donderdag 5 april 2018

Gezond en bewust kiezen is gemakkelijk met deze tabel


Gezond, bewust en lekker eten kunnen heel goed samengaan. 
En het is ook niet moeilijk. 
Nog gemakkelijker wordt het met deze tabel. De linker kolom is het meest duurzaam en gezond; de rechter kolom is het minst duurzaam en gezond.


Peulvruchten
(bonen, linzen, kikkererwten)
Tofu, tempé 
Noten
Kip
Vis (haring, makreel, kweekvis, bijvangst)
Vlees (*)
Vis (overige, kweekzalm)
Sojaproducten, tofu, hummus
Soja-yoghurt,
soja-kaas en
soja-drink
(mits B12 en calcium toegevoegd en suikervrij)
Ei,  
melk- en melkproducten, zachte kaas
Harde kaas
Rijst- amandel-  of haverdrank
Tarweproducten (volkoren)
Rijst, pasta en granen 
Brood 
Quinoa
Koolzaadolie, raapzaadolie
Plantaardige margarine.
Soja- raapzaad- en olijfolie.
Zonnebloemolie, maisolie, arachideolie
Room, roomboter.
Palmolie, kokosolie.
Avocado-, rijst-, sesam- en lijnzaad-olie.
Nederlands fruit van het seizoen.
Citrusfruit, bananen, ananas, kiwi.
Aardappelen

Import fruit, voorgesneden fruit
Nederlandse groente van het seizoen. Paddenstoelen. 
Groente uit de diepvries.
Europese groente van het seizoen.
Tomaat.
Groene slablaadjes, komkommer
Kasgroentes, ingevlogen groentes
Thee (los of in papieren zakjes),
Filerkoffie,
Kraanwater
Espressokoffie
Limonadesiroop
Koffie in alu cups.
Thee in nylon zakjes.
Frisdrank, vruchtensap, verpakt water.
Alcoholische dranken



Suiker, snoep, snacks
Chocolade
Zelfbereide maaltijden
(met verse en afwisselende ingredienten)
Zelfbereide maaltijden
Kant-en-klare maaltijden en ingrediënten
Kant-en-klare sauzen

Vers, onverpakt, papier of karton
Diepvries
Blik, statiegeldglas
Glas, PET-flessen

Opmerkingen:

(*) Als je naar duurzaamheid kijkt, verdient “vlees” eigenlijk een aparte kolom, ver naar rechts uitstekend en donkerrood gekleurd. De “footprint”, het beslag op landoppervlakte en water, de uitstoot van schadelijke stoffen en de verspreiding van ziektes zijn vele malen hoger dan bij al het andere voedsel.

(NL) Deze tabel is bedoeld voor de Nederlandse situatie. Op andere plaatsen kan het anders uitpakken ivm klimaat en transport. Het energieverbruik voor tomaten in een Nederlandse kas is bv vergelijkbaar met het transporteren van Spanje naar Nederland.

(0) Denk eraan, het gaat altijd om een gevarieerd en afwisselend eetpatroon - er is niet één ingrediënt of gerecht dat je helemaal gezond of helemaal ziek maakt.

(0) Over ieder product op zich is een hele verhandeling te houden. En op andere plekken gebeurt dat ook. Het doel van deze tabel is alles kort en bondig in overzicht te zien.

Bronnen:

-Voedingscentrum: "Oer-Hollands voedingspatroon opvallend duurzaam en gezond" 20 maart 2018, artikel over onderzoek C v Dooren
-Volkskrant: "Boodschappen doen voor de wereld" 24 februari 2018, Loethe Olthuis
-Comparative analysis of environmental impacts of agricultural production systems, agricultural input efficiency, and food choice. Environmental Research Letters, Volume 12, Number 6. Clark & Tilman (2017). 
-thebreakthrough.org/images/ritchie_response_graphic.png




Meer foodblogs:

Hier vind je meer Waterlily foodblogs


Mini tabel om bij je te houden

zondag 1 april 2018

Over Paas-tradities: Niet de Grieken maar de Germanen zijn de moeder der hedendaagse cultuur


…niet de Grieken maar de Germanen zijn de moeder der hedendaagse cultuur…

Oorsprong van pasen


De Germaanse en (Angel-)Saksische godin Eostre (ook wel Oestara of Ostera genoemd) was de godin van de vruchtbaarheid, van het nieuwe begin, van de dageraad, van het voorjaar. Haar naam vind je o.a. terug in de woorden oosten (waar de zon opkomt), Ostern/Easter (Duits/Engels voor pasen), oestrogeen (het vrouwelijke hormoon gerelateerd aan de vruchtbaarheidscyclus).
Tot de taken van Eostre hoorde ook het opstarten van het voorjaar. Op een jaar versliep de godin zich. Het voorjaar bleef uit en het bleef winters koud. De dieren hadden het zwaar. Toen Eostre wakkerschrok, zag ze een vogeltje dat zo verkleumd was, dat het niet meer kon vliegen. Eostre pakte een hazenvacht en gaf dat aan het vogeltje om warm te worden. Maar het vogeltje legde nog wel ieder voorjaar eieren om zich voort te planten. Vandaar de merkwaardige combinatie van een paashaas met eieren, waarmee we ieder voorjaar vieren. De dag dat Eostre wordt vereerd.

Hedendaags pasen


Het oprukkende Christendom annexeerde het Germaanse voorjaarsfeest en integreerde het in de viering van het bijbelverhaal.
Met de moderne ontkerstening kent bijna niemand nog de Christelijke betekenis van pasen, maar de Germaanse rituelen (ei, haas) houden des te hardnekkiger stand en worden in sommige kringen symbool voor "ons Joods-Christelijk erfgoed". Bizarre wending. Met de kerstboom gebeurt bijna hetzelfde. Wonderlijk hoe deze oude Germaanse symbolen over de hele wereld cultuurgoed geworden zijn. Niet de Grieken maar de Germanen zijn de moeder der hedendaagse Europese cultuur.

donderdag 29 maart 2018

Aruba - praktische tips en achtergrond informatie

Ga je voor je werk of een andere niet-vakantie-reden naar Aruba, dan heb je hier wat praktische tips en achtergrond informatie. Ook te lezen als je wél op vakantie gaat.


Inleiding

Aruba is een Caribisch eiland ruim 20 km uit de kust van Venezuela. Met alle prachtige stranden, azuurblauw zwemwater en ruisende palmbomen lijkt het een tropisch vakantieparadijs. Voor veel Amerikanen is het dat ook, en daarmee waan je je soms in de 52ste staat van de VS.
Tegelijk heeft het een andere, ruigere kant: de verwaaide acacia (divi) bomen, de stekelige cactussen in het woestijnlandschap, de scherpe vulkanische- en koraalbodem. Ook de stadjes buiten het pittoreske Oranjestad zijn wat rauwer.

Aruba is een zelfstandig land binnen het Koninkrijk de Nederlanden. Er wonen 110 à 150.000 mensen van diverse komaf (waaronder veel Venezolaanse vluchtelingen). Daarmee komt een gemengde cultuur met Amerikaanse, Latin, Caribische en Nederlandse invloeden. De meestgebruikte taal is Papiamento, maar Spaans en Engels wordt ook veel gesproken - en als je daarmee niet goed uit te voeten kunt, blijk je verrassend vaak met Nederlands terecht te kunnen.
Iedereen is bijzonder vriendelijk en de service is op Amerikaans niveau: heel goed dus.

Klimaat

Aruba heeft een heerlijk klimaat met temperaturen van midden 20 tot in de 30 graden. Het lijkt altijd voorjaar met veel zon en wind. Alleen in de zomer kan de wind afnemen en de temperatuur wat verder oplopen.

Stroom en water

De stopcontacten zijn het Amerikaanse model met twee platte pinnen. Neem een verloopstekker mee. Het net is 110 volt en 60 Herz. Controleer of je apparaten daar tegen kunnen - voor de meeste opladers is het geen probleem.
Het drinkwater wordt gemaakt uit zeewater en is van uitstekende kwaliteit.

Geld

Aruba is duur, veel duurder dan Nederland. De officiële munteenheid is de Arubaanse gulden (AWG) of Florin. Deze is gekoppeld aan de dollar en fluctueert dus tegenover de Euro.
Geld pinnen is erg duur, de lokale banken rekenen een opslag van $5 tot $7,50. Maar eigenlijk hoef je niet te pinnen: je kunt nagenoeg overal betalen met je Nederlandse betaalpas. Of met je creditcard, maar die wordt in dollars afgerekend, dus dat is duurder. Mocht je toch graag wat contant geld op zak hebben, neem dan Amerikaanse dollars mee (daarmee kun je bijna overal betalen) of wissel een paar euro om.

Thuis eten

Omdat het zo duur is, zul je wellicht een aantal maaltijden zelf willen verzorgen. Daarvoor moet je boodschappen doen. De twee bekendste winkels zijn Ling & Sons, en Super Food Plaza. Ze hebben allebei een zeer uitgebreid assortiment van Amerikaanse producten, aangevuld met respectievelijk AH en Jumbo import uit Nederland. Die producten zijn meestal 3 tot 5 keer de Nederlandse prijs. Het goedkoopst zijn de Colombiaanse producten, meestal 2x de Nederlandse prijs. Er zijn ook veel kleinere Chinese supermarkten, die er van buiten vaak slechter uitzien dan ze van binnen zijn.

Uit eten

Rond de grote hotels en downtown Oranjestad zijn veel restaurants voor de Amerikaanse markt. Een beetje verscholen zijn er nog anderen die wat goedkoper zijn en vegetarische opties hebben:

Pura Vita, Italiestraat 40, is onze favoriet. Het hoort bij een sportschool, ziet er fris en modern uit. Er zijn verschillende vegan mogelijkheden die ons erg goed smaakten. De prijs viel alles mee.
Pura Vita
Green Food Service, Oranje plaza (Orange Mall), is een vegan lunch restaurant. Het is klein maar goed verzorgd.
Pizza Bob, naast de parkeerplaats van het Alhambra casino, Manchebo beach. Het geeft je een indruk van het Amerikaanse publiek op Aruba. Zoals een recencist schreef: "voor wie nooit in Europa pizza gegeten heeft, is het best redelijk". Als je voor 7u bestelt, krijg je een 14" pizza voor de prijs van een 12". Dat is ruim genoeg voor twee personen.
Don Jacinto, De La Sallestraat 26, Oranjestad. Colombiaans met alle pracht en praal die er bij hoort. De serveersters dragen traditionele jurken. Het oogt als een kitsch Mexicaans restaurant, maar de menukaart is anders. Voor vegetarisch ben je aangewezen op de bijgerechten, de yuka met Creoolse saus is een aanrader.
Don Jacinto
Kamini's kitchen, helemaal in het zuiden, aan Sero Colorado in San Nicolas. Van buiten lijkt het een soort loods in vrolijke kleuren. Van binnen is het een eenvoudig ingericht restaurant. De sceptor wordt gezwaaid door Kamini, een Trinidadse met Indiase roots. En die invloed is terug te vinden op de menukaart. De Indiase gerechten vonden wij ook het lekkerste. Tip: bestel groente curry en/of 3 bijgerechten.

Verblijf in Quality Appartments

Quality Appartments is een motel-achtige accommodatie, op een soort bedrijventerrein, een paar kilometer ten noorden van Downtown Oranjestad. Die plek blijkt in de praktijk verrassend handig: stad, strand en winkels zijn gemakkelijk bereikbaar.
De kamers zijn een beetje gedateerd, maar prima. De service is uitstekend, alles is heel schoon, er is een zwembad en een bibliotheek. Bij de receptie kun je verloopstekkers, een lan-kabel en strandstoelen lenen.
De gasten zijn een mengeling van oudere Amerikanen die hun verblijf met een paar dagen verlengen, en mensen die voor hun werk op Aruba zijn. Omdat het geen strandhotel is, is de sfeer er minder alsof je in een resort woont.

Als je in het keukentje van je appartement wilt koken, kan het handig zijn zelf wat peper, zout, olie etc mee te nemen. Boodschappen kun je doen bij Ling & Sons, Super Food Plaza, of bij de vlakbij gelegen Eagle Supermarkt (500 meter).
Ook vlakbij zijn de restaurants Pura Vita en Green Food Service. Iets verder zijn Pizza Bob, Santos coffee shop en Machebo beach: ongeveer een km.
Er is een handig doorsteekje naar de Orange Mall en verder als je vanuit QA 30 meter naar rechts loopt, oversteekt, en meteen na Aruba Suplies & Distribution tussen de gebouwen door loopt. Het tweede deel loop je langs de achterkant van de noordvleugel van de Orange Mall, dit is een smal pad over oude pallets.

Een langere wandeling is van de QA naar de Universiteit (3½ km, 45à60 minuten). Hier zie je de wat armere wijken van Oranjestad. Ga bij QA rechtsaf en meteen weer rechts (Caya Soeur Dionysia). Aan het eind rechts en eerste links (Caya Soeur Desideria). Rechtsaf en een lang stuk over Madiki. Linksaf Lucianita. Rechtsaf en aan het eind links een doorsteekje. Meteen weer rechts over de Driemasterstraat. Linksaf Venezuela. Rechtsaf Emma. Linksaf Uruguay. Je loopt tegen het gebouw met de Universiteit aan.

Rondkijken

De noordpunt van Aruba wordt gedomineerd door de vuurtoren. het is leuk daar rond te kijken en het is een goede uitvalsbasis voor een wandeling door het woestijnlandschap tot de oostkust.

Vlak vóór de vuurtoren is aan de westkust het kleine Arisha strand. Hier is het meestal vrij rustig - zowel het strand als het water.
Arisha beach

Machebo Beach heeft meer golven om in te spelen, maar het strand is smal en erg druk door de verschillende resorts die er dicht tegenaan liggen.

Het meest zuidelijke strand is Baby Beach. Het ligt aan een afgeschermde baai, zodat het water er heel kalm is en zand maar langzaam afloopt. Ook dit strand is prachtig gelegen, al vormen de schoorstenen van de olieraffinaderij een merkwaardig contrast. Baby Beach ligt 30 km tzv QA, en je doet er met de auto bijna een uur over om er te komen.

Nationaal Park Arikok is mooi, maar met een gewone auto kun je er maar een klein stukje van bereiken - en zelfs dat gaat moeizaam door de diepe waterafvoergeulen. Je kunt je afvragen of het de entreeprijs ($11 pp) waard is, of dat je liever wat rondwandelt bij de vuurtoren of bij Baby Beach. Dat gezegd hebbend: Boca Prins is een spectaculaire baai.
Boca Prins

Downtown Oranjestad is een wat rommelig geheel van verwaarloosde gebouwen, kleine oude huisjes, kitscherige malls en dan toch ook weer leuke doorkijkjes. De moeite waard zijn Fort Zoutman, de haven en het toeristentrammetje.
Downtown

vrijdag 16 maart 2018

Food hypes, waar komen ze toch vandaan?


Steeds weer hoor je over een nieuwe rage op voedselgebied. Een nieuw dieet, een nieuwe super food. Meestal waaien ze over, soms zijn ze hardnekkig. Meestal zijn ze onschuldig, soms levensgevaarlijk.
Abrikozenpitten zouden helpen tegen kanker maar blijken gewoon giftig; het voedingssupplement MMS blijkt een soort reinigingszout dat brandwonden veroorzaakt; zeezout zou goed voor je zijn; brood zou slecht zijn; cholesterol zou toch niet slecht zijn; kokosolie zou beter zijn dan andere vetten – het aantal bizarre voorbeelden is eindeloos.
Maar waar komen ze eigenlijk vandaan, die rages? Soms is de bron te goeder trouw, soms te slechter trouw.
Soms is iemand bewuster gaan eten, wat bijna altijd automatisch impliceert dat je gezonder gaat eten, en die iemand denkt dan ten onrechte dat de verbetering te danken is aan één ingrediënt van zijn/haar nieuwe voedingspatroon (“eet meer broccoli”) en dat dat ook voor andere mensen opgaat.
Sommige foodbloggers zoeken naar steeds nieuwe dingen om op te vallen, om volgers te krijgen. Dat lukt alleen als je steeds extremere voeding aanprijst. En toegegeven, dat kunnen ze soms met veel overtuiging doen. Soms worden daarbij leugentjes en valse claims niet geschuwd. Als die bloggers elkaar na gaan praten, is de hype geboren.
Je foodblog wordt niet populair als je vertelt dat de grootste bijdrage aan je gezondheid is je bewust te zijn van wat je eet, om je eigen eten te bereiden (dus geen pre-fab / kant-en-klaar eten),  afwisselend te eten met niet te veel zout, vet en dier. Er is geen enkel ingrediënt dat jou in z’n eentje gezond maakt (“eet veel broccoli”) en er is niet veel voedsel dat jou ziek maakt zolang je het met mate eet – wat al vanzelf gebeurt als je afwisselend eet.
Daarnaast worden hypes gesteund door wildgroei op sociale media; serieus wetenschappelijk onderzoek is soms ontoegankelijk en wordt minder sexy gepresenteerd op sociale media; serieuze wetenschappelijke onderzoeken doen minder stellige en minder smeuïge uitspraken;  voortschrijdend inzicht kan voedingsadviezen veranderen, wat verwarrend kan zijn; statistische correlatie wordt nogal eens verward met oorzaak/gevolg.
Het valt niet mee het kaf van het koren te scheiden als het gaat om voedingsadviezen. Misschien is de beste richtlijn: als er gouden bergen en een stralend uiterlijk beloofd worden, neem het dan met een korreltje zout. Zeezout of Himalayazout naar keus.

Meer foodblogs:

Hier vind je meer Waterlily foodblogs

woensdag 7 februari 2018

India Nieuwsbrief, jaargang 2018, aflevering 3: Op bekend terrein (Penang & Satun)


Penang, Maleisië



We bleven 6 dagen op Penang, Maleisië. Hier waren we al vaker geweest en ook dit keer genoten we van de goede voorzieningen en de grote verscheidenheid aan culturen. We vereerden alle drie de bevolkingsgroepen met een bezoek.
We bezochten een grote Chinese tempel in de bergen, die een kruising tussen een bouwplaats en een pretpark was. We bezochten de floating mosque, een moskee gebouwd op palen boven het water. Het was er stil en sereen. We bezochten iedere dag Little India. Daar snoven we de sfeer op van India. De sari- en stoffenwinkels. De Bollywood muziek die keihard uit de dvd-winkels schalt. De levensmiddelenzaken met alle Indiase ingrediënten en kruiden. De restaurants waar het eten beter is dan waar dan ook in India. Dames in sari en spijkerbroek hand in hand.

Geen bevolkingsgroep maar wel onlosmakelijk verbonden met de  geschiedenis van Penang is het koloniale verleden. In het kader daarvan bezochten we de protestantse begraafplaats. Daar werd een rondleiding gegeven. Met een groepje van zo’n 15 mensen volgden we de gids, die erg veel wist en dat leuk vertelde. Veel historische weetjes over de geschiedenis van Penang en haar bewoners. Zo lag hier de Schotse advocaat James Richardson Logan, die de naam “Indonesië” heeft bedacht. Hij vond dat het land recht had op een eigen naam, analoog aan bv Polynesië, ipv een Nederlandse naam (gebruikelijk was toen Nederlands-Indië, Malesische Archipel, Nederlandsch Oost Indië, Indië, de Oost, Insulinde). Het zou tot begin 20ste eeuw duren voor de naam Indonesië werd opgepikt door de onafhankelijkheidsbeweging. En zo blijft ook Indonesië terugkomen, deze reis, net als India.


Op Penang was het al even bewolkt als op Sumatra, maar wel een stuk warmer, zo net boven de 30 graden. Twee en drie jaar geleden troffen we hier steeds een strakblauwe hemel.

Satun, Thailand



Dit was de vijfde keer dat ik van Penang naar Thailand ging. En weer was het via een andere route met andere modi van vervoer. Dit keer de super fast ferry via Langkawi. Ondanks de lange wachttijd op Langkawi was het een hele gemakkelijke en ontspannen modus van vervoer.

Al meteen bij aankomst in Satun, terwijl we naar ons hotel wandelden, keken we naar dingen die we herkenden, dingen die nieuw waren, dingen die veranderd waren of verdwenen waren. Voor zo’n stoffig stadje waar nooit iets gebeurt, was er eigenlijk best veel veranderd. Maar gelukkig niet bij ons hotel. Dat is nog even aangenaam, rustig en comfortabel als altijd.

De Qatari, Indonesiërs en Maleisiërs zijn bijna altijd allemaal heel vriendelijk, aardig en behulpzaam tegen ons geweest. Maar de stralende hartelijkheid van de Thai overtreft alles. De spreekwoordelijke Thaise glimlach is nog steeds hartverwarmend.

We werden geregeld nageroepen, toegeroepen en gegroet door voorbijgangers. Ook als die op de brommer zaten. Zo waren er drie jongelui op de brommer die wat riepen. Wij zwaaiden vrolijk terug. De twee meisjes achterop maakten het Thaise gebaar van de handen voor de borst vouwen en een lichte buiging voorover. En ze deden dat precies synchroon. Achterop de rijdende brommer.

Qua begrijpelijkheid is het andersom, er zijn nauwelijks Engelse opschriften en er wordt nauwelijks Engels gesproken. Er komt heel wat gebarentaal bij kijken.

Ons favoriete lunchrestaurant was er niet meer. Een zoektocht rond het nieuwe marktgebouw leverde niets op. Maar toen we informeerden bij buren van de loods waar het in gevestigd was – door een foto van de uitbaatster te tonen en te wijzen naar haar loods en vragend te kijken – was er koortsachtig overleg. Het ons uitleggen lukte ook niet vanwege de taalbarrière. Dus werden we samen achterop een brommer gezet en naar de nieuwe locatie van het restaurant gebracht!

Onze “vrienden” hier, de eigenaresse van het hotel, de uitbaatster van het lunchrestaurant, het meisje van het koffiestalletje, waren allemaal blij ons weer te zien en stopten ons allemaal eten toe.

En zo genieten we van een kopje koffie op onze veranda, een wandeling door de landelijke buitengebieden of een mangrove-bos, verkoeling bij het zwembad, een boekje lezen, een overheerlijke Thaise curry.

Voor het eerst deze reis in Zuid Oost Azië hadden we overwegend zon en serieus hoge temperaturen. En het geluk van een heldere avond met de maansverduistering, waardoor we langzaam de schaduw van de aarde over de maan zagen trekken. De maan werd roder, leek bolvormiger, iets doorschijnend, een melkglazen ei waar het konijn in zat.

donderdag 25 januari 2018

India Nieuwsbrief, jaargang 2018, aflevering 2: Rondje Noord Sumatra



We reisden van Doha via Kuala Lumpur naar Medan. Een achtbaan van culturen, ontwikkelingsniveaus, klimaten, tijdzones en dag-en-nacht-ritmes.
Sumatra is ongeveer even groot als Spanje, en heeft ongeveer evenveel inwoners, maar een infrastructuur die vele malen slechter is. De kunst zit in de beperking: we hebben een niet-ambitieus rondje door de provincie Noord Sumatra uitgetekend.

Medan stad


De eerste indruk van Medan is groot, druk, vervuild en lawaaierig. Bij nadere kennismaking blijft dat allemaal staan, maar zie je ook de ontspannen en vrolijke mensen die je altijd stralend toelachen of een praatje maken. Niemand maakt zich kwaad in het verkeer, iedereen is behulpzaam. Er zijn leuke vegan eethuisjes en hippe/moderne coffeeshops. De sfeer is heel prettig en als het lawaai en de vuile lucht je niet zouden verjagen, zou je er zo een tijd willen blijven.


Je zou de ontwikkeling van een land kunnen afmeten van het aantal meters dat je over een trottoir kunt lopen. In Medan zijn de trottoirs meestal versperd door uitbouwen van winkels, geparkeerde auto’s, motoren of becaks. Of bergen bouwmateriaal, modder of rioolslib. Anders zitten er wel gaten in waardoor je in het riool kunt vallen, zijn er onverwachte op- en afstapjes, liggen er tegels los of steken er stukken betonijzer uit. En je moet oppassen voor overhangende luifels en borden waar je je hoofd tegen kunt stoten.
Meestal loop je dus maar op de rijbaan, tussen de geparkeerde auto’s en het verkeer in, hopend dat ze je zien. Verkeer bestaat vooral uit (relatief nieuwe) auto’s, motoren en becaks – motoren met een karretje ernaast die je huurt voor een ritje.

Na een ochtend sightseeing (koloniale gebouwen en Little India) namen we een becak terug naar huis. Het was de oudste en gammelste van Medan. De motor sloeg geregeld af, het voorwiel spoorde niet, de benzine kwam via een slangetje uit een jerrycan die aan de voorkant hing. De sigaret die de chauffeur nonchalant tussen z’n vingers had, hing er bijna tegenaan. We reden langzamer dan de verkeersstroom waardoor invoegen, weven en ritsen niet lukte – cruciaal in het verkeer hier. Bovendien moesten we vanwege de eenrichtingswegen omrijden, en dat deed onze chauffeur op een gigantische manier. Zodoende zaten we minstens een half uur in het drukke verkeer en de uitlaatgassen voor hemelsbreed 2½km. Maar we stonden géén doodsangsten uit en de lucht sloeg niet op je ogen en keel. En de mensen leken zich niet druk te maken, gaven elkaar de ruimte, toeterden niet te veel, en forceerden zich niet in ieder gaatje.

Bukit Lawang jungle



In het algemeen voel ik me niet zo thuis in plaatsen die enkel en alleen bestaan uit toerisme. Bukit Lawang is zo’n plaats. Een dorpje aan de rand van een groot Nationaal Park, waar ooit een orang oetan rehabilitatie centrum was. Bij het voederen kon je de dieren gemakkelijk zien en dat trok veel bezoekers. Het voederplatform is sinds een paar jaar gesloten, de half-wilde orang oetans die nog in de buurt zijn, kun je alleen zien op lange, dure jungle trekkings – en dat is wat iedereen hier “doet”.

            (Zie hier het verhaal van mijn jungle trek in 2000) 

Bukit Lawang heeft stand gehouden dankzij de rivier, de frisse lucht, en als backpacker ontmoetingsplek. Wij verbleven een paar dagen aan de strip langs de rivier – in het enige guesthouse/restaurant dat goed bezet was, waar het gezellig was en waar het eten goed was.

Daarna verhuisden we voor twee dagen naar een verder stroomopwaarts gelegen guesthouse, 1km over een smal voetpad voorbij de laatste voorzieningen. Daar had je een beetje het gevoel in de jungle te zitten, maar dan wel van bijna alle gemakken voorzien. Het guesthouse was smaakvol gebouwd met veel hout en bamboe, en het Indonesisch-Australische stel dat het runde, zorgde voor een rustige, ontspannen sfeer. 



De altijd razende rivier, de groene wand van de jungle aan de overkant, een kopje koffie op de brede veranda – hier zouden we wel aan kunnen wennen. 's Avonds een gezamenlijke maaltijd, 's nachts aardedonker, 's ochtends het geluid van aapjes en insecten. Na een regenbui stegen uit het oerwoud langzaam flarden damp op, die samensmolten tot wolken in wording.

Berastagi vulkanen


Berastagi is een voormalig Nederlands hill station op 1400m hoogte, nu een uitgestrekt plattelandsstadje dat leeft van de verbouw van groente en van Medanners die er een frisse neus halen op zondag. Het handje westerse toeristen valt er niet op. Je hebt uitzicht op twee vulkanen waarvan er één erg actief is. Het beklimmen van de andere is wat iedereen hier “doet”. 
Wij gingen rechtstreeks naar de warme bronnen aan de voet ervan, om lekker te badderen.

De groothandelsmarkt waar de verse producten van het land werden verhandeld, was een fascinerende chaos waar enorme hoeveelheden wortels, kool en aardappelen verhandeld werden en vervoerd op krakkemikkige vrachtautootjes die steeds vastzaten in de modder.

Een excursie naar de voet van de actieve vulkaan kon vanwege het weer niet doorgaan. Er waren dagelijks erupties, maar omdat die maar 5 minuten duurden moest je geluk hebben die te zien. Op een gegeven moment had de berg zich verhuld in zijn eigen aswolk. Toen het later ging regenen, sloeg een dunne laag as neer op het dakterras van ons guesthouse.

Net als het regenwoud maken de vulkanen hun eigen wolken. Stoom die ontsnapt stijgt op en vormt een wolk, die om de top blijft hangen.

Weerbericht: het was koeler dan gewoonlijk (“slechts” 23-26 graden) en meestal bewolkt. Er brak zo nu en dan een mager zonnetje door, en de meeste buien vielen ’s nachts.

Lake Toba meer



Het reizen op Sumatra gaat niet moeizamer dan in India, maar daar weet ik toch beter hoe de dingen werken en hoe je er mee om moet gaan. Een nacht in een hotel dat niet bevalt, een dag ziek, een busstation waar je serieus lastiggevallen wordt, een maaltijd die verkeerd valt, een creditcard die geweigerd wordt - het was in het begin wel pittig en bij tijd en wijle vermoeiend.

Des te prettiger dat we volkomen konden ontspannen aan de oevers van Lake Toba. Dat is wat iedereen hier “doet”. 
We bleven een kleine week, en het was de eerste plek op Sumatra waar we ons helemaal thuis voelden. De sfeer was er ontspannen, de natuur schitterend. Ook al was het er toeristisch, er was genoeg couleure locale met de kleine winkeltjes en cafeetjes, en zo gauw je van de hoofdweg afging, stond je tussen de waterbuffels en de rijstvelden.

maandag 1 januari 2018

India Nieuwsbrief, jaargang 2018, aflevering 1: Stopover in Qatar


Aankomst


2018 begon niet zo goed. We stonden in een lange rij voor de immigratie op het vliegveld van Doha toen de figuurlijke klok sloeg. We wensten elkaar en de Maleisische moeder en dochter voor ons in de rij gelukkig nieuwjaar, maar vreemd genoeg bleef het verder erg stil en gelaten onder de duizenden wachtenden. Na een aangename vlucht met Qatar Airways viel Doha Airport erg tegen. Het mocht dan een prijs gewonnen hebben en overdadig veel glitter, marmer en luxe bevatten, de organisatie klopte voor geen meter. Er waren maar twee balies open voor de immigratie en de rij vulde al snel de hele aankomsthal. Mannen met portofoons renden druk gebarend heen en weer om wachtenden hun plek te wijzen, maar ze hadden beter paspoorten kunnen gaan afstempelen. Soms werden gezinnen met kinderen uit de rij gehaald, een enkele keer werd een extra balie geopend, maar dat kwam dan alleen ten goede aan de mensen die achterin stonden. Anderhalf uur stonden we te staan en te schuifelen voor we eindelijk aan de beurt waren.

Van de weeromstuit vergat ik vervolgens mijn tas nadat ik Ryali gepind had achter de bagageband. Ik merkte het pas toen we al voorbij de douane waren. Het viel niet mee me een weg terug te praten langs de beveiliging en de douaniers, want dat is natuurlijk eenrichtingsverkeer. Gelukkig lukte het en stond mijn tas er nog. De explosieven opruimingsdienst was nog niet uitgerukt.

Rondkijken


Behalve dat we een beetje vermoeid waren van die nachtelijke escapade, genoten we ervan de volgende dagen Doha te bekijken. We wandelden heel wat rond, voornamelijk door het oude centrum waarnaast o.a. een nieuwe souk en een prachtig museum gebouwd waren.

De nachten en ochtenden waren koel en heiig, maar midden op de dag was het zonnig en aangenaam.

De Qatari liepen meestal in traditionele  klederdracht. De mannen in witte jurken met een sjaal om het hoofd, de vrouwen in dunne zwarte mantels over hun gewone kleding. Daaronder hoge hakken of strakke spijkerbroeken. Hoofddoek en grote zonnebril konden niet verhullen dat er veel aandacht aan make up en uiterlijk besteed werd. Er waren overigens ook veel dames zonder hoofddoek.  We zagen een groepje jonge moeders in een café aan de waterpijp, terwijl hun Filipijnse kindermeisjes even verderop de kinderen bezighielden.

Vegetarisch eten in het Midden-Oosten betekent al gauw Indiaas of Libanees fast food. Het was soms even zoeken, maar dan was het smullen van hummus,  falafel, foul en lekkere pita broodjes.

Qatar in ontwikkeling


Een fascinerende en gevarieerde stad met nieuw en oud, rijk en arm, oosters en westers, noordelijk en zuidelijk. De mensen die je ziet lijken uit alle windstreken te komen en daarmee zijn winkels en restaurants al even afwisselend.

Doha is bezig met een inhaalslag om het oliegeld te investeren en Dubai en Abu Dhabi te evenaren als handelscentrum. Ze hebben nog een weg te gaan. In het oude stadscentrum is het een bonte lappendeken van 25 jaar oude hoogbouw, een enkel modern gebouw, heel veel bouwplaatsen waardoor straten en stoepen versperd zijn, onverharde stukken land die als parkeerterrein gebruikt worden, een paar vergeten blokken van 50 jaar oude laagbouw – en overal tussenin charmante oude moskeetjes die wegvallen tussen de hoogbouw. Hier en daar blokken met wat levendigheid op straatniveau, maar meestal houdt dat niet over. In zijstraten met oude panden waarin oude kleine winkeltjes en restaurantjes zitten, is 's avonds nog het meeste reuring.

Van de boycot door Saudi Arabië is op het oog niets te merken (hoewel we in de krant lazen dat de huizenprijzen daalden). Dat ons buurtwinkeltje een ochtend geen yoghurt had, kwam eerder door gebrekkige logistiek. En daarmee heb je de makke te pakken. Een groot vliegveld bouwen, heel veel stadsbussen kopen, een zebrapad schilderen op een zesbaans weg, een metro intekenen - dat lukt allemaal wel. Maar het dan goed regelen, genoeg Marechaussee oproepen, eenduidige kaartjes met busroutes publiceren, automobilisten leren te stoppen voor het zebrapad – dat is een stuk moeilijker. Overal wordt aan de metro gewerkt maar een openingsjaar durft niemand meer te noemen. Het zelfde geldt voor het Nationaal Museum in aanbouw. 
Als ik de FIFA was, zou ik me zorgen maken over het WK 2022.

India connectie


Ongeacht de bestemming van de reis, heten mijn nieuwsbrieven altijd “India Nieuwsbrief” om de herkenbaarheid te vergroten. Het is een goede reden om ieder reis naar een Indiaas aspect te kijken. In Qatar is dat wel heel gemakkelijk. Van de 2 miljoen inwoners komt bijna de helft uit wat vroeger Brits India was. Toen we de vliegtuigtrap afliepen, stond al een ploegje Indiase schoonmakers klaar om aan boord te gaan. Ze hebben meestal de zware beroepen in de bouw. Schoonmakers, koks en ook winkeliers komen meestal uit zuid Azië. De vrouwelijke gastarbeiders komen vooral uit de Filipijnen en zie je bv achter de receptie en als kindermeisje.

Nieuwjaarsavond gingen we uit eten in de Saravana Bhavan, de internationale keten van Indiase restaurants die nu ook in Amsterdam zit. Het zat er helemaal vol met Indiase gezinnen, wij waren de enige niet-Indiërs. Het eten was authentiek zuid Indiaas op een bananenblad en bijzonder lekker.