zondag 20 januari 2019

Thailand Nieuwsbrief, jaargang 2019, aflevering 2, Stranden en Meren


Langzaam zakten we af naar het zuiden. We deden twee stranden aan en twee grote meren. We gaan eigenlijk zelden naar strand-bestemmingen, nu twee keer aan het noordelijke deel van de Golf van Thailand.
In het centrale gedeelte van de lange sliert die Zuid Thailand vormt, bekeken we een groot stuwmeer in de bergen en een groot natuurlijk meer vlak aan zee.

Badplaats Hua Hin


In Hue Hin hadden we een leuk hotelletje in een tamelijk Thais buurtje. In de steegjes om ons heen woonden en werkten Thai, en de lokale markt was vlakbij. Maar andere delen van de stad waren volledig overgenomen door, voornamelijk Scandinavische, toeristen. Veel gezinnen met kinderen, veel oudere stellen, en oudere mannen met hun Thaise vrouw. Veel overwinteraars en strandvakantiegangers, bepaald geen mensen die rondreisden of voor de cultuur kwamen. Er moeten hier letterlijk tienduizenden Scandinaviërs wonen. En dan waren er nog de nodige Aziatische toeristen.



Deze tijd van het jaar is het normaal dat het water hoog staat in de Golf van Thailand, maar dezer dagen was het extra hoog. Een groot deel van de dag was er nauwelijks strand. Op een ochtend zelfs helemaal niet. We stonden bij een strandopgang te kijken hoe mensen met hun matje en handdoek onder de arm aan kwamen lopen, even beteuterd keken, en weer afdropen. Maar tussendoor konden we toch zo nu en dan zwemmen en pootjebaden in de branding en van de zon genieten.

Hat Thung Wua Lean (Chumphon)


Met een sneltrein en een songthaew (een pick-up truck met bankjes in de laadbak) gingen we 260km verder naar het zuiden. Daar is een klein strandje van een km lang, met één weg erlangs, waar het voornamelijk in het weekend druk is met Thai. Door de week was het er erg rustig, de paar hotels en restaurants die open waren hadden nauwelijks gasten. Ook hier was het strand smal door het hoge water, maar je deelde het dan ook maar met een handjevol anderen. Daar hadden we twee rustige dagen.

Enkel spoor


De grotere verplaatsingen konden we steeds met de trein doen. Vaak ging er maar een of twee keer per dag een trein waar we wat aan hadden (verder zijn er veel nachttreinen). Dit zijn oude lijnen en dieseltreinen, met antieke seinsystemen die werken met hoepels, tokens en vlaggen.


Om te voorkomen dat op enkel spoor twee treinen elkaar tegenkomen, heeft ieder baanvak één token (een metalen schijf) die een machinist móet hebben om op dat baanvak te mogen rijden. Op stations waar tegenliggende treinen elkaar passeren, wordt de token aan een stationsmedewerker gegeven. Om dat gemakkelijk uit een soms nog rijdende trein te doen, zit de token vastgeklemd in een grote hoepel. De stationsmedewerker brengt de hoepel met token dan naar de andere trein. Soms trekt de medewerker daarvoor een lange sprint, een keer zagen we 'm zelfs met een brommertje over het perron rijden!

De sneltreinen haalden tot 120 km/u. En zelfs de houten (!) stoptrein die we hadden, haalde bijna 90 km/u. Na 4½ uur zijn houten bankjes trouwens wel heel hard…

Ratchaprapha Dam / Khao Sok NP


Vanuit het stadje Phun Phin (Surat Thani) maakten we een dagtocht naar de Ratchaprapha Dam. Die vormt het grootste stuwmeer van Zuid Thailand. Het is een populaire bestemming voor boottochten, zowel backpackers als in het weekend ook Thai, maar bijna iedereen komt met een georganiseerd tourtje. Het was dus even zoeken in de enorme drukte hoe onze weg te vinden. Maar uiteindelijk voeren we op ons eigen bootje tussen de rotsformaties, bergtoppen en jungle. Prachtig!


Phatthalung & Thale Noi NP


We bleven een paar dagen in de kleine provinciehoofdstad Phathallung. Dat ligt zo’n beetje tussen niets en nergens en er komen bijna geen toeristen. Toch zijn er een paar fraaie kalkgebergten met grotten en ligt het vlakbij het grootste meer van Thailand: Lake Songkhla.

Een uithoek van het meer, nog altijd 5x5km, is een vogelreservaat, Thale Noi. Daar konden we een boottocht maken. We stapten in bij een wat oudere man die een prima bootsman bleek te zijn. De tocht was fantastisch. Door afwisselende “land”schappen, afwisselende begroeiing, afwisselende dieren. Grote delen van het meer waren bedekt met waterplanten, maar toch was het water kraakhelder.

Het eerste deel was de waterlelie zone. Van dichtbij zat er best ruimte tussen de bloemen, maar als je in de verte keek, lag er een paars-roze gloed over het water. We zagen waterhoenen, meeuwen, reigers, ooievaars, aalscholvers en nog veel meer vogels, waarvan ik de naam niet weet. Een deel ging meer door riet, en daar was een grote kudde waterbuffels. De herders voeren er op twee kleine bootjes achter om ze bij elkaar te houden. Een baby-buffel bleef wat achter. Zo nu en dan voeren we dwars door stukken waterplanten, die uiteen weken omdat ze los in het water dreven. Maar een enkele keer maakte onze bootsman toch rechtsomkeer. De volgende zone was van de grote bewegende visnetten (type Kochi) die langs een soort kanaal stonden. Kanaal in de zin van midden in het meer… Verstopt in het riet zagen we nog eens drie waterbuffels. We voeren even terug en zagen de enorme beesten lui zwemmen en klauteren. Daarna langs een soort lange bomenrij, waar iedere boomwortel zijn eigen eilandje vormde.


Verder naar het zuiden lijken de Thai zo mogelijk nog vriendelijker. Er is niet alleen veelvuldig de spreekwoordelijke Thai smile, maar ook stralende gezichten, vrolijke ogen, behulpzaam toeschieten, hartelijke groeten en een algeheel gevoel van welkom zijn. Jammer genoeg spreekt bijna niemand Engels, dus een goed gesprek zit er niet in.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten