zondag 17 februari 2019

Thailand Nieuwsbrief, jaargang 2019, aflevering 3, Bestemming bereikt: Satun

De laatste treinrit in zuidelijke richting was naar Hat Yai, de grootste Thaise stad ten zuiden van Bangkok en een belangrijke transport hub. Voor Maleisië is Hat Yai wat Amsterdam voor Engeland is: waar je een weekend naar toe gaat voor alles wat god en je eigen land verboden hebben.

Wij bleven er dit keer alleen voor de lunch. Met een minibusje staken we door naar de westkant van Thailand, de Andaman kust. Hier was het warmer en zonniger.

In Satun werden we hartelijk ontvangen in het inmiddels vertrouwde guesthouse/resort. De receptioniste en de tuinman waren ieder 10 kg aangekomen -een groot gezondheidsprobleem in Thailand- maar verder was alles hetzelfde.

Huisje boompje beestje



We waren nu voor de vierde keer in vijf jaar in Satun. En we vonden het er nog steeds heerlijk. Waar 'm dat in zat? Een combinatie van van alles.
Het resort waar we zitten is prachtig. De huisjes smaakvol ontworpen en redelijk onderhouden. Comfortabel bed en volop ruimte. Een eigen veranda die uitkijkt op de zorgvuldig onderhouden tuin. Belangrijk is natuurlijk het zwembad waar je 's middags kunt afkoelen. Het is hier meestal niet druk, door de week zijn er vaak maar een paar huisjes bezet, in het weekend meer. De bezoekers zijn een mix van westerlingen die op Langkawi wonen en Maleise en Thaise gezinnen. Bijna altijd rustige mensen. De staf is altijd aardig en behulpzaam.
Het resort ligt aan de rand van de stad, tussen koeienweides en hoge palm- en tamarinde-bomen. Als de zon opkomt is het eventjes een hels kabaal van vogels en insecten, die precies gelijk met de moskee in de verte beginnen.


De stad is een kwartier lopen. Satun is een kleine stad, met toch wel wat restaurantjes waar we lekker kunnen eten. Rijke, romige Thaise curry bij de één, pittige Maleise noodles bij de ander, Engelse pizza bij een van de schaarse expats die hier woont.
Bijna iedere wandeling de stad in beleven we wel wat nieuws of onverwachts. We ontdekken een nieuw straatje of een nieuwe winkel, we proberen koffie in een nieuw koffiestalletje, we zien poezen op de vreemdste plekken liggen slapen, we zien een slang kronkelend de weg oversteken, we zien een nieuwbouwproject of juist een vervallen hoekje.

Buiten de stad kun je de mooiste wandelingen maken. Tussen rubberplantages en visvijvers, of door de mangrovebossen. In een rubberplantage zagen we voor het eerst een paar bomen met de bakjes gevuld met verse rubber. Normaal worden die al ‘s ochtends vroeg geleegd, óf je ziet oude verwaarloosde bomen. Wandelend door de mangrove kwamen we tot 8½km van de Maleise grens. Hemelsbreed. Met ondoordringbare mangrove, moeras, delta en jungle ertussen. Over de weg zou het 80km zijn.


We maakten twee trips wat verder de stad uit. De jongedame bij wie we 5j geleden onze allereerste iced coffee kochten, en die zo’n indruk maakte met de aandacht en zorgvuldigheid waarmee ze die maakte, was inmiddels een paar keer verhuisd en had nu een koffiestalletje 30km verderop. Het was heel leuk haar weer te zien.


Onze receptioniste nodigde ons uit voor een tochtje naar een vissersdorpje dat tot voor kort alleen over het water bereikbaar was. Nu reed je 10km door mangrovebossen over een brede weg. Het gehuchtje was een andere kant van Thailand: eenvoudige houten huisjes op palen, het leven was hier zwaar en armoedig.
We spraken een paar vrijwilligsters die een jaar in een vergelijkbaar dorpje werkten. Dat is pas pittig: niemand die goed Engels kan, nooit eens echt lekker eten, helemaal op jezelf aangewezen.

Red Bull


De temperaturen lopen steeds verder op, tot zo'n 36 à 36 graden.
Het enige wat je in de drukkende hitte nog wel een energie-boost kan geven is een iced coffee. En dan zo een met condensed milk, koffiemelk én melkpoeder. Het is verkoelend en oppeppend tegelijk. De combinatie van cafeïne, suiker en melkvetten doet blijkbaar iets met je - nog uren later ben je klaarwakker. Het recept voor Red Bull is hiervan afgeleid.
Je denkt misschien dat Red Bull uit Oostenrijk komt. Nee, het is een Thaise uitvinding, maar de ontdekker had een Oostenrijker in de arm genomen voor de marketing. En dat die succesvol is gebleken, mag je wel zeggen. De familie Yoovidhya is één van de rijkste van Thailand.
Doe mij maar de “originele versie” – soms met melk en soms zwart - maar altijd met minder suiker dan de Thai gewend zijn.

Chinese New Year


Sommige Thaise steden, zoals Ayutthaya en Trang, hebben zo’n prominente Chinese bevolking dat CNY daar wekenlang het openbare leven beheerst. Er zijn een soort jaarmarkten, braderieën, podia met muziek en voorstellingen, optochten met draken en trommels, iedereen heeft nieuwe rode kleding aan, en er worden maaltijd op tafel gezet voor de voorouders.
In Satun is dat allemaal veel minder. Het is al heel wat dat door de hele stad rode lampionnen hangen. Vuurwerk doet het ook goed. En veel zaken gaan een paar dagen of een weekje dicht, dus de toch al stille stad lijkt bijna uitgestorven.
Dat ze het hier allemaal wat ruimer zien, merk je ook aan dat je bv kleine moslimaatjes in rode CNY jurkjes ziet lopen.

Honden en katten


In het algemeen kun je zeggen dat steden poezen-territoria zijn, en het platteland honden-territorium. Daarom heb je in Azië, als je een wandeling de stad uit maakt, altijd een stok nodig. Van fietser hoor je verhalen dat ze recht op hun kuiten af gaan. Als je hier gaat fietsen, wordt dan ook een rabiës vaccinatie aangeraden. Dan heb je 48u i.p.v. 24u de tijd om het levensreddende serum te vinden, mocht je gebeten worden.
Satun is (ook) volgens deze indeling maar net een stad. Overdag wel, dan zie je de poezen rondlopen, of voor het huis / de winkel waar ze thuishoren op de stoep liggen slapen. Ze geven kopjes en laten zich onder hun kin aaien.

Maar na 8u 's avonds, als het donker is en het buiten wat rustiger wordt, nemen de honden de straten over. Groepjes honden zwerven rond, en waar je overdag rustig een slapende hond kon passeren, blaffen ze je nu na. De een steekt de ander aan, en voor je het weet heb je een heel concert. Ze zijn niet helemaal verwilderd: als ze te dichtbij komen is het meestal genoeg om een waarschuwende vinger op te steken (letterlijk) en dan druipen ze af. 
De poezen hebben zich wat verder teruggetrokken, je ziet ze nog wel her en der liggen slapen, maar ze houden zich stilletjes.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten