Daniël I uit de inboedel van het eerder genoemde Novgorod. Moskovië breidt zich gestaag uit, en neemt delen van het voormalige Kiev Rus over.

In de veertiende eeuw komen allerlei nieuwe rijken op: Litouwen heeft een enorm grondgebied en sluit een alliantie met Polen. Vanaf de zestiende eeuw (1569) verenigen zij zich in de Pools-Litouwse Gemenebest dat het grootste deel van het huidige Oekraïne beslaat, waarbij Polen vooral de baas is in wat wij nu Oekraïne noemen, en Litouwen in het huidige Wit Rusland (Belarus).

Het huidige Rusland én Oekraïne hebben dus Viking, Slavische en Byzantijnse wortels, die voortkwamen uit Vladimir/Volodymyr’s rijk.
Lees verder in deel 3 en deel 4 hoe hun geschiedenis, deels apart deels verweven, verder ging.

 <EvdV> 

Meer:

Meer blogs van Lily over Oekraine

Bronnen:

·      The Guardian 

·      Wikipedia




dinsdag 8 maart 2022

Spanje, Extremadura, Alhambra alcazar alcazaba (#6 en#7)

Vooraf

Alhambra, alcazar, alcazaba... Tot voor kort wist ik eigenlijk ook niet wat het verschil was. Het waren allemaal woorden voor kastelen in Spanje uit de Moorse tijd, toch? Het Alhambra in Granada had ik ooit bezocht, evenals de Alcazar van Sevilla en de Alcazaba van Almeria. Pas in 2017 bij de Alcazaba in Malaga leerde ik over de verschillen. En dat er maar tien Alcazaba’s zijn. Waarvan ik er dus twee bewust bezocht had en drie onbewust: Een hoek van het Alhambra in Granada is een Alcazaba; in Antequere had ik het van een afstandje zien liggen; het Krak de Chevalier in Syrië, bekend als kruisvaarderskasteel, telt gezien de gelijkenis met Malaga als enige Alcazaba buiten Spanje.

Een Alcazar is een fort of kasteel of soms paleis uit de Moorse tijd in Spanje. De naam komt van het Arabisch al-qasr wat weer is afgeleid van het Latijnse castrum.

Een Alcazaba is een citadel of ommuurd stukje stad. De naam komt van het Arabisch al-casebah (“rock the casbah”).

Alhambra is specifiek het fort/paleis van Granada.De naam komt van het Arabisch al-hamra, wat “de rode” betekent, naar de rode steen waaruit de muren zijn opgetrokken. Binnen of aan het Alhambra ligt een alcazaba.

Na het bezoek aan Malaga zakte de belangstelling voor alcazaba’s langzaam weer weg. Tot in de zomer van 2021 de Vuelta langs een alcazaba in noord-oost Spanje kwam. Toch weer eens naar dat lijstje van tien gekeken. Toen later dat jaar het idee voor “winter in Spanje” opkwam, leken die twee mooi te combineren. De twee alcazaba’s in Extremadura werden toen een reisdoel: ze lagen (ongeveer) en route tussen Madrid en Andalusië, en met een city trip zou je waarschijnlijk nooit daar komen.

Toen we wat meer gingen lezen bleek Extremadura vooral het heartland van de Romeinse tijd in Hispania geweest te zijn, met nog veel aquaducten, theaters en bruggen uit die tijd. De Romeinen werden verdreven door de Visigothen voor wie dit ook een belangrijke regio was. Na een paar eeuwen werden die weer verslagen door de Moren, die kort heel Spanje bezetten, en het in het zuiden 750 jaar volhielden. Daarna en daarnaast was Extremadura het thuisland van veel conquistadores, kolonialisten, wat ook weer veel rijkdom en bouwwerken bracht. De  periodes uit de Spaanse geschiedenis die de meeste monumenten hebben nagelaten, blijken dus allemaal goed vertegenwoordigd in Extremadura. Terwijl het hedentendage juist als het meest achtergebleven gebied van Spanje geldt…

Terplekke

Merida Alcazaba
We hebben terplekke zo ongelooflijk veel archeologische en architectonische monumenten gezien, dat er geen beginnen aan is ze te beschrijven. Romeinse bruggen, aquaducten en mozaieken, een theater en amphitheater. Visigothische fundamenten en pilaren en gedecoreerde stenen. Moorse alcazaba’s, cisternen, stadsmuren, uitkijktorens en een stepwell. Koloniale burchten, kastelen en paleizen, kerken en tempels, etc etc. Meestal was op één site wel twee of drie tijdperken te zien. Visigothen versterkten een Romeinse muur of brug; Arabieren gebruikten Visigothische stenen in hun bouwwerken; katholieke kerken werden over Arabische moskeeën gebouwd. Die mengeling was heel fascinerend. 


Stepwell 
De Alcazaba van Merida (#6) is na die van Alcala la Real de oudste. Je komt binnen door een entree waar vroeger de weg vanaf de brug de stad binnenkwam. Je ziet de Romeinse weg en fundamenten nog liggen. Linksaf stap je het grote ommuurde terrein binnen. Je kunt de muur op waar je een verbluffend mooi zicht op de Romeinse brug hebt. Rechts de fundamenten van een Romeinse villa achtereen romeinse muur. De Visigothen hadden die al versterkt.
Daarna zouden de Mooren onder Abd Ar Rahman II rond 835 de Alcazaba eroverheen bouwen, waarbij ze Visigothische bewerkte stenen hergebruikten.
Midden op het terrein staat een toren waarvan de tweede verdieping gebruikt werd om rook- en lichtsignalen naar buitenposten te sturen; de eerste verdieping als moskee; de begane grond als toegang voor een stepwell, een schuine dalende gang tot aan de rivier om altijd water te kunnen halen.

Badajoz Alcazaba buitenmuren

De Alcazaba van Badajoz (#7) ligt op een heuvel en beslaat maar liefst 8 ha. Van oorsprong 9de eeuws, maar veel van wat je nu ziet is een 12de eeuwse uitbreiding onder kalief Abu Yaqub Yusuf. Hele dikke hoge muren en uitkijktorens. Je kijkt over de 17de eeuwse stad en over de campo. Binnen de Alcazaba is het vooral leeg. Het is een patroon: iedere Alcazaba die we zien is weer heel anders.


Zafra Alcazar

De Alcazar van Zafra huisvest tegenwoordig een Parador, een hotel. De kamers liggen rond een binnenplaats, met zuilen en een verkoelende fontein. Tussen en achter de kamers een wirwar van trappen en gangen. 
De rondgang bovenlangs, achter de kantelen, langs de torens, lijkt op een kasteel uit een sprookjesverhaal. Een tikje mysterieus met uitzichtpunten en een grote toren met een afgesloten torenkamertje.
Het kasteel is in de 15de eeuw gebouwd door een graaf, in Mudejar-stijl. Later groeide het stadje er omheen.

Meer